Home

  • Ommen krijgt een interactief toeristisch inspiratiepunt

    Sinds een aantal weken is de voorbereiding gestart voor de realisatie van een interactief toeristisch inspiratiepunt in het Cultuurhistorisch Centrum Ommen.

     Wethouder en de werkgroep TIP met v.l.n.r.: Gerry Arts-Moerman, Leo Bongers, Hans Kersbergen en Joke Feddema.
    Afbeelding: Gemeente Ommen
    Zie ook de albums “2020/2021/2022 – Uitbreiding Streekmuseum” en “2022/02 – Ontwerp TIP”

    In het nieuwe inspiratiepunt krijgt de bezoeker op een overzichtelijke manier tips en inspiratie over een bezoek aan de gemeente Ommen en het Vechtdal. Het toeristisch inspiratiepunt wordt dit jaar ondergebracht in het vernieuwde Cultuurhistorisch Centrum in Ommen (CCO). Samen met de gemeente Ommen hebben de partijen de handen ineengeslagen om inwoners en gasten op een eigentijdse manier van toeristische informatie en inspiratie te gaan voorzien. De ruimte wordt multifunctioneel ingericht, zodat deze in de avonduren ook kan worden ingezet als presentatieruimte voor lezingen en bijeenkomsten.

    Wethouder Leo Bongers: “De bezoeker van vandaag de dag zoekt op andere manieren naar informatie. Het draait meer om beleving, interactie en inspiratie. Met het nieuwe inspiratiepunt spelen we daar op in. Door de combinatie met het museum willen we beide functies versterken.” In het inspiratiepunt krijgen bezoekers aan de hand van de verhalen van Ommen tips om er op uit te gaan. De bijzondere natuur, de kastelen en de Vecht spelen hierbij een centrale rol. Maar ook een verhaal over bijvoorbeeld Krishnamurti, waardoor Ommen tijdelijk uitgroeide tot spiritueel wereldcentrum, komt aan de orde. Via video’s, foto’s en bewegende elementen wordt de bezoeker verleid om het gebied te gaan verkennen.

    Centraal in de ruimte komt een grote ontdektafel over de rivier De Vecht. Via beeldschermen is een stromende rivier te zien. Door middel van knoppen langs de rivier kun je tips krijgen over bezienswaardigheden en activiteiten op en langs De Vecht. Ook komt er een bankje met luisterverhalen en een ontdekhoek waar kinderen meer te weten kunnen komen over de flora en fauna. De realisatie van het inspiratiepunt wordt mogelijk gemaakt door het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland. De planning is dat het nieuwe inspiratiepunt voor Pasen 2022 geopend kan worden.

    Bron: Gemeente Ommen – 14 februari 2022

  • Kamperen kun je in Ommen (2)

    Dat Ommen geliefd is bij vakantiegangers is alom bekend. Al jaren is het in de zomer ”In drommen naar Ommen”.

     De magnifieke ligging aan de Vecht dicht bij de kom van Ommen is ook aanleiding voor de familie Stegeman om met camping “Twieg” van start te gaan.
    Foto: OudOmmen
    Zie ook het album “Campings & recreatieparken”.

    Toen in het begin van de vorige eeuw voor het eerst een trein in Ommen stopte was dat ook gelijk de start van kamperen in Ommen. Ander vervoer als de trein was er bijna niet. In Junne is in 1924 al sprake van een PIA-kamp (Praktisch-Idealisten-Associatie). Dit zomerkamp bevindt zich op een terrein aan de Vecht tussen Zeesse en Junne, de voorloper van het eerste Sterkamp. In 1940, nadat Jacob van der Boon verhuisd naar de Zwolseweg begint de nieuwe eigenaar van de boerderij aan de Zeesserweg, Hendrik Jan Lemmers, een camping met de naam “De Stekkenkamp”. Vooral in het begin komen er veel padvinders en jeugdgroepen naar deze camping aan de Vecht. De magnifieke ligging aan de Vecht dicht bij de kom van Ommen is ook aanleiding voor de familie Stegeman om met camping “Twieg” van start te gaan.

    Kampeerverordening
    Vakantievieren wordt steeds populairder, dus ook meer kampeerders in Ommen. Begrijpelijk, want deze gemeente is rijk aan natuurschoon. Om het kamperen in goede banen te leiden stelt de gemeente Ommen in 1948 een kampeerverordening in. Om te mogen kamperen is in het vervolg een vergunning nodig en moet per persoon 25 cent leges worden betaald voor: a. om te kamperen; b. om toe te laten dat op een terrein wordt gekampeerd en c. om als bedrijf logies te verschaffen anders dan in hotels, logementen of pensions. Voorwaarde is ook dat een kampeerterrein gesplitst moet zijn in een gedeelte voor echtparen met kinderen beneden 12 jaar, voor ongehuwde mannen en voor ongehuwde vrouwen. Bij de behandeling van de kampeerverordening houdt het gemeenteraadslid Siero (KVP) nog een pleidooi om een regel in de vergunning op te nemen tegen “onwelvoeglijke kleding”, maar zover komt het niet. De burgemeester pareerde dat de kampeervergunning wordt ingetrokken wanneer men zich misdraagt.

    Lemelerberg
    De Lemelerberg is omgeven door uitgestrekte natuurschoon. Aan de voet van die berg is het goed toeven. Een van de campings heeft een voor de hand liggende naam: “Bergzicht”. In 1946 gestart door H. Schutte Senior en later voortgezet door zoon Henk. Werden de vakantiegangers eerst nog ondergebracht in de boerderij, later wordt het kamperen commerciëler aangepakt. De komst van de vele “vreemden” in de zomer betekent ook dat het steeds moeilijker wordt om ze ergens onder te kunnen brengen. Het baart het gemeentebestuur grote zorgen om geschikte terreinen aan te wijzen voor recreatie, die het natuurschoon niet aantasten. (meer…)

  • Museumboerderij Herman Herbert weer open

    De museumboerderij van Herman Herbert in Oud Bergentheim is weer open.

     Herman Herbert is er klaar voor.
    Foto: Harry Woertink
    Zie ook het album “Museumboerderij Herbert”

    Als particulier verzamelaar van alles wat met het verleden te maken heeft is Herbert maar wat blij dat de deuren weer open kunnen. “Ik kan niet stil zitten en vind het mooi om mensen rond te leiden”, zegt de 69-jarige verzamelaar. Het museum heeft zo’n 6.000 oude voorwerpen. Behalve twee tot de nok gevulde schuren met oude spullen, variërend van televisies en radio’s, typmachines, autopeds, bromfietsen, gereedschappen is ook het boerenerf gevuld met tal van oude landbouwmachines.

    Herkenning vroegere tijden
    “Vorig jaar moesten we gedeeltelijk dicht wegens de pandemie, maar heb toch nog 1200 mensen binnen gehad”, glundert Herbert. “Veel fietsers komen hierlangs. Ze vinden het prachtig hier. Vaak veel herkenning van vroeger, maar ook is te zien hoe in vroegere tijden op het land werd gewerkt of in de huishouding. Hoe turf werd gegraven. En als de mensen het mooi vinden draai ik muziek van vroeger met de jukebox”.

    Olympische Spelen
    Nieuwste toevoeging aan de museumboerderij zijn spreekwoorden en gezegden, waar aan de hand van diverse voorwerpen de bezoekers kunnen raden. Met een knipoog naar de Olympische Spelen zijn ook vijf Olympische ringen te zien gemaakt van oude strohakselaars. Antieke schaatsen en ski’s completeren de gedachten van de Olympische Winterspelen in het Chinese Peking. (meer…)

  • Kamperen kun je in Ommen (1)

    Dat Ommen geliefd is bij vakantiegangers is alom bekend. Al jaren geldt in de zomer in drommen naar Ommen.

    Anna’s Hoeve aan de Zwolseweg, gelegen naast Gilwell Ada’s Hoeve van Scouting Nederland.
    Foto: OudOmmen

    Toen in het begin van de vorige eeuw voor het eerst een trein in Ommen stopte was dat ook gelijk de start van kamperen in Ommen. Ander vervoer als de trein was er bijna niet. Het was baron P.D. van Pallandt van Eerde die toentertijd de padvinderskampen naar Ommen haalde. De padvinderij kan beschouwd worden als de bakermat van het toerisme in Ommen. Daarnaast brachten in de dertiger jaren de jaarlijkse Sterkampen met Krishnamurti op de Besthmenerberg een grote toeristenstroom op gang. Dankzij Scouting Nederland is Ommen nog steeds een belangrijk nationaal en internationaal Scouting centrum.

    Eerste camping in Ommen
    Toen baron van Pallandt eigenaar werd van het landgoed Eerde en Het Laar gaf hij meteen de padvinderij vrijelijk toegang. Op Landgoed Eerde sinds 1913 en op Gilwell Ada’s Hoeve aan de Zwolseweg sinds 1923. De prachtige, ongerepte en uitgestrekte bossen tussen Vecht en Regge bieden ideale kampeergelegenheid. Pompen leveren drinkwater, er zijn gemetselde veldkeukens en door keien omrande kampvuurplaatsen aangebracht en gegraven latrines. In 1918 vierden in Ommen de eerste kampeerders hun vakantie op het particuliere terrein van Jacob van der Boon aan de Zeesserweg. Van der Boon huurde hier een boerderij van baron van Pallandt. In 1941 werd de camping verplaatst naar de Zwolseweg en kreeg de naam “De Koeksebelt”. In Beerze begon in 1921 de familie De Roos met een camping, waar de campinggasten met hun zware spullen van station Mariënberg met paard en wagen werden opgehaald.

    Ster in het Oosten
    Op de Besthmenerberg was in de twintiger jaren van de vorige eeuw al sprake van een kampeercentrale, maar die werd opgeheven omdat de terreinen in handen van de Ster in het Oosten overgingen. Een zogeheten Biologenkamp werd enkele jaren gehouden vlak achter het vaste kamp van de Ster. In augustus 1925 werd voor door de beweging Ster in het Oosten voor het eerst een Sterkamp gehouden op de Besthmenerberg. In de bossen en op de heide wordt een nieuw geestelijk wereldcentrum gesticht. In 1952 werd door Stork, Hoogovens, Werkspoor, AKZO en de Spoorwegen een stichting opgericht met de naam “Vakantievreugd”. (meer…)

  • Museum en toeristische informatie op een plek

    OMMEN – In het Historisch Museum Ommen wordt de laatste hand gelegd aan de inrichting van het toeristisch informatiepunt (TIP).

    De entree van het nieuwe Historisch Museum Ommen, rechts het Tolhuis.
    Foto: Harry Woertink
    Zie ook het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum”

    De bedoeling is om het infopunt begin april te openen, tegelijk met het museum. In het nieuwe museum is een gemeenschappelijke balie. Het TIP moet zorgen voor een goede verbinding tussen de toeristische sector en toerist.

    Het Historisch Museum Ommen is de nieuwe naam van het Streekmuseum dat sinds vorig jaar oktober is vernieuwd en uitgebreid. De historische vereniging CCO en het museum zijn nu onder één dak gevestigd in molen Den Oord. Het nieuwe museum heeft nu meer ruimte gekregen en met nieuwe vitrines is het overzichtelijker geworden. Door een verbindingssluis is er toegang tot het Tolhuis, dat ook bij het museum hoort.

    Bron: Harry Woertink – 27 januari 2021

  • ‘Door de tijd’ nieuw boek over Ommen – Eerste exemplaar voor burgemeester Hans Vroomen

    OMMEN – In Ommen is een nieuw geschiedenisboek verschenen die gaat over Ommen zelf. Met de titel “Door de tijd” is de ontwikkeling van het stadje aan de Vecht te zien en te lezen in het boek dat veel foto’s van vroeger en nu bevat.

    Het eerste exemplaar van het boek “Door de tijd” voor burgemeester Hans Vroomen (rechts) uit handen van Jan Doedens.
    Foto: Harry Woertink
    Zie ook het album “2022 – Fotoboek ‘Door de tijd’”

    Het eerste exemplaar is uitgereikt aan burgemeester Hans Vroomen. Deze plechtigheid vond plaats in het nieuwe Historisch Museum dat in april de deuren voor het eerst opent voor bezoekers. Jan Doedens, secretaris van het Historisch Museum reikte het eerste exemplaar uit aan de burgemeester.

    Rijke geschiedenis
    Vroomen vertelde blij te zijn met de uitgave van boek. Ook had hij al even het nieuwe boek ingekeken. “Ommen heeft een rijke geschiedenis. Als stad heeft Ommen een enorme ontwikkeling doorgemaakt”, aldus Vroomen, daarbij wijzend op de vele foto’s en verhalen die het nieuwe boek rijk is. Volgens Vroomen is het boek geschikt voor elke inwoner, oud- inwoner, bezoeker of ieder ander die Ommen een warm hart toedraagt. “Fantastisch om te lezen. Zo kunnen inwoners en oud-inwoners herinneringen ophalen aan hoe het vroeger was”, aldus Vroomen.

    Door de tijd
    In het boek ‘Door de tijd’ is de ontwikkeling van de gemeente Ommen te zien en te lezen. Een werkgroep bestaande uit Ali Pot, Wies Assendorp, Jenny Ekkelkamp, Jaap van Dordt en Harold Dokter zijn hier druk bezig mee geweest. Zij hebben oude foto’s uitgezocht en daarna de hele gemeente Ommen doorkruist om foto’s te maken van de huidige situatie. Zo laat het boek zien wat er uit het verleden bewaard is gebleven of hoe sommige straten veranderd zijn. Het zijn foto’s van alle straten in het centrum, maar ook laat het boek de stadsuitbreidingen zien. Van het strakke stratenpatroon van de Zeeheldenbuurt, Strangen en Laarakkers tot de bloemkoolwijk De Dante. Ook de nieuwere woonwijken Alteveer, Mol’nhoek en Vlierlanden blijven niet ongenoemd. Daarbij zijn onder redactie van Jan Doedens en Gerko Warner verhalen en anekdotes opgetekend.

    (meer…)

  • Strijd tussen tollen Ommen en Dalfsen

    Om vanuit Ommen via het Laar in Vilsteren te komen moet de rivier de Regge over gestoken worden.

    1940 – Laarbrug met tolhuis.
    Foto: OudOmmen

    Dat kon tot in de vijftiger jaren via een ophaalbruggetje waar bovendien tot 1 januari 1942 tolgeld betaald moest worden bij de tolgaarder die in het tolhuisje woonde met zijn gezin. Egbertus Wolfkamp, ‘Tol-Bats’, is jarenlang tolgaarder op Laarbrug geweest. Opvolger was zijn zoon Joseph. De laatste tolbaas op Laarbrug was Gerrit Jan Kelder.

    Tol betalen
    Een slagboom over de grindweg dwarsboomde vroeger een vrije doortocht. Er moest eerst tol betaald worden. De brug, Laarbrug, lag exact in het verlengde van het tolhuisje. Het tolhuisje met de vensterluikjes in de kleuren van landgoed Vilsteren staat er nog steeds. Begin jaren vijftig kwam er een nieuwe vaste brug over de Regge. Eind zestiger jaren werd in de Vilsterseweg een viaduct gebouwd met de kruising van de provinciale weg Hoogeveen-Raalte. Daardoor kwam ook de slinger bij het nieuwe viaduct “Vilsteren”. Voordien moest de (drukke) N348 overgestoken worden. Na dodelijke ongelukken werd pas de noodzaak ingezien van een ongelijkvloerse kruising.

    1839-1881-1942
    Als met Vilsteren was gepasseerd trof men vroeger in de buurtschap Hessum onder Dalfsen opnieuw een tolhuisje aan. De tollen bij Laarbrug en Hessum dateren uit 1839. De toenmalige landeigenaren baron van Pallandt (Het Laar), Helmich (Vilsteren) en de graaf van Rechteren (Dalfsen) hadden uit eigen zak de aanlegkosten van de weg tussen Dalfsen en Ommen betaald. Voor het onderhoud van de weg kregen ze dan ook vergunning om tolgeld te heffen. In 1881 ging de tol over naar respectievelijk de gemeenten Ommen en Dalfsen.

    (meer…)

  • Ommen: niet groot maar net en welvarend

    Wandelend door de provincie Overijssel en onderweg verschillenden steden en dorpen beschrijven. In 1889 deed hoofdonderwijzer Röring uit Tubbergen dat en vatte zijn “Beschrijving van Overijssel” samen in een boek. We pakken zijn wandeling op tussen Hardenberg en Ommen.

     De Markt met ’t kantongerecht, één van de sieraden van Ommen.
    Afb.: OudOmmen

    De Hongerige Wolf heet de herberg, die we passeren, als wij een poosje de grenzen van Ambt- Ommen overschreden hebben. Maar omdat wij gelukkig geen honger hebben als een wolf, gaan wij voorbij en wachten tot we te Ommen zijn, waar wel gelegenheid bestaat de inwendige mens te versterken. Door de buurten Hoogengraven en Arriën gaat de tocht. Uitmuntende rogge en boekweit zijn de hoofdproducten van de landbouw, niet alleen hier, maar ook elders in de gemeente, het voornaamste bedrijf van de bewoners.

    School, postkantoor en kantongerecht sieraden van Ommen
    Zie zo, daar zijn we te Ommen. Groot is het niet, maar het plaatsje ziet er net en welvarend uit. Sieraden van Ommen zijn de school, het post- en telegraafkantoor en ’t kantongerecht, alle drie in de laatste jaren gebouwd. Uit de veenstreken langs de Vecht en uit de meer verwijderde zandstreken, waar landbouw gedreven wordt, bezoeken de bewoners de Ommer markt, die elke week gehouden wordt, en waarop veel boter en vee wordt aangevoerd. Van de Ommer Bissingh hebt je waarschijnlijk nimmer gehoord, ofschoon ze vrij algemeen bekend is. Hiermede bedoelt men ene jaarmarkt, die in ‘ t begin van de maand juli gehouden wordt. Zo belangrijk echter als die markt vroeger was, is ze nu niet meer.

    Ommerschans strafkolonie voor vagebonden en bedelaars
    Uit Ommen zullen wij uitstapjes maken in de omtrek, al moet dit laatste woord in een vrij ruime betekenis genomen worden. ’t Eerst brengen wij een bezoek aan Ommerschans, de bekende strafkolonie voor vagebonden en bedelaars. Over een weg, die in richting door de gemeente Ştad Ommen loopt, bereiken wij binnen een paar uren de Schans. Vroeger lag hier een schans een versterkte plaats in de 17e eeuw aangelegd, om de strooptochten der Spanjaarden te beteugelen. In 1824 ontving de Maatschappij van Weldadigheid van de Regering de nog bestaande gebouwen en de omliggende gronden, om daarop een kolonie te stichten. Tot 1859 bleef de Maatschappij van Weldadigheid met het bestuur van Ommerschans belast, toen de Regering ze overnam, waardoor de kolonie een Rijksinstelling werd. Uit vrije wil zijn de ruim 1400 kolonisten hier natuurlijk niet. (meer…)

  • Unieke foto’s oud Ommen toegevoegd aan beeldbank OudOmmen.nl

      Brugstraat 1939

    Links de winkel van bakker Sonnenberg, waar eind vijftiger jaren ook schoonzoon Harmsen toe trad in de onderneming. Rechts de winkel van de dames Jennigje en Aaltje Corté met daar weer naast de winkel van Dijks & Steen, gevolgd door de winkel van Kramer, later bloemist Schuurman. Op de tweede foto in de Brugstraat is links het gemeentehuis te zien. Aan de andere kant van de straat, rechts, als eerste horlogemaker van der Kolk, gevolgd door bakker Stevens en schoenmaker van Kesteren, waarna een steegje volgde. De Brugstraat, eerder ook wel Bruggestraat of Grootestraat genoemd, is de oudste straat van Ommen. Hier liep de weg vanaf de doorwaardbare plaats in de Vecht, waar later het veerstal en daarna de brug kwam. Langs deze weg en rondom de kerk vestigden zich de eerste bewoners. (meer…)

  • Noaberschap, vroeger heel gewoon

    Vroeger gold in kleine sociale, overwegend agrarische buurtschappen het noaberschap. De bewoners vormden samen een hechte gemeenschap.

     Gerrie Horsman en Gerrit Steen van de Gemienschop van Oll Ommer op weg met een krentewegge naar een kroamvisite van een noaber.
    Foto: CCO

    De gezamenlijke noabers (buren) hielpen elkaar vrijwillig, maar eigenlijk waren het plichten, de zogeheten noaberplichten, ongeschreven wetten waar iedereen zich aan hield, maar ook wel aan moest houden. Want wie de noaberplicht niet nakwam werd de noaberschap opgezegd en een grotere schande kon je iemand niet aandoen!

    Nacht en ontij
    Dienst en wederdienst zijn de fundamenten waarop het noaberschap rusten. De mensen hadden weinig geld om alles te betalen en daarom hielpen ze elkaar voort, zo goed als ze konden. Aan een goede buurman had je vaak veel te danken. Het was niet alleen de man waar je overdag een buurpraatje mee kon maken of bij wie je iets kon lenen als dat zo te pas kwam, ook in minder goede omstandigheden kon je je buurman bij nacht en ontij roepen. Je hoefde maar op het raam te kloppen en te zeggen dat je er was om zijn hulp bij het een of ander in te roepen of de buurman schoot de broek aan en kwam bij de achterdeur om te vragen waar hij je mee helpen kon. Kon hij het alleen niet af, dan klopte hij de andere buur uit bed, die ook net zo bereidwillig kwam.

    Geboorte, doop en begrafenis
    Geboorte, doop en begrafenis waren gebeurtenissen waarbij het noaberschap ten volle tot zijn recht kwam. Bij de geboorte van een kleine kwamen als eerste de twee noabervrouwen van weerskanten voor de eerste hulp. Ze hadden er niet voor geleerd, maar door de ervaring die ze in hun leven hadden opgedaan waren ze met alles goed op de hoogte. Ook als het kind er was bleven ze komen om moeder en de kleine te verzorgen. Het kind werd ’s morgens ingepakt om geen kou te vatten en werd bij de moeder lekker warm in de bedstee gestopt, dik onder het veren bed. Meestal kwam de moeder al wel eerder op, maar op de negende dag moest ze weer het bed in ‘achter de gordijntjes’, anders kwam het niet goed. Zo tussen de geboorte en het dopen in de kerk kwamen ook de andere noabervrouwen op kraamvisite. Op het “Wievenmoal” werd eerst een glaasje brandewijn met rozijnen gedronken en later werd het krentenbrood op tafel gezet. De beide naaste buurvrouwen bedienden weer. De kleine baby werd uit bed gehaald en om de beurt bij elkaar op schoot gezet. Was het kind lastig dan deed men een beetje suiker in de tip van het wasseldoek (vaatdoek). Die werd dan in de brandewijn gedept en in de mond van de kleine gestopt, die vervolgens al gauw in slaap viel…

    Kraamvisite
    Als de gasten van de kraamvisite tegen de avond op huis aan gingen, zeiden ze tegen elkaar dat een het een “’n fienegien” (kleintje) of “dikk’n” (te dik) was of ook wel als het om de eerste kleine van het gezin ging “’t zal bi’j diss’n wel niet lange bliev’n”. Tot een week voor dat de kleine zou worden gedoopt bleef het druk in de houdhouding van de jonge ouders. Er kwamen meer mensen op kraamvisite. Noabers en ook familieleden uit wijde omgeving kwamen langs met paard en tentwagen. Iedereen had een flinke krentewegge onder de arm. Op kraamvisite gaan werd ook wel genoemd: “Met ’n kromm’n arm goan!”. (meer…)