‘Ommen ingedroogd stadje’

‘Ommen is een klein, ingedroogd stadje met een paar pleinen (Markt en ’t Vrijthof), waarop de bekende jaarmarkt (Ommer bissing) wordt gehouden.’

De Brugstraat eind 1800 met op de achtergrond de oude brug over de Vecht.

Vilsteren
Lezers van kranten werden vroeger regelmatig ‘getrakteerd’ op reisverslagen door de provincie. Dit keer een fietstocht dwars door Overijssel opgetekend in de hete zomer van 1899, die in Zwolle begint en ook Ommen aandoet. We pakken de reis op zodra Vilsteren in zicht is.

“Vanaf Hessum tot Vilsteren is de weg prachtig, aan weerszijden twee rijen boomen, waarachter bosschen. Dan zie ik enkele woningen, een molen, twee kerkjes (een oude en een nieuwe), beide RK en een kasteel, bewoond door den heer Cremers. Dit is het dorpje Vilsteren. Vóór ik het zag, had ik nooit van dit dorpje gehoord. En toch verdient het bekend te zijn, daar het behoort tot een der mooiste plekjes van ons land. Geïsoleerd als het is, is zijn mooie ligging zeker aan weinigen bekend. Dit zal zeker anders worden, de fiets toch kent geen geïsoleerdheid en welk wielrijder zou er niet een tijdje trappen voor over hebben om een bezoek te brengen aan dit heerlijk dorpje!

Voorbij Vilsteren was de weg nog altijd goed, aan weerszijden berken, wier zilverige baat zoo aardig doet tegen het omringende groen. Weldra bereikte ik de brug over de Regge. Ik betaalde 1 cent bruggeld en passeerde de zwarte ijzeren ophaalbrug, als een geraamte staande over het riviertje. Heel in de diepte zag ik nog een beetje water. En dan te weten, dat het ’s winters zoo kan rijzen, dat het de omliggende velden vaak blank zet. Ze hadden die blankheid nu wel eens noodig, dor en verdroogd als ze daar lagen in de gloeiende zomerhitte. Een oogenblik later bereikte ik Ommen.

Ommen
Ommen ligt aan de Noordzijde, rechteroever, van de Vecht en daar ik van de Zuidzijde kwam, moest ik de rivier over om in de stad te komen. Bij deze gelegenheid bleek me al duidelijk de leukigheid der goede Ommenaren. Ze hebben namelijk indertijd een brug over de Vecht gebouwd en bepaald, dat ieder die er overging, ander-halven cent bruggeld moest offeren, uitgezonderd de Ommenaars zelf. Zoo werden de kosten van bruggenbouw allengs betaald door wie er het minst gebruik van maken, de vreemdelingen.
Ik ook betaalde mijn ander-halven cent en ontving een kaartje, dat me recht gaf den hele dag zoo vaak de brug te passeeren als ik verkoos. Ik stak het kaartje behoedzaam in mijn vestje-zak, evenals een juffrouw, die voor ’t eerst met ’t spoor reist, nu en dan door een greep met duim en wijsvinger overtuigende, dat het er nog wel zat. Het mannetje, dat met prijzenswaardige ijver me een eindje was nagehold om meergenoemd bedrag van ander-halve cent te innen, vervulde behalve het baantje van bruggeldgaarder ook nog dat van conciërge van ’t stadhuis. Zoo weet men te Ommen economisch met menschen en dingen om te gaan.

Klein ingedroogd stadje met een paar pleinen
Ommen is een klein, ingedroogd stadje met een paar pleinen (Markt en ’t Vrijthof), waarop de bekende jaarmarkt (Ommer bissing) wordt gehouden. De straten zijn haast niet te bewandelen vanwege de bijzondere hobbeligheid der keien. De kerktoren ziet er grappig uit: een vierkant kastje, lichtgeel als ongebleekt katoen.

Het Laar
Dicht bij Ommen, even over de brug, ligt in een mooi bosch het kasteel ’t Laar, eigendom van den graaf van Rechteren Appeltern. De hooge voorgevel van dit gebouw komt, van welke zijde men ook nadert, zeer mooi uit tegen het groen der boomen. Wie Ommen bezoekt, verzuime niet een wandeling te maken door de lanen van het bij ’t Laar behoorend bosch. In sommige gedeelten is vrije wandeling toegestaan, wat aangewezen wordt door opschriften op bordjes en handwijzers. Een merkwaardigheid van dit bosch is – ieder Ommenaar zal het kunnen zeggen – het zogeheten “diepe gat”, een bijna cirkelrond dal tusschen heuvelhellingen. Heel aardig om er eens een kijkje te nemen. Vlakbij heeft men tusschen de boomen door een ruim uitzicht op den Lemelerberg.
Na deze diepzinnige uitweiding keer ik tot mijn reisverhaal terug. Ik had te lang in het bosch rondgedoold om dien avond nog ver dan tot Ommen te gaan. Ik bleef er dus den nacht over.”

De fietstocht gaat na Ommen verder in zuidelijker richting. Den volgende ochtend besteeg ik weer mijn karretje en sloeg den weg naar het zuiden in, richting Lemele – Hellendoorn. Na een paar kilometer gereden te hebben, kwam ik aan een tolhek, waar een handwijzer van den ANWB me weer in de gelegenheid stelde om een juiste keuze te doen uit de twee wegen die hier samenkomen. Deze handwijzers die niet alleen den weg naar verschillende plaatsen aanwijzen, maar ook den afstand in kilometers aangeven, juister en onfeilbaarder dan de meest bereidwillige inboorling, zijn een ware uitkomst voor fietsers en wandelaars en de Bond verdient er voor een extra pluimpje. Wat ik hierbij aanbied.

Eerde
Hoewel van plan den weg Lemele – Hellendoorn te nemen, sloeg ik eerst die naar Den Ham in en ik raad ieder die den tijd heeft en iets moois wil zien, aan hetzelfde te doen. Na slechts enige minuten fietsen langs een weg met eerst aan weerszijden dennebos en later geheel in schaduw, vertoont zich aan de rechterhand een brede zijlaan, aan welker einde ligt het kasteel Eerde, eigendom van baron van Pallandt.

Nieuwebrug
Ik fietste daarna langzaam tot den handwijzer terug om nu den weg naar Lemele te nemen. Weldra bereikte ik Nieuwebrug (over de Regge). Het water is heel laag, ik kan de visjes zien spartelen in het voortbewegen hunne schaduwvlakken, die den gelen zandbodem verdonkeren, meeslepend. Een eindje verder vertoont zich eensklaps de Lemelerberg. Ik stal mijne fiets bij een boer naast de villa Klein Archem van den heer Manger Cats, wiens zoon me den weg wijst naar den berg.”

Splitsing Hammerweg(Besthmener tol): linksaf Den Ham; rechtdoor Lemele.

Tekst: Harry Woertink – Foto’s: OudOmmen.nl

Expositie ‘Twee vrienden’ (Van Pallandt en Krishnamurti) in het Tobsvoort-huis

De gemeente Ommen heeft aan Stichting de Twee Vrienden het tijdelijk gebruik gegeven van het Tobsvoort-huis op Landgoed Het Laar.

1904. Rechts van Het Laar staat het pauwenhuis, dat vroeger diende als oranjerie en rentmeesterwoning, in de volksmond aangeduid als het Tokvoortshuis, genoemd naar de toenmalige rentmeester Tobsvoort.

Nieuwe Wereldleraar
Stichting Twee Vrienden gaat hier een expositie houden over het leven van Krishnamurti en de historie van Het Laar. Het gaat om de benedenverdieping en het terras. De huur gaat in op 1 oktober 2026 en eindigt op 1 september 2027.
Stichting Twee Vrienden (Van Pallandt en Krishnamurti) zet zich in om het gedachtengoed van baron Philip van Pallandt en Jiddu Krishnamurti opnieuw zichtbaar en beleefbaar te maken en duurzaam te borgen in Ommen. Zoals bekend was Ommen ooit een mekka voor spirituele zoekers. Uit de hele wereld stroomden mensen naar die groene stip in het Vechtdal om er een nieuwe wereldleraar te ontmoeten. Dat Ommen plotsklaps op de wereldkaart terechtkwam had alles te maken met de spirituele belangstelling van baron Philip van Pallandt, eigenaar van het landgoed Eerde en lid van de, wereldwijd actieve, Theosofische Vereniging. In 1921 schonk hij het complete landgoed aan de toen nog jonge Krishnamurti. Krishnamurti, die werd gezien als een goeroe, was er vanaf 1924 vaak het middelpunt. Hij moedigde mensen aan te komen tot zelfinzicht en innerlijke bevrijding en in schoonheid en liefde het leven te leven.

Landgoed Het Laar
Landgoed Het Laar werd in 1932 gekocht door de gemeente van Baron van Pallandt. Het bestaat uit het witte gebouw, pauwenhuis en koetshuis. Verder uit een park, bos, ijskelder en een hertenkamp. Scouting, de hondenclub, de ijsclub en ook de Kinderboerderij hebben elk een eigen onderkomen in de bossen van het landgoed, beter bekend als het Laarbos. Midden 1700 werd het huis verbouwd tot een gebouw in Franse stijl en een imposant park aangelegd met een lange oprijlaan. Ook werden prachtige beuken- en eikenlanen aangelegd. Het huis diende met name als jachtslot. Het Laar stond in de Besthmer Marke, die tot 1853 heeft bestaan.

Tobsvoort
Rechts van Het Laar staat het pauwenhuis, dat vroeger diende als oranjerie en rentmeesterwoning. Ooit werd de woning bewoond door Jan Tobsvoort. Hij werd geboren in Zeesse en overleed in 1909 als oudste inwoner van Ambt Ommen. Hij bereikte de zeer hoge leeftijd van 96 jaar. Tobsvoort was 60 jaar in dienst van de toenmalige eigenaar van Het Laar, heer Sandberg. In de volksmond wordt dan ook gesproken van het Tobsvoort-huis.
Het koetshuis staat links en was eerder een onderkomen voor koetsen en paarden en later chauffeurswoning met garage. Het witte prieel in de voortuin, in de vorm van een Griekse tempel, staat er sinds 1935, doch dateert uit omstreeks 1850. Het is afkomstig van de oud-burgemeester van Wassenaar, jhr. B.Ph.S.A. Storm van ’s- Gravensande, die het meenam toen hij op Huize Het Laar ging wonen. Voor die tijd stond het prieel op zijn landgoed De Paauw in Wassenaar, ooit aangelegd door prins Frederik van Nassau, uit het huis van Oranje-Nassau.

Klik op de link over het initiatief om het leven van Van Pallandt en Krishnamurti zichtbaar te maken

Tekst: Harry Woertink – Foto: OudOmmen.nl

Van Pallandt van Eerde en de band met de kerk in Ommen

Met de familiewapens van de adelijke families Van Pallandt en Haersholte in de koperen lezenaar van de preekstoel is de band zichtbaar die de familie van Pallandt heeft gehad met de Nederlandse Hervormde kerk in Ommen.

Het bevat de wapens van de beide geslachten en is gedekt door een kroon en aan de ene kant een hellebaardier en aan de andere kant een griffioen.
Klik op deze link voor meer foto’s van het interieur van de kerk

Koperen lezenaar
De gegoten koperen lezenaar op de zeventiende-eeuwse preekstoel met de afdruk van de familiewapens is een geschenk geweest van August Leopold baron van Pallandt, rijks vrijheer van Pallandt, heer van Eerde, Beerse en Oosterveen (1701-1779) en Anna Elisabeth van Haersolte, vrouwe van Egede (1715-1790). Zij trouwden op 4 december 1744 in Hellendoorn. Het bevat de wapens van de beide geslachten en is gedekt door een kroon en aan de ene kant een hellebaardier en aan de andere kant een griffioen. Behalve de koperen lezenaar is er ook een nagietsel van ijzer. Deze staat naast de preekstoel en is 19-eeuws.

Lees verder Van Pallandt van Eerde en de band met de kerk in Ommen

Makkinga’s Mölle gaat weer draaien

Na een lange tijd van restaureren is het zover: Makkinga’s Mölle wordt 12 september officieel in gebruik gesteld.

De gerestaureerde zaagmolen Makkinga’s Mölle naast Historisch Museum Ommen.

Roelof Makkinga liet de molen in 1824 bouwen zodat hij in zijn eigen behoefte aan hout voor zijn timmerbedrijf kon voorzien. Nu de restauratie en ombouw naar de oorspronkelijke staat van zaagmolen klaar is, heeft Ommen er een prachtig monument bij: de enige (oude) zeskante zaagmolen in Nederland die nu weer op kleine schaal hout gaat zagen.

Open Monumentendag
Om dit heugelijke feit te vieren wordt Makkinga’s Mölle op zaterdag 12 september 2026 – Open Monumentendag – om 10.00 uur feestelijk geopend door burgemeester mevrouw Annemiek Jetten. Wij nodigen u van harte uit hierbij aanwezig te zijn en hopen op een zo groot mogelijke opkomst.

Met vriendelijke groeten
Bestuur, molenaars en zagers van de Stichting Ommer Molens

Bijzonder goed seizoen voor Olde Vechte: 20.000 bezoekers verwelkomd

Openluchtbad Olde Vechte in Ommen heeft de 20.000e bezoeker van dit seizoen verwelkomd.

De 20.000e bezoeker was Abdulahi uit Ommen. Hij werd feestelijk verrast door secretaris Age Koster en ontving een jaarabonnement voor seizoen 2027.

Zonnig seizoen
Een mooie mijlpaal in een zonnig seizoen waarin veel inwoners, vakantiegangers en andere bezoekers het zwembad weten te vinden. Reden genoeg voor een feestje. Daarom verstopt Openluchtbad Olde Vechte op zaterdagmorgen 15 augustus vanaf 9.00 uur maar liefst 55 badeendjes in het centrum van Ommen, waarmee de vinders een leuke prijs kunnen winnen.
Met de ludieke badeendjesactie wil het zwembad deze mooie mijlpaal samen met Ommen vieren en laten zien dat het een bijzonder goed seizoen beleeft.

Lees verder Bijzonder goed seizoen voor Olde Vechte: 20.000 bezoekers verwelkomd

Ommen in trek voor het ambt van burgemeester: 36 personen willen graag

Maar liefst 36 personen willen burgemeester van Ommen worden.

Vacant
Totaal hebben 36 personen gesolliciteerd bij de Commissaris van de Koning Andries Heidema. Het gaat om 13 vrouwen en 23 mannen. De leeftijd van de kandidaten ligt tussen de 35 en 62 jaar. De kandidaten hebben verschillende professionele achtergronden, zowel in het openbaar bestuur al daarbuiten.
Het burgemeestersambt in Ommen is sinds 10 april van dit jaar vacant door het vertrek van burgemeester Hans Vroomen. Sinds die tijd is Annemiek Jetten waarnemend burgemeester. Achtergrond procedure Op 2 juli heeft de gemeenteraad van Ommen het profiel van de nieuwe burgemeester vastgesteld. De sollicitatietermijn liep van 7 juli tot en met 7 augustus. Met het sluiten van de sollicitatietermijn begint de volgende fase, waarbij de Commissaris van de Koning zich verder verdiept in de sollicitanten en gesprekken voert. Daarna deelt hij zijn bevindingen met de vertrouwenscommissie, een commissie bestaande uit raadsleden, en wordt er een selectie gemaakt.

Selectie
De vertrouwenscommissie gaat met deze selectie van kandidaten in gesprek. Op basis van deze gesprekken brengt de commissie verslag uit aan de gemeenteraad van Ommen en doet een aanbeveling. Het is uiteindelijk aan de raad om de beste kandidaat voor Ommen bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor te dragen. De minister gaat met de kandidaat in gesprek en draagt deze vervolgens voor benoeming voor bij de Koning. Naar verwachting kan de nieuwe burgemeester voor de gemeente Ommen in januari aan de slag.

Bron: Gemeente Ommen

Spelweek Ommen: voor de kinderen de mooiste week van het jaar

Het is deze week spelen geblazen voor de kinderen uit Ommen en omgeving.

Foto: Spelweek Ommen in 2000

Hutten bouwen
Voordat de basisscholen weer beginnen wordt de jaarlijkse spelweek georganiseerd. Sinds 1975 is deze spelweek er voor de jeugd van 4 tot en met 12 jaar. De belangtelling is altijd groot. Ook dit jaar zijn de uitgegeven deelnemerskaarten uitverkocht. Vanaf maandagmorgen 10 augustus tot en met vrijdag 14 augustus verzamelen vijf dagen lang de kinderen zich bij de Carrousel om mee te doen aan tal van spelactiviteiten. Een week vol bouwen, spelen, sporten, op pad gaan en vooral heel veel plezier maken. Hoofdmoot is toch wel het bouwen van hutten op het grasveld, gelegen tussen het gemeentehuis en de Carrousel. Elk jaar wordt gewerkt met een thema. Dit keer is dat ‘Beroepen’.

<!–more–Uitverkocht
Zoals gezegd is in de laatste week van de basisschoolvakantie de jeugd ’s ochtends in de weer met hamers, spijkers en planken. Een heel huttendorp verrijst dan ook de komende dagen weer uit de grond. ’s Middags zijn er spelletjes. Deze traditionele spelweek wordt mogelijk gemaakt dankzij de inzet van vrijwilligers, sponsoren en de gemeente Ommen. Dat de Spelweek nog steeds niet aan populariteit hoeft in te boeten, bleek wel uit het feit dat de ruim driehonderd beschikbare weekkaarten al in het eerste weekend van de schoolvakantie volledig uitverkocht waren.

Foto’s: Spelweek Ommen in 2000

Tekst: Harry Woertink – Foto’s: Jan Ezendam

Herberg De Hongerige Wolf, een van oudsher bekende pleisterplaats aan de Hessenweg

De Hongerige Wolf is al vele eeuwenlang een bekend punt tussen Ommen en Hardenberg. Vroeger een boerderij met een herberg.

 Herberg De Hongerige Wolf ca. 1950.

Zie ook het album “Restaurant De Hongerige Wolf

De Hongerige Wolf is een van oudsher bekende pleisterplaats aan de vroegere Hessenweg, de vroegere zeer belangrijke verbinding naar Duitsland. Het is door de eeuwen heen een boerderij geweest waarvan de eigenaar een vergunning voor het onderbrengen en verzorgen van gasten bezat; een herberg en plaats waar paarden op hun lange reis werden verzorgd of verwisseld. Naast de boerderij stond een schuur met “doorrit” waar paard en wagen van doortrekkende reizigers konden worden gestald. De laatste bewoner van de herberg was Egbert Stoevelaar, die in 1966 het pand verkocht aan Jurjen Pool. Toen kwam er een café-restaurant dat in 1976 afbrandde, maar De Hongerige Wolf kwam terug.

Naam
De eeuwenoude herberg De Hongerige Wolf dankt zijn naam aan een aardige middeleeuwse love-story, die zich hier moet hebben afgespeeld. Ene Jonker Rudolf zou – door stom toeval – op het laatste moment zijn geliefde Jonkvrouw Ida uit de klauwen van een hongerige wolf hebben kunnen bevrijden. Het was een gebeurtenis waar de hele streek vol van was en zo valt het te begrijpen, dat niet zo lang na de mislukte aanval van het ondier dicht bij de bewuste plek een herberg werd gebouwd, die de toepasselijke naam “De Hongerige Wolf” kreeg.

Egbert Stoevelaar
In 1958 was nog sprake van oude wat vervallen behuizing met naast de deur een vaag beschilderd houten bord, waarop met wat goede wil een vervaarlijke wolf in het woud is te onderscheiden en duidelijker daaronder: “Hongerige Wolf. Zwak alcoholische dranken. E. Stoevelaar”. De op het bord genoemde Egbert Stoevelaar was toen 79 jaar en hij woonde, evenals zijn zoon, in een noodwoning terzijde van de oude herberg annex boerderij. De zaak was natuurlijk toen dat De Hongerige Wolf een paar jaar eerder zulke kwalijke ouderdomsverschijnselen vertoonde, dat er een bordje “onbewoonbaar verklaarde woning” voor de ramen kwam te hangen. Dat hield niet zozeer direct verband met de scheuren en de verzakkingen dan wel met het nogal zeldzame feit, dat uit de eeuwenoude muren en het hout miljoenen insectjes gekropen kwamen. Lees verder Herberg De Hongerige Wolf, een van oudsher bekende pleisterplaats aan de Hessenweg

Varsen zonder stress

Wie zich in Varsen bevindt heeft weinig last van stress.

Roodbruine Vechtdal runderen grazen in de graslanden van het natuurgebied langs de Vecht.

Opvallende borden
Althans dat beloven de borden aan de rand van ‘Erve Vechtdal – Koesafari’ aan de Larinkmars. “Stress Vrije Zone” zo luidt het opschrift van de opvallende borden die de route aangeven naar de locatie, gelegen dicht aan de Vecht en ontsloten door een fietspad over de Larinkmars. Er zijn meer opvallende (verkeers)borden die Varsen sieren: “Let op! Er kan nog een koe aankomen”.
Deze borden verwijzen eveneens naar de locatie van de Erve Vechtdal Koesafari, waar kuddes Roodbruine Vechtdal runderen grazen in de graslanden van het natuurgebied aan de Vecht en koeien soms het fietspad oversteken.

Marke Varsen
De buurtschap Varsen was eerder een van de veertien boerenmarken in de gemeente Ommen. Gelegen aan de Vecht waren de gronden vanwege het diverse keren overstromen van de Vecht goed bemest. De oorspronkelijke bewoners beoefenden de landbouw. Er werd gejaagd op wild en er werd vis gevangen in de Vecht. Als esdorp werden de hoger gelegen gronden gebruikt als akkerland voor onder andere rogge. Op de lager gelegen ‘marsen’ de wei en hooilanden, graasden de koeien.

Onbegaanbaar
De Vecht is niet altijd de rustig door het landschap slingerde rivier geweest die hij nu is. Vroeger was het een wilde rivier die de gebieden aan de Vecht regelmatig deed overstromen. Gevolg was dat kinderen uit Varsen dikwijls de school in Ommen niet konden bereiken, doordat de weg door overstroming van de Vecht onbegaanbaar was gewonden. Om de kinderen toch naar school te kunnen laten gaan, bouwden de boeren in 1779 stiekem hun eigen school op de brink. Voor de bouw van deze school is pas achteraf toestemming gevraagd. De school heeft zeker 60 jaar gestaan, maar is lang verdwenen.

Schippersherberg
Het overstromen van de Vecht maakte het leven in Varsen er niet gemakkelijker op. Waar de Vecht en Regge samenkomen stond eerder de boerderij met de bewoners Asse Geerts en Clasien Roelofs. De boerderij had twee namen: “Den Stramp” of “Dunnewind”. Over de strook (Stramp) waaide vaak een sliertige of dunne wind. Omdat de boerderij dicht bij de Vecht was gelegen werd deze boerderij vroeger ook gebruikt als een soort herberg voor de schippers. Door overstromingen van de Vecht kwamen vele bunders lage grond steeds onder water te staan en was de erve Dunnewind helemaal geïsoleerd.

Toen bleek dat Bentheimer zandsteen een regionale en zelfs landelijke betekening kreeg, ging de Vecht een belangrijke rol spelen als transportader. Tien eeuwen lang (900 – 1900) werd Bentheimer zandsteen vanuit graafschap Bentheim over de Vecht vervoerd. Onder andere de bloei van de Vecht zorgde voor de opkomst van de nodige schippersherbergen. Door het drukke scheepvaartverkeer vestigden zich om de 3 – 5 kilometer enkele boeren op een hoog plekje aan de Vecht, waar dan tevens een schippersherberg kwam. Veel boeren verdienden op deze wijze een aardig centje bij.

Klik op deze link voor de geschiedenis van Erve Vechtdal Koesafari

Tekst/foto’s: Harry Woertink

Erve Dunnewind van schipperslogement naar Vechtdal Koesafari

In Varsen is Erve Vechtdal Koesafari een toeristisch trekpleister. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.

Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden in 2020 met de zestig koeien naar Varsen. Het team van Simone en Rik Jansen doen hier ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. Lees verder Erve Dunnewind van schipperslogement naar Vechtdal Koesafari