In het gevangenkamp Erika op de Besthmenerberg waren martelingen aan de orde van de dag.

1943. Gevangenen van kamp Erika werden veelal tewerkgesteld bij boeren. Een groep op terugweg naar het kamp marcheert hier door de Bouwstraat (links is een deel van de Gereformeerde kerk zichtbaar)
Nederlanders
Vaak belandden de gedetineerden in het ziekenhuis of overleden zij door mishandeling en ondervoeding. De gevangenen werden hier niet bewaakt door Duitsers, maar door Nederlanders. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Er werd gescholden, gevloekt en geslagen. Herhaaldelijk werden medegevangenen met een knoet zodanig geslagen, dat zij bewusteloos en meer dood dan levend neervielen. Velen van de gestrafte gevangenen werden ziek en moesten het kamp verlaten om opgenomen te worden in ziekenhuizen. Ze waren ten dele verlamd en volkomen uitgeput te bed lagen.
Onrustbarend rapport
Kamp Erika was oorspronkelijk bedoeld om het grote cellentekort elders op te vangen voor de voor economische delicten, zoals bijvoorbeeld het stelen van bonkaarten, illegaal slachten en andere kleine vergrijpen veroordeelden. De wrede behandeling van de gedetineerden door de Nederlandse bewakers was voor de Amsterdamse officier van Justitie H.A. Wassenbergh aanleiding actie te voeren. Enkele leden van het Openbaar Ministerie bezochten op 4 februari 1943 het kamp en maakten een onrustbarend rapport op. Eerder hadden officieren van justitie, vermomd als arts in witte jassen, zich in omliggende ziekenhuizen op de hoogte gesteld van de verwondingen die de gevangenen van kamp Erika tijdens hun gevangenschap hadden opgelopen.
“Wat wij daar zien, tart elke beschrijving. De zalen liggen vol menselijke wrakken, die uit een andere wereld lijken te komen…Sommigen zijn nauwelijks instaat een woord uit te brengen…Lichamen, waarvan de botten uitsteken, blauwe striemen en kneuzingen, sporen van zware mishandelingen…”
Actie Rechterlijke macht
Het leverde het bekendste en meest succesvolle protest op dat de rechterlijke macht tijdens de bezetting heeft laten horen. Onderdeel van het protest door de rechterlijke macht vormde het bekende arrest van het hof Leeuwarden van 25 februari 1943 waarin het ongenoegen over kamp Erika duidelijk tot uitdrukking werd gebracht. Het hof verlaagde hierin de straf die de rechtbank had opgelegd omdat de wijze van tenuitvoerlegging, in kamp Erika, de straf zwaarder zou maken dat bedoeld was in de wet, die immers van een reguliere gevangenis uitging. Daarom volgde veroordeling tot een straf die gelijk was aan de duur van de voorlopige hechtenis, zodat de veroordeelde meteen vrijkwam. Deze methode hanteerden destijds veel rechters: er werd zo mogelijk een straf opgelegd die net niet lang genoeg was om volgens de richtlijnen in Ommen ten uitvoer gelegd te moeten worden. Tot zover nog niets bijzonders. Maar het hof zei er ook nog bij dat het dit deed ‘om des gewetens wille’. Dat was tegen het zere been van de Duitsers; er schuilt de suggestie in dat degene die het kamp in stand houdt, de bezetter, gewetenloos is. Het protestkarakter van deze zinsnede was onmiddellijk voor iedereen duidelijk. De illegale pers juichte de uitspraak toe en de bezetter ontsloeg twee van de drie verantwoordelijke raadsheren.
Strafkamp
Echter, voor kamp Erika sorteerde het arrest geen enkel effect. Het kamp bleef dienstdoen, weliswaar niet meer als justitieel strafkamp maar vanaf toen als opvoedingskamp – een Arbeitserziehungslager – voor landlopers en bedelaars en ook voor mensen die zich hadden onttrokken aan de arbeidsplicht in Duitsland. In het najaar van 1944 werd Erika weer een strafkamp, deze keer bewaakt door de Ordnungspolizei, de SS en de Sicherheitsdienst. Na de oorlog deed het kamp dienst als bewaringskamp voor gearresteerde Nederlanders. Op 31 december 1946 werd het kamp gesloten.
Tekst: Harry Woertink – Foto: OudOmmen.nl









