Ommen historisch belicht (14) de warenmarkt (een wekelijks gebeuren)

Ommen kent sinds mensenheugenis een markt. Elke dinsdag komen de marktkooplui naar Ommen met hun waar om deze aan de man of vrouw te slijten. In tegenstelling tot vroeger is er tegenwoordig geen veemarkt meer. Het gaat nu alleen nog om een warenmarkt. Deze markt bestaat uit verschillende kramen, verspreid over de Markt van Ommen. De markt is een ochtendmarkt en wordt gehouden van 8 tot 13 uur.

 Ommer Bissingh: jaarmarkt met kermis, 1906

Zie voor meer foto’s het album “Ommer Bissingh”.

De belangrijkste markt voor Ommen was ooit de jaarmarkt, de Ommer Bissingh. Uit de geschiedschrijving blijkt dat in 1567 al sprake is van de jaarmarkt op de tweede dinsdag in juli. De Bissingh voorzag stad Ommen en omliggende platteland van goederen en diensten. Hoewel nog steeds een jaarmarkt wordt gehouden is deze niet meer zoals vroeger.

Varkensmarkt

De goederen- en warenmarkt was eerder verspreid over de binnenstad, met name Brugstraat, Kerkplein en Vrijthof. Op de Markt zelf werden de varkens verhandeld. In de dertiger jaren tot aan de oorlog behoorde de varkensmarkt in Ommen tot een van de grootste varkensmarkten in Overijssel. Behalve handel werd de markt later ook een groot toeristisch trekpleister. Marktkraampjes met (boeren)gereedschap, touwen, werkkleding en klompen maar ook kramen met (gebakken) vis of leverworst complementeerden de varkensmarkt. Op 18 december 1990 werd de laatste de varkensmarkt gehouden. Deze werd na zo’n 150 jaar door de gemeente beëindigd omdat er verlies werd geleden.

Na een grootscheepse renovatie en herinrichting van de Markt kon op 11 juli 2016 voor het eerst een nieuw marktterrein in gebruik genomen worden. Daardoor verdween de wekelijks  warenmarkt uit de binnenstad en verhuisde naar een centrale plek, gelegen tussen Markt en Vechtkade, die daarnaast ook dienstdoet als parkeerplaats.

Meerdere markten

Tot 1940 kende Ommen meerdere plekken waar gehandeld werd. Op het Vrijthof, toen een mooi plein omzoomd met lindebomen, was de schapenmarkt. Het plein werd ontkracht met een doorbraak richting Julianastraat. Op de hoek van de Schapenmarkt/Kruisstraat woonde Jan Lemmers, die stadswaagmeester was. Op de straat langs zijn woning was de kippenmarkt. Hier werden, naar gelang van de jaargetijden, kippen en konijnen aangevoerd. Ook wild en huiden werden hier verkocht.

Om de hervormde kerk was de lappenmarkt waar ook andere spulletjes verkocht werden. Aan de noordzij van het Kerkplein was de botermarkt. Hier verkochten de boeren hun boter. Toen de zuivelfabriek het boter maken overnam werden er eieren op de botermarkt aangevoerd, maar de naam botermarkt bleef bestaan.

Veemarkt

Tussen het gemeentehuis en de daarnaast staande huizen met tegenover bakker Sonnenberg tot het postkantoor was de veemarkt, ook wel ‘Biestenmarkt’ genoemd. Hier werden wekelijks runderen aangevoerd en verkocht. Het vee stond voor de huizen langs en daartussendoor liepen de veehandelaren. Tegenover Flater tot voorbij enkele huizen verderop was de biggenmarkt. De gemeente plaatste hier elke dinsdagmorgen grote houten bakken waar de biggen dik in het stro konden liggen. Aan de westkant van het gemeentehuis werden op “Grote markten” paarden aangevoerd op de paardenmarkt. Grote markten waren: de Palmmarkt, de Paasmarkt, de Meimarkt, de Pinkstermarkt, de Bissingh, de Kermismarkt, de St. Michaelsmarkt, de Zuidlaardermarkt, de St. Maartensmarkt en de St. Nicolaasmarkt.

In het voorjaar werden onder de bomen naast de muziektent op de kalvermarkt kalveren aangevoerd. Naast en achter het Kantongerechtsgebouw was de varkensmarkt. Lopers, zouter, zeugen en beren kwamen in aparte hokken. Boeren voerden de varkens aan met paard en wagen. Om het lossen makkelijker te maken stond achter het Kantongerechtsgebouw een losplaats die 70 centimeter hoger lag dan het marktplein. De dieren die gewogen moesten worden gingen bij café Kouwen in de schuur op de waag.

Controle

Op marktdagen werden alle toegangswegen naar de veemarkt afgesloten en moesten de handelaren langs een controle voor het kopen van kaartjes die aan het verhandelen verbonden was. Door de mannen in dienst van de gemeente werd goed gekeken of ze niet meer varkens in de wagen hadden dan werd opgegeven.

Zomerfeest

Zoals gezegd, is de jaarmarkt niet meer wat het ooit is geweest. Wel wordt de Ommer Bissingh in ere gehouden met het gelijknamige zomerfeest ‘De Ommer Bissingh’. Aan de Ommer Bissingh zijn tegenwoordig een aantal feestdagen ‘gehangen’ verdeeld over meerdere woensdagen tot eind augustus. In de zeventiger jaren van de vorige eeuw ging het eerst om een feestweek. Om niet afhankelijk te zijn van het weer en ook om de vele toeristen iets te kunnen bieden zijn later de feesten verdeeld over zes of zeven woensdagen. Traditioneel als Ommen is wordt aan de vooravond van de jaarmarkt zelf, op de maandag er voor, de officiële openingshandeling gehouden met het luiden van de eeuwenoude bissinghbel.

Tekst: Harry Woertink- Foto: collectie OudOmmen.nl


Eerdere afleveringen uit de reeks: Ommen historisch belicht

In dienst van de stad, de stadsdichter (7)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 7, de stadsdichter.

Annie Slots-Brinkhuis (1934-2019) uit Archem de eerste officiële stadsdichteres van Ommen.

De stadsdichter zette de plaatselijke omstandigheden vaak in een kritisch daglicht, maar ook een mede inwoner kon slachtoffer zijn in het gedicht. Het kon gaan over alledaagse dingen of wat er stond te gebeuren en de dichter belangrijk genoeg vond om er een gedicht over te maken.

Spanjers Dieks

Hendrikus Spanjer – bekend als Spanjers Dieks – kreeg eind 1800 als volksdichter vermaardheid in zijn eigen woonplaats. Hij woonde in het zogeheten Bijlenhuis op de hoek Gasthuisstraat/Varsenerpoort. Op allerlei voorvallen, te pas of te onpas, maakte hij zijn gedichten. Inwoners konden bij hem terecht wanneer iets op rijm gezet moest worden. Hij was de man die jarenlang de “Nieuwjaarswensen” maakte, waarmee op nieuwjaarsdag de nachtwacht en de lantaarnopsteker de ronde langs de huizen deed. Van de vele gedichten van Spanjers Dieks is helaas weinig bewaard gebleven. Vóór zijn dood heeft hij alles verbrand in het open haardvuur, dat het woonvertrek verwarmde waar hij met zijn broer Jansen huisde. Op een plank in molen De Lelie stond een een gedicht van Spanjers Dieks: “Als de Heer de wind laat waaien. Over berg en akker zweeft. Dan kan deze molen malen. Het graan dat God het mensdom geeft.” Op 14 april 1984 is deze tekst opnieuw maar dan op een speciaal gedenkbord weer in de molen geplaatst door de “Gemienschop van Oll Ommer”.

Makkinga, Dijk en Seemann

In het rijtje van (stads)dichters horen zeker thuis Dieks Makkinga (1919-1995), Evert Dijk (1914-1995) en Broos Seemann (1934-1998). Ze kregen nooit een officiële benoeming als zodanig maar waren alle drie zeer bedreven in het maken van gedichten, de meesten in het dialect. Hun gedichten werden zeer gewaardeerd en dan ook regelmatig gepubliceerd zoals in De Darde Klokke of in door hen zelf uitgegeven gedichtenbundels.

Titel stadsdichter opnieuw ingevoerd

De gemeente Ommen kent nog steeds het fenomeen stadsdichter. Sinds 2010 is door de  gemeente Ommen de titel van stadsdichter en junior stadsdichter weer ingevoerd. Al vele dichters uit Ommen hebben sindsdien deze erefunctie op zich mogen nemen. In principe wordt elke twee jaar een stadsdichter en een junior stadsdichter gekozen. Zij schrijven gedichten en dragen deze voor tijdens speciale gelegenheden.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsdichter (7)

Ommer sproake voertaal op vergadering Gemienschop van Oll Ommer

OMMEN – Op de ledenvergadering van de Gemienschop van Oll Ommer is Johan Dankelman gekozen tot nieuwe voorzitter.

Johan Dankelman spreekt als nieuw gekozen voorzitter de vergadering toe.

Johan Dankelman (63) uit Witharen volgt Gerrit Steen op, na tien jaar voorzitterschap van de Gemienschop die zich met tradities en oude gebruiken bezig houdt.

De jaarvergadering vrijdagavond 3 februari 2023 was goed voor een volle zaal van het Hervormd Centrum, waar niet alleen werd vergaderd maar ook een komisch toneelstuk in het dialect “Amore richt zijn pijlen zelf” opgevoerd werd door toneelgroep uit Sibculo “Altied wille” wat staat voor “Altijd plezier”.

Plat

Zowel formeel als informeel praten Oll Ommer plat met elkaar. De Ommer sproake is de voertaal tijdens vergaderingen en in het jaarverslag.

Wi’j zol’n dit verhaal noew eigenlijk verdan mut’n goan in de Ommer sproake, schrief’m in ‘t dialect dus, zoas ze ok op de vergadering van Oll Ommer proat. Maar dat doe wi’j maar niet want dan binne wi’j bange dat meest’n van de lezers, ’t allemoale niet met kri’jgt, of begriept, vandoar da’w maar weer overgoat in ’t ABN.

Jaarverslag

Uit het jaarverslag van de ‘schriefster’ bleek dat er weer een druk maar bovenal succesvol jaar is geweest Oll Ommer. Ook de penningmeester kon melding maken dat de financiën van de vereniging prima op orde zijn. Naar totaal 335 adressen ging een uitnodiging van personen die als lid van Oll Ommer kunnen worden aangemerkt.

Lees verder Ommer sproake voertaal op vergadering Gemienschop van Oll Ommer

Ommen historisch belicht (7) 1908-2023 Crescendo 115 jaar

1908-2023 Crescendo 115 jaar: Crescendo uit Ommen maakt honderd vijftien jaar muziek. Op 1 februari 1908 werd de muziekvereniging Crescendo opgericht en is de oudste muziekvereniging in Ommen.

crescendo5.jpg
Begin jaren van de drumband met majorettes in 1967

Het is winter 1907. De heren van de VVV bespreken hoe ze het nieuwe jaar weer toeristen naar Ommen moeten lokken. Ze vinden dat Ommen toe is aan meer vertier. Een van de heren J. Lokin, is een groot muziekliefhebber en heeft zelf een muziekinstrument. ‘Het wordt tijd dat er Ommen een muziekkorps komt’ is zijn gedachte, want de muziek is niet alleen goed voor toeristen maar kan ook optochten muzikaal begeleiden. Lees verder Ommen historisch belicht (7) 1908-2023 Crescendo 115 jaar

Hoe lang zijn er nog hertjes in hertenkamp Ommen?

Hoe lang nog kunnen de hertjes in het hertenkamp van het Laarbos gevoerd worden?

1964. Hertjes kijken en voeren op het hertenkamp in het Laarbos, een geliefd uitstapje voor het hele gezin.

Met open hand hertjes voeren is een jeugdervaring voor velen, maar mogelijk in de toekomst niet meer voor kinderen. Als het aan het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) ligt, wordt het houden van deze dieren verboden. Dit vanwege gevaar op letselschade bij mensen.

Groot gemis

Het zal straks een groot gemis zijn voor de kinderen als er geen dam- en edelhertjes meer zijn, vooral ook omdat het hertenkamp een sociaal ontmoetingsplek is en een gratis uitje voor kinderen en hun (groot)ouders. Met de nieuwe regels mag de bestaande populatie worden behouden. Fokken of nieuwe dieren aanschaffen mag niet meer.

VVV

Sinds 1950 speelt het hertenkamp tegenover Huize Het Laar een sleutelrol op landgoed Het Laar. Een wandeling in het Laarbos kan mooi gecombineerd worden me een bezoek aan het hertenkamp. Het hertenkamp, toen nog gelegen achter het voetbalveld van OVC’21 was destijds een initiatief van de plaatselijke VVV, bedoeld om in het bosrijke gebied hertjes te kijken en te voeren. Niet alleen een plek voor de Ommenaren maar ook voor de toeristen. Het ging in eerste instantie om een klein aantal herten.

Gemeente

Waar de VVV echter geen rekening mee gehouden had was dat de herten ook bijgevoerd moeten worden en dat kost geld. De VVV-kas raakte leeg. Een financiële actie onder de burgerij leverde niet genoeg geld op. Aanleiding voor de gemeente Ommen om het hertenkamp in 1955 voor 250 gulden van de VVV over te nemen en de exploitatiekosten voor lief te nemen. De gemeente zag het nut van een hertenkamp in, ook al om de gemeenteraad telkens met vragen kwam in die richting.

Lees verder Hoe lang zijn er nog hertjes in hertenkamp Ommen?

In dienst van de stad, de lantaarnopsteker (6)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 6, de lantaarnopsteker.

Het laddertje van de Ommer stadslantaarnopsteker nu in het museum.

Gaan straatlantaarns tegenwoordig automatisch aan als het donker is, vroeger was dat anders. De stadslantaarnopsteker kwam er aan te pas, die de op olie brandende lantaarns aan moest steken en ook weer uitblazen, als ze tenminste niet vanzelf door gebrek aan olie of wind uitgegaan waren.

Ladder

Om bij de lantaarns te komen had de opsteker een houten laddertje tot zijn beschikking. De lantaarns waren meestal geplaatst op houten palen, voorzien van een dwarsklampje waartegen het laddertje dan gezet kon worden voor het aanteken of uitblazen van de lantaarn. Later kwam ze ook in een luxer uitvoering met een gietijzeren paal. De lantaarns werden ook alleen maar in de avonden van de wintermaanden aangestoken.

Vroeg naar bed

De lantaarns gaven enige primitieve verlichting aan degenen die de deur nog uit moesten. Bij het licht van de petroleumlampen was het in de straten toch nog vrij donker. Ze dienden louter als baken waar je je op kon richten en oriënteren. Zodra de lantaarnopsteker zijn laatste ronde had gedaan en de lampen gedoofd waren, daalde de nacht over Ommen. De mensen gingen toch vroeg naar bed…

Lees verder In dienst van de stad, de lantaarnopsteker (6)

Gereformeerd-vrijgemaakten Ommen 65 jaar eigen kerkgebouw (2)

Op de foto van de ‘eerste’ steenlegging in deel 1 zagen we dominee R. te Velde in jacquet, samen met de architect en de aannemer.

1958. Het nieuwe kerkgebouw aan de achterzijde. Het Ommerkanaal is hier nog in tact.

Dominee Te Velde was een enthousiaste ‘bouwpastoor’. Het kerkgebouwtje tot dan toe, aan de Wethouder Paarhuisstraat was krakkemikkig aan het worden. Men noemde het “De koek(‘n)deuze” en sommigen herinneren zich nog dat een hardboardplaat boven de preekstoel ver doorboog en dat er na een hoosbui vochtvlekken in zaten omdat het flink gelekt had.

Financiële acties voor de kerkbouw

Veel geld was er niet in die tijd, maar allerlei acties werden ontplooid om de kerkbouw te financieren. Dominee Te Velde was daar wel de motor van, met veel enthousiasme en ook met de nodige morele aandrang. Zo werden er aardappels gerooid met een hele groep gemeenteleden op het land van boer Braam wonende aan het eind van de Hamsgoren. De opbrengst was voor de kerkbouw.

Jeugdherinneringen aan Ommen

De heer en mevrouw Te Velde woonden met hun gezin (twee jongens en drie meisjes) van 1955 tot 1963 in Ommen; eerst op Stationsweg 10, de laatste 2 jaar in de pastorie naast de kerk. Het Ommerkanaal liep toen nog achter de kerk en de pastorie langs, met een brug en duiker in de Hardenbergerweg waaronder het hoogteverschil richting de Vecht zichtbaar was.

Lees verder Gereformeerd-vrijgemaakten Ommen 65 jaar eigen kerkgebouw (2)

Gereformeerd-vrijgemaakten Ommen 65 jaar eigen kerkgebouw (1)

Het is dit jaar 65 jaar geleden dat de gereformeerde kerk onderhoudende artikel 31, of wel de gereformeerd-vrijgemaakte kerk, in Ommen haar kerkgebouw officieel in gebruik kon nemen.

Vele kerkleden kijken toe hoe op 10 september 1957 de officiële steenlegging plaats vindt door ds. R. te Velde (midden), daarbij geholpen door de architect E. Reitsma (links) en de aannemer. Noot: Helemaal achteraan is te zien dat burgemeester Van Reeuwijk (met hoed) het jongste dochtertje van de dominee optilt.

De kerk werd nieuw gebouwd pal naast het afvoerkanaal van het Ommerkanaal, gelegen tussen de Trompstraat en de Groen van Prinstererstraat. Vanaf het ontstaan in 1947 werd eerst gekerkt in de padvindersboerderij en later in een houten keetje, toentertijd aangeduid met “de Koek’n deuze”.

Gedenksteen

Op 10 september 1957, een jaar vóór de officiële ingebruikname van het kerkgebouw, vond de officiële gedenksteenlegging plaats van een steen met de Bijbelse tekst: “Efeze 4:12. Tot opbouw van het lichaam van Christus. 10-IX Ao Di 1957”. Deze gedenksteen werd geplaatst door dominee R. te Velde, daarbij geholpen door de architect E. Reitsma en gadegeslagen door vele leden van de kerk.

Verbouwingen en uitbreidingen

Na 1958, toen het naastliggende afvoerkanaal inmiddels gedempt was, volgden er diverse verbouwingen en uitbreidingen. In 1966 kwam er een galerij, die echter in 2004, met de plaatsing van het nieuwe Edskes-orgel weer is gesloopt en opnieuw is opgebouwd.

Lees verder Gereformeerd-vrijgemaakten Ommen 65 jaar eigen kerkgebouw (1)

Vandaag worden wereldwijd de slachtoffers van de Holocaust herdacht

Sinds 2015 is de bevrijdingsdatum van Auschwitz-Birkenau, 27 januari 1945, een internationale dag van de herdenking.

Twee jaar geleden vond in Ommen ook een Holocaust herdenking plaats. Er was een stille tocht langs de huizen van de Joodse slachtoffers. Een impressie van de indrukwekkende tocht zoals we dat op 27 januari 2020 optekende en nu nogmaals publiceren.

Impressie van de stille tocht in 2020

Honderden belangstellenden bij stille tocht langs huizen van Joodse slachtoffers Holocaust in Ommen

OMMEN – De stille tocht langs huizen van Joodse slachtoffers trok maandagavond 27 januari 2020 honderden mensen naar het centrum van Ommen. Er werd massaal gehoor gegeven aan de oproep om mee te lopen langs huizen waar Joden hebben gewoond. Het maakte onderdeel uit van de herdenking Holocaust Memory Day georganiseerd door de stichting Ommen 75 jaar vrijheid.

Stolpersteine

Net voordat de stoet in beweging komt leest oud-stadsdichter Jannes Kuik een gedicht voor. “Gestapeld in barakken, het pad van de vrijheid was voor hen te ver. Laten we gaan lopen, op dat pad.” Het geeft ruimte tot nadenken. Twee tamboers van muziekvereniging SDG lopen voorop en geven het tempo aan. Pupillen en jeugdleden van voetbalvereniging OVC/JCO verzorgen de erewachten bij de Stolpersteine. Bij iedere woning waar Joodse Ommenaren hebben gewoond wordt voor de vermoorde Ommer joodse mensen een fakkel aangestoken en de namen voorgelezen door verschillende mensen, waaronder burgemeester Hans Vroomen. De stille omgang met totaal 27 brandende fakkels eindigt bij de Joodse begraafplaats aan de Dr. A.C. van Raaltestraat. Opperrabijn Jacobs gaat hier voor in gebed en houdt op indrukwekkende wijze zijn speech. De stille tocht werd voortgezet met een herdenkingsdienst in de Gereformeerde kerk met zang van het Kamerkoor Salland en toespraken van onder andere burgemeester Hans Vroomen en Opperrabbijn Jacobs.

Holocaust

“De holocaust is een niet te vatten gebeurtenis”, aldus burgemeester Vroomen in zijn toespraak in de kerk. “De massaliteit en de onontkoombaarheid, van het einde van zoveel mensenlevens. De sluwheid van een ideologisch gedreven systeem. Het op een mechanische, industriële wijze om het leven brengen. De ontmenselijking van individuen. Medemensen die een nummer werden in een administratieve categorie. Weggerukt bij alles wat hen lief was. Weggerukt uit alles wat tot dat moment normaal en vanzelfsprekend leek”.

“Mensen een gezicht geven”

Vroomen merkt op dat herdenkingen als deze belangrijk zijn. “Hoe kunnen mensen, zoals u en ik, uit ons midden, verworden tot een statistiek van de dood. Een statistiek van 6 miljoen Europese Joden, of een statistiek van 102.000 vermoorde Nederlandse Joden. De getallen lijken zo ongrijpbaar, dat je er nauwelijks nog menselijke gezichten bij kunt bedenken. Dat je je nauwelijks kunt voorstellen, dat het gaat over mensen zoals u en ik. Maar we kunnen deze tot nummer geworden mensen een gezicht geven. Misschien kunnen we hen losrukken uit de statistieken en uit de oneindige dodenlijsten”, aldus Vroomen.

Stadsgenoten

Vroomen had ook aandacht voor de gedeporteerde Joodse stadsgenoten. “27 inwoners van Ommen en 14 leerlingen van Eerde die soms kort, maar soms ook al generaties lang deel zijn van onze gemeenschap, blijken onderdeel van de statistieken te zijn. Door hen bij naam te noemen, door hun levensverhaal te vertellen, maken we deze nummers uit de statistieken weer mensen. Mensen die bij ons horen en blijven horen”, aldus Vroomen.

Waarschuwing

Opperrabijn Jacobs deed in zijn toespraak de waarschuwing dat antisemitisme nooit uit zal sterven en roept op tot waakzaamheid. “Een paar waren er maar fout en een paar maar goed. De rest zag het aan”.

Tekst en foto: Harry Woertink – 27 januari 2023 (herpublicatie)

In dienst van de stad, de stadsomroeper (5)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 5, de stadsomroeper.

1983. Stadsomroeper Hans Visscher laat zien hoe de Panne werkt.

Vroeger werd de kansel in de kerk niet alleen gebruikt als preekstoel, maar ook als plek om wereldlijke zaken door te geven. Met name op het platteland. Er was geen krant, en zou die er wel zijn, dan kon men hem vaak niet lezen. Wilde men het volk bereiken –zeker in die tijd ging men massaal op naar het bedehuis– dan moest de kansel fungeren voor de laatste nieuwsberichten. De predikant kreeg voor deze ”kerkenspraak” ook een kleine vergoeding.

Intrede stadsomroeper

Na de scheiding van kerk en staat ten tijde van Napoleon werden allerlei wereldse afkondigingen vanaf de kansel geweerd. De stadsomroeper deed zijn intrede om te wijzen op aanstaande verkopingen, boelhuizen, een rondreizende wonderdokter, wegschouw, bodediensten en ook wel zaken van politieke aard.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsomroeper (5)