Categorie archief: Harry Woertink

Historisch rijwielmuseum Ommen weer open op nieuwe locatie

OMMEN – Het historisch rijwielmuseum in Ommen is weer open. Wat waren de vrijwilligers blij toen museummedewerker Arie Broekmaat zaterdagmorgen klokslag 11 uur de deuren van het museum opende.

 Ter gelegenheid van de heropening waren de museumvrijwilligers gestoken in historische kleding.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “2021 – Fietsmuseum Ommen

Het fietsmuseum moest eind september vorig jaar zijn biezen pakken in de Brugstraat in Ommen. Maar gelukkig vonden ze een nieuwe locatie even verderop in het leegstaand voormalig Hema-pand. Er is nu veel meer ruimte voor de 120 historische fietsen die hier staan uitgestald. Door de corona moest de opening nog even uitgesteld worden, maar zaterdag was het zover. In het museum zijn looproutes aangebracht en moet de anderhalve meter in acht genomen worden.

Blij
In verband met de hernieuwde opening hadden de museumvrijwilligers zich in historische kleding gestoken. “We zijn blij met de opening op deze nieuwe locatie”, zegt Gerrit Voort, de voorzitter van de nieuw opgerichte stichting Historisch Rijwielmuseum Ommen. “Onze vrijwilligers wilden graag weer aan de slag en ook het publiek is lang op de proef gesteld. Een blik op deze historische fietsen geeft ook vaak een blik van herkenning. Het gaat om fietsen vanaf de jaren twintig van de vorige eeuw, maar ook jongere vaak unieke exemplaren zitten in onze collectie”.

Stichting
Viel het fietsmuseum eerder nog onder de vleugels van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO), sinds kort staat het als stichting op eigen benen. Dit om slagvaardiger te zijn, aldus Voort, die aangeeft dat er goede contacten zijn met het CCO, vooral ook waar het gaat om de historische kleding. Over de tijdelijke locatie zegt Voort: “We mogen tot 1 oktober van dit jaar gebruik maken van dit pand. Voor de periode hierna zijn we nog op zoek naar een mooie locatie in het centrum”. Naast Gerrit Voort bestaat het stichtingsbestuur verder uit Evert Nijkamp (secretaris), George Doorn (penningmeester), Dineke Broekmaat en Anton Wolters. Lees verder Historisch rijwielmuseum Ommen weer open op nieuwe locatie

Tijdschrift De Darde Klokke in het teken van 70 jaar Molukkers in Nederland

OMMEN – In het nieuwste nummer (199) van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke dit keer speciale aandacht voor de Molukkers die 70 jaar geleden naar Nederland kwamen.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (199).

Ze hadden als militairen in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gediend. De Molukkers die in de vijftiger en zestiger jaren in Ommen hebben gewoond komen uitgebreid aan het woord in De Darde Klokke. Het gaat om de tweede generaties die in Ommen hebben gewoond. Ze vertellen hun ervaringen over de woonoorden Laarbrug en Eerde. In welke erbarmelijke toestanden ze hebben moeten wonen. Oude barakken waar het in de winter zo koud was. Maar ook de hartelijkheid van de Ommenaren klinkt door in hun verhalen. “We voelden ons warm ontvangen in Ommen. Burgemeester van Reeuwijk heeft veel voor ons gedaan en zei ook: jullie zijn ook mijn burgers”, zo weet een oud-kampbewoner zich nog te herinneren. Verteld wordt dat het eten op het kamp eerst uit een centrale gaarkeuken kwam. Later kookten de vrouwen hun eigen potje. Elke dag kwam bakker Klomp uit Vilsteren met brood langs. Visboer Post kwam wekelijke evenals de groenteboer. De kinderen die van huis uit protestant waren gingen naar de Julianaschool, de kinderen uit katholieke gezinnen naar de Sint Willibrordusschool in Vilsteren. De leraren van toen weten ze ook te noemen.

KNIL-militairen
Het overgrote deel van de Zuidoost Molukse bevolkingsgroep die in Ommen kwamen wonen zijn afkomstig van de eilanden Kei, Tanibar en Kisar (Dobo). Het ging om 12.500 KNIL-militairen die met hun gezinnen in 1951 met de boot voor een ‘tijdelijk verblijf’ naar het koude Nederland kwamen. Nederland was voor hen een onbekend land. Bij aankomst wachtte geheel onverwacht een collectief ontslag voor deze aan Nederland trouwe soldaten. Lees verder Tijdschrift De Darde Klokke in het teken van 70 jaar Molukkers in Nederland

Historie en natuur hand in hand in het Varsenerveld – zichtpunten in het landschap

Bezoekers van het natuurgebied het Varsenerveld worden met verhoogde uitzichtpunten in het landschap gewezen op niet alleen de mooie natuur maar ook op de historie van de omgeving.

 Lindepad in het Varsenerveld, grens tussen ontginning en natuur.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s: “2021 – Varsenerveld

Het gaat om eenvoudige en simpele zichtpunten die door natuurboer en landschapseigenaar Wim van der Heide van landgoed “Den Woeste Heide” zijn aangelegd. Een zichtpunt bevindt zich in het noordelijk deel op een soort van drielandenpunt van heide, bos en landbouwgrond, juist op een plek waar het gebied buiten de ontginning is gebleven en er is een nieuw zichtpunt aangelegd op een verhoging langs het zogeheten Lindepad. Informatiepanelen bij de zichtpunten leggen de historie van de omgeving uit.

Marke Varsen
Het Varsenerveld was ooit onderdeel van de Marke Varsen. De boeren in Varsen hielden hier de heideschapen. Ook werd het gebruikt voor het steken van turf. Het tegenwoordige Varsenerveld maakte als stukje natte heide ooit onderdeel uit van de woeste gronden ten noorden van Ommen. Tot de opheffing en verdeling van de marken besloeg het Varsenerveld een gebied van ongeveer 2500 hectare. Een deel van het gebied is destijds ontgonnen door de kolonisten van de Maatschappij van Weldadigheid van de bedelaarskolonie “De Ommerschans”. De Maatschappij kreeg bij de verdeling van de Marke in 1826 ongeveer 52 hectare grond, de huidige landbouwgrond ten oosten van het bruggetje. De waterpoel ten zuiden van het bruggetje is opgeschoond en vergroot. Als naam voor de poel is gekozen voor de Johannes van den Boschpoel, de oprichter van de Maatschappij van Weldadigheid. Het ligt in de bedoeling om alle vennen en poelen in het gebied van een naam te voorzien van personen of families die een belangrijke rol hebben gespeeld in de geschiedenis van het gebied. Het oostelijk van het bruggetje gelegen vennetje kreeg de naam van Ningbersven. Tot in de zeventiger jaren werd hier nog turf gestoken. Lees verder Historie en natuur hand in hand in het Varsenerveld – zichtpunten in het landschap

Uitgaan in Ommen – Favoriet, De Tronk en Route 66 (2)

In de roerige jaren zestig en zeventig kende Ommen drie roemruchtig discotheken die destijds het uitgaansleven bepaalden. Je had Favoriet aan de Kruisstraat, die langzaam werd omgetoverd van lunchroom tot discobar. In de Bermerstraat zat De Tronk en aan de Balkerweg had je Route 66.

 De Tronk in 1971 v.l.n.r.: 1 Jan Tigelaar, 2 Seine Seigers, 3 Marcel Pillen, 4 onbekend, 5 Hannie van Assendelft, 6 moeder van Marieke Beyj, 7 onbekend, 8 Roelie Makkinga, 9 Henk Landeweerd, 10 Jan van Lenthe, 11 Freek Schuurman, 12 Ady Spijkers, 13 Bert van der Linde, 14 Chris Zandman, 15 Gerrit de Lange, 16 Egbert Beltman, 17 Jurjen Bey.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Uitgaan in Ommen – jaren-60

Alle drie discotheken werden door de jeugd graag bezocht. Er klonk muziek, er werd helder bier geschonken en het was er bovenal gezellig. De drie kroegen bestaan niet meer. Om toch te kunnen stappen moest daarna iets anders gekozen worden. Dat was niet voor iedereen even makkelijk. Deze serie gaat over de drie Ommer uitgaansgelegenheden. Dit is deel 2 over de Tronk en Route 66.

De Tronk
Toen Willem van Aalderen zijn pand aan de Bermerstraat in het Ommer centrum verliet werd het omgebouwd van woonhuis naar bar “Het Proathuys”. Om meer bekendheid te genereren deed Het Proathuys in juli 1970 mee aan de landelijke rage van “Dakzitten”. De 16-jarige Joost Storreveld uit Beverwijk wist op het dak van het Proathuys met boven zich een parasol het wereldrecord dakzitten met tien uur te verbeteren en kwam uit op totaal 150 uur dakzitten. In 1971 werden Tom en Marieke Bey eigenaar van deze bar en doopten het om in discobar “De Tronk”. De Tronk werd ‘wereldberoemd’ door dit enthousiaste uitbatersechtpaar. Tom plakte de kenmerkende stickers met die Stones-tong op werkelijk alles wat hij tegenkwam in binnen-en buitenland. Als je in Amsterdam bijvoorbeeld de route van de stickers volgde die begon bij het Centraal Station kwam je automatisch uit in Ommen bij de man met de naam “Tom”. De Tronk was Tom en Tom was de Tronk.

Route 66
In de buurtschap Emsland met het adres U 4/6, tussen Ommen en Witharen was sinds 1940 een constructiewerkplaats gevestigd van de familie Houtman. Later werd het adres gewijzigd in Balkerweg. In de vijftiger jaren kwam het aannemersbedrijf Knol hier. Vervolgens waren het Jan en Jelly Zwart die onder de naam “Boschzicht” met een café en speeltuin van start gingen. Ze woonden in het huis ernaast. Ook kwam er een bezinepomp. In 1968 werd de horecazaak overgenomen door Bertus Tibben. Hij voegde in 1970 een zaaltje toe aan het complex. De familie Tibben organiseerde in een grote tent ook muziekoptredens met bekende bands. Zij waren de bedenkers van de naam Route 66 voor het etablissement, een link naar een historische autoweg in de Verenigde Staten waarover de Rolling Stones in 1964 een muzieknummer coverden. Lees verder Uitgaan in Ommen – Favoriet, De Tronk en Route 66 (2)

Onderzoek wijst uit dat molen Den Oordt in 1824 nieuw is gebouwd op bestaande plek

De molen op Den Oordt in Ommen is een van de acht resterende zeskant windmolen in Nederland. Er is altijd gedacht dat de molen afkomstig zou zijn uit de Zaanstreek en ook in Bathmen zou hebben gestaan.

 1910 – De molen op den Oordt net de molenkolk, naar een (vrije) pentekening van Sam van Beek.
Afbeelding: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum

In 1824 zou de molen aangekocht zijn door timmerman Roelof Makkinga en herbouwd als zaagmolen op Den Oordt. Deze redenering van herbouw blijkt na een dendrochronologie (of jaarringonderzoek) niet juist te zijn. Het onderzoek laat zien dat het hout voor de romp van de molen rond 1800 geveld is. Hieruit kan worden geconstateerd dat de molen zelf in ieder geval niet afkomstig is uit de Zaanstreek of uit het noorden. De molen is nieuw gebouwd op de huidige plek in 1824 als houtzager.

Onderzoek datering
Uit eerdere onderzoeken was al vast komen te staan dat het zeskant van de molen zo goed en degelijk in elkaar stak, dat het onwaarschijnlijk was dat deze molen gedemonteerd en herbouwd zou zijn. Met de nieuwe gegevens uit de onderzoeken wordt dit bevestigd. Het onderzoek is erin geslaagd voor een deel van de monsters een datering te vinden. Aangezien de wankant niet aanwezig is, kan alleen de ondergrens van het kapinterval bepaald worden. Het lijkt echter aannemelijk dat het hout ergens aan het begin van de 19e eeuw is gekapt. Dit komt overeen met het bouwjaar van 1824, waarmee het niet om een verplaatste molen lijkt te gaan, voor zover de gedateerde elementen een nauwkeurige weerspiegeling zijn van de molen als geheel. De molen is niet gebouwd van eikenhout, maar van grenenhout, volgens het onderzoek geïmporteerd vanuit grofweg centraal Polen. Deze afkomst is opmerkelijk. Veel hout kwam uit het gebied rond de Eiffel, of uit Scandinavische landen. Hoe dit hout in Ommen is beland om dienst te doen als constructiehout voor de molen is niet bekend.

Lagere plek: Den Oordt
De molen werd gebouwd aan de zuidoost kant van de stad, op een lagere plek Den Oordt genaamd. De keus voor deze plek had waarschijnlijk met de vrije windvang te maken en natuurlijk de nabijheid van het water van de Vecht. Het te zagen hout werd aangevoerd over de Vecht, maar bovendien kon de doodlopende arm van de Vecht uitstekend dienstdoen als molenkolk. In deze kolk werden de boomstammen te ruste gelegd. Soms werd het hout meerdere jaren “gewaterd”, tot maximaal vijf jaar. Hierdoor worden de in het hout aanwezige mineralen, voedingsstoffen en zetmeel in het water opgelost. Lees verder Onderzoek wijst uit dat molen Den Oordt in 1824 nieuw is gebouwd op bestaande plek

Uitgaan in Ommen – Favoriet, De Tronk en Route 66 (1)

In de roerige jaren zestig en zeventig kende Ommen drie roemruchtig discotheken die destijds het uitgaansleven bepaalden. Je had Favoriet aan de Kruisstraat, die langzaam werd omgetoverd van lunchroom tot discobar. In de Bermerstraat zat De Tronk en aan de Balkerweg had je Route 66.

 1965. De mode van de jeugd en de lengte van de haren veranderde in de jaren. Bij Favoriet staan v.l.n.r.: Henk Woertink, Mans Zandman, Henk Caspers, Henk Veurink en Johan Kosters.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Uitgaan in Ommen – jaren-60

Alle drie discotheken werden door de jeugd graag bezocht. Er klonk muziek, er werd helder bier geschonken en het was er bovenal gezellig. De drie kroegen bestaan niet meer. Om toch te kunnen stappen moest daarna iets anders gekozen worden. Dat was niet voor iedereen even makkelijk. Deze serie gaat over de drie Ommer uitgaansgelegenheden, te beginnen met discobar Favoriet.

Favoriet
Lunchroom-automatiek Favoriet opende in augustus 1957 voor het eerst de deuren. Het was de familie Mijnheer gelukt om de voormalige kleermakerswinkel van de heer Johannes Hurink aan de Kruisstraat om te toveren tot een salon waar het prettig vertoeven was. Fanta, sinas, cola en hartige snacks waren er te koop om binnen te nuttigen. Wilde je liever buiten blijven dan konden de snacks ook uit de muur getrokken worden. De automatiek was vanaf de straat bereikbaar en tot laat in de avond open. Geld in de automaat werpen, je keuze maken en dan trekken voor een kroket of bamibal. Voor patat of ijs moest aangebeld worden en ging er een luikje open en weer dicht. Het luikje bleef vervolgens gesloten tot het moment dat de patat gaar uit de frituur was gehaald. Favoriet was populair. De jeugd wist de lunchroom goed te vinden voor patat of een hartige hap al dan niet met een frisdrankje. Toen de dames van Mijnheer ouder werden en er meerdere lunchrooms kwamen werd langzamerhand de lunchroom ingewisseld voor een discobar. Een goede zet, immers het waren andere tijden. De weekenden werden door de jeugd ingevuld met uitgaan zoals het bezoeken van kroegen, discobars en muziek-drive-in-shows. Er ontstonden vriendengroepen. En er was de opkomst van radio en tv, platenspeler, bandrecorder en nog meer het ontstaan van muziekbandjes en zangers. Bob Dylan, Van Morrison, Beatles, Rolling Stones om maar enkele namen te noemen. De mode van de jeugd en de lengte van de haren veranderde in de jaren mee met die van hun populaire muziekband of zanger(es). De kleding bestond uit speciale spijkerbroeken, spijkerjacks, T-shirts, blokjesbroeken, puntige schoenen, (leren)jasjes en zonnebrillen.

Eerste discotheek in Ommen
Favoriet was de eerste discotheek in Ommen met als disjockey Joop Hammer voor Top 40 muziek en soulmuziek. De eerste jaren moest de bar om twaalf uur middernacht gesloten zijn en dus iedereen naar buiten. Later stond de gemeente een sluitingstijd toe tot 1 uur middernacht en vervolgens werd het 2 uur. Omroep VARA draaide in de zeventiger jaren op dinsdag, tussen twaalf en twee uur plaatjes vanuit een populaire jongerenlocatie en zond dat live uit op radio als “Een Opvallend vrolijke gevarieerde visite”. Lees verder Uitgaan in Ommen – Favoriet, De Tronk en Route 66 (1)

Canon van de Ommer: Mans Steen (13)

Van 1899 tot 1927 was in Ommen Mans Steen (1861-1937) veldwachter. Voor velen was Steen een bekende persoonlijkheid die midden in de Ommer samenleving stond.

 Mans Steen in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
Afbeelding: OudOmmen
Zie ook het album “13. Mans Steen”, de verzamelplek voor alles over Mans Steen.

Zijn periode als veldwachter wordt omschreven als een plichtsgetrouw ambtenaar waarop altijd een beroep gedaan kon worden. Steen verstond de kunst vriendschapsbanden te leggen en was daarom een graag gezien- en bovenal een vertrouwd persoon in Ommen.

Den Ham
Mans Steen trouwde met Dieka Ebbink. Beiden kwamen oorspronkelijk uit de gemeente Den Ham. Op 28 februari 1896 werd Den Ham verlaten om zich vervolgens in Ommen te vestigen. Uit diverse stambomen blijkt dat vrijwel alle families Steen uit Ommen afkomstig zijn uit Den Ham en terug te herleiden zijn tot Jan Hendriks Steen, soldaat uit Den Ham en geboren rond het jaar 1700. Hij was naar alle waarschijnlijkheid als soldaat ingekwartierd in de buurtschap Linde in de gemeente Den Ham. Hierna kwam hij te wonen in het ‘Liertieshuys’, ook wel ‘Meestertienshuis’ of ‘Soldaten’ genoemd. Het huis stond op de plaats waar nu Dorpsstraat 30 in Den Ham is gelegen. Zijn naam duidt erop dat zijn vader de naam Hendrik droeg. Waarom Hendrik de naam Steen heeft aangenomen is onbekend. Bekende nazaten voor Ommer begrippen zijn kleinzoon Albert Jan Steen, oprichter van Taxi Steen en kleindochter Dieka Ekkelenkamp-Steen, mede oprichtster van ijssalon Ekkelenkamp. Zijn jongste zoon (Henk Steen) is in de voetsporen van zijn vader ook veldwachter geworden, niet in Ommen maar in Markelo.

Dat veldwachters destijds ook nog wel eens te maken kregen met agressief gedrag blijkt uit een rechtbankverslag van 16 mei 1903. Hierin wordt vermeld dat “nadat verdachte door veldwachter Steen werd aangemaand de woning te verlaten hij zich daar tegen verzette en Steen eenige vuistslagen toebracht. Daarvoor werd 2 maanden gevagenisstraf geeischt”. Zelfs in het Ommen van begin 20e eeuw was het uitoefenen van de taak als veldwachter dus niet geheel zonder beroepsrisico’s.

Uitstekende relatie
Tussen veldwachter Steen en het gemeentebestuur van eerst Ambt-Ommen en na de herindeling in 1923 de gemeente Ommen boterde het prima. Met name was er een uitstekende relatie tussen Steen en de toenmalige burgemeester A.G.W. Baron Bentinck. Dat is hoogstwaarschijnlijk ook de reden geweest dat een van zijn zonen, Gerrit Steen, rond 1906 in dienst is gekomen van burgemeester Bentinck; eerst als knecht en later als particulier chauffeur. Baron Bentinck had in dat jaar juist Huize Henan aan de Hammerweg 44 in Ommen laten bouwen. Toen burgemeester Bentinck in 1916 het landgoed Schoonheten bij Raalte via vererving verkreeg, heeft hij ontslag genomen als burgemeester en is in 1917 inclusief inwonend personeel, waaronder Gerrit Steen, van Huize Henan verhuisd naar landgoed Schoonheten. Bij burgemeester Bentinck was overigens ook Hendrikje Steen in dienst als dienstmeisje, een achternichtje van veldwachter Steen, en in 1917 getrouwd met zijn zoon Gerrit.

Pensioen
Mannes Steen werd in 1899 benoemd tot veldwachter, als opvolger van G. Alberson. Eerder had hij de functie van onbezoldigd rijksveldwachter. Steen bleef veldwachter tot aan zijn 65ste jaar om vervolgens, zo dacht hij althans, met pensioen te gaan. Echter het gemeentebestuur besefte dat tegelijk met het vertrek van Steen ook het nodige toezicht in het buitengebied zou eindigden. Daarom besloot de gemeente het dienstverband met Steen met een jaar te verlengen. Lees verder Canon van de Ommer: Mans Steen (13)

Geen publiek bij Dodenherdenking

Met het leggen van kransen, bloemen en het spelen van The Last Post is 4 mei ook in Ommen stil gestaan bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog.

 Besthmenerberg, kamp Erika met burgemeester Hans Vroomen.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Dodenherdenking 2021

Wederom geen drukbezochte herdenkingen bij de monumenten. Net als vorig jaar zijn fysieke bijeenkomsten met publiek tijdens Dodenherdenking niet mogelijk. Daarom vonden de verschillende herdenkingen ’s morgens al plaats. De plechtigheden bij enkele oorlogsmonumenten zijn opgenomen en worden later uitgezonden via de lokale televisie RTV Vechtdal.

Bij het gemeentelijke oorlogsmonument bij het gemeentehuis werden kransen gelegd door burgemeester Hans Vroomen, samen met leden van het 4 mei comité. Het monument bevat de namen van 71 omgekomen burgers uit de gemeente Ommen.

Bij het monument op de Besthmenerberg dat herinnert aan gevangenenkamp Erika werden door Vroomen bloemen gelegd. Het gedenkmonument geeft weer hoe vroeger het kamp met de houten barakken er uit heeft gezien. Het gevangenenkamp Erika was van 1941 – 1945 een plek van ontberingen, pijn, vernedering, heel veel leed en moord.

In Stegeren werd een krans gelegd door wethouder Ko Scheele samen met Egbert Baarslag, een van de buurtbewoners. Hier was in de oorlogsjaren een droppingsveld van de verzetsgroep Salland. “In dankbare herinnering aan de verzetsgroep Salland gedragen door de steun en zwijgzaamheid van de bevolking”, luidt de tekst van de plaquette op de gedenksteen.

Bron: Harry Woertink – 4 mei 2021

4 mei Dodenherdenking – gewijzigd vlagprotocol

Op dinsdag 4 mei worden de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog herdacht. Ook alle burgers en militairen van Nederland die waar ook ter wereld omgekomen zijn sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperatie worden op 4 mei herdacht.

Het monument op de Besthmenerberg die herinnert aan kamp Erika.
Foto: Harry Woertink

Als gevolg van de geldende coronamaatregelen worden er in de gemeente Ommen geen herdenkingen georganiseerd waarbij publiek aanwezig kan zijn. Wel worden van de kant van de gemeente en het 4 mei comité in de loop van de dag bloemen gelegd bij diverse oorlogsmonumenten.

Vlagprotocol
Het vlagprotocol op dodenherdenking is gewijzigd. Iedereen wordt opgeroepen op dinsdag 4 mei de Nederlandse vlag de gehele dag (van zonsopgang tot zonsondergang) halfstok te hangen en om 20.00 uur twee minuten stilte in acht te nemen.

Oorlogsmonumenten in de gemeente Ommen:

1. (album “01. Monument gemeentehuis”)
Aan de muur van het gemeentehuis bevindt zich een gebeeldhouwd herdenkingsmonument, ter herinnering aan de strijd voor de vrijheid tegen de onderdrukking in de oorlogsjaren 1940-1945. De maker van het monument is Titus Leeser. Sinds 11 april 2015 worden alle uit de gemeente Ommen omgekomen burgers herdacht met hun namen bij het bestaande oorlogsmonument. Hier staat de tekst: “Ter herinnering aan de inwoners van Ommen die door oorlogshandelingen tijdens en na de Tweede Wereldoorlog zijn omgekomen” Het gaat om 71 namen van omgekomen Ommenaren, inclusief de Joodse bevolking en de Joodse leerlingen van de Internationale Quakerschool Eerde. Ook zij die omgekomen zijn in het voormalig Nederlands-Indië en Korea.

Lees verder 4 mei Dodenherdenking – gewijzigd vlagprotocol

Pannenkoeken bakken op Nationale Molendag: zaterdag 8 mei

OMMEN – Op zaterdag 8 mei en zondag 9 mei is het Nationale Molendag.

 Anton Wolters molenaar op molen De Lelie bij het kruirad op de stelling van de molen.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Nationale molendag

Door de coronamaatregelen geldt voor Ommen dat alleen molen De Lelie voor bezoek opengesteld is en de andere Ommer molens alleen maar draaien. Molen De Lelie aan het Molenpad bakt voor lekkerbekken zaterdag pannenkoeken van eigen meel.

De Hollandsche Molen, organisator van de Nationale Molendag heeft besloten de Nationale Molendag volledig ‘online’ te laten plaatsvinden vanwege de huidige corona-situatie, waarin molenbezoek niet of nauwelijks mogelijk zal zijn. Het thema van Nationale Molendag is dit jaar ‘Ode aan de molen’. Daarmee wordt aangesloten bij het landelijke thema ‘Ode aan het landschap’. De Hollandsche Molen heeft in heel Nederland 23 prachtige routes uitgezet die door het publiek gewandeld kunnen worden. Alle informatie over de Nationale Molendag is te vinden op de website: nationalemolendag.nl.

Beeldbepalend
Molens zijn beeldbepalend voor Nederland en werden eeuwenlang gebruikt voor onder meer het malen van graan, het zagen van hout, het slaan van olie uit zaden en het maken van papier. Als gevolg van de technische ontwikkeling verdwenen molens vanaf het eind van de 19e eeuw steeds meer uit beeld en werden gesloopt. Er zijn nog ruim 900 molens gebleven en gerestaureerd en nog steeds te bewonderen. Lees verder Pannenkoeken bakken op Nationale Molendag: zaterdag 8 mei