Ommen: niet groot maar net en welvarend

Wandelend door de provincie Overijssel en onderweg verschillenden steden en dorpen beschrijven. In 1889 deed hoofdonderwijzer Röring uit Tubbergen dat en vatte zijn “Beschrijving van Overijssel” samen in een boek. We pakken zijn wandeling op tussen Hardenberg en Ommen.

 De Markt met ’t kantongerecht, één van de sieraden van Ommen.
Afb.: OudOmmen

De Hongerige Wolf heet de herberg, die we passeren, als wij een poosje de grenzen van Ambt- Ommen overschreden hebben. Maar omdat wij gelukkig geen honger hebben als een wolf, gaan wij voorbij en wachten tot we te Ommen zijn, waar wel gelegenheid bestaat de inwendige mens te versterken. Door de buurten Hoogengraven en Arriën gaat de tocht. Uitmuntende rogge en boekweit zijn de hoofdproducten van de landbouw, niet alleen hier, maar ook elders in de gemeente, het voornaamste bedrijf van de bewoners.

School, postkantoor en kantongerecht sieraden van Ommen
Zie zo, daar zijn we te Ommen. Groot is het niet, maar het plaatsje ziet er net en welvarend uit. Sieraden van Ommen zijn de school, het post- en telegraafkantoor en ’t kantongerecht, alle drie in de laatste jaren gebouwd. Uit de veenstreken langs de Vecht en uit de meer verwijderde zandstreken, waar landbouw gedreven wordt, bezoeken de bewoners de Ommer markt, die elke week gehouden wordt, en waarop veel boter en vee wordt aangevoerd. Van de Ommer Bissingh hebt je waarschijnlijk nimmer gehoord, ofschoon ze vrij algemeen bekend is. Hiermede bedoelt men ene jaarmarkt, die in ‘ t begin van de maand juli gehouden wordt. Zo belangrijk echter als die markt vroeger was, is ze nu niet meer.

Ommerschans strafkolonie voor vagebonden en bedelaars
Uit Ommen zullen wij uitstapjes maken in de omtrek, al moet dit laatste woord in een vrij ruime betekenis genomen worden. ’t Eerst brengen wij een bezoek aan Ommerschans, de bekende strafkolonie voor vagebonden en bedelaars. Over een weg, die in richting door de gemeente Ştad Ommen loopt, bereiken wij binnen een paar uren de Schans. Vroeger lag hier een schans een versterkte plaats in de 17e eeuw aangelegd, om de strooptochten der Spanjaarden te beteugelen. In 1824 ontving de Maatschappij van Weldadigheid van de Regering de nog bestaande gebouwen en de omliggende gronden, om daarop een kolonie te stichten. Tot 1859 bleef de Maatschappij van Weldadigheid met het bestuur van Ommerschans belast, toen de Regering ze overnam, waardoor de kolonie een Rijksinstelling werd. Uit vrije wil zijn de ruim 1400 kolonisten hier natuurlijk niet. Allen zijn bij rechterlijk vonnis veroordeeld, hier enigen tijd onder strenge tucht door te brengen. Bedelaars, landlopers, onverbeterlijke dronkaards en dergelijk volkje treft men hieraan. Zij worden met landbouw beziggehouden, die echter, wegens de schraalheid van de bodem, met weinig voordeel gedreven wordt; ook wordt er enige nijverheid gedreven en in de werkhuizen oefenen de kolonisten verschillende ambachten uit. Natuurlijk is onder een dergelijke bevolking een uiterst streng toezicht nodig, dat wordt uitgeoefend door bewakers en politiebeambten. Ontvluchten is niet gemakkelijk; toch weten sommigen van een goede gelegenheid gebruik te maken, om te deserteren. Gewoonlijk worden ze spoedig weer gevat, doordat ze aan hunne kleding kenbaar zijn. Noot: In 1890 zal de kolonie opgehouden hebben te bestaan. De verpleegden zullen dan gedeeltelijk naar Hoorn, gedeeltelijk naar Veenhuizen zijn overgebracht, en de tot het Gesticht behorende gronden publiek verkocht zijn.

Besthmenerberg
Keren we naar Ommen terug. We gaan over de Vecht en volgen de weg, die van hier in de richting naar de gemeenten Den Ham en Hellendoorn voert. Zo schoon een streek, als wij nu zullen bezoeken, hebben wij op onze tocht door de provincie nog weinig aangetroffen. Heuvels en bossen wisselen af met bouw- en weilanden, waardoor en waarlangs de Regge als een zilveren lint in bevallige bochten heen kronkelt. Van de hoogten geniet men de prachtigste vergezichten op de omgelegen streken. Al dadelijk kunnen wij ons hiervan overtuigen, door de Bestmenerberg te beklimmen en van hier een blik te slaan op het nabijgelegen Ommen en op de nabijgelegen en verder verwijderde bossen en hoogten.

Eerde
Hier ongeveer, een half uur van Ommen, splitst zich de weg. Wij slaan linksaf en bereiken, door ene behoorlijke streek, met veel en welig houtgewas, de buurt Eerde, met het fraaie, schilderachtig gelegen huis Eerde, dat door zijn aan natuurschoon zo rijke omgeving een sieraad van de streek is. Vooral het nabijgelegen Eerderbos mag op die naam aanspraak maken. Om van Eerde de buurt Lemele te bereiken, moeten wij de Regge passeren, aan wier oevers vruchtbare groengronden liggen.

Archem
Onze weg loopt door de buurt Archem, met het huis Archem, dat tussen hoog geboomte verscholen ligt. Een streek, als wij nu doortrekken, bezoekt men liefst in de zomer. Schreven we echter december, dan zouden wij ook een bezoek brengen aan de te Lemelerveld bestaande beetwortelsuikerfabriek, de enige in ons gewest. Nu wordt er niet gewerkt; kwamen we echter in de winter in de gelegenheid hier 200 personen bezig te zien, om uit de beetwortels het zoete product te bereiden: wij zouden dan een bezoek niet achterwege laten.

Lemelerberg
Nu naar de Lemelerberg, in de nabijheid, om dien te beklimmen! Iemand, in deze streken bekend, zal ons als gids vergezellen, wat zeer nodig zal blijken te zijn. De berg bestaat uit zes hoogten of ruggen, die langzamerhand hoger worden. Het hoogste punt heet Nevelpol en is 81 meter hoog. De oppervlakte van de berg is met heide begroeid en bestaat uit een korst van plantaarde. Daaronder vindt men grint en wit zand, met verschillende stenen vermengd. Op sommige plaatsen wordt ook leem aangetroffen, wat niet alleen blijkt uit de naam van de buurt- Lemele- maar ook uit de steenbakkerij, die men vroeger aan de voet van de berg aantrof. Wij zijn nu ongeveer 60 meter gestegen, en ‘ t verwondert ons niet weinig, hier, op deze hoogte, water aan te treffen, dat bij de felste droogte-niet verdwijnt. Het water is wel zeer helder, maar is hier en daar zodanig met mos begroeid, dat wij er, zonder wegwijzer, gemakkelijk zouden kunnen inlopen. Bij enigen regen vloeit het water langs de hellingen van de berg naar beneden en vormt daar immer groene weiden, waarop de heideschapen, die men hier veel vindt, zich in den zomer te goed doen. Onze gids zal ons nu de steen wijzen zelf zouden wij hem niet vinden die als een grote merkwaardigheid genoemd wordt. Als de “Zilversteen” is hij bekend. Hij zit gedeeltelijk in de grond; hoe diep heeft men nog niet onderzocht. Wij meten het zichtbare gedeelte en vinden voor zijne lengte 5.3 meter voor de breedte 2.8 meter, terwijl de hoogte 1 meter bedraagt.

Vecht en Regge zilveren draden door het landschap
Slaan we van deze hoogte nogmaals een blik in ’t rond! Hoe schilderachtig ligt daar aan haar voet het vriendelijke buitengoed Klein Archem. Wat bossen en heuvels, wat torenspitsen, nabij en in de verte. Golvende koren- en boekweitvelden in de omtrek, hier de Regge, ginds de Vecht, die als zilveren draden door het landschap kronkelen. ‘ t Gezicht is enig; de indruk die we hier ontvangen, onuitwisbaar. Wat wij zien, is bij heldere lucht goed te onderscheiden; hoever onze blik reikt, is moeilijk te bepalen. Later, als wij geheel andere streken van ons gewest bezoeken, hoop ik u van daar de Lemelerberg, op wiens top wij nu staan, nog eens te wijzen. Het klimmen en dalen heeft intussen zoveel van onze benen geëist, dat wij blij zijn, als wij de buurt Nieuwebrug hebben bereikt, waar wij enigen tijd kunnen uitrusten. Van hier gaan we over de weg, die we op onze heenreis passeerden, terug naar Ommen.

Schoon gelegen Vilsteren
De Vecht gaan we echter niet over; voor de brug slaan we linksaf en komen dan op de weg, die naar Dalfsen leidt. Te midden van bossen en weiden ligt aan onze linkerzijde de schone buitenplaats Het Laar. Aan die zijde bezoomt welig houtgewas de weg, rechts stroomt de Vecht, met hare groene boorden, en even voorbij de plaats, waar de Regge zich met de Vecht verenigt, bereiken wij het schoon gelegen Vilsteren. ‘ t Is geen wonder, dat deze streek in de zomer door tal van vreemdelingen bezocht wordt, die dan dwalen door de prachtige bossen in de omtrek en volop het natuurschoon genieten, dat hier zo ruim te vinden is. Vooral op pinkstermaandag is, bij gunstig weer, het aantal bezoekers zeer groot. Dan dwalen tal van wandelaars door de zogenaamde “Doolhof”, een bosje met vele kronkelpaden, en in welks midden een reusachtige den prijkt, of ze brengen een bezoek aan de “Hermitage”, een huisje, dat in vroeger tijd door een kluizenaar bewoond werd. Wij kunnen, jammer genoeg, ons hier niet lang genoeg ophouden, om al het schone en merkwaardige met eigen ogen te zien. Het deftige huis “Vilsteren” en de nette R. K. kerk liggen aan de weg, dien we nu nog slechts enkele minuten moeten bewandelen, om de grenzen van Ambt Ommen te kunnen overschrijden.

Dalfsen
Door de buurten Hessum en Rechteren bereiken wij in 1 1/2 uur ‘ t dorp Dalfsen, een van de fraaiste en welvarendste in ons gewest. ‘ t Huis Hessum, dat even over de grens ligt, gaan we voorbij: ‘ t is minder bezienswaardig, dan ‘ t aanzienlijke Rechteren, dat een half uur verder ligt. Zeer houtrijk is de streek, welke wij doortrekken, en vooral in de nabijheid van de oudadellijke huizen, wordt de omgeving door ‘ t welig geboomte, dat men er aantreft, zeer verfraaid. Daar ligt Rechteren, met zijn deftig, ouderwets voorkomen. De graven van Rechteren worden met eer in de geschiedenis van land en gewest genoemd en ook nu nog bewonen hunne nakomelingen de deftige huizen, met hare, aan natuurschoon zo rijke omgeving. Ginds worden wij de brede, maar niet zeer hoge toren van Dalfsen gewaar en na een wandeling van 20 minuten passeren wij een brug de Vecht en treden het dorp binnen. Zei ik te veel, toen ik Dalfsen een fraai dorp noemde, dat daar met zijne fraaie bosrijke omgeving zo schilderachtig aan de rivier ligt? In de kerk der Hervormden, een hecht middeleeuws gebouw, staan op de graven der Heren van Rechteren de in marmer en zandsteen gehouwen wapens van dit aanzienlijk geslacht. De nijverheid van Dalfsen bepaalt zich tot een stoom-cichoreifabriek en een paar sigarenfabrieken Mogelijk hebt je wel eens Dalfser moppen gegeten of er althans van gehoord? Nog handhaven ze hun oude roem, en als je, ter herinnering aan Dalfsen, een proefje wilt meenemen, hier zijn ze echt en onvervalst te krijgen. Tot zover een deel van de beschrijving van Overijssel ruim 130 jaar geleden.

Bron: Harry Woertink – 16 januari 2022

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s