Albert Goutbeek (1869-1933) was van 1916 tot 1932 samen met zijn gezin pachter van de boerderij “Cappenberg” in Junne.
Albert Goutbeek uit Junne keert terug van de markt.
Foto: OudOmmen
Gerelateerde albums: “Nieuwe Hammerweg 1 – boerderij ‘Cappenberg’” en “Albert Goutbeek”.
Toen eigendom van de schatrijke Johan Heinrich Wilhelm Lüps, die op het huis “Biljoen” in Rheden resideerde. De van oorsprong Duitse Lüps kon zijn landgoed uitbreiden dankzij de aankoop van de heer W.G. Metelerkamp Cappenberg, een arts uit Edam. De boerderij was toen bekend onder de naam Erven Pouwels of Timermans. Met ingang van 22 februari 1916 wordt vervolgens de boerderij door Lüps verpacht aan Albert Goutbeek uit Oldebroek, die hier zijn geluk verder gaat beproeven.
Boerenwerk
Albert was van huis uit boerenarbeider en Nederlands Hervormd. Hij was gehuwd met een streng Gereformeerde boerendochter, Jantje Gerridina Zielhuis (1868-1936) . Daar de vijf oudste kinderen van Goutbeek de deur uit waren of werk hadden, kreeg zijn steeds bezorgde en hardwerkende vrouw de kans om ook wat aan het reilen en zeilen van de boerderij te doen. Albert zelf voelde niet veel voor het boerenwerk. Liever ging hij op pad. Mensen ontmoeten en streken en grappen uithalen. Maar soms was het vechten tegen de bierkaai met Albert. Hij was zorgeloos, vrolijk en gemakkelijk. Soms uit plagerij werkte alles tegen. In de hooitijd als er regen was wist Albert altijd op tijd het hooi binnen te halen met paard en wagen. Het paard liet zich echter niet zo gemakkelijk vangen door haar baas. Met moeite had zijn vrouw het toch geklaard, maar dan liet Albert het weer los in het land en dat terwijl elk uur belangrijk was om het hooi droog binnen te krijgen.
Roggebroden
De wekelijkse markt in Ommen werd te voet bezocht om roggebroden te halen en andere boodschappen. Met zijn platte pet op het hoofd en een kromme Duitse pijp in de mond was hij altijd in zijn sas. Hij bezocht in de loop der jaren heel wat boeldagen in de omgeving om toch iets te kunnen kopen voor weinig geld. Goutbeek had zo zijn eigenaardigheden. Zo kon hij op de markt zijn pijp stoppen en dan zijn lege luciferdoosje tevoorschijn halen en dan een vuurtje vragen van een ander. Dit stak hij dan per vergissing in zijn eigen zak, waar hij natuurlijk door de goede gever dan opmerkzaam werd gemaakt. Hij verontschuldigde zich en gaf bewust het lege doosje terug. “Dat heb ik weer mooi verdiend”, dacht hij dan. Lees verder Het zorgeloze leven van Albert Goutbeek in Junne








