De Vecht slingert door een prachtig natuurlijk dal: Vechtdal

In het Vechtdal genieten inwoners en toeristen van de mooie omgeving dat hij zelf geschapen heeft dankzij de Vecht.

Bij Oberdarfeld op het erf van boer Bertmaring zorgt een bronnetje voor het eerste water van de Vecht.

Bronnen
De rivier de Vecht (in Duitsland Vechte genoemd) ontspringt in het golvende landschap van de Baumberge in het Duitse Münsterland. Kwelzones vormen hier de bronnen voor riviertjes die in alle windrichtingen afstromen. Het laaggebergte van kalkgesteente met veel ondergrondse spleten en gangen zorgt er voor dat regenwater makkelijk diep weg zakt in de onderliggende kalkgesteenten. Het water komt weer tevoorschijn in bronnen die uiteindelijk de Vecht voeden. Deze bronnen zijn te vinden bij kasteel Darfeld en iets zuidelijker van Darfeld bij Oberdarfeld op het erf van boer Bertmaring. ‘Der Heimatverein Darfeld’ heeft in mei 1994 hier een grote kei geplaatst met daarop de tekst dat de naam Vecht terugvoert naar een Saksische prins Vechtan, die begin jaren 400 leefde en verdronk in dit water. Als deze legende waar is, moet de prins wel een bijzonder slechte zwemmer geweest zijn, want de Vecht is hier hooguit enkele meters breed.

Vechte
Bij Eggerode op de plek waar de Rockeler en Burlöer Bach samenvloeien samen komen gaat het riviertje verder als ‘Vechte’. Dit is ongeveer vijfhonderd meter vanaf de kerk bij een bruggetje waar een grote veldsteen de stroompjes markeert. Een bronnetje onder het altaar van de kerk in Schöppingen voedt eveneens de Vecht. In Eggerode staat een het kunstwerk van 21 granieten blokken die de 21 steden en dorpen aan de Vecht voorstellen, waaronder Ommen. De stenen spuwen met een druk op de knop Vechtewater.

Nordhorn
In Nordhorn stroomt de Vecht door de schilderachtige binnenstad en is door de Vecht als een eiland omsloten. Het scheepvaartverkeer was vroeger van groot belang voor Nordhorn. In de 18e en 19e eeuw bloeide Nordhorn en werd door de kooplieden goed geld verdiend in de transitohandel. Een tocht over water vanuit Nordhorn ging soms in één keer door via de Zuiderzee naar Amsterdam. Maar meestal vond in Zwolle de overslag plaats voor het vervoer van goederen naar de steden in het achterland. Zwolle was het centrum voor de beurtschippers. Langs de Vecht woonden z’n 77 schippers, waarvan dertien in Nordhorn. De voormalige textielstad is tegenwoordig een geliefde bestemming voor cultuurliefhebbers en winkelend publiek.

Natuurlijk Vechtdal
De Vecht vindt zijn weg door Duitsland om bij Gramsbergen aan de Holthemersteeg Nederland binnen te stromen. De Vecht slingert door een prachtig natuurlijk dal dat hij zelf geschapen heeft. In dit Vechtdal genieten inwoners en toeristen van deze mooie omgeving. Als kleinste van onze grote rivieren verbindt de Vecht op Nederlands grondgebied de drie gemeenten Hardenberg, Ommen en Dalfsen en mondt de rivier uit in het Zwarte Water bij Zwolle. De Vecht is een regenrivier met een lengte van 167 kilometer, waarvan 60 km in Nederland. Het stroomgebied van de Vecht beslaat 3780 vierkante kilometer. Belangrijke zijrivieren die zich bij de Vecht voegen zijn de Steinfurter Aa, de Dinkel en iets voorbij Ommen de Regge. Bij Gramsbergen stroomt een afwateringskanaal van het Coevorden-Vechtkanaal in de Vecht. Belangrijke plaatsen en gemeenten langs de Vecht zijn: Metelen, Wettringen, Schüttorf, Brandlecht, Nordhorn, Neuenhaus, Hoogstede, Emlichheim, Gramsbergen, Hardenberg, Ommen, Vilsteren/Oudleusen, Dalfsen en Zwolle. Dankzij de bevaarbaarheid van de rivier de Vecht en ook door haar strategische ligging kon Ommen lid geworden van het Hanzeverbond en mag zich Hanzestad noemen.

Zompen
De kronkelde Vecht was niet vlot bevaarbaar; tussen 1670 en 1900 werd er gevaren met zompen, zoals ook op de rivier de Regge die iets voorbij Ommen uitmondt op de Vecht. Een gemiddelde zomp had een laadvermogen van 8 ton, was ongeveer 12 meter lang en ongeveer 2,5 meter breed. De platbodem met een diepgang van 40 centimeter was bij uitstek geschikt voor de smalle, bochtige en ondiepe riviertjes. De zomp had een grootzeil en een fok. Wanneer er niet kon worden gezeild werd de schuit geboomd. Als de oever het toeliet kon de boot ook worden gejaagd. Het formaat liet toe dat één man een beladen scheepje aan de lijn tegen de stroom op kon trekken. Het scheepje had een klein vooronder waar de schipper en zijn knecht konden koken en slapen. Een verblijf in een (schippers)herberg had echter de voorkeur.

Borggraven
In de Hanzeperiode had Ommen geen echte haven. Wel was er een inham in de Vecht dat als haventje dienstdeed: Borgraven. Zo genoemd omdat bij onstuimig weer de scheepjes daar tijdelijk “geborgen” konden worden. De Borggraven was tevens de thuishaven voor de Ommer Vechtbevaarders. De tegenwoordige straatnaam “Burggraven” herinnert nog aan de dagen van weleer. Rond 1800 waren er in Zwolle 25 zompschippers, in Dalfsen ook 25 en 7 in Ommen. Hardenberg telde 14 schippers. Bekende Ommer schippersgeslachten waren Oldeman, van der Vegt, van Elburg en Foekert. De Ommer schippers woonden veelal aan of in de directe omgeving van het haventje. Toen de Vecht in de twintigste eeuw werd gekanaliseerd kwam deze haven te vervallen. Overigens was toen de scheepvaart grotendeels al verdrongen door vervoer over weg en rails.

Varen waar geen water is
De Vecht heeft tot ver in de 19e eeuw, een belangrijke rol gespeeld in de scheepvaart. De rivier kende een onregelmatige diepgang, waardoor in de zomermaanden de waterstand wel eens extreem laag kon zijn. De rivier was eigenlijk alleen goed bevaarbaar in de waterrijke tijd, ongeveer van oktober tot april. In de zomermaanden viel de rivier bijna droog en lag de scheepvaart soms weken achtereen stil. Bovendien was de rivier erg bochtig. De vaartijd van Zwolle naar Nordhorn was ongeveer 6 dagen. Bij een te lage waterstand werden er door de schippers dammetjes in de rivier opgeworpen. Zodra er voldoende water was verzameld, stak men de dam door en kon men weer (een stuk) verder varen. Dit was overigens op alle rivieren in Oost-Nederland een gangbare praktijk: varen waar geen water is.

Tol
Over de Vecht werden behalve Bentheimer zandsteen ook agrarische producten uit de omgeving vervoerd. Bij de Duitse grens moesten hoge tolgelden worden betaald. Om deze te ontlopen werd er door de schippers veel gesmokkeld. Er zijn voorbeelden bekend zoals zijden spek tegen het boord spijkeren en schinken aan een touw onder water meetrekken. Werd een schipper hierop betrapt, dan werd lading en schip verbeurdverklaard. Tegen betaling kon hij dat dan terugkopen. Als men het geld niet beschikbaar had, werd men door andere schippers geholpen.

Nieuwe Vecht
Om de vaartijd naar Zwolle te verkorten, werd rond 1600 de Nieuwe Vecht bij het Zwolse Berkum gegraven. Zwolle had namelijk het stapelrecht op alle goederen die over de Vecht werden vervoerd. Via de schutsluis Katerveer kon men de IJssel of de Zuiderzee opvaren of via Hasselt en het Zwolse Diep. In het midden van de 19e eeuw kwam het kanaal de Dedemsvaart en haar zijtak de Lutterhoofdwijk gereed. Zij vormden een kortere vaarweg tussen Coevorden en Zwolle en dat betekende dat het belang van de Vecht als vaarweg verminderde.

Kanalisatie
In 1908 werd de Vecht gekanaliseerd en werden er vele bochten afgesneden. Door deze en andere waterwerken daalde het water in de rivier naar een laag niveau en moest men besluiten om stuwen te bouwen: De Haandrik, Ane (inmiddels afgebroken) Hardenberg, Diffelen (bij Mariënberg), Junne, Vilsteren (1913) en Vechterweerd (1914) bij buurtschap Marshoek, tussen Dalfsen en Zwolle. Scheepvaart was vanaf toen niet meer mogelijk. Alleen vanaf de monding bij Zwolle tot aan de stuw bij Junne bleef bevaarbaar. Daar kwam verandering in toen in Hardenberg, Junne en Diffelen een schutsluis werd aangelegd zodat het mogelijk werd om met kleine recreatieve bootjes de Vecht op te varen tot aan Gramsbergen, waar de Vecht aansluit op het Overijssels Kanaal. In de afgelopen jaren zijn enkele oude Vechtarmen weer uitgegraven en aangesloten op de Vecht om de natuur meer kans te geven. Dit alles ook in het kader van het project Ruimte voor het water en ruimte voor de Vecht.

Klik op deze link voor het artikel ‘Varen waar geen water is’

Tekst/foto: Harry Woertink

Sint Willibrorduskerk Vilsteren prominent in beeld

Op het fraaie en uitgestrekte landgoed Vilsteren is de spitse toren van de stijlvolle Sint Willibrorduskerk prominent aanwezig.

De stijlvolle Sint Willibrorduskerk in Vilsteren.
Klik op deze link voor meer foto’s van de RK kerk in Vilsteren

Geschenk
De Rooms Katholieke kerk in Vilsteren dateert van 1897 en geschonken door de toenmalige eigenaar van het Landgoed Vilsteren, het echtpaar Cremers-Helmich. Ook de inrichting van de kerk was een geschenk van de familie Cremers. Toen de nieuwe kerk klaar was werd de oude kerk afgebroken en een nieuwe pastorie gebouwd die in 1901 in gebruik genomen kon worden.

Van statie naar parochie
In 1672 is Vilsteren voor de katholieken niet meer dan een statie, bediend door de paters Jezuïeten uit Zwolle. Twee jaar later komt pastoor Simon Beckhof vanuit Ommen naar Vilsteren. Hij moet vluchten omdat er door verandering van staat het voor katholieken niet veilig meer is. Na het overlijden van Beckhof in 1690 wordt hij opgevolgd door pastoor Weijer. Hij maakt van zijn stal een kerkje zodat de Vilsternaren kunnen kerken.

Willibrordus
In 1820 wordt voor het eerst een nieuwgebouwde kerk in gebruik genomen. Deze kerk, voorzien van een strooien dak en vierkante huisramen wordt gewijd door pastoor Meijer uit Zwolle. Als patroon van de kerk wordt dan ook de Heilige Willibrordus gekozen. Tot 1855 bleef Vilsteren een statie en de kerk was nooit officieel gewijd.

Lees verder Sint Willibrorduskerk Vilsteren prominent in beeld

Bouw nieuwe woningen in Beerze en Vilsteren

Plannen voor woningbouw in Beerze en Vilsteren krijgen groen licht van de raadscommissie.

Beerzerpoort 1 maakt plaats voor drie woningen.

Bouwplannen
In Beerze maakt een boerderij plaats voor drie woningen en in Vilsteren gaat het om een blok van vier woningen.
In Beerze is het Overijssels Landschap als eigenaar en beheerder van het 400 hectare grote landgoed al jaren bezig met de bouwplannen. Het gaat om het erf Beerzerpoort 1 dat op dit moment al een woonfunctie heeft. Op het erf worden een ligboxenstal en open kapschuur afgebroken. Het bestaande woonhuis wordt gerenoveerd, een rietgedekte stal getransformeerd in een woning en tot slot wordt ook een nieuwe vrijstaande woning gebouwd.

Lees verder Bouw nieuwe woningen in Beerze en Vilsteren

Beerze staat naast de boeren

BEERZE – Met spandoeken in het dorp laat Beerze publiekelijk weten zich zorgen te maken over de toekomst van het dorp.

Doek met tekst aan de Beerzerweg in Beerze.

Toekomst
De tekst van de doeken luidt:
“Voor ons betekent noaberschap ook: naast onze boeren staan.
Als inwoners van Beerze maken wij ons zorgen over de toekomst van ons dorp.
Wij hopen dat we oplossingen vinden waarin natuur, landbouw, recreatie én leefbaarheid samen toekomst houden.”

Tekst/foto: Harry Woertink

Landgoed Junne, één van de groene parels in Ommen

Landgoed Junne kent veel cultuurhistorische elementen zoals boerenhoeves, agrarische esgronden, houtwallen, stuifzanden en heidegebiedjes.

Boerderij in Junne met bakhuisje en waterput.

Esdorp
Op landgoed Junne bevinden zich boerderijen, (vakantie)woningen en een zagerij. Junne staat bekend om zijn gevarieerde bos. Junne is in de Middeleeuwen ontstaan als een esdorp op de overgang van de lage drassige gronden langs de Vecht naar de hoger gelegen gronden. De boeren hadden hier alles wat ze nodig hadden: akkers, weiden, hout en heide. Ze richten samen een genootschap op, de marke, waarin regels werden vastgesteld ten aanzien van aandeel en gebruik van de beschikbare gronden.

Lees verder Landgoed Junne, één van de groene parels in Ommen

Open Monumentendag in Ommen groot succes

OMMEN- Open Monumentendag in Ommen was ook dit jaar weer een groot succes.

Burgemeester Annemiek Jetten in Makkinga’s Mölle, geflankeerd door Berend Jan van den Boomen, voorzitter van de Stichting Ommer Molens. (foto: Ronald Bakker)

Monumenten
Op veel plekken gingen zaterdag de deuren open en maakten bezoekers kennis met het bijzondere erfgoed en de verhalen van Ommen. Van bekende monumenten tot locaties waar je normaal gesproken niet zomaar binnenkomt. De dag liet opnieuw zien hoeveel moois er in Ommen te zien en te ontdekken is. De hele dag trokken bezoekers langs kastelen, molens, musea, kerken en andere bijzondere locaties. Niet alleen inwoners van Ommen gingen op pad, ook mensen van ver daarbuiten wisten de verschillende plekken te vinden.

Lees verder Open Monumentendag in Ommen groot succes

Makkinga’s Mölle zaagt weer

Het heeft even geduurd en het kostte iets meer dan verwacht, maar zaterdag 12 september was het zover. Makkinga’s Mölle zaagt weer, tenminste als er voldoende wind is.

Bestuur, molenaars en zagers van de stichting Ommer Molens.

Meer wind
Na restauratie heeft de molen aan Den Oordt weer de oorspronkelijke functie van zaagmolen. Als officiële openinshandeling mocht burgemeester Annemiek Jetten het zaagraam in de molen aan het werk zetten. Door gebrek aan wind moesten de wieken wel met menskracht draaiende gehouden worden. Later op de dag was er meer wind en konden de wieken volop draaien. Momenteel heeft de molen slechts één zaag. De ontbrekende zagen zijn in bestelling.

Lees verder Makkinga’s Mölle zaagt weer

Adri Knappert heeft voor anderen veel betekend

Met een officiële bijeenkomst is zaterdag 12 september op landgoed Eerde de Legion of Honor Award postuum uitgereikt aan Adri Knappert.

Tijdens de ceremonie werden rond een kampvuur verhalen verteld over Adri als scout, verzetsstrijdster en onderduikmoeder en werd stil gestaan bij de Four Chaplains Memorial Foundation en hun bijzondere werk.

Joodse kinderen
De award is toegekend door de Four Chaplains Memorial Foundation Neder land voor de bijzondere verdiensten van Adri Knappert tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Ze heeft tijdens de oorlog dertien Joodse kinderen onderduik verleend, zodat zij allen de oorlog hebben overleefd. Haar daden tijdens en na de Tweede Wereldoorlog waren ook ingegeven door de maatschappelijke betrokkenheid van Scouting toen en nu. De Four Chaplains Memorial Foundation Nederland heeft daarom gevraagd aan Scouting Nederland, vertegenwoordigd door voorzitter Céline Blom, om de award in ontvangst te nemen.

Lees verder Adri Knappert heeft voor anderen veel betekend

Giethmen, een eeuwen oude buurtschap (2)

Dit is deel 2 over de historie van de buurtschap Giethmen.

Erve Luttikhof, de hofboerderij in Giethmen met een zandstenen waterput.

Erven Wolfscamp
Van het eerder overwegend agrarische Giethmen zijn lang niet alle boerderijen nog aanwezig. Die er nog wel zijn dateren van heel oud, maar zijn wel in vorm en gebruik in de loop van de jaren gewijzigd. Uit de geschiedenis blijkt dat deze hoeve al ter sprake komt omstreeks 1379. Aan deze monumentale boerderij aan de Koedijk 9 zijn de gebinten als vakwerk zichtbaar. Bovenin bevinden zich gaten waar steenuilen vrij spel hebben. Het gaat om de erve Wolfscamp, een oude erve die ook in het Markeboek van Giethmen wordt genoemd. Tot in de negentiende eeuw heetten de bewoners Wolfscamp en behoorde het toe aan de eigenaar van Landgoed Vilsteren. In 1870 wordt de erve gekocht door Peter Snel en in 1968 door de familie Van Dorsten.

Erve Luttikhof
In 1381 is sprake van een zogenaamde hofboerderij. Deze is beter bekend als erve Luttikhof. Bij de boerderij bevindt zich een zandstenen waterput en een met rode pannen gedekt bakhuisje. Ooit woonde hier de Hofmeijer van de Marke Giethmen, die namens de grondeigenaar het beheer uitoefende over de landerijen. De pachters moesten hier de jaarlijkse pacht betalen meestal in granen, wol en vlas dat werd opgeslagen in voorraadschuren. Tegenwoordig heeft de boerderij aan de Koedijk 3 een vakantiebestemming met Bed & Breakfast met de naam “Luttikhoeve” waar ook in het knusse “Bakhuisje” overnacht kan worden.

Kogelvangers
Niet meer functioneel maar nog wel zichtbaar in het landschap zijn de Kogelvangers van Giethmen Een viertal afgebakende heuvels op rij met steile zijkanten van tien meter hoog. Een drietal weggetjes ernaartoe. Dit alles gelegen in de natuur tussen de Oude Raalterweg en de Dalmsholterweg.

Lees verder Giethmen, een eeuwen oude buurtschap (2)

Giethmen, een eeuwenoude buurtschap (1)

De Ommer buurtschap Giethmen is eeuwenoud.

Op de woning van de familie Warmelink prijkt een bord met de tekst ‘Meisters Henduk’ verwijzend naar de hier wonende schoolmeester.

Marke Giethmen
Het begin. Op de hoger gelegen gronden kwamen de eerste bewoners. Zo ook langs de Regge. Geleidelijk ontstond de buurtschap Giethmen. In de elfde- en twaalfde eeuw werden de buurtschappen ongevormd tot Marken. Ze hebben eeuwenlang gefunctioneerd en kunnen gezien worden als gemeenschap van eigenaren van landerijen met rechten op de aangrenzende onverdeelde en onbebouwde gronden. Eens per jaar, of soms vaker, werd er een vergadering van de erfgenamen van de Marke gehouden, de zogenaamde “Holting” of “Holtspraek”. De voorzitter hiervan was de Markerichter. Deze behoorde meestal tot een van de adellijke grootgrondbezitters in de Marke. De Markerichter werd eens in de 3 of 4 jaar opnieuw herkozen. In Marke-regelingen werd het gebruik van gronden, de essen en het woeste land geregeld. Met aangrenzende Marken werden de scheidslijnen vastgesteld, beschreven en ter plaatste gemarkeerd met grote veldkeien, sloten, wallen stouwen, palen en aanwezige bomen of grote zandkuilen.

Lees verder Giethmen, een eeuwenoude buurtschap (1)