Categorie archief: Harry Woertink

Canon van de Ommer: Gerrit Steen (7)

Wie een duik in de geschiedenis van Ommen wil nemen kan bijna niet zonder het ‘kompas’ van geschiedschrijver Gerrit (Gait) Steen (13-08-1904, 11-07-1992).

 Gerrit Steen in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “7. Gerrit Steen”, de verzamelplek voor alles over Gerrit Steen.

Met name zijn in 1982 verschenen geschiedenisboek “Ommen rond de 19e eeuw” geeft richting hoe historisch de ontwikkeling in de negentiende eeuw is verlopen. Steen’s bijdrage tot de geschiedenis van Ommen werd uitgegeven door de gemeente Ommen ter gelegenheid van de officiële ingebruikname van het gemeentehuis. Al met al een mooie bijdrage die de rijke geschiedenis van Ommen vast houdt en waar belangstellenden voor de lokale geschiedenis graag op terug grijpen.

Zo was het…
Daarnaast is Steen auteur van het in 1948 uitgegeven boek “De geschiedenis van Ommen”, die hij samen met het hoofd van de landbouwschool Willem Veldsink (1903-1973) samenstelde ter gelegenheid van het 700-jarig bestaan van Ommen als stad. Dit boek werd toen gedrukt en uitgeven door de plaatselijke drukkerij G. Veldhuis. Met “Zo was het… plaatjes uit het oud Ommen en zijn omgeving” gaf Steen ook een mooie inkijk in het verleden van Ommen. Dit populaire boekwerk met tientallen foto’s uit oud Ommen becommentarieerd verscheen in 1979 en was een initiatief van Wiechers Woonoase toen de familie Wiechers uit Dwingeloo in Ommen een filiaal vestigde. Verder heeft Steen bijgedragen aan onder andere de fotoboeken “Ommen in oude ansichten” (1970), “Kent u ze nog… de Ommenaren” (1972) en “Ommen verleden en heden” (1985).

Oud Ommer geslacht
Gerrit Steen komt voort uit een oud Ommer familiegeslacht. De oudheid- en geschiedkundige bij uitstek was 47 jaar in dienst van de gemeente Ommen. Vanaf 1940 als ontvanger-directeur bij het Gemeentelijk Elektriciteits Bedrijf (GEB). En toen de GEB in 1954 overging naar de IJsselcentrale werd hij gemeenteontvanger. Steen is altijd geïnteresseerd geweest in de historie van Ommen. In de beginjaren van de Oudheidkamer maakte Steen als secretaris deel uit van het stichtingsbestuur. Ook was hij bestuurslid van de Gemienschop van Oll Ommer, verzorgde hij lezingen over zijn geliefde Ommen en schreef hij voor het historisch tijdschrift De Darde Klokke.

Aan de samenstelling van het boek “Ommen rond de 19e eeuw” heeft Steen na zijn pensionering in 1974 verschillende jaren gewerkt. En dat in een tijd dat er nog geen internet bestond. Gait (dialect voor Gerrit) Steen woonde als laatste aan de Baron Fridaghstraat. Van hieruit bezocht hij met zijn auto verschillende archieven. De meeste keren kwam hij naar het archief van het Ommer gemeentehuis om zaken over de geschiedenis van uit te pluizen. Met zijn historische bijdragen leeft de naam van Gerrit Steen voort in de Ommer geschiedenis. Als eerbetoon voor de historicus is het in 1994 gebouwde woon-appartementencomplex op de locatie van de voormalige Marijkekleuterschool, gelegen tussen Hamsgoren en de Friesendorpstraat, naar Steen vernoemd en kreeg de naam “Steenhof”.

Bron: Harry Woertink – 11 november 2020

Herberg Nieuwebrug speelde belangrijke rol in geschiedenis van Ommen

Ten zuiden van de stad Ommen behoort Nieuwebrug tot een van de vijf Ommer buurtschappen die gelegen zijn aan de rivier de Regge. Voor de buurtschap Nieuwebrug gaat het om enkele huizen, een herberg en een brug.

 Café / Uitspanning Nieuwe Brug (Eggengoor) in juni 1957.
Foto: OudOmmen

Vroeger kruiste hier de oude postroute van Ommen naar Raalte en de weg van Ommen naar Hellendoorn.

Schippersherberg
Herberg Nieuwebrug aan de Regge dateert uit de 14e eeuw en heeft in de veelbewogen geschiedenis van Ommen een belangrijke rol gespeeld. Het was een geliefd punt voor de schippers. Zij die er vertoefden sneden soms letters in de onderdeur of lieten hun merk in de deur achter. Aan het einde van de 19e eeuw was de herberg een verzamelplek voor een uitgebreide smokkelhandel in suiker. In 1897 kwam de herberg in handen van de familie W. Eggengoor. Tegenwoordig wordt de zaak bestierd door de familie Loode.

Staten van Overijssel
Aan de eeuwenoude herberg is de historie voorbij gegaan. Ridders in harnas en maliënkolder, ruiterij en voetvolk met op borst en schild de leeuw uit het wapen van het gewest. Omdat Nieuwebrug zo centraal gelegen was tussen Salland, Twente en het Land van Vollenhove werden in de middeleeuwen de bijeenkomsten van de Ridderschap en Steden van Overijssel in Nieuwebrug gehouden. In de herberg werden belangrijke besluiten genomen. De bisschop heeft Ridderschap en Steden hier onder meer bijeengeroepen in 1499 om te overleggen wat besproken zou worden op de Rijksdag in Worms, waarbij Deventer, Zwolle en Kampen tot Duitse Rijksstad werden benoemd. Ook speelde zich hier de verraderlijke overval af van de Zwolsen. Kampen, dat van bisschop Frederik van Blankenheim de tol van de IJssel had verkregen, beklaagde zich over de ontduiking van het betalen daarvan door de Zwollenaren, die meer en meer van het Zwartewater gebruik maakten. In die twist werden de Kampenaren door de bisschop en ook door de keizer in het gelijk gesteld. Lees verder Herberg Nieuwebrug speelde belangrijke rol in geschiedenis van Ommen

Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (1)

Het Historisch Museum in Ommen wordt vernieuwd. Eerder bekend als “Oudheidkamer” en “Streekmuseum” opent het Historisch Museum voorjaar 2021. In de aanloop naar de ingebruikname een reeks artikelen over de historie.

 1952 – Eerste tentoonstelling van de Oudheidkamer in de Kruisstraat. Op de foto G. Steen en H. Ekkelkamp.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s de albums (en subalbums) “Molen Den Oordt / Streekmuseum” en “2020/2021 – Uitbreiding Streekmuseum”.

Hoe het is begonnen
Vreemdelingen die Ommen bezoeken vinden er nog te weinig ontspanning. Dat is de klacht die regelmatig wordt opgetekend op vergaderingen van de VVV. Een zwembad ontbreekt maar ook een museum waar de toerist vermaakt kan worden. Het VVV-bestuur spreekt zich in 1951 dan ook uit dat alle pogingen in het werk gezet moeten worden om in Ommen een Oudheidkamer te openen. Ook onder de bevolking gaan stemmen op voor een Oudheidkamer en de Gemienschop van Oll Ommer roert zich eveneens. De plaatselijke initiatieven krijgen steun van het gemeentebestuur. De moeilijkheid is echter nog het vinden van een geschikte lokaliteit.

Oprichting Stichting Oudheidkamer
In het voorjaar van 1952 is het dan zover dat de stichting Oudheidkamer Ommen in het leven wordt geroepen. In het eerste bestuur nemen zitting: oud-burgemeester C. E. W. Nering Bögel, voorzitter; G. Steen, secretaris; en H. Oldeman, penningmeester. Verder bestaat het bestuur uit de leden Ph. D. baron van Pallandt van Eerde; A. Pomes; Joh. Hurink; H. ten Tooren; G. J. Makkinga; B. Timmerman Hzn; D. Bosscher; Ph. de Munck en C. J. Siero. Verder worden vertegenwoordigers van de VVV en de Vereniging van Neringdoenden hieraan toegevoegd.

Eerste tentoonstelling
Het bestuur trad al dadelijk actief op met het zoeken van een gebouw waarin de Oudheidkamer zou kunnen worden ondergebracht. Enkele gebouwen die misschien geschikt zouden zijn werden bezichtigd. Om in ieder geval een begin te maken, werd besloten om in het eerste jaar een tentoonstelling te organiseren van oudheidkundige voorwerpen. Hiervoor wordt een ruimte in het centrum van Ommen gezocht en gevonden. De gemeente stelt de lokalen boven het gemeentelijk belasting ontvangkantoor aan de Kruisstraat ter beschikking. In het gebouw was eerder het postkantoor gevestigd. Omdat veel voorwerpen al in het bezit zijn, kan in de zomer van 1952 een eerste tentoonstelling worden ingericht. Er bestaat veel belangstelling. In een paar weken hebben bijna duizend personen een bezoek aan deze expositie gebracht. Zelfs de 1000ste bezoeker kan er welkom geheten worden en krijgt voor zijn bezoek een boekwerk aangeboden. De gelukkige is A. Makkinga Gzn. Lees verder Historisch Museum Ommen van oud naar nieuw (1)

Naam Möl’nhoek nieuwe wijk in Ommen officieel onthuld

OMMEN – Wethouder Leo Bongers heeft woensdagmiddag officieel de naam van de nieuwe woonwijk Möl’nhoek onthuld.

 V.l.n.r. Johan Willemsen, molenaar Anton Wolters en wethouder Leo Bongers bij een van de nieuwe borden aan het begin van het Molenpad.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Möl’nhoek”.

Hij deed dat met het weghalen van de vlag van de Stichting Ommer Molens waarna het naambord tevoorschijn kwam. Totaal prijken drie naamborden in de wijk. Het gaat om het gebied dat eerder bekend stond als Havengebied West en momenteel in een afrondende fase zit. De naam Möl’hoek (Molenhoek) is een eerbetoon aan de in de wijk staande korenmolen De Lelie. De drie naamborden zijn voorzien van een ets van molen De Lelie.

Trots op de molens
De wethouder zei in zijn speech blij te zijn met het cultureel erfgoed waar ook molen De Lelie onder valt. “Als gemeente zijn we trots op onze molens. Het beleid is ook om de molens draai- en maalvaardig te houden. We prijzen ons gelukkig dat we in Ommen een stichting de Ommer Molens hebben die zich inzet voor de molens. En natuurlijk de Ommer molenaar Anton Wolter van De Lelie niet te vergeten”, aldus de wethouder, die ook hulde uitsprak aan de initiatiefnemers. “Een mooie naam die eer doet aan de omgeving”.

Oldeman
Door de coronamaatregelen mocht slechts een kleine groep van genodigden bij de feestelijke onthulling aanwezig zijn. Bijzondere gasten waren de kinderen van de vroegere molenaarsfamilie Oldeman. De molen werd destijds voor een symbolisch bedrag door de gemeente overgenomen van de familie Oldeman. Daardoor ook kon destijds de molen behouden blijven. Lees verder Naam Möl’nhoek nieuwe wijk in Ommen officieel onthuld

Laatste draaidag molenaar Gerrit van Harten op Den Oord met leerling-molenaar Gert Hengelaar

“Mooie draaidag met Gerrit van Harten. Al een paar jaar kijk naar molens. Sinds ik met pensioen ben, ben ik de cursus ‘Molenaar in opleiding’ begonnen.

 Mooie draaidag met Gerrit van Harten.
Foto: Gert Hengelaar

Ik woon in Arnhem en het draaien daar is mooi. Je hebt een mooi uitzicht over de stad. Inmiddels ben ik zover dat ik molens op ander plaatsen bezoek en onder verantwoordelijkheid van de molenaar daar de molen mag aanzetten.

Ommer
Als geboren Ommer wilde ik natuurlijk graag ook in Ommen oefenen. Diverse keren maakte ik praatjes op de molens in Ommen. Zo ook met Gerrit van Harten en het paste dat ik met mijn molenaar een dag zou gaan draaien op molen Den Oord. Dat was woensdag 14 oktober. Een beetje een rare wind. Noordoost, kracht 2-3. Meer dan genoeg om de wieken met volle zeilen te laten draaien. Het leuke van draaien op een stellingmolen is dat je altijd beneden mensen ziet kijken naar de molen. Het blijft een mooi gezicht, dat draaien van die wieken. Dus onder toezicht van Gerrit heb ik de molen opgezeild en van Gerrit kreeg op zeer kundige wijze advies wat wel en niet moest. Mooi was ook dat hij het mezelf liet uitzoeken. Als leerling mag je natuurlijk fouten maken. Verder viel de passie op van Gerrit voor deze molen. Zijn grootvader kwam uit het westen van het land naar de omgeving van Raalte om daar te boeren. Hij zelf zette zijn boerenbedrijf op tussen Balkbrug en Dedemsvaart, want daar was nog grond. Op een goed moment kon hij de boerderij verkopen en ging in Ommen wonen.

Den Oord
Via Anton Wolters kwam hij bij de Ommer molens terecht. Net als ik deed hij de opleiding en werd molenaar op Den Oord. Dat heeft hij twaalf jaar met veel plezier gedaan. Den Oord is een prachtige molen op een mooie plek met mooie verhalen. Gerrit heeft die verhalen aan mij verteld vandaag. Maar wat bleek: die woensdag was zijn laatste draaidag. We hebben de molen winterklaar weggezet. Dit jaar draait de molen niet meer met Gerrit. En volgend jaar ook niet meer. Ik vond het prachtig om op mijn eerste draaidag in Ommen met Gerrit op Den Oord te draaien.”

Bron: Gert Hengelaar, Arnhem – 23 oktober 2020

Naschrift redactie:
• Gert Hengelaar is een zoon van de bakker die vroeger was gevestigd aan de Stationsweg in Ommen
• Vanwege zijn hoge leeftijd heeft Gerrit van Harten besloten te stoppen als molenaar

Schötteldoek

Een schötteldoek is de voorloper van de huidige vaatdoek. Het gaat om een stevige lap katoen met een rood, blauw of groen ingeweven randje.

 In elke keuken was vroeger wel een schötteldoek voorhanden.
Foto: collectie Familie Oldeman

Kopjes en glaasjes bijvoorbeeld werden met een schötteldoek schoon en droog gemaakt maar even zo goed aanrecht, monden, tafel, snotneuzen van de kinderen of babybilletjes en wat diens meer zij. Ook kon er een klets mee om de oren worden gegeven. Marchien Bekkering-Duiker (Dalen 1923) maakte het volgende (Drentstalig) gedicht over de schötteldoek:

De schötteldoek
Met de schötteldoek gonk t’er wel eens raar heer
Het was vake iene gegleer en gesmeer.
De jonger’n die zult er wel niet veul van weten,
En de older’n die wilt het ’t liefste vergeten.
Maar ik wil oe graag uut de doeken doen,
wat aj met een schötteldoek allemaole kunt doen. Lees verder Schötteldoek

Graverijen op Den Oord – Ommen verandert

Wie de moeite neemt te wandelen langs De Bollemaat, Den Lagen Oord of Lodderholt wordt getroffen door grote veranderingen die daar de laatste tijd hebben plaatsgevonden.

 Aanleg van de Coevorderweg vanaf de Hessel Mulertbrug. Op de achtergrond de molen aan Den Oord waarvan de wieken al niet meer compleet zijn.
Foto: OudOmmen

Een grote grijper werkt van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat en graaft sleuven van meters diep. Het uitgegraven zand wordt aan grote bergen opgestapeld. In de Vecht ligt een zandzuiger, die dag in dag uit die sleuven met Vechtzand opvult. Over dit witte zand wordt het zwarte zand, dat nu aan bergen ligt verwerkt en dan is ook dit grote stuk grond weer klaar voor bouwterrein”. Dit is te lezen in een oud exemplaar van het historisch tijdschrift De Darde Klokke. In een uitgave uit 1955 wordt een pleidooi gehouden voor het behoud van de Ommer molens. Bovendien heeft de schrijver van het artikel moeite met alle veranderingen waar Ommen aan onderhevig is. Het blad vervolgt:

Romantiek
De kolk bij Makkinga’s molen is al dicht. Hiermee is weer een stukje romantiek, vlak in de buurt van Ommen verdwenen. Deze kolk in het vlakke land van Den Oord, waarin de waterplanten naar hartenlust konden groeien, waarin vroeger de in de molen te zagen bomen lagen te “wateren”, en waarin de wieken van de molen zich spiegelden, was een pracht stukje natuur. Hoeveel schilders van naam, hebben in de loop van de jaren die mooie plek niet op het doek gebracht.

Molen Den Oord
De molen zelf staat op zijn laatste benen. De wieken zijn nu weggehaald en zo wordt de molen steeds bouwvalliger. De mulder Oldeman, heeft de zaak overgedaan aan iemand van het jongere geslacht, die nog minder oog zal hebben voor “traditie” en “verleden”. Uit geldelijk oogpunt bezien, is de molen voor de familie Oldeman niet meer te redden. Zakelijk kan het bedrijf alleen nog voort worden gezet, wanneer gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Daarvoor zijn geen wieken nodig en heeft de windmolen dus afgedaan. Zoveel jaren zal het niet meer duren, of we hebben in Ommen niet één molen meer. Lees verder Graverijen op Den Oord – Ommen verandert

Mijnenveger Hr. Ms. Ommen (1956-1993) was er voor veiligheid op zee

Tussen 1956 en 1993 deed “Hr.Ms. Ommen M813” dienst als mijnenveger op zee. Na de Tweede Wereldoorlog waren grote aantallen mijnenvegers nodig voor het ruimen van de mijnen op de vaarroutes op de Noordzee.

In 1979 maakte een delegatie van de gemeenteraad een vaartocht op de mijnenjager Ommen. V.l.n.r.: gemeentesecretaris J.J. Barendrecht, D. Hoogenboom, A. Pouw, G.J. Jaspers, M.J. Vosjan, J. Kassies, G.J. Hesselink, 2 officieren van de Marine en T. Wijkmans.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Mijnenveger “Ommen””.

Aanvankelijk maakte men gebruik van enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en van voormalige Duitse en Britse vaartuigen. Vanaf de jaren vijftig kwamen daar grote aantallen nieuwe schepen bij. De mijnenvegers werden in opdracht van de Koninklijke Marine gebouwd op Nederlandse scheepswerven. Voor de namen van deze oorlogsschepen is gekozen voor namen van middelgrote en kleine Nederlandse gemeenten. Behalve Ommen waren er mijnenvegers met namen als Staphorst, Hoogeveen, Giethoorn, Borne, Abcoude, of bijvoorbeeld Sittard.

Te waterlating
Op 5 april 1955 mocht mevrouw F. van Reeuwijk-Dönszelmann op de werf van J. en K. Smits scheepswerven N.V. in Kinderdijk (Krimpen aan de Lek) de in aanbouw zijnde kustmijnenveger “Hr.Ms. Ommen” te water laten. De officiële handeling bestond uit het indrukken van een knop waarna het schip werd gedoopt en langzaam het ruime sop koos. In zijn toespraak hoopte de Ommer burgemeester C.P. van Reeuwijk, dat door deze doop de belangstelling voor onze Marine, symbool van Neerlands grootheid, in Ommen zou toenemen. Hij hoopte dat de “Ommen”, waarvan de letters terug te vinden zijn in de Latijnse spreuk: “Omme Maris Magni Expers Naugragio” (vrij vertaald: Rampen noch nederlagen zullen U overwinnen) die inhoud ook werkelijk deelachtig zou worden.

Officieel in gebruik
Bijna een jaar later, op 11 april 1956 was het de burgemeester Van Reeuwijk zelf om in Krimpen aan de Lek om Hr.Ms. Ommen met het naamsein M813 officieel in gebruik te stellen. Hij mocht als eerste de bodem van het oorlogsschip betreden. De burgemeester gaf aan dat het in de bedoeling van zijn gemeente lag om twee potloodtekeningen, voorstellend een gezicht op de oude stad en bestemd voor de verblijven van officieren en bemanning, aan te bieden. De tekeningen hadden echter het schip nog niet bereikt, maar kwamen met een vertraging van twaalf dagen alsnog op de plek van bestemming aan. Op 17 juni 1956 voer het bestuur van Ommen mee op Hr.Ms. Ommen van Den Helder naar Rotterdam. De mijnenveger met de naam van de Vechtstad bleef het gemeentebestuur boeien, want ook in juni 1979 maakten leden van het college en gemeenteraad op uitnodiging van de Koninklijke Marine een vaartocht op de Noordzee met Hr.Ms. Ommen.

Hr.Ms.
Voor marineschepen wordt in veel landen een voorvoegsel gebruikt. Voor Nederlandse marineschepen is dat Zijner Majesteits, afgekort met Zr.Ms. Indien de Koning een vrouw is, is het voorvoegsel Harer Majesteits, afgekort met Hr.Ms. (zonder spatie).

Lees verder Mijnenveger Hr. Ms. Ommen (1956-1993) was er voor veiligheid op zee

Invloedrijke devoot Johannes van Ommen geboren in Ommen

Johannes van Ommen werd in 1350 geboren in Ommen. Veel mensen kennen Johannes van Ommen niet, toch is hij heel belangrijk geweest voor Overijssel.

 Johannes van Ommen geboren in Ommen, waar is niet bekend.
Tekening: Ommen in de middeleeuwen naar een idee van Luuk Vogelzang.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Johannes van Ommen” met foto’s van Het Fraterhuis en Sint Jansklooster.

Hij stond aan de basis van het eerste Fraterhuis van de Broeders des Gemeenen Levens in Zwolle, was medestichter van het Fraterhuis en het latere klooster op de Agnietenberg. Verder heeft Johannes een klooster gesticht bij Vollenhove, het Sint Jansklooster (Sint Janskamp), en ondersteunde hij zusterkloosters van de Moderne Devotie in Hasselt, Kampen en Almelo. Overijssel vormde de bakermat van de Moderne Devotie, de grootste hervormingsbeweging van kerk en samenleving die Nederland ooit heeft gekend.

Blind
Het bijzondere aan het verhaal van Johannes is het feit dat hij blind was, en overal werd ondersteund door zijn moeder. In het eerste Fraterhuis in Zwolle bestierde zij het huishouden van de vijf devote broeders. Johannes van Ommen (in die tijd Jan van Umme genoemd) werd geboren als zoon van Esseke (van Ommen) en Regelande. Waar het gezin van Ommen in de plaats Ommen heeft gewoond is niet bekend. Johannes bracht een groot deel van zijn kinderjaren in Zwolle door en genoot daar onderwijs. In zijn jeugdjaren kreeg hij te kampen met een oogziekte waardoor hij voor de rest van zijn leven blind was. Als jongeman trok hij aan de hand van zijn moeder naar allerlei bedevaartplaatsen en bezochten moeder en zoon frequent de kerkdiensten in de eigen omgeving. In deze jaren werd het gemis aan licht in de ogen steeds meer vergoed door de groei van een innerlijk licht in zijn leven. Johannes was ongeveer dertig jaar oud toen hij in 1380 Geert Grote, de geestelijke vader van de Moderne Devotie, in Zwolle hoorde preken. Hij sloot zich aan bij deze nieuwe manier van leven en stopte met de bedevaarten. Waar Johannes maar de gelegenheid kreeg, luisterde hij naar de preken van Geert Grote en deze op zijn beurt koesterde een bijzondere genegenheid voor de blinde volgeling. Mensen met vragen of problemen werden door Geert Grote vaak naar Johannes doorgestuurd voor verdere hulp. Lees verder Invloedrijke devoot Johannes van Ommen geboren in Ommen

Hoogste punt nieuwbouw CCO officieel gemarkeerd met vlag

OMMEN – Met het hijsen van een bouwvlag is woensdagmorgen 2 september 2020 het hoogste punt gemarkeerd van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).

 Hoogste punt bereikt. Wethouder Ko Scheele hijst de vlag.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de album “2020 – Uitbreiding Streekmuseum” en “8. Hoogste punt bereikt”.

Deze eer was weggelegd voor wethouder Ko Scheele. Dat deed hij in tegenwoordigheid van de aannemer Bas Herbrink van het bouwbedrijf Salbam uit Vilsteren en het bestuur van het CCO.

Schatten van Ommen
Bij de plechtigheid van het bereiken van het hoogste punt liet wethouder Scheele liet weten erg ingenomen te zijn met de komst van een nieuw museum. “We kunnen nu de schatten van Ommen onthullen”. Aan het CCO-bestuur deed de wethouder de oproep om behalve de bekende voorwerpen ook met nieuwer ideeën te komen. “Ommen heeft zo veel te bieden. We zijn een toeristische gemeente. Daar hoort ook een mooi museum bij”, aldus de wethouder.

Onder één dak
Als het aan het CCO ligt volgt in de wintermaanden de inrichting van het vernieuwde onderkomen.
De verwachting is dat volgend jaar april het museum opent. Het Streekmuseum en de historische vereniging CCO komen dan samen onder één dak bij molen Den Oordt, op de plek waar eerder het Streekmuseum te vinden was. Ook komt er ruimte voor een toeristisch informatie punt (TIP) met een gemeenschappelijke balie om die functie te versterken. Het TIP moet zorgen voordat er goede verbindingen tussen de toeristische sector en toerist. Met de bouw is een bedrag gemoeid van 4,5 ton.

Bron: Harry Woertink – 2 september 2020