Eerder bekend als “Huis ten Hage” en ook “Huijs den Hagen” en later als “Erve Den Hof’ bezat Ommen in vroegere eeuwen een bisschoppelijk hof.
Kadastrale kaart van Stad Ommen in 1832 met de grote boerenplaats erve “Den Hof” (rood omlijnd). Het stond ongeveer op de plek van het huidige Zorgcentrum Oldenhaghen.
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer MIN04041B02
Deze grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht. Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Verhalen uit de overlevering vertellen dat de deel van het huis zo groot was dat een met twee paarden bespannen wagen op de deel kon omkeren. In 1665 genoot Bisschop van Munster er zelfs onderdak.
Oversticht
Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en het noordelijke gebied van het land genaamd Oversticht. De bisschop had zowel geestelijk als wereldlijk de macht. Na 1528 kwam de soevereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de Opstand in de Nederlanden (1566-1576) kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. Toen de Marken werden ingevoerd betekende dat ook de Bisschop aandelen verkreeg in de Marken, zogeheten ‘hoven’. Bekend is dat in de Marken van Ommen, Stegeren, Arriën, Varsen, Vilsteren en Archem dergelijke hoven bestonden. De hofbewoners moesten de Bisschop bijstaan met “hof- en krijgsdiensten”. Ze moesten dan ook in het bezit zijn van paard, harnas, speer of wapen. Bij het verminderen van de macht van de Bisschop werkte de hofbewoners zich steeds meer op. Hun huizen werden later havezaten. De geschiedenis van het bisschoppelijk hof is even oud als de geschiedenis van Ommen zelf. In het Oversticht, later de provincie Overijssel, waren meerdere soortgelijke bezittingen met een eigen rechtsgebied en wijze van rechtspraak.
Burgerschap
Voor het beheer van “Den Hof” was een Hofmeijer aangesteld die er ook woonde. De Hofmeijer was een geziene persoon als het ging om bestuurszaken. Met zijn mening in kwesties werd danig rekening gehouden. De personen verbonden aan een bisschoppelijk hof waren niet vrij. In oude stadsstukken werden ze Hovelieden genoemd. Om het burgerschap (of borgerschap) van de stad te krijgen moest de stad een gunst verlenen of moest de Hofheer zich vrijkopen. Lees verder Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (1) →