Oude brandput blootgelegd in centrum van Ommen

Archeologen hebben in Ommen een oude brandput blootgelegd.

Archeologen leggen de oude brandput bloot aan de Middenstraat in Ommen

Brandput
Het gaat om één van de 8 brandputten die Ommen vroeger had om met het water uit de put branden te blussen. De gemetselde put is twee meter diep en staat zichtbaar in het grondwater. Archeologen legden maandagmorgen aan de Middenstraat 22 de oude brandput voor even bloot, juist voordat hier de bouw van zes nieuwe woonappartementen begint. Na (fotografische) vastlegging verdween de brandput ’s middags weer onder het zand.

Leren brandemmer
Brand was vroeger een ramp. Een brandverzekering bestond nog niet. De stad Ommen had brandwachten en brandputten. In 1808 werden verdeeld over de kom van Ommen op een 8-tal plekken stadsputtten gegraven; onder andere op het Vrijthof, Middenstraat en Bermerstraat. Deze brandputten diende voor het nodige bluswater. Een slang in de put en dan maar pompen. Het water werd in een leren emmer naar de brand gedragen, waartoe men een lange rij van helpers opstelde, die de emmers van de een naar de andere doorgaven. In 1730 was voor het verkrijgen van het burgerrecht van de stad Ommen behalve een flinke som geld ook een leren brandemmer voor de brandweer een verplichte bijdrage.

Water
Bij brand werd eerder het bluswater uit de Vecht gepompt. De eerste brandpuit werd door de brandweer aangeschaft in 1743 en een tweede spuit 1822. De spuiten waren gestationeerd in een in 1807 tegen de muur van de hervormde kerk gebouwd brandspuithuisje. In 1827 werden de putten vervangen door pompen om de inwoners te voorzien van (drink)water.

Vuur en vlam
‘Brand!’, ‘Brand!’, klinkt het uit verschillende monden op woensdag 8 augustus 1822 als Ommenaren vuurtongen boven hun stadje zien en witte rookpluimen. Ook Egbert Brinkman ontdekt vanaf zijn land iets buiten de kom van Ommen dat het niet pluis is en keert snel te voet naar huis, achterna gekomen door zijn vrouw en kinderen. Dicht op de plek des onheils ziet Brinkman tot grote ontsteltenis dat zijn huis in lichterlaaie staat. En niet alleen van hem maar ook belendende percelen staan in vuur en vlam. De huizen branden als een fakkel. Vuurheren treden regelend op bij pogingen de brand te blussen. De slang van de brandspuit is op de naburige brandkolk aangesloten en inwoners staan rij in rij om telkens de met water gevulde leren emmers op de vuurhaard te gooien. Iedereen doet wat hij of zij kan. Uit de gevaar lopende huizen worden goederen weggesleept. Maar het mag allemaal niet baten. Totaal gaan 30 huizen en twee schuren in vlammen op.

In 1841 had de stad Ommen de beschikking over 2 brandspuiten, 20 emmers, 160 brandhaken en 50 bijlen.

De brandput aan de Middenstraat

Tekst en foto’s: Harry Woertink

Publiek maakt kennis met Ommerschans: nog veel zichtbare sporen van het Kolonieverleden te zien

OMMERSCHANS – Met de bedoeling om de mensen in de wijde regio kennis te laten maken met de Ommerschans werd zaterdag een zogeheten publieksmorgen gehouden.

Gids Henk Hiemstra (midden) wijst de wandelaars op de sporen van de kolonieperiode.

Kolonie
Belangstellenden konden aan de hand van een gids meewandelen en luisteren naar de historie van het gebied. Daarbij kon gekozen worden uit een natuur-, een landbouw- of een historische wandeling.
De Ommerschans is een historische plek gelegen ten noorden van de gemeente Ommen. Ooit gebouwd als verdedigingswerk in de 17e eeuw, later een bedelaarskolonie. Wie de Ommerschans nu bezoekt belandt in twee werelden: een wonderlijk open landschap en het gesloten beboste gebied bij de oude schans. Er zijn nog veel zichtbare sporen van het Kolonieverleden.

Landbouw
Het was generaal Johannes van den Bosch die voor de Maatschappij van Weldadigheid in 1822 de verlaten verdedigingsschans nieuw leven gaf. Hij wilde armoedige gezinnen na de Franse overheersing helpen. Van den Bosch liet een gesticht bouwen voor 1000 tot 2000 bedelaars. Bedelarij was strafbaar in Nederland en Van Den Bosch sloot een contract met de overheid om deze gestrafte bedelaars op te vangen. Rondom de schans verschenen 21 grote boerderijen waarop kolonisten te werk gesteld werden.
Melkveehouder Henk Hiemstra (71) geboren en getogen in de Ommerschans neemt via het uitgezette “Landbouwpad” de deelnemers mee buiten de ring van de schans. Het Landbouwpad voert langs de oude landbouwgronden van de voormalige kolonie. Je wandelt door verschillende landschappen: van open velden tot bosrijke gebieden.

Boekweit
“Het gebied is door de eeuwen heen is gevormd. De sporen van de kolonieperiode zijn nog steeds zichtbaar”, legt Hiemstra uit. “Kenmerkend voor de kolonie van Weldadigheid is de planmatige, rechthoekige verkaveling van de van oorsprong veenachtige moerasgronden. Generaal van den Bosch vormde het landschap en het landschap vormde de mensen”, aldus Hiemstra. “In de beginperiode werd en boekweit verbouwd om het land klaar te maken voor landbouw, zodat er later ook andere gewassen als aardappelen, rogge en groenten konden groeien. Daarnaast was boekweit vroeger dagelijkse kost in de kolonie. Van de zaadjes werd meel gemaakt voor pap, pannenkoeken of grutten”.

Zwaar werk
Kolonisten kregen dagelijks één karige warme maaltijd voorgeschoteld. De overige maaltijden moesten ze zelf verdienen. Voor het zware werk kregen ze wekelijks stukloon uitbetaald. Het maximum weekloon werd in de beginjaren vastgesteld op 1 gulden en 27 cent. Hiervan werd 91 cent ingehouden als kostgeld voor de dagelijkse warme maaltijd, kleding en huisvesting. De resterende 36 cent werd uitbetaald in de vorm van koloniemunten of winkelkaarten, die echter alleen in de koloniewinkel besteed kon worden.
‘Wie niet werkt, zal niet eten’, was in de begin jaren uitgangspunt van de straf- en bedelaarskolonie. Het werk op het land was loodzwaar, de verdiensten minimaal, het rantsoen gebrekkig en de medische voorzieningen allerbelabberdst. Lokale overheden stuurden massaal hun burgers die niet in staat waren om te werken en feitelijk arbeidsongeschikt waren naar de straf- en bedelaarskolonie. De bedelaarskolonie Ommerschans werd op die manier een vergaarbak van mensen die in de gewone maatschappij niet mee konden komen. De begraafplaats is een blijvende en nog zichtbare herinnering aan het harde leven van de kolonisten. In 1890 werd de bedelaarskolonie opgeheven.

Tekst/foto: Harry Woertink

Familiehotel Het Laar in 1904 vergaderplek voor Regt en Geschiedenis (2)

Het is 11 juni 1904 als “De Vereeniging tot beoefening van Overijselsch Regt en Geschiedenis” voor Ommen heeft uitgekozen als vergaderlocatie voor haar Zomervergadering.

 Gezicht op Ommen vanaf de Zwolse weg ca. 1904 met o.a. gemeentehuis, Hervormde kerk en molen Den Oordt.

Al sinds 1858 houdt deze Overijsselse historische vereniging zich bezig met de geschiedenis van Overijssel. Leden van de Vereeniging komen twee keer per jaar bijeen, op de Zomervergadering en Wintervergadering. Beide keren worden hiervoor bijzondere plekken in de provincie bezocht, gecombineerd met interessante lezingen. Dit keer dus Ommen waar het familiehotel Het Laar van de familie Lokin onderdak biedt. Uit de archieven het tweede deel van deze bijeenkomst en historische rijtoer.

Den Steilen Oever
`Eerst werd de weg opgereden richting Den Ham. Links passeerden wij hier den Besthmenerberg, het punt minder hoog dan de Lemelerberg, maar dat zich toch voor ’t oog als een forsche heuvel voordoet. Iets verder komt men aan de bosschen van Eerde. Het Huis Eerde zag men op eenigen afstand aan ’t eind der oprijlaan. Terugkeerende stegen wij uit bij het mooiste punt wellicht uit heel de omgeving: den Steilen Oever. Het riviertje de Regge stroomt tusschen den Lemeler- en den Besthemerberg. Wij zijn hier vrij hoog, circa 50 voet. Het dal van de Regge strekt zich voor ’t oog uit, rechts ziet men de buurtschap Klein Archem, links de bosschen van Eerde, daarachter die van het Huis Archem en aan den horizon den Lemelerberg. ’t Is een zeer mooi uitzicht. De rivier is zooals men weet verbeterd. Langs de nieuwe bedding ziet men de smalle, blauwe, levende streep; vlak langs den steilen oever is de oude bedding. Zij die Ommen of ’t Laar bezoeken en niet bang zijn voor een uurtje wandelen, moeten dit mooie punt in ’t oog houden. Wij keerden naar de rijtuigen terug om, na nog even terug te zijn gegaan, bij den tol den weg naar de richting Lemelerberg in te slaan. Spoedig kwamen wij bij „de Nieuwe Brug”, het historisch punt waarop de heer Hoefer de aandacht had gevestigd.

De brug is nog steeds „nieuw”. Zij is nu van ijzer opgetrokken en zal wel wat langer mee kunnen dan de vroegere. Het zijn nog altijd een paar eenvoudige herbergen, die men hier vindt. Vermoedelijk hebben de heeren Staten uit vroegeren tjjd hun eigen reiswagen of wel eenige tenten meegebracht, want de ruimte voor groote bijeenkomsten moest hier buiten de gebouwen worden gezocht. Daar de Lemelerberg te ver was voor den toer, keerden wij, na den mooien weg eenigen tijd te hebben vervolgd, terug. ’t Ging nu weer de spoorlijn over en bij Ommen vóór de brug linksom, boven langs het Laar en langs Ada’s hoeve naar de Laarmanshoek bij de brug over de Regge. Lees verder Familiehotel Het Laar in 1904 vergaderplek voor Regt en Geschiedenis (2)

Familiehotel Het Laar in 1904 vergaderplek voor Regt en Geschiedenis (1)

Het is 11 juni 1904 als “De Vereeniging tot beoefening van Overijselsch Regt en Geschiedenis” voor Ommen heeft uitgekozen als vergaderlocatie voor haar Zomervergadering.

 1904 – Huize Het Laar met Orangerie. Geheel rechts de woning van de beheerder Tokvoort.

Al sinds 1858 houdt deze Overijsselse historische vereniging zich bezig met de geschiedenis van Overijssel. Leden van de Vereeniging komen twee keer per jaar bijeen, op de Zomervergadering en Wintervergadering. Beide keren worden hiervoor bijzondere plekken in de provincie bezocht, gecombineerd met interessante lezingen. Dit keer dus Ommen waar het familiehotel Het Laar van de familie Lokin onderdak biedt. Uit de archieven een verslag van de vergadering van toen en de historische rijtoer.

Uit historisch oogpunt belangrijk
“In de laatste jaren viel vrijwel als regel de keus op Kampen, Deventer of een der grootere Twentsche plaatsen als het ging om de Zomervakantie. Men wilde nu eens beproeven of het niet mogelijk zou zijn in den zomer bijeen te komen ook op kleinere plaatsen, die zelf of wel wier omstreken uit historisch of oudheidkundig oogpunt belangrijk zijn. Nu de spoorlijn Zwolle – Ommen gereed was, kon men zonder groot bezwaar naar Ommen de schreden richten. Er waren een 20-tal leden aanwezig, een cijfer dat voor een proef bemoedigend mag heten. De samenkomst was belegd in ’t familiehotel het Laar, nabij ’t station Ommen, ’t welk bijzonder geschikt daartoe bleek te zijn. De voorzitter, mr. R. E. Hattink, opende kort na half elf de vergadering. Na mededeeling der namen van enkele leden, die de vereeniging door overlijden of bedanken had verloren, werden een viertal nieuwe leden benoemd: de heeren Mr. P. Wildervanck de Blécourt, griffier bij het kantongerecht te Ommen; F. E. baron Mulert, kapitein-luitenant ter zee te Hellevoetsluis; J. W. Doffegnies, burgemeester van Diepenveen en A. A. Beekman, leeraar aan de Hoogere Burgerschool te ’s-Gravenhage.

Stukje historie over Ommen
Het bezoek aan de gemeente Ommen en de voorgenomen rijtoer door de omstreken hadden den heer Hoefer aanleiding gegeven een en ander over de plaats en de omgeving bijeen te zamelen, om op deze wijze de samenkomst voor de leden nog meer vruchtdragend te maken. Wij kregen een stukje historie over Ommen als plaats. De naam komt ’t eerst voor in 1133 als geslachtsnaam, terwijl hij in 1227 als plaatsnaam en in 1319 als naam van het kerspel wordt aangetroffen. In 1248 kreeg Ommen van den Bisschop stadsrechten. De historie van Ommen is, zooals het met de meeste steden het geval is geweest, een aaneenschakeling van gevechten, brandschattingen, van rampen door ’t vuur of door stroopende benden veroorzaakt, van herstel door de energie van de ingezetenen of door de hulp van machtige bondgenooten. In 1332 werd het door de heer Van Voorst en Van Rechteren verbrand terwijl de overwinnaars zorgden, dat de wallen werden opgeruimd. In 1386 waren de vestingwerken hersteld. Lees verder Familiehotel Het Laar in 1904 vergaderplek voor Regt en Geschiedenis (1)

Gereformeerd en Hervormd Ommen samen verder

Voor Ommen een historisch feit: de Gereformeerde Kerk en de Hervormde Kerk gaan samen verder als één Protestantse gemeente.

1968. Hervormde Kerk.

PKN
Eerdere pogingen gedaan vóór de coronaperiode om tot een fusie te komen sneuvelden, maar nu is het zover dat beide kerken gaan fuseren. Vele kerken in den lande gingen Ommen reeds voor om zich aan te sluiten bij de landelijke Protestantse Kerk Nederland (PKN). “Na een intensief en waardevol proces van samen optrekken staan we als Gereformeerde Kerk en Hervormde Gemeente op het punt om samen verder te gaan als Protestantse Gemeente Ommen. Een bijzonder moment én een nieuw begin”, laten de besturen van beide kerken weten.

Lees verder Gereformeerd en Hervormd Ommen samen verder

Ommen – Vecht – Het Laar

Ten zuiden van Ommen centrum ligt de historische buitenplaats Het Laar.

1910. Van 1903 tot 1922 had Het Laar de bestemming van familiehotel Het Laar, geëxploiteerd door hotelier Johannes Lokin.

Het Laar
Sinds het eind van de zestiende eeuw is er al sprake van ‘Havezathe Laer’. Midden 1700 werd het huis verbouwd tot een gebouw in Franse stijl en een imposant park aangelegd met een lange oprijlaan. Ook werden prachtige beuken- en eikenlanen aangelegd. Het huis diende met name als jachtslot. Het Laar stond in de Besthmer Marke, die tot 1853 heeft bestaan. Dat de naam ‘Laer’ veranderde in Laar heeft te maken met de nieuwe Hollandse spelling. De correcte schrijfwijze is dan ook Het Laar; ook bij de Rijksdienst Cultureel Erfgoed is het landgoed geregistreerd onder de naam Het Laar.

Lees verder Ommen – Vecht – Het Laar

Subsidie voor beleving en toegankelijkheid Ommerschans

OMMERSCHANS – Om de toegankelijkheid te verbeteren en de beleving te vergroten kan de Ommerschans rekenen op een gemeentelijke subsidie van 100.000 euro.

2018. “Jaar van de Ommerschans” met activiteiten op de schans.

Verhaal zichtbaar maken
Vanwege de historische waarde van het gebied, maar ook het belang om het gebied toegankelijk en het verhaal zichtbaar te maken voor een breed publiek heeft ook Provinciale Staten op 13 november 2025 toegezegd bij te dragen aan de cofinanciering van dit plan. Er worden meerdere informatiedragers ontwikkeld om het verhaal van de Kolonie Ommerschans op een aantrekkelijke wijze naar voren te kunnen brengen. Het gaat daarbij om websites, informatie- en overzichtsborden, buitenpanelen, kwalitatief beeldmateriaal, video, podcasts en digitale touchscreens. Het collegevoorstel komt 18 juni aan de orde in de raadscommissie.

Lees verder Subsidie voor beleving en toegankelijkheid Ommerschans

Huize Het Laar in de verkoop

Burgemeester en wethouders willen af van Huize Het Laar en zetten het in de verkoop.

Huize Het Laar

Verkoop onder voorwaarden
Volgens het college is verkoop onder voorwaarden de meest kansrijke optie is voor een duurzame en toekomstbestendige invulling van het gemeentelijk landgoed. Uit onderzoek blijkt dat een maatschappelijke invulling, waaronder de door de gemeenteraad gewenste zorgfuncties, niet passend is binnen de beschikbare omvang en structuur van Het Laar. Verkoop van Het Laar onder voorwaarden biedt volgens het onderzoek de meeste aanknopingspunten voor een duurzame en toekomstbestendige invulling van het landgoed. Deze afweging is niet uitsluitend gebaseerd op financiële overwegingen, maar op een bredere beoordeling langs de lijnen van het vastgestelde vastgoedbeleid en het daarbij behorende afwegingskader.

Lees verder Huize Het Laar in de verkoop

Laarbos mooier dan ooit te voren

OMMEN – Wie nu in het Laarbos komt weet niet wat het ziet. Er was groot achterstallig onderhoud, maar dat is nu behoorlijk opgekalefaterd.

Een deel van het prieel staande vóór Huize Het Laar op het gelijknamige landgoed

Oud kaartmateriaal
Door de update lijkt het er op of Het Laarbos weer terug is gegeven aan de mensen. Een naald met een zitje, bankjes en zelf een amfitheater aan een poel om de kikkers te kunnen horen concerteren. Ook de fraaie uitkijkje op de hooilanden zorgen voor een aangenaam verpozen. In het Laarbos zijn diverse belevingspunten opgenomen, veelal geënt op de historische situatie. Drie voorbeelden: De takkenbrug over het Grand Canal. Deze vervallen brug is vervangen door een metalen takkenbrug, geïnspireerd op oude foto’s van de brug. Het watersysteem rond landgoed Het Laar is hersteld op basis van oud kaartmateriaal. De spiegelvijvers achter het huis waren dichtgegroeid en zijn nu weer in oorspronkelijke staat hersteld.

Takkenbrug

Dit verhaal publiceerden wij in 2013 maar is nog steeds actueel. Daarom opnieuw dit verhaal over één van de pareltjes in de gemeente Ommen: het Laarbos.

De Nering Bögelbank

Nieuwe gedenknaald
Aan het einde van het Grand Canal ligt een heuvel, die in een verkoopadvertentie uit 1782 al wordt genoemd. Door aanleg van een ronde betonnen zitbank is hier een bijzonder uitkijkpunt gemaakt. Vanaf dit punt is een vrij zicht over het Grand Canal naar Huize ’t Laar en de omringende weilanden. Lees verder Laarbos mooier dan ooit te voren