Een vervolg van het reisverslag uit 1843 naar Amsterdam. Na een korte verpozing in Ommen gaat de reis van de drie heren in de door het paard getrokken koets en gemend door de koetsier verder richting Zwolle.
Uitspanning Vilsteren, de pleisterplaats van de Lingens postwagen maar ook een herberg voor een smakelijk boterhammetje bij een goed kop koffie.
Afb.: OudOmmen
Vilsteren
Na een weinig rijden passeerden wij de Regge, een zuster van de Vecht, en spoedig vertoonde zich de uitgestrekte buitenplaats van de heer Helmich, in wier nabijheid de pleisterplaats van de Lingens postwagen ligt, een herberg waar wij een smakelijk boterhammetje bij een goed kop koffie nuttigende, terwijl de omstreek een bekoorlijke wandeling gratis aanbiedt. Een Roomse kerk en pastorij staat in de nabijheid van de herberg en de stille rustplaats van de doden met een paar fraaie gedenkstenen, trof ons door hare schone ligging. Berend-oom was hier spoedig georiënteerd; hij at beschuit uit den treuren en informeerde zich zeer nauwkeurig of de eigenaar van het landgoed ook een iemker was. Overigens was hij onuitputtelijk in de lof van de grindweg en sprak in vervoering een soort van zaligspreking uit over de paarden, die onder deze middelen van vervoer leefden en liepen. Een weinig later nam hij een hartelijk afscheid van de Hardenbergse voerman, die aanstalte tot de terugreis maakte en bekeek nauwkeurig het Zwolse rijtuig hetwelk ons zou opnemen. Hij was er wel tevreden over, trok welgemoed zijn goed gevulde zeemleren reiszak, voldeed het verschuldigde en verzocht vooral de groetenis aan de heer Helmich, voor wiens landhuishoudkunde en zucht tot verbetering van de algemene wegen hij door de redenering met de hospes de hoogste achting had opgevat. Aan zulke mensen die het goede kunnen maar ook willen voorstaan heeft Drenthe gebrek, zuchtte hij, toen wij voorbij het hek van de plaats reden en ons een vrije blik op het huis gegund werd en waarlijk, hij had niet geheel en al ongelijk.
Rechteren
Weldra zagen wij de toren van het oude kasteel Rechteren, terwijl die van Dalfsen achter zijn collega heen gluurde. Op het gezicht van die slottoren dachten wij aan de oude tijd, ton roven en plunderen het handwerk van de edelen was. De gevreesde heer Van Voorst was eertijds ook eigenaar van dee burg en bestookte daaruit de gehele omtrek. Naar men ons verhaalde had een van de overmoedige ridders, die hier huishielden, de gewoonte om zijn overwonnen vijanden een oor af te snijden, tot ene gedachtenis hunner kennismaking, en vroeg men daarom alle een-origen in den lande, of ze Rechteren gezien hadden. Lees verder Ommen is een hoogst fatsoenlijk landstadje (2)








