De meeste buurtschappen in de gemeente Ommen hadden vroeger een eigen school. Daar waar school werd gehouden was de buurtschap eigenaar van het schoolvertrek.
De oude school uit 1860 aan de Beerzerweg 11 in Beerze.
Foto: Herman Wigbels
Toentertijd was nog sprake van lagere school. Je moet toch ergens beginnen niet waar? Na de Franse tijd (1795-1813) gingen de scholen over naar de gemeente. In de 18e eeuw had Beerze een “Boerschapsschool”, die door de Marke Beerze was gesticht en in stand werd gehouden. Geen schoolmeester van professie maar een boer die in zijn vrije tijd een kleine bijverdienste had als schoolmeester. Beerze kreeg omstreeks 1813 een onderwijzer in de persoon van Hendrik Ramerman. De eerste school stond midden in de buurtschap, gelegen tussen erve Kortman (huisnummer 24) en erve Warmink (Tiks, huisnummer 26) aan de Beerzerweg. In 1862 wordt een nieuwe school gebouwd gelegen ongeveer 1 kilometer verderop aan de Beerzerweg 11. Deze plek is zodanig gekozen dat ook de kinderen uit de buurtschap Junne er zoveel mogelijk profijt van hebben. Vervolgens wordt in 1920 op bijna dezelfde plek opnieuw een school gebouwd en in 1938 een nieuwe onderwijzerswoning. In 1985 komt een einde aan de school aan de Beerzerweg 14 en wordt verbouwd tot de huidige woning met een B&B gelegenheid.
Negen scholen
De lagere scholen waren in de zomer gesloten, omdat de schoolmeester en de kinderen moesten werken op het land en ’s winters werd het onderwijs met onderbrekingen gegeven, aangezien de zandwegen er naar toe vanwege het weer soms zo slecht waren dat vele kinderen lopend niet op school konden komen. Pas na 1860 werd het onderwijs krachtiger aangepakt en werden nieuwe scholen gebouwd. Schooltjes in de Marken Arriën, Giethmen, Varsen en Zeesse waren toen al opgeheven. De gemeente Ambt-Ommen kende op een gegeven moment negen lagere openbare scholen in de buurtschappen. Zo hadden Lemele, Lemelerveld, Nieuwebrug, Beerze, Beerzerveld, Hoogengraven, Vinkenbuurt, Dalmsholte en Arriërveld scholen met vaste onderwijzers. De arme gemeente kon deze lasten niet zelf betalen. Door subsidies van Rijk en Provincie bleven de scholen overeind. Uitbreiding en intensivering van het onderwijs waren het gevolg van de Onderwijswet uit 1856. De scholen, behalve die in Stad-Ommen, waren eenmansscholen, dat wil zeggen één onderwijzer gaf les in alle klassen.
Overigens bestond in Stad-Ommen in het begin van de 19de eeuw een gemeentelijke lagere school, die een voortzetting was van de vroegere stadsschool. Het leerprogramma omvatte slechts rekenen, schrijven en lezen. Reeds spoedig voelde het stadsbestuur voor uitbreiding van het schoolprogramma, door aan het rooster lessen in aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde toe te voegen. Tot dit doel zou dan naast de onderwijzer H. Veenhoven, die sedert 1776 schoolmeester te Ommen was, een tweede onderwijzer moeten worden aangesteld. Daar de gemeente zelf geen geld voor deze post kon vrijmaken, vroeg zij steun aan de Staten van Overijssel, maar die kwam er niet. Lees verder Laatste school van een eeuw terug gesloten – Leren in Beerze kan sinds 1985 niet meer








