Om vanuit Ommen via het Laar in Vilsteren te komen moet de rivier de Regge over gestoken worden.
1940 – Laarbrug met tolhuis.
Foto: OudOmmen
Dat kon tot in de vijftiger jaren via een ophaalbruggetje waar bovendien tot 1 januari 1942 tolgeld betaald moest worden bij de tolgaarder die in het tolhuisje woonde met zijn gezin. Egbertus Wolfkamp, ‘Tol-Bats’, is jarenlang tolgaarder op Laarbrug geweest. Opvolger was zijn zoon Joseph. De laatste tolbaas op Laarbrug was Gerrit Jan Kelder.
Tol betalen
Een slagboom over de grindweg dwarsboomde vroeger een vrije doortocht. Er moest eerst tol betaald worden. De brug, Laarbrug, lag exact in het verlengde van het tolhuisje. Het tolhuisje met de vensterluikjes in de kleuren van landgoed Vilsteren staat er nog steeds. Begin jaren vijftig kwam er een nieuwe vaste brug over de Regge. Eind zestiger jaren werd in de Vilsterseweg een viaduct gebouwd met de kruising van de provinciale weg Hoogeveen-Raalte. Daardoor kwam ook de slinger bij het nieuwe viaduct “Vilsteren”. Voordien moest de (drukke) N348 overgestoken worden. Na dodelijke ongelukken werd pas de noodzaak ingezien van een ongelijkvloerse kruising.
1839-1881-1942
Als met Vilsteren was gepasseerd trof men vroeger in de buurtschap Hessum onder Dalfsen opnieuw een tolhuisje aan. De tollen bij Laarbrug en Hessum dateren uit 1839. De toenmalige landeigenaren baron van Pallandt (Het Laar), Helmich (Vilsteren) en de graaf van Rechteren (Dalfsen) hadden uit eigen zak de aanlegkosten van de weg tussen Dalfsen en Ommen betaald. Voor het onderhoud van de weg kregen ze dan ook vergunning om tolgeld te heffen. In 1881 ging de tol over naar respectievelijk de gemeenten Ommen en Dalfsen.










