Home

  • Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (4)

    Het Historisch Museum in Ommen wordt vernieuwd. Eerder bekend als “Oudheidkamer” en “Streekmuseum” zal het Historisch Museum dit jaar in gebruik genomen worden. In de aanloop daar naar toe een reeks artikelen over de historie van het museum; dit is deel 4.

     1979. Na de restauratie van de molen. Rechts het nog bestaande molenaarswoning en links de in 1984 afgebroken woning Den Oord 4 waar een nieuwe woning is gebouwd.
    Foto: OudOmmen
    Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2021/01 – Inrichting nieuwbouw”.

    Beheerder
    Nadat in 1969 ook het Tolhuis aan de expositieruimte van de Oudheidkamer kan worden toegevoegd gaat het crescendo. Toeristen komen graag een kijkje nemen. Druk heeft de Oudheidkamer het ook met touringcars die met hun dagreisjes een bezoek aan de Oudheidkamer brengen. Mede door de toename van het toerisme in Ommen, is het noodzakelijk de Oudheidkamer als bezienswaardigheid beter te coördineren en een beheerder aan te stellen. In 1981 kan via detachering door het werkvoorzieningsschap voormalig banketbakker Gerard Kelderman worden benoemd als vaste beheerder van de Oudheidkamer. Tot dan toe werd de Oudheidkamer gerund door enthousiaste vrijwilligers, met de bestuursleden Jan Lucas (voorzitter), Peter Vosselman (secretaris), Gerrit van der Kolk (penningmeester), Mans Gerrits, Harm Oldeman, Henk Wittenberg en Harry Woertink. De vrijwilligers die als suppoosten optreden doen het graag en kunnen rekenen op een uitstapje aan het einde van het seizoen.

    Fotoarchief
    Het reilen en zeilen is vanaf het ontstaan van de Oudheidkamer mede mogelijk gemaakt dankzij subsidie van de gemeente en trouwe contribuanten. Daarnaast wordt een bescheiden entree geheven. Onder bezielende leiding van Kelderman groeit de Oudheidkamer tot een volwaardig cultuur-historisch museum. De eerste twee jaar werkt Kelderman aan de inrichting van de Oudheidkamer. Soort bij soort rangschikte hij de bezittingen, zodat het geheel overzichtelijker werd en er allerlei leuke hoekjes ontstonden met oude klederdrachten en een schoolklasje centraal. In 1983 beginnen de historicus Gerrit Steen en Kelderman in de wintermaanden met het opzetten van een fotoarchief van de gemeente Ommen in het gemeentehuis. De ongeveer 2000 foto’s die het archief besloeg waren grotendeels afkomstig van H. Oldeman en H. Ekkelkamp. Dit archief is verder aangevuld met foto’s van huizen en straten van recentere datum. Kelderman maakte ook verschillende diaseries en films over oudOmmen en voor de scholen werd een klankbeeld gemaakt over de Tweede Wereldoorlog die in de Oudheidkamer werd getoond. (meer…)

  • OVC’21 viert 100 jaar bestaan als oudste Ommer sportvereniging (3)

    Voetbalvereniging OVC’21 viert dit jaar haar 100 jaar bestaan. Deze serie gaat over de historie van Ommens oudste sportvereniging.

     De Ommer Voetbal Club in het jaar van oprichting.
    Foto: OudOmmen

    Degradatie
    Tot 1950 weet het eerste elftal van OVC zich in de vierde klasse te handhaven. De degradatie naar de afdeling Zwolle zorgt voor nogal beroering. Tot het laatste toe bleef men hopen dat degradatie achterwege zou blijven. Twee jaar achtereen wist OVC op het allerlaatste nippertje het vege lijf te redden, dus waarom nu niet? Voor een antwoord op deze vraag wendde de krant zich in mei 1952 tot OVC-secretaris en medeoprichter Hein Lokin. Deze sprak van een harde klap om na 10 jaar spelen in de KNVB te moeten degraderen. Lokin: “Maar onze ploeg is inderdaad de zwakste van deze afdeling. De aanvang van de competitie was hoopvol, maar in de loop van het seizoen verloren we twee beproefde spelers, die wij niet afdoende konden vervangen. Het is juist gebrek aan spelersmateriaal dat ons bestuur grote zorgen baart. In onze glorietijd konden wij onze ploeg aanvullen met spelers uit Lemelerveld, Den Ham, Hardenberg. In de loop der jaren zijn in deze plaatsen ook verenigingen opgericht, dus is deze aanvulling voor Ommen verkeken. Een grote handicap is, dat er in Ommen geen voldoende werkgelegenheid is, waardoor goede spelers vaak noodgedwongen naar elders vertrekken. Een verheugend verschijnsel is de steeds toenemende groei der vereniging. Het bestuur wil trachten dooreen intensieve training het spelpeil op te voeren, en wie weet komen we dan het volgende jaar weer in de KNVB”, zo weet de krant uit de mond van Lokin op te tekenen. In 1951 wordt het 30-jarig bestaan gevierd. Omdat het zilveren jubileum ongemerkt voorbij is gegaan wordt besloten het dit keer grootser aan te pakken. Gerard van Doorn is verzocht met zijn cabaret-ensemble met een speciaal programma op te treden.

    Bouw kleedkamer
    Als de KNVB bij herhaling erop wijst dat OVC voor de voetballers kleedgelegenheid moet bieden naast het veld zijn de leden niks te beroerd om hun handen uit de mouwen te steken. Ze gaan aan de slag. Beschermheer van de vereniging, baron van Pallandt, stelt de club gratis hout beschikbaar. Zolang de bouw bezig is stelt de Nederlandse Padvindersvereniging een gedeelte van de Padvindersboerderij beschikbaar als kleedkamer. In het Laar treden op de eerste zaterdag 15 OVC’ers aan om gewapend met schoppen onder de deskundige leiding van Willem de Jonge een begin te maken met de eerste werkzaamheden voor de bouw van een kleedkamer. Alle arbeid wordt zoveel mogelijk door de leden verricht. Leveranciers hebben toegezegd de materialen tegen kostprijs te leveren. Op deze manier krijgt OVC een goedkope kleedkamer die ook dienst kan doen als clublokaal. (meer…)

  • Canon van de Ommer: Friedrich Karl (Karel) Seemann (9)

    Iemand in het rijtje van personen die veel betekend hebben voor een ander is Friedrich Karl (Karel) Seemann (1899 – 1978) uit Junne.

     Friedrich Karl (Karel) Seemann in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
    Afbeelding: OudOmmen
    Zie ook het album “09. Friedrich Karl (Karel) Seemann”, de verzamelplek voor alles over Karel Seemann.

    Karel Seemann was niet zomaar een inwoner van Junne. Als veelzijdig ambachtsman stond Seemann altijd voor iedereen klaar. Als fietsenmaker, loodgieter, smid, monteur van landbouwmachines en als taxichauffeur. Hij was er altijd voor zijn buurtgenoten. Seemann was iemand met opmerkelijke talenten die hij inzette voor anderen. Voor zijn belangrijke rol ten dienste van de samenleving is Seemann dan ook in 2011 geëerd met een eigen straatnaam in Junne. Een deel van de Dieselweg kreeg toen de naam “F.K. Seemannweg” met de toevoeging onder het straatnaambordje van de volgende de tekst: “Hij stond zijn leven ten dienste van een ander. Junne herdenkt hem met dankbaarheid”.

    Lüps
    Landgoed Junne was eigendom van de Duitse fabrikant en grootgrondbezitter Lüps. De jongste zoon van deze familie erfde het landgoed in 1888, toen groot 1040 hectare. Vijftig jaar is de buurtschap in bezit geweest van de familie Lüps, die voor het beheer een rentemeester aanstelde. Eerst was dat de heer De Zeeuw en vanaf 1892 Alexander Seemann (26-9-1862), getrouwd met Christine Alwina Sonnenschein (14-9-1859). Zij kwamen vanuit Aussermund in Duitsland in Junne wonen. Er was voor de rentmeester een nieuwe woning gebouwd met de naam “Weidmannsheil”, een jagersgroet.

    Gezin Seemann
    Zoon Karel Seemann werd op 20 december 1899 geboren in Junne. Naast Karel waren er nog 3 kinderen in het gezin Seemann: de oudste, broer Alexander en twee zussen: Agnes Maria en Alwine Alice. Alexander junior was de vader van de bekende schrijver Broos Seemann. Vader Alexander Seemann overleed op 4 mei 1944. In het huishouden van de familie Seemann was de uit Duitsland afkomstige Anna Munstermann werkzaam als huishoudster. Dat bleef ze doen ook na het overlijden van de moeder van Karel Seemann in 1952.

    Technische knobbel
    Na de school was Karel een ambtelijke baan toebedacht ver buiten zijn geboortegrond. Maar tot grote teleurstelling van zijn ouders was dat slechts van korte duur. Hij keerde terug naar Junne om er nooit meer weg te gaan. Gelukkig bezat hij voor het opbouwen van een bestaan een technische knobbel. Karel besloot dan ook een eigen bedrijfje op te zetten in het moffelen van fietsen met een zelf geconstrueerde oven die nieuw aangebrachte lak moest verharden. Ook begon hij als rijwielhersteller en loodgieter met daarnaast een houtzagerij en boerenbedrijf met 12 koeien. Het slaan van waterpompen had hij geleerd als leerling bij loodgieter Dijks in Ommen. Een houten schuur bij de woning was zijn werkplaats. In de houtzagerij “De Witte Delle” gelegen bij de woning “Weidmannsheil” zaagde Seemann veel hout uit de bossen van Junne. In de dertiger jaren trok hij ook met een dorsmachine langs de boeren voor het dorsen van graan.

    Taxi
    Karel Seemann was naast baron Bentinck tot Buckhorst in Beerze een van de eersten die in het bezit was van een auto. Hij heeft daarmee tal van moeders met baby naar het Groene Kruisgebouw gebracht aan de Beerzerweg in Junne of als het nodig was ging met de wijkverpleegkundige met de taxi de boer op. Seemann was ook een van de eersten met een telefoonaansluiting en deed zo dienst als telefoonpost om boodschappen in de buurt over te brengen. Naast zijn vele beroepen had Seemann als hobby het jagen en vissen. In 1935 wordt Weidmannsheil verbouwd. De ongetrouwde Karel Seemann blijft bewoner, samen met huishoudster Anna Munstermann. Op 30 maart 1978 overlijdt Seemann en wordt begraven op het kerkhof van de RK-kerk in Ommen. Anna Munstermann gaat terug naar haar familie in Duitsland. In Junne viel een leegte toen de laatste Seemann, die zoveel betekend had, niet meer onder hen was.

    Bron: Harry Woertink – 13 januari 2021

  • OVC’21 viert 100 jaar bestaan als oudste Ommer sportvereniging (2)

    Voetbalvereniging OVC’21 viert dit jaar haar 100 jaar bestaan. Deze serie gaat over de historie van Ommens oudste sportvereniging.

     Foto gemaakt op zondag 12 maart 1933 met belangstellend publiek bij de voetbalwedstrijd van OVC ‘21.
    Afbeelding: OudOmmen
    Zie voor meer foto’s (en namen) het album “OVC (Ommer Voetbalclub ’21)”.

    Het notulenboek van de oprichtingsvergadering vermeldt het volgende: “Verslag van de 1ste algemeene ledenvergadering der voetbalclub “O. V. C. ” te Ommen, op 19 april 1921. Op initiatief van eenige jongelui uit Ommen, werd op heden een vergadering belegd ten doel hebbende de oprichting van een Voetbalclub. De heer H. de Levie besprak de wenschelijkheid van zoo ’n vereeniging. Na ampele bespreking werd tot oprichting besloten. Ten eerste werd nu het Bestuur gekozen en wel tot Voorzitter: W. Gort, Secretaris: G. Veurink, Penningmeester: H. de Levie”.

    Lustrum
    Een lustrum is om gevierd te worden en dat werd bij OVC ook niet vergeten. Het waren feesten met zang, muziek en variétés als dan niet met bekende zangers of eigen clubmensen. Ook ter gelegenheid van het tienjarig bestaan (1931) wordt een feestavond georganiseerd. De penningmeester brengt later verslag uit van een geslaagde avond maar helaas met een nadelig saldo. Landelijke artiesten zijn erop ook op 25 november 1936 als het 15-jarig bestaan wordt gevierd.

    Oorlogsjaren 1940-1945
    In maart 1940 – voordat de Tweede Wereldoorlog uitbreekt – komen de OVC-leden onder voorzitterschap van G. J. de Vries in algemene jaarvergadering bij elkaar. Allereerst wordt tot loting voor het Paastoernooi overgegaan. Daarna geeft De Vries een kort resumé van het afgelopen jaar. OVC heeft verschillende goede spelers aan het leger moeten afstaan; een en ander heeft tot gevolg, dat ongeoefende jonge spelers plotseling in moeten vallen. Dit is grotendeels ook de oorzaak, dat men de dr. Pallis-beker aan Balkbrug heeft moeten afstaan. Vanwege het slechte weer boterde het met de noodcompetitie ook niet erg. Het enigste lichtpunt in het afgelopen jaar is het Zomersportfeest geweest, zo blikt de voorzitter terug. Dit jaar zal dan ook weer getracht worden om in samenwerking met Crescendo een dergelijk feest op touw te zetten. Tijdens de vergadering kwam penningmeester G. Terra kwam met de verrassende mededeling dat alle schulden waren afgelost en er trots dat nog een batig saldo in kas was. Na breedvoerige discussie wordt besloten de contributie wekelijks per bode te laten innen. Voorts komen nieuwe hekken op het terrein en wordt het aantal zitplaatsen uitgebreid. Het ledental bleef gelijk vooral omdat veel jongeren waren toegetreden. Getracht wordt een juniorenelftal samen te stellen. Het opstellen van de elftallen had de ijverige secretaris Hein Lokin vaak veel hoofdbrekens gezorgd. (meer…)

  • Kasteel Eerde als roofriddernest schrik van de hele streek

    Kasteel Eerde maakte ééns deel uit van de vele roofriddernesten van Overijssel en was de schrik van de hele streek. Zo wordt de geschiedenis van kasteel Eerde omschreven.

     Eén van de wandversieringen op kasteel Eerde, met het kasteel op de achtergrond.
    Foto: OudOmmen
    Zie voor meer afbeeldingen het album “Kasteel Eerde”.

    De vroegste historische bronnen die over het landgoed Eerde of Irthe verhalen, zijn die uit de 13e eeuw. Daarin wordt gesproken van een vrije, „heilige hoeve” van de abdij van Essen. Zo’n vrije hoeve, ook wel opperhof of stamhof genaamd, was een zelfstandig en onafhankelijk landgoed, dat bij de oorspronkelijke vestiging van de Saksers in dit gewest opkwam en zijn ontstaan dankte aan een van de edelen uit die volksstam. De opperhof werd omringd door de hoeven, die bewoners hofhorig waren aan de hofheer. Eerde maakte dus aanvankelijk van de stamhof van een edelen Saxer uit, die het gebied voerde over de „op de gemeene erven of hoeven gevestigde hofhoorigen”. Toen het Christendom hier allengs doordrong, stelde de hofheer zijn vrije hoeve op vrome wijze onder de bescherming van het geestelijk gesticht van Essen, die daarvoor in ruil heel wat verplichtingen oplegde.

    Evert’s hoeve
    Bij de naam “Hoeve” heeft men een andere vermoeden dan dat hier sprake van is. In de 14e eeuw was deze hoeve zó sterk gemaakt door zijn eigenaar Evert van Essen, dat er van gesproken wordt als van een kasteel van steen en van hout, waarop de eigenaar „allen wilden verbeyden, die tot hem komen mogten”. Deze Evert van Essen doopte zijn sterkte Kasteel Eerde en ging weldra over tot het „aan zich trekken” van vele bosschen en van de landlieden van Salland, die aan den bisschop van Utrecht toebehoorden. En hij deed zoveel “onbescheid” in Salland, beide aan steden en landlieden, dat grote klachten aan de bisschop kwamen. Deze sloot daarop een overeenkomst met de steden Zwolle en Deventer, riep de hulp in van de heren van Egmond en IJsselstein en Jonkheer van Arkel en trok met vele ridders en knechten over de IJssel om Evert’s hoeve te belegeren. Men gebruikte hierbij een grote blijde (katapult), die tegelijk 1300 pond stenen wierp en voorts steenbussen en alles waarmee men maar werpen en schieten kon. Doch het houten huis kon niet worden vernietigd, zelfs niet beschadigd, want de stenen stieten daar weder af, alsof zij ballen waren geweest, wijl de stijlen en balken zo dik waren als molenstanders en dicht bij elkaar stonden. Maar zij wierpen het steenwerk geheel in stukken. Na 25 dagen belegeren, ziende dat geen ontzet komen zou, moesten de bewoners het kasteel wel overgeven. Dit geschiedde en de bisschop wilde het kasteel omver halen, maar het houtwerk was zó sterk, dat het niet te slopen was. Toen stak men er de brand in en het brandde een maand lang. (meer…)

  • OVC’21 viert 100 jaar bestaan als oudste Ommer sportvereniging (1)

    Voetbalvereniging OVC’21 viert dit jaar haar 100 jaar bestaan. Deze serie gaat over de historie van Ommens oudste sportvereniging.

     Het Kampioenselftal ‘Ommen’ seizoen 1940-1941.
    Foto: OudOmmen
    Zie voor meer foto’s (en namen) het album “OVC (Ommer Voetbalclub ’21)”.

    Opgericht op 19 april 1921 begon de Ommer Voetbal Club (OVC) met 26 leden. Als beschermheer van de club werd Baron Philip Dirk baron van Pallandt van Eerde aangezocht. Het eerste veld voor de Ommer voetballers werd gevonden aan de Zeesserweg op De Stekkenkamp. Een jaar later werd er gevoetbald aan de Zwolseweg tussen Meijerink en Ada’s Hoeve en in 1923 verhuisde OVC naar de Paardeweide op landgoed Het Laar. In 1929 kreeg OVC de beschikking over een veld gelegen schuin tegenover Huize Het Laar, waar tegenwoordig de Kinderboerderij onderdak vindt. OVC voetbalde hier tot 1976. Toen werd de overstap gemaakt naar een nieuw sportpark met de naam De Rotbrink aan de Balkerweg. Vervolgens werd in 2008 verhuisd naar het huidige sportpark Westbroek. Bijna elk lustrum haalde de voetbalvereniging wel de krant. We beginnen met een (komisch) artikel uit de krant van 1956 wanneer OVC het 35 jaar bestaan viert:

    Zevenklappers om midvoor af te schrikken
    Op donderdag 19 april 1956 is het precies 35 jaar geleden, dat in de muziektent op de Markt enige jongelui bijeenkwamen te weten H.C.H. Lokin, Joh. Fikkert, G. Veurink, W. Gort en anderen welke overgingen tot oprichting van de voetbalvereniging OVC, waarvan de officiële naam later Ommen werd. Van de oprichters is alleen de heer H. C. H. Lokin nog actief, die al die jaren het secretariaat verzorgde. Met 26 leden werd gestart. Een stuk land aan de Zeesserweg, gehuurd van Jacob van der Boon, werd als voetbalveld ingericht. Twee jaar later stelde baron Van Pallandt gratis een terrein beschikbaar aan de Zwolseweg. De eerste officiële wedstrijden werden gespeeld tegen padvinderscombinaties uit Groningen en Bloemendaal. Later kwam Hardenberg met de scherpschutter Vinke en Balkbrug met de bekende Hoeben op bezoek. Dikke nederlagen waren het resultaat. Desondanks groeide het ledental en moest naar een ander terrein worden omgezien. (meer…)

  • Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (3)

    Het Historisch Museum in Ommen wordt vernieuwd. Eerder bekend als “Oudheidkamer” en “Streekmuseum” opent het Historisch Museum in het voorjaar van 2021. In de aanloop naar de ingebruikname een reeks artikelen over de historie.

    Gedeputeerde J. Thomas betreedt als eerste samen met burgemeester C.P. van Reeuwijk het nieuwe Tolhuis onderdeel van de Oudheidkamer. Midden met hoed een blije Oudheidkamer-secretaris Gerrit Steen.
    Foto: OudOmmen
    Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2020/2021 – Uitbreiding Streekmuseum”.

    De Stichting Oudheidkamer ging officieel van start in 1952 in het oude postkantoor aan de Kruisstraat. In 1963 kon de Oudheidkamer voor het eerst een eigen onderkomen openen in de zaagloods van de koren- en houtzaagmolen aan Den Oord. In 1969 werd de expositieruimte uitgebreid met een voormalig Tolhuis, die eerder aan de Hammerweg had gestaan. Een mooie uitbreiding van de expositieruimte was er ook in 1988. Vanaf dat moment ging de “Oudheidkamer” verder onder de naam “Streekmuseum”.

    Uitbreiding expositieruimte
    Toen de Oudheidkamer in 1963 de deur van het museum voor het eerst opende was er direct ook de wens voor uitbreiding van expositieruimte. Naast de molen zou een bouwwerk moeten komen in de vorm van een gesloopt oud Saksisch boerderijtje afkomstig buiten de gemeente Ommen en aan de Oudheidkamer aangeboden. Het bestuur van de Oudheidkamer had het plan een “Saksisch centrum” rondom de molen te creëren. Het werd echter geen boerderijtje, maar een oud tolhuis uit de buurtschap Besthmen. Begin zestiger jaren van de vorige eeuw werd de Hammerweg onder Besthmen verbreed. Het daar staande tolhuis stond in de weg en moest verdwijnen samen met de fraaie kastanjebomen eromheen. De typische bouw van het huis met ramen voor uitzicht naar beide zijden van de weg, deed de provinciale waterstaat besluiten te trachten het tolhuisje te behouden. De afbraak in 1963 werd aangeboden aan de gemeente Ommen. Door de dienst gemeentewerken werd vóór de afbraak alles in tekening gebracht. Vervolgens werd het tolhuis steen voor steen afgebroken en overgebracht naar het terrein van de Oudheidkamer.

    (meer…)

  • Krentenwegge met boter voor de Gemienschop van Oll Ommer

    De leden van de historische vereniging “Gemienschop van Oll Ommer” zijn deze week door het bestuur op een hele originele wijze verrast met een eindejaarsattentie.

     Krentewegge met boter voor de Gemienschop van Oll Ommer.
    Foto: Harry Woertink

    Voor alle 330 leden werd een krentewegge aan huis bezorgd compleet met roomboter en een wenskaart met een gedicht in de streektaal. In het gedicht wordt het waarom van het krentenbrood duidelijk gemaakt: het afgelopen jaar geen verenigingsactiviteiten zoals de optocht met broodzwaantjes op stok of het eiertikken op Paasmaandag. Het bestuur geeft aan de leden niet vergeten te zijn. Ook wordt vooruitgelopen op het nieuwe jaar waarbij de hoop wordt uitgesproken dat de “anderhalve meter” weer voorbij mag zijn. Daarnaast wordt een kwikslag gemaakt naar 2021 wanneer de Gemienschop van Oll Ommer haar 70-jarig bestaan hoopt te vieren. “Dan drinken we er samen één op!”, aldus het bestuur.

    Gedicht in de streektaal van de Gemienschop van Oll Ommer

    Beste Oll Ommer,
    Deur corona kats op ’n biester,
    narigheid en völle gezeur.
    Van zwaantie op ‘stökkie tot eiertikk’n,
    Alles stuund stille, niks gunk d’r deur. (meer…)

  • Fietsmuseum Ommen gesloten in afwachting nieuwe expositieruimte

    OMMEN – Het fietsmuseum aan de Brugstraat in Ommen is sinds deze week gesloten. Het pand krijgt een nieuwe bestemming en moest deze maand worden verlaten.

     Vrijwilligers van het Fietsmuseum bezig met het overbrengen van de fietsen naar een tijdelijke opslag.
    Foto: Harry Woertink

    De meer dan 100 historische fietsen zijn in tijdelijke opslag gegaan, in de hoop spoedig weer een nieuwe expositieruimte te vinden. Als het aan het Fietsmuseum ligt wordt er snel vervangende ruimte gevonden want de belangstelling voor oude fietsen is groot.

    Appartementen
    “We hebben drie jaar gebruik kunnen maken van dit pand, maar de winkel is verkocht in afwachting van de bouw van appartementen. Daarom moeten we er uit”, zegt Anton Wolters, één van de initiatiefnemers van het fietsmuseum. “Dat was ook de afspraak met de familie Hurink van wie we het winkelpand mochten gebruiken”. Sinds de zomer van 2017 was in het winkelpand dat eerder leegstond, in het winkelcentrum van Ommen, een grote collectie fietsen te bezichtigen, van historisch tot bak-, werk- en toerfietsen. Ook fietsverzamelobjecten waren er tentoongesteld evenals een collectie historische kleding. Zaterdag is door een leger van vrijwilligers het pand leeggehaald. De fietsen gaan in tijdelijke opslag.

    Museum mag niet verloren gaan
    Als het aan het bestuur van het fietsmuseum ligt gaat het museum niet verloren. “We hebben afgelopen zomer 8.000 bezoekers geteld. Veel was door de corona gesloten, maar bij ons kon men wel terecht, uiteraard met inachtneming van de coronaregels. Wat zou het mooi zijn om volgend jaar zomer weer ergens te kunnen openen. Ik heb er alle vertrouwen in.”, aldus Anton Wolters. Secretaris Dineke Broekmaat: “Toen ik deze week enkele betrokkenen vertelde dat we gingen sluiten, vloeiden er tranen van verdriet. Dat kan niet. Ik heb erbij verteld dat het hopelijk voor kort is”. Wolters: “Er staan pandjes genoeg leeg. Zou mooi zijn dat iemand ruimte aanbiedt, zodat de fietsen niet te lang in opslag hoeven, maar weer getoond kunnen worden”.

    Bron: Harry Woertink – 12 december 2020

  • Canon van de Ommer: Dieks Makkinga (8)

    De geboren en getogen Ommer Hendrikus (Dieks) Makkinga (4-11-1919 – 24-1-1995) was oprichter en grote inspirator van het historisch tijdschrift “De Darde Klokke”.

     Dieks Makkinga in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
    Afbeelding: OudOmmen
    Zie ook het album “08. Dieks Makkinga”, de verzamelplek voor alles over Dieks Makkinga.

    Het werk dat Dieks met zoveel inzet en liefde deed voor de “Darde Klokke” is nog steeds een aansporing voor de huidige makers van het blad.

    Plat Proat
    Dieks had een grote liefde voor de eigen streektaal. Als dialectschrijver was hij zeker geen onbekende. In het “Nieuws uit Ommen” vulde hij sinds 1984 wekelijkse zijn rubriek “Platproat” waar hij de dingen van de dag aan de vork stak, maar ook onrecht of misstanden niet uit de weg ging. Het doen of laten in het gemeentehuis was vaak voor hem een geliefd onderwerp. Dieks had de gave om zijn gedachten op een mooie wijze in zijn eigen streektaal op papier te zetten. Van zijn hand verschenen vele gedichten en streekverhalen in het dialect. Een groot ideaal dat hij koesterde was, dat ook zij, die het dialect niet beheersten, het konden lezen of spreken. Dieks was iemand die met grote toewijding en met een opmerkelijk goed humeur, de dingen deed. Ook was hij iemand die de gave en ook de wil had om aan te pakken en door te zetten. Dieks is jarenlang schoen- en zadelmaker geweest. Hij had een eigen werkplaats aan de Gasthuisstraat waar hij ook met zijn gezin woonde. In zijn jonge jaren ambieerde hij een baan bij de buitendienst van gemeentewerken hetgeen hij tot zijn pensionering heeft vol gehouden. In zijn leven heeft Dieks Makkinga heel wat meegemaakt, mooie maar ook trieste gebeurtenissen.

    Betrokken
    Makkinga voelde zich zeer betrokken bij het wel en wee van de gemeente en de regio en trad regelmatig op als actievoerder als hij meende dat het historisch besef te veel naar de achtergrond verdween. Voor regionale kranten en omroep was hij ook een vaak gevraagde gast. In 1955 was Dieks Makkinga oprichter van het comité “Ien Nedersaksen” met als doel een verenigd Saksenland én om de Drentse vrijheidsstrijd bij Ane te herdenken. Hij wist steeds meer historici en andere belangstellenden te interesseren voor de Slag bij Ane. Vooral omdat de veldslag van grote historische betekenis is en ook in navolging van de Friezen die elk jaar stil staan om de Slag bij Warns (1345). Dieks was van mening dat ook in Ane een monument moest komen. Er werden financiële acties opgezet, waarbij de schooljeugd uit Ommen in 1957 de eerste aanstoot gaf met een inzamelactie die 350 guldens opbracht.

    Slag bij Ane
    In 1961 werd onder leiding van de schoenmaker uit Ommen de eerste herdenking gehouden in het dorpshuis van Gramsbergen. Ook alle jaren daarna kwamen op de laatste zaterdag in juli belangstellenden bijeen voor de herdenking van de Slag bij Ane. Echter, een monument was er nog steeds niet. Makkinga gaf niet op maar zette door. Zo wist hij een stukje grond aan te kopen in Ane waar het monument zou moeten komen. In 1966 werden hier de eerste zwerfkeien geplaatst als aanzet voor een herinneringsmonument. Op 29 juli 1967 was het zover dat een eenvoudig uit grote en kleinere stenen bestaand herinneringsmonument kon worden onthuld. Op een van de gedenkstenen is de volgende tekst gebeiteld: “Slag bij Ane, 28 juli 1227. Deze dag was het treffen tussen de bisschop van Utrecht Otto van Lippe met diens leger en de Drenten onder leiding van Rudolf van Coevorden.”, gevolgd door de namen van de initiatiefnemers van het monument: H. Makkinga, F.J. Schuurman, ds. H. van Lunzen en A. Regeling. (meer…)