Categorie archief: Harry Woertink

Hoge bomen vangen veel wind – discussie over molen Den Oord en de eik

Luuk Vogelzang, vrijwillig molenaar bij de Stichting Ommer Molens, schreef in de discussie over de molen Den Oord en de eik de volgende brief aan de gemeenteraadsleden van Ommen:

“Alles van waarde is weerloos” zei boswachter Arend Spijker, hij haalde de dichter Lucebert aan om de eik te beschermen die voor de molen Den Oord staat. Hij had het niet beter kunnen zeggen als hij daarmee ook de molen zou aanduiden. Samen willen wij voor hen die weerloos zijn opkomen.

 1960. Molen Den Oordt vlak voor de restauratie.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum

Standpunten
“Samen” dat zijn in dit geval de boombeschermers, maar ook de molenbeschermers. Daarbij moeten we elkaars standpunten wel kennen en willen begrijpen. De eik is opgekomen als een zaailing in de zestiger jaren, waarschijnlijk verloren door een gaai of ekster, of misschien verstopt door een muis. Nu is het een mooie statige jonge eik van ongeveer zestig jaar. Wel is een eik een van de meest voorkomende bomen in Nederland. In Nederland hebben we nog ongeveer 1100 molens waarvan de meesten in het westen van ons land staan. Die bijna allemaal een monument zijn en daarbij ook een respectabele leeftijd hebben. Zo ook molen Den Oord die geen zestig is, maar bijna tweehonderd jaar oud! Terug naar de jonge eikenboom, en molens in het algemeen. Onze stichting is niet onlangs met deze boom bezig gegaan. Molenbeschermers zijn altijd bezig om een optimale omgeving voor de molen te behouden en te krijgen. Hierbij krijgen ze hulp van de overheid die rond de molens een gebied als molenbiotoop ingesteld heeft. Dit is een gebied waar nieuwe aanplant of gebouwen de molens niet mogen hinderen.

Wind
De omgeving voor een molen is optimaal als de wind zonder belemmering de molen kan bereiken, maar ook zonder belemmering verder kan waaien. Wind is voor een molen als het water is voor een vis, zonder water gaat een vis dood. Want wind is niet alleen om ze goed te laten draaien, maar meer nog een levensbelang voor molens. Een molen gaat dood (vervalt) als deze stilstaat doordat hij geen wind meer kan vangen. Er is een gezegde in de molenwereld “Een jaar stilstand is erger dan tien jaar draaien”. Wie dat wil zien, hoe onze molens er toen uitzagen na een tiental jaren stilstand, er zijn nog genoeg foto’s van. Kijk terug in de Ommer historie en zie, het waren alle vier bouwvallen, ruïnes! Nu zijn alle vier molens door een niet geringe investering en daarnaast een goed onderhoudsbudget van onze eigen Ommer gemeenschap, weer plaatjes om te zien. Lees verder Hoge bomen vangen veel wind – discussie over molen Den Oord en de eik

Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

Reinier Paping wint Elfstedentocht. Moordende tocht; honderden vielen uit, velen gewond” kopte de Leeuwarder Courant op vrijdag 18 januari 1963 in een speciale avondeditie als de krant verslag doet van de twaalfde Elfstedentocht.

 Onthulling van plaquette in januari 1989 ter gelegenheid van de winnaar van de Elfstedentocht in 1963 Reinier Paping. Reinier Paping in het midden geflankeerd door Jeen van den Berg links en Evert van Benthem, rechts.
Foto: De Darde Klokke

De op 90-jarige leeftijd gestorven schaatslegende Reinier Paping was de winnaar van de meest heroïsche wedstrijd uit de nationale sportgeschiedenis: de Elfstedentocht van 1963. Hij is na een kort ziekbed overleden.

Uit Ommen
Reinier Paping, een 31-jarige manufacturier-sportleraar uit Ommen, heeft de Elfstedentocht 1963 gewonnen. In zijn eentje gewonnen, want al hij Witmarsum was hij uitgelopen en het gehele, moordende traject tussen Harlingen en Dokkum heeft hij met een voorsprong van rond tien minuten gereden op een groepje van drie: Jeen van den Berg van Heerenveen, Anton Verhoeven uit Dussen en Jan Uitham van de Noorderhogebrug hij Groningen. Reinier Paping ging om één minuut voor half vijf voor de ogen van koningin Juliana en prinses Beatrix door de finish bij de Grote Wielen: hij deed 10 uur en 59 minuten over de tocht, dat is aanmerkelijk meer dan de eersten van de vorige tocht noteerden (8 uur 46 minuten), terwijl het record van Jeen van den Berg in 1954 (7 uur en 35 minuten) bij lange na niet werd geëvenaard. Zijn tijd is er al het bewijs van, dat de Elfstedentocht 1963 een moordende tocht is geworden. Tienduizend rijders zijn vanmorgen gestart, waarschijnlijk zullen slechts enkele honderden de finish bereiken. Zeker wanneer het Elfstedenbestuur zal besluiten het dichtsneeuwende traject tussen Bolsward en Harlingen en Harlingen-Dokkum te sluiten, zoals het dat omstreeks één uur met de zuidroute deed voor degenen, die toen Woudsend nog niet waren gepasseerd. Legio zijn de uitvallers, talrijk zijn de gewonden. Alleen de zeer sterken hebben in deze Elfstedentocht een kans gehad”, aldus de Leeuwarder Courant.

Legioen van 10.000 verdween in ijswoestijn
De Elfstedentocht en de naam Reinier Paping zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op 18 januari 2019 is het zesenvijftig jaar geleden dat Paping zegevierend uit de strijd in Friesland tevoorschijn kwam. Een onwerkelijke strijd over tweehonderd bizarre kilometers, want de omstandigheden waarin de wedstrijd plaatsvond waren bar en boos. ’s Werelds grootste schaatswedstrijd heeft nog nooit zoveel slachtoffers geëist als in 1963. Een tocht die de geschiedenis in zou gaan als de zwaarste ooit verreden. Een record aantal uitvallers; een record aantal gewonden. Slechts 57 van de 378 wedstrijdrijders haalden de eindstreep. Van het legioen van bijna tienduizend toerrijders die aan de start verscheen behaalden slechts 126 de eindstreep. De meesten waren verdwenen in de ijswoestijn. De EHBO-posten werkten 18 uren op volle toeren. Lees verder Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (4)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe.

 2015. Werkzaamheden op de Ommerschans waar een deel van de verdedigingsschans wordt gereconstrueerd.
Foto: Harry Woertink

Ook Ommen ontsprong niet de dans. De Ommerschans werd in 1670 met bastions en een wal versterkt. Wanneer in een jaar later Bommen Berend met zijn Münsterse soldaten over de grenzen dendert, wordt ook de Ommerschans, ondanks de verbeteringen, onder de voet gelopen. Dit is deel 4 over het Rampjaar 1672.

Schade en onheil
De bisschop van Münster viel Overijssel binnen op grond van een verdrag dat hij had gesloten met Engeland, een vijand van de Republiek. Het was het begin van een rampjaar voor heel het land, want ook Engeland en Frankrijk hadden de Republiek inmiddels de oorlog verklaard. De oorlogen van de bisschop van Munster veroorzaakten veel schade en onheil. Gestadige doormarsen en inlegeringen, zowel van Nederlands als van Munsters krijgsvolk, met afzettingen, plunderingen en brandschattingen vergezeld, vielen aan de meeste steden en dorpen van het platteland van Overijssel en voornamelijk aan Ommen te beurt. In 1665 was er gestadige inlegering van krijgsvolk van de Bisschop van Munster; de twee oorlogvoerende partijen trokken steeds af en aan. Van 25 september tot 2 oktober was het gehele Munsterse leger, inclusief de bisschop ondergebracht in Ommen. Ook een jaar later werd Ommen ingenomen door het leger. De burgerij was voortdurend in onrust en moest steeds zware lasten dragen. Ernstiger nog zag er het uit in 1672, want nadat Deventer en andere steden in Overijssel al veroverd waren, zag men een grote afdeling van de krijgsmacht van Bommen Berend naar Ommen afzakken. De mannen legerden zich in bij burgers en pleegden tal van gewelddadigheden.

Ommerschans
Toen het leger optrok naar de Ommerschans om die te bezetten, troffen de Munstersen deze, zoals al eerder beschreven, verlaten aan. De Nederlandsche soldaten waren weggelopen omdat ze niet machtig genoeg waren om het geschut te bedienen om een aanval af te weren. Negen dagen lang lag het complete leger toen in en om de stad Ommen tot aan hun vertrek naar het Groningerland. De stad moest voor hun vertrek een aanzienlijke som als brandschatting of oorlogscontributie betalen. Lees verder 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (4)

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (3)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe.

 De Ommerschans als bedelaarsgesticht ca. 1828.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Ommerschans”.

Ook Ommen ontsprong niet de dans. De Ommerschans werd in 1670 met bastions en een wal versterkt. Wanneer in een jaar later Bommen Berend met zijn Münsterse soldaten over de grenzen dendert, wordt ook de Ommerschans, ondanks de verbeteringen, onder de voet gelopen. Dit is deel 3 over het Rampjaar 1672.

Toestand op de Ommerschans
Op 7 februari 1672 schreven de Staten van Overijsel aan die van Drenthe over de toestand op de Ommerschans, die volgens ontvangen klachten van Kapitein Rudolf van Arkel nog steeds veel te wensen overliet en uit welk schrijven blijkt dat Groningen en Friesland ondanks de gedane belofte en de daarvoor ontvangen gelden zeer weinig nog voor de schans hadden gedaan. In dit schrijven werd nogmaals dringend verzocht een hoeveelheid stro naar de schans te willen zenden, terwijl men aan Friesland een aantal „bultsacken” had gevraagd. En nu het land in een zo benarde positie verkeerde en men elkander zoveel mogelijk moest steunen, werd Drenthe dan ook onmiddellijk bereid gevonden het gedane verzoek in te willigen en werd al een week later een grote hoeveelheid stro naar de schans vervoerd.

Versterking
Doch waren daarmede de soldaten al geholpen, de schans zelve niet. Opgeworpen uit niet al te best materiaal, was zij nog nooit een vesting van betekenis gebleken en was er voortdurend reparatie noodzakelijk. Ook nu zou zij, al waren de garnizoenen versterkt geworden, tegen mogelijke aanvallen waarschijnlijk niet bestand zijn. Om dit euvel zoveel mogelijk te helpen voorkomen, werd besloten de Ommerschans in allerijl te versterken, waartoe in de eerste plaats ± 2000 palen van eiken-, berken-, elzen- of weekhout, elk 7 voet lang en ter dikte van een zware balk, nodig werden geacht. Verschillenden Drentse gemeenten werden bij resolutie van 14 Mei van dat jaar opdracht gegeven voor de levering van palen. Lees verder 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (3)

1672 – 2022 Herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (2)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken.

 Christoph Bernhard Freiherr von Galen (Bernard van Galen), ook wel “Bommen Berend” genoemd.
Afbeelding: Wikipedia

Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe. Ook Ommen ontsprong niet de dans. Dit is deel 2 over het Rampjaar 1672.

Het was in de zeventiende eeuw een periode van angst en beven door de ingelegerde soldaten. Wat aan eten op tafel kwam werd ingenomen door de vijandige soldaten. Huizen werden toegetakeld, aardappelen en groente uit tuinen geplunderd en de rogge van het land gestolen. En bij het minste en geringste verzet volgde er harde klappen van de soldaten.

Bittere armoede in Ommen
Wat waren de burgers van Ommen blij toen de Magistraat de door het Munsters krijgsvolk geëiste hoge bedrag van 2000 gulden uitbetaalde. Een zogeheten brandschatting om verdere plunderingen, treiteringen en ander wangedrag tot misschien wel het in brandsteken van de stad te voorkomen. Het opleggen van deze ‘oorlogsbelasting’ leidde echter tot bittere armoede in Ommen. Het geëiste geld had Ommen ook niet zelf, maar moest van Zwolle geleend worden.

Capitulatie Overijssel
De Munsterse bisschop Bernard van Galen verzamelde zijn troepen in Nordhorn. Ook de Keulse bevelhebber Willem van Fürstenberg bracht zijn strijdkrachten in Westfalen bijeen en viel Overijssel en de Graafschap binnen, waar de bondgenoten zich verenigden. Op 5 juni 1672 capituleerde al de Ridderschap van Overijssel. Spoedig waren tal van steden in het oosten van het land in de macht van de vijand, daarna vielen Deventer, Zwolle, Zwartsluis en Steenwijk.

Na de val van Deventer kwam een grote Munsterse troepenmacht naar Ommen afzakken. In juni 1672 trok de vijand de stad binnen en legerde zich bij de burgers. Het was een ontzettende toestand, daar de benden gewelddadigheden van allerlei aard pleegden. Het leger trok op naar de Ommerschans, maar tot verrassing werd een inmiddels verlaten Ommerschans aangetroffen. De schans werd nu bezet door de troepen onder aanvoering van de onderbevelhebber Breuninck. Terwijl het grootste gedeelte der manschappen naar Ommen terugtrok, bleef een compagnie op de schans achter, die door Ommen van het nodige moest worden voorzien. Lees verder 1672 – 2022 Herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (2)

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (1)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van Bommen Berend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster was het in het Rampjaar 1672 dat bisschop Bernhard van Galen keihard toesloeg.

 Archieffoto van de Open Monumentendag Ommen in 2018. Oude tijden van Bommen Berend, de beruchte bisschop van Münster die in de zeventiende eeuw plunderend door Overijssel trok, komen tot leven op de Ommerschans met een historisch kanon. Het circa 2.000 kilo zware wapen dateert overigens uit 1786.
Foto: Harry Woertink

Ook Ommen ontsprong niet de dans. Als verdedigingsschans speelde de Ommerschans ook een rol in de strijd. Echter, de Ommerschans voldeed bij lange na niet aan het doel waarmee zij eertijds was opgeworpen. In deze serie een terugblik. Dit is deel 1.

Redeloos, radeloos en reddeloos
Frankrijk, Engeland en de bisschop van Münster vielen in 1672 de Nederlandse Republiek binnen. In minder dan een maand tijd overliep de vijand alle tegenstand. In steden stortte de openbare orde in. Het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. Toch vertelt deze uitdrukking niet het hele verhaal. Te lang is 1672 herdacht als voornamelijk een ramp voor westelijk Nederland, terwijl in werkelijkheid het Rampjaar de Republiek in tweeën splitste. De provincies Holland en Zeeland bleven vrij achter de Hollandse Waterlinie; over de rest van de provincies daalde een regime neer van onderdrukking en terreur.

Ommen
De oorlogen van de bisschop van Munster, Barend van Galen, met de Staat der Verenigde Nederlanden zorgden in de meeste steden en dorpen van het platteland in Overijssel voor vele doormarsen en inlegeringen. Die gingen weer gepaard met afzettingen, plunderingen en branden door het Munsters krijgsvolk. Ook de stad Ommen kreeg met veel schade en veel onheil te maken. In 1665 was er gestadige inlegering in Ommen van krijgsvolk van de Bisschop van Munster; de twee oorlogvoerende partijen trokken steeds af en aan. Van 25 september tot 2 oktober was het gehele Munsters leger ondergebracht in Ommen. De bisschop zelf had zijn intrek op Den Hof genomen. Lees verder 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (1)

Midwinterhoornblazers ook in Ommen weer te horen

OMMEN – Op zondag 28 november – de eerste dag van de advent – was het weer zover dat de midwinterhoorns weer van de muur gehaald mochten worden.

Met 10 man sterk waren de Ommer Midwinterhoornbloazers present op het Anbloazen in Ommen
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Midwinterhoornblazen

Ook voor de leden van de “Ommer Midwinterhoornbloasers”. Bij het schemeren van de dag bliezen ze op het Vechtpodium in het centrum van Ommen voor het eerst weer de “Oale roop” of zoals de blazers zelf zeggen het “Anbloazen”.

Wintertraditie
Het is een echte wintertraditie, want de hoorn wordt vanaf de eerste zondag van Advent geblazen om de komst van het kerstkind aan te kondigen. Met Driekoningen, op 6 januari, wordt er afgeblazen en worden de hoorns weer opgeborgen.

De nieuwsgierigen die aan het eind van de middag op de blaasgeluiden waren afgekomen spraken van prachtig klanken over op dat moment heel rustig Ommen. Op de komende marktdagen zijn de 10 leden van de “Ommer Midwinterhoornbloasers” ook te horen op hun houten blaasinstrumenten.

De midwinterhoorn is een licht gebogen hoorn van berken- elzen- of wilgenhout, op ambachtelijke manier gemaakt met een mondstuk, de happe, van vlier of een andere houtsoort, waarop een eenvoudige melodie wordt geblazen. Er zijn ook blazers die zelf hun hoorn maken. De hoorns worden ofwel aan elkaar gelijmd of in water gehangen, waardoor de twee houten helften opzwellen en naadloos op elkaar passen en de naden hermetisch worden afgesloten.

Bron: Harry Woertink – 28 november 2021

Historisch Rijwielmuseum Ommen op zoek naar vaste locatie

OMMEN – Overijssels gedeputeerde Roy de Witte (CDA) was donderdag 25 november te gast in het Historisch Rijwielmuseum in Ommen, waar hij werd rondgeleid door vrijwilligers van het museum.

 Gedeputeerde Roy de Witte (tweede van links) op bezoek in het Ommer rijwielmuseum. Verder v.l.n.r. vrijwilliger Dineke Broekmaat, statenlid Jan Westert, museumvoorzitter Gerrit Voort en penningmeester Georg Doorn.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “2021 – Fietsmuseum Ommen

Dat deed hij samen met statenlid Jan Westert (ChristenUnie) uit Ommen. Aanleiding van het bezoek was de noodkreet van het museumbestuur om financieel geholpen te worden bij het uitkijken naar een nieuwe locatie voor het rijwielmuseum. De gedeputeerde deed de toezegging zich hard te willen maken voor de plannen van het museumbestuur en daar dan ook graag een steentje aan te willen bijdragen. Om welk bedrag het dan gaat kon de gedeputeerde nog niet zeggen. Ook het gemeentebestuur van Ommen wil de gedeputeerde bij de plannen betrekken.

Nieuwe locatie in centrum
Het rijwielmuseum zit in een leegstaand winkelpand aan de Brugstraat, maar moet vanwege nieuwbouwplannen op deze locatie binnenkort verkassen. Als het aan het museumbestuur ligt wordt bij verhuizing gekozen voor een vaste locatie in het centrum van Ommen. Eventuele mogelijkheden van aankoop van een (winkel)pand wordt ook door het museumbestuur niet uitgesloten. “Ons museum is in vijf jaar uitgegroeid tot een prachtig museum. We komen dit jaar aan 10.000 bezoekers. Daarom willen we ons bestaansrecht verder verstevigen”, aldus Gerrit Voort, voorzitter van de stichting Historisch Rijwielmuseum Ommen. Voort legde aan de gedeputeerde uit dat het museum de ontwikkeling van de fiets laat zien tussen 1900 en 1960. “We vertellen verhalen, maar horen ze ook van onze bezoekers. Wij zijn er trots op dat we met onze vrijwilligers en zonder enige financiële steun dit hebben kunnen opzetten”.

Helpende hand
Gedeputeerd Roy de Witte die Cultuur in zijn portefeuille heeft benadrukte dat de provincie graag bereid is om de helpende hand uit te steken. “Wat ik hier zie en ook hoor, dan voldoen jullie helemaal aan wat we als provincie graag beogen. En dat is het doorvertellen van het verhaal. Met jullie vrijwilligers zie ik dat jullie dat doen. De fiets is in de loop der jaren een belangrijk stuk cultuur voor ons geworden. Als erfgoed willen we dat graag bewaren en doorgeven”, aldus de gedeputeerde. Lees verder Historisch Rijwielmuseum Ommen op zoek naar vaste locatie

Sinterklaas komt aan in Ommen – Zuute plassies Ommer traditie met Sinterklaas

Sinterklaas is weer in het land en doet menigeen kinderhart sneller kloppen. Ook in Ommen is de Goedheiligman weer gesignaleerd.

 De Goedheiligman gezeten in de auto gereden door Klaas Klosse, werkzaam bij garage Luttekes aan de Stationsweg. Naast de chauffeur zit Harm Zandbergen en achterin Carel Siero van het ontvangstcomité.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Sint Nicolaas

Al jaren wordt de Sint hier vorstelijk ingehaald. In 1949 kwam Sint-Nicolaas met de trein naar Ommen. Honderden kinderen waren naar het NS-station gekomen voor een hartelijk ontvangst van het Spaanse gezelschap. Met de auto maakte Sint toen een rondgang door Ommen, gevolgd door een kinderfeest in de toneelzaal van Hotel De Zon. In de krant staat de dag erop het volgende verslag: “OMMEN. Honderden kinderen hadden zich Dinsdagmiddag bij het station opgesteld om Sint-Nicolaas te verwelkomen, die precies om half twee met de trein uit Zwolle arriveerde. Vanwege het slechte weer was de hoge gast zo verstandig geweest, zijn paard in Zwolle achter te laten. Namens het comité van ontvangst werd hij welkom geheten door de heren Harm Zandbergen en Carel Siero. Nadat de Sint en zijn twee knechten in een auto hadden plaats genomen, ging het in optocht naar de zaal van Hotel De Zon. Hier werd de kinderen van de Openbare, Hervormde en R.K. Scholen een echte gezellige middag geboden. Nadat de Sint vertrokken was werd er poppenkast vertoond en trad nog een heer op met zijn sprekende Pop. De kinderen hebben zich kostelijk geamuseerd, dankzij het initiatief van de muziekver. Crescendo en de medewerking der burgerij.”, tot zover het verslag uit de krant van 1949.

Kameel
De laatste jaren kom Sinterklaas in Ommen aan met de boot over de Vecht. Maar dat was ook wel eens over het Ommerkanaal. Was er geen boot dan werd het trein, (open)auto of brandweerauto. De ritjes door het centrum waren ook gevarieerd: op schimmel, in de koets of in de arrenslee. Zelfs kwam er al eens een kameel aan te pas. Sinterklaas is voor Ommen geen vreemde. Sinds 1900 mag Ommen zich verheugen op de komst van de Goedheiligman. Daarna kon de jeugd van Ommen blijven rekenen op zijn komst. De Ommer courant bericht in 1923 het volgende over de komst van Sint: “Vooraf gegaan door de muziekvereniging Crescendo trok een groote schare kinderen naar het station, om den goeden Sint, die met de trein van half twee uit de richting Junne zou aankomen, feestelijk in te halen. De verwelkoming was dan ook allerhartelijkst, de kleinen popelden van plezier”. Lees verder Sinterklaas komt aan in Ommen – Zuute plassies Ommer traditie met Sinterklaas

Nieuwe uitgave De Darde Klokke over Ommerkanaal, wethouders en Slag bij Ane

Het nieuwste nummer van het historisch tijdschrift De Darde Klokke (201) bevat ook dit keer weer mooie historische verhalen.

De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (201).

Zo wordt in de jongste uitgave de historie van het Ommerkanaal belicht, zowel als kanaal als het ontstaan van de buurtschap. Het kanaal van Dedemsvaart naar Ommen is gegraven in de jaren 1864-1865. Hierdoor kon de scheepvaart vanwege de lage waterstand in de Vecht vanuit Ommen nu met grotere schepen over het kanaal via Dedemsvaart richting Hasselt naar Zwolle varen. In 1927 is het kanaal verbreed en uitgediept. Hierdoor konden de melkveehouders toen de melkbussen per boot (bokschuiten) vervoeren naar de melkfabriek in Balkbrug. De melkbussen werden dan met paard en wagen door een boer uit de buurtschap naar de boot gebracht. In 1965 is het kanaal voor de scheepvaart gesloten. Het werd opnieuw verbreed en vanaf het Ommerbos naar de haven is het toen gedempt. Het kanaal werd verplaatst in westelijke richting om bij Varsen in de Vecht te stromen.

Seinen
Over ‘Wethouder Seinen’ is er een vervolgverhaal. Van 1945 tot 1974 was Gerrit Jan Seinen wethouder in de gemeente Ommen, terwijl hij voor de oorlog ook al enige jaren gemeenteraadslid was geweest. In het stadshart van Ommen had Seinen een boerderij. Seinen was een markante persoonlijkheid. Hij zei precies waar het (voor hem) op stond, maar daarmee maakte hij niet alleen vrienden. Toch is Ommen veel dank aan hem verschuldigd, overal in de gemeente zijn sporen te vinden die herinneren aan deze bijzondere plaatsgenoot, zo valt te lezen in het nieuwste nummer van De Darde Klokke. Notulen en krantenverslagen zijn erbij gehaald om aan te tonen dat Seinen als wethouder een heel sociale man was. In de tijd van de Wederopbouw na de oorlog was het heel belangrijk dat iedereen een fatsoenlijk dak boven z’n hoofd had.

Om de woningnood tegen te gaan, gaf het gemeentebestuur zelfs toestemming zomerhuisjes in Besthmen te bouwen en bewonen. De huisjes zouden tien jaar permanent bewoond mogen worden, om daarna overgedaan te worden aan ‘zomergasten’. Bovendien moest het benodigde hout voor 90 procent uit de bossen rond Ommen komen. Het departement van Wederopbouw en Volkshuisvesting gelastte de bouw evenwel onmiddellijk stop te zetten, omdat er geen vergunning voor was verleend. Wethouder Seinen en zijn collega Immink hielden de aannemer voor dat hij zich hier niets van moest aantrekken en gingen in juli 1948 letterlijk zelf een handje meehelpen.

Lees verder Nieuwe uitgave De Darde Klokke over Ommerkanaal, wethouders en Slag bij Ane