Volgend jaar is het 800 jaar geleden dat de Slag bij Ane plaatsvond.

Een diorama van de ‘Slag bij Ane, 28 juli 1227’, aanwezig in het Nationaal Tinnenfigurenmuseum in Ommen.
Jubeljaar
Op 28 juli 1227 versloegen de Drenten (onder leider Rudolf II van Coevorden) het leger van bisschop Otto II van Utrecht. De herdenking en viering van de Slag bij Ane – op de grens van Overijssel en Drenthe – zal in 2027 zal niet ongemerkt voorbijgaan. De gemeenten Coevorden en Hardenberg werken samen met de Overijsselacademie, inwoners, culturele instellingen, musea, ondernemers en het onderwijs. In het jubeljaar worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals theater op locatie, wandel- en fietsroutes, en lesprogramma’s.
Stadsrechten
De Slag bij Ane was een beslissende en unieke gebeurtenis in de middeleeuwse geschiedenis van Nederland. Daarom ook dat in 2027 hierbij stil gestaan wordt met activiteiten om deze gebeurtenis te herdenken en vieren. Het jubileumjaar is een kans om de geschiedenis opnieuw te beleven. En terug te brengen naar vandaag. De regio zoals wij die vandaag kennen, begon bij De Slag bij Ane. Op 28 juli 1227 versloegen de Drenten (onder leider Rudolf II van Coevorden) het leger van bisschop Otto II van Utrecht. De Slag bij Ane veranderde wie de macht had in de regio. Mensen gingen meer samenwerken. En keken binnen de regio meer naar elkaar om. Na de Slag bij Ane ontstonden Kasteel Hardenberg en de stadsrechten van Ommen en Zwolle, en kwamen er verschillende kloosters.
In de zomer van 2027
De meeste activiteiten vinden plaats in de zomer van 2027. De verhalen, routes en het lesmateriaal blijven daarna bestaan. Deze viering is onderdeel van het programma ‘Vrijetijd en Verhalen van het Landschap’ binnen de Regio Deal Zuid- en Oost-Drenthe II. “Vanuit dit programma versterken we het gevoel van verbondenheid met de regio. Dat doen we met toeristische, educatieve en culturele projecten”, aldus de organisatie.
“Uit strijd groeide verbondenheid. Uit conflict een gemeenschap. 800 jaar later vieren we wat ons verbindt.”
Tekst/foto: Harry Woertink








