Unieke foto’s oud Ommen toegevoegd aan beeldbank OudOmmen.nl

  Brugstraat 1939

Links de winkel van bakker Sonnenberg, waar eind vijftiger jaren ook schoonzoon Harmsen toe trad in de onderneming. Rechts de winkel van de dames Jennigje en Aaltje Corté met daar weer naast de winkel van Dijks & Steen, gevolgd door de winkel van Kramer, later bloemist Schuurman. Op de tweede foto in de Brugstraat is links het gemeentehuis te zien. Aan de andere kant van de straat, rechts, als eerste horlogemaker van der Kolk, gevolgd door bakker Stevens en schoenmaker van Kesteren, waarna een steegje volgde. De Brugstraat, eerder ook wel Bruggestraat of Grootestraat genoemd, is de oudste straat van Ommen. Hier liep de weg vanaf de doorwaardbare plaats in de Vecht, waar later het veerstal en daarna de brug kwam. Langs deze weg en rondom de kerk vestigden zich de eerste bewoners. Lees verder Unieke foto’s oud Ommen toegevoegd aan beeldbank OudOmmen.nl

Noaberschap, vroeger heel gewoon

Vroeger gold in kleine sociale, overwegend agrarische buurtschappen het noaberschap. De bewoners vormden samen een hechte gemeenschap.

 Gerrie Horsman en Gerrit Steen van de Gemienschop van Oll Ommer op weg met een krentewegge naar een kroamvisite van een noaber.
Foto: CCO

De gezamenlijke noabers (buren) hielpen elkaar vrijwillig, maar eigenlijk waren het plichten, de zogeheten noaberplichten, ongeschreven wetten waar iedereen zich aan hield, maar ook wel aan moest houden. Want wie de noaberplicht niet nakwam werd de noaberschap opgezegd en een grotere schande kon je iemand niet aandoen!

Nacht en ontij
Dienst en wederdienst zijn de fundamenten waarop het noaberschap rusten. De mensen hadden weinig geld om alles te betalen en daarom hielpen ze elkaar voort, zo goed als ze konden. Aan een goede buurman had je vaak veel te danken. Het was niet alleen de man waar je overdag een buurpraatje mee kon maken of bij wie je iets kon lenen als dat zo te pas kwam, ook in minder goede omstandigheden kon je je buurman bij nacht en ontij roepen. Je hoefde maar op het raam te kloppen en te zeggen dat je er was om zijn hulp bij het een of ander in te roepen of de buurman schoot de broek aan en kwam bij de achterdeur om te vragen waar hij je mee helpen kon. Kon hij het alleen niet af, dan klopte hij de andere buur uit bed, die ook net zo bereidwillig kwam.

Geboorte, doop en begrafenis
Geboorte, doop en begrafenis waren gebeurtenissen waarbij het noaberschap ten volle tot zijn recht kwam. Bij de geboorte van een kleine kwamen als eerste de twee noabervrouwen van weerskanten voor de eerste hulp. Ze hadden er niet voor geleerd, maar door de ervaring die ze in hun leven hadden opgedaan waren ze met alles goed op de hoogte. Ook als het kind er was bleven ze komen om moeder en de kleine te verzorgen. Het kind werd ’s morgens ingepakt om geen kou te vatten en werd bij de moeder lekker warm in de bedstee gestopt, dik onder het veren bed. Meestal kwam de moeder al wel eerder op, maar op de negende dag moest ze weer het bed in ‘achter de gordijntjes’, anders kwam het niet goed. Zo tussen de geboorte en het dopen in de kerk kwamen ook de andere noabervrouwen op kraamvisite. Op het “Wievenmoal” werd eerst een glaasje brandewijn met rozijnen gedronken en later werd het krentenbrood op tafel gezet. De beide naaste buurvrouwen bedienden weer. De kleine baby werd uit bed gehaald en om de beurt bij elkaar op schoot gezet. Was het kind lastig dan deed men een beetje suiker in de tip van het wasseldoek (vaatdoek). Die werd dan in de brandewijn gedept en in de mond van de kleine gestopt, die vervolgens al gauw in slaap viel…

Kraamvisite
Als de gasten van de kraamvisite tegen de avond op huis aan gingen, zeiden ze tegen elkaar dat een het een “’n fienegien” (kleintje) of “dikk’n” (te dik) was of ook wel als het om de eerste kleine van het gezin ging “’t zal bi’j diss’n wel niet lange bliev’n”. Tot een week voor dat de kleine zou worden gedoopt bleef het druk in de houdhouding van de jonge ouders. Er kwamen meer mensen op kraamvisite. Noabers en ook familieleden uit wijde omgeving kwamen langs met paard en tentwagen. Iedereen had een flinke krentewegge onder de arm. Op kraamvisite gaan werd ook wel genoemd: “Met ’n kromm’n arm goan!”. Lees verder Noaberschap, vroeger heel gewoon

Klepperman op Oudejaarsavond voor Nieuwjaarswens

Vroeger had ook Ommen een klepperman, een nachtwacht die met een klepper de ronde door de stad deed.

 1863. Nieuwjaarswens van de nachtwacht.
Afb.: OudOmmen

Hij deed dienst als brandwacht en dorpsomroeper en kondigde in de nacht telkens de tijd aan. Met het klepper apparaat – een hamer aan een korte, houten steel die als een bel heen en weer werd gezwaaid maakte hij een luid en indringend geluid.

Oudejaarsavond
Toen de historische vereniging Gemienschop van Oll Ommer werd opgericht met als doel oude gebruiken in ere te houden was een van hun eerste activiteiten het in leven roepen van een klepperman. Deze moest, evenals in vroegere tijden, een heilwens uitspreken voor de burgers van de stad. De klepperman kwam er en in 1952 trok hij op Oudejaarsavond als vanouds door de straten. Bij zijn eerste rondgang werd de klepperman gevolgd door een groepje stadgenoten. Na het klepperen op hoeken van straten klonk de bij de oud Ommer zo bekende roep: “Hallef twalef heit de klok, de klok heit hallef twalef”. Ten tijde van de wisseling van oud naar nieuw om klokslag 12 uur arriveerde de stoet vervolgens bij de hervormde kerk. Door het koper-ensemble van “Crescendo” werd van de kerktoren ten gehore gebracht “Uren, dagen, maanden, jaren” en “Bede voor het vaderland”. Na dit plechtige ogenblik sprak de klepperman in de persoon van Gerrit Jan Paarhuis zijn op dicht gezette heilwens uit.

Ladder weg
Aanvankelijk liet het zich aanzien dat de koraalmuziek op de toren geen doorgang zou vinden. De man die dagelijks het torenuurwerk opwindt had de ladder weggenomen en verborgen, die toegang tot het hoogste gedeelte naar de toren geeft. Na lang zoeken werd dit onmisbare attribuut gevonden op de zolder van de kerk aan het andere einde van de toren. Nog juist op tijd kon het gezelschap de torenspits bereiken. Deze daad van “de Boone” zoals hij ook werd genoemd, wekte vanzelfsprekend grote ergernis op bij de Ommer bevolking. Echter, na nader onderzoek bleek Seinen geen enkele schuld te treffen. Hij bergt namelijk elke dag na het verrichten van zijn werk deze ladder weg om te voorkomen, dat onbevoegden zich toegang tot de toren verschaffen en hij onkundig gelaten van het feit dat Oudejaarsavond de toren gebruikt zou worden.

Vuurwerk
In 1954 was het Dieks Makkinga die als klepperman optrad en vanaf de trap van het klokkenhuis van de kerk een berijmde nieuwjaarswens ten gehore bracht, dit luid begeleid door knallend vuurwerk op de achtergrond. In 1958 maakt op oudejaarsavond de klepperman opnieuw zijn rondgang om klokslag twaalf uur de nieuwjaarswens uit te spreken. Het blijkt helaas de laatste rondgang te zijn. Hoewel het bestuur van de organiserende Gemienschop aangeeft dit oude gebruik door vele inwoners op prijs wordt gesteld en een dringende oproep doet aan de jeugd om tijdens deze plechtigheid geen vuurwerk af te steken blijkt deze oproep tevergeefs te zijn geweest. Lees verder Klepperman op Oudejaarsavond voor Nieuwjaarswens

Hoge bomen vangen veel wind – discussie over molen Den Oord en de eik

Luuk Vogelzang, vrijwillig molenaar bij de Stichting Ommer Molens, schreef in de discussie over de molen Den Oord en de eik de volgende brief aan de gemeenteraadsleden van Ommen:

“Alles van waarde is weerloos” zei boswachter Arend Spijker, hij haalde de dichter Lucebert aan om de eik te beschermen die voor de molen Den Oord staat. Hij had het niet beter kunnen zeggen als hij daarmee ook de molen zou aanduiden. Samen willen wij voor hen die weerloos zijn opkomen.

 1960. Molen Den Oordt vlak voor de restauratie.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum

Standpunten
“Samen” dat zijn in dit geval de boombeschermers, maar ook de molenbeschermers. Daarbij moeten we elkaars standpunten wel kennen en willen begrijpen. De eik is opgekomen als een zaailing in de zestiger jaren, waarschijnlijk verloren door een gaai of ekster, of misschien verstopt door een muis. Nu is het een mooie statige jonge eik van ongeveer zestig jaar. Wel is een eik een van de meest voorkomende bomen in Nederland. In Nederland hebben we nog ongeveer 1100 molens waarvan de meesten in het westen van ons land staan. Die bijna allemaal een monument zijn en daarbij ook een respectabele leeftijd hebben. Zo ook molen Den Oord die geen zestig is, maar bijna tweehonderd jaar oud! Terug naar de jonge eikenboom, en molens in het algemeen. Onze stichting is niet onlangs met deze boom bezig gegaan. Molenbeschermers zijn altijd bezig om een optimale omgeving voor de molen te behouden en te krijgen. Hierbij krijgen ze hulp van de overheid die rond de molens een gebied als molenbiotoop ingesteld heeft. Dit is een gebied waar nieuwe aanplant of gebouwen de molens niet mogen hinderen.

Wind
De omgeving voor een molen is optimaal als de wind zonder belemmering de molen kan bereiken, maar ook zonder belemmering verder kan waaien. Wind is voor een molen als het water is voor een vis, zonder water gaat een vis dood. Want wind is niet alleen om ze goed te laten draaien, maar meer nog een levensbelang voor molens. Een molen gaat dood (vervalt) als deze stilstaat doordat hij geen wind meer kan vangen. Er is een gezegde in de molenwereld “Een jaar stilstand is erger dan tien jaar draaien”. Wie dat wil zien, hoe onze molens er toen uitzagen na een tiental jaren stilstand, er zijn nog genoeg foto’s van. Kijk terug in de Ommer historie en zie, het waren alle vier bouwvallen, ruïnes! Nu zijn alle vier molens door een niet geringe investering en daarnaast een goed onderhoudsbudget van onze eigen Ommer gemeenschap, weer plaatjes om te zien. Lees verder Hoge bomen vangen veel wind – discussie over molen Den Oord en de eik

Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

Reinier Paping wint Elfstedentocht. Moordende tocht; honderden vielen uit, velen gewond” kopte de Leeuwarder Courant op vrijdag 18 januari 1963 in een speciale avondeditie als de krant verslag doet van de twaalfde Elfstedentocht.

 Onthulling van plaquette in januari 1989 ter gelegenheid van de winnaar van de Elfstedentocht in 1963 Reinier Paping. Reinier Paping in het midden geflankeerd door Jeen van den Berg links en Evert van Benthem, rechts.
Foto: De Darde Klokke

De op 90-jarige leeftijd gestorven schaatslegende Reinier Paping was de winnaar van de meest heroïsche wedstrijd uit de nationale sportgeschiedenis: de Elfstedentocht van 1963. Hij is na een kort ziekbed overleden.

Uit Ommen
Reinier Paping, een 31-jarige manufacturier-sportleraar uit Ommen, heeft de Elfstedentocht 1963 gewonnen. In zijn eentje gewonnen, want al hij Witmarsum was hij uitgelopen en het gehele, moordende traject tussen Harlingen en Dokkum heeft hij met een voorsprong van rond tien minuten gereden op een groepje van drie: Jeen van den Berg van Heerenveen, Anton Verhoeven uit Dussen en Jan Uitham van de Noorderhogebrug hij Groningen. Reinier Paping ging om één minuut voor half vijf voor de ogen van koningin Juliana en prinses Beatrix door de finish bij de Grote Wielen: hij deed 10 uur en 59 minuten over de tocht, dat is aanmerkelijk meer dan de eersten van de vorige tocht noteerden (8 uur 46 minuten), terwijl het record van Jeen van den Berg in 1954 (7 uur en 35 minuten) bij lange na niet werd geëvenaard. Zijn tijd is er al het bewijs van, dat de Elfstedentocht 1963 een moordende tocht is geworden. Tienduizend rijders zijn vanmorgen gestart, waarschijnlijk zullen slechts enkele honderden de finish bereiken. Zeker wanneer het Elfstedenbestuur zal besluiten het dichtsneeuwende traject tussen Bolsward en Harlingen en Harlingen-Dokkum te sluiten, zoals het dat omstreeks één uur met de zuidroute deed voor degenen, die toen Woudsend nog niet waren gepasseerd. Legio zijn de uitvallers, talrijk zijn de gewonden. Alleen de zeer sterken hebben in deze Elfstedentocht een kans gehad”, aldus de Leeuwarder Courant.

Legioen van 10.000 verdween in ijswoestijn
De Elfstedentocht en de naam Reinier Paping zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op 18 januari 2019 is het zesenvijftig jaar geleden dat Paping zegevierend uit de strijd in Friesland tevoorschijn kwam. Een onwerkelijke strijd over tweehonderd bizarre kilometers, want de omstandigheden waarin de wedstrijd plaatsvond waren bar en boos. ’s Werelds grootste schaatswedstrijd heeft nog nooit zoveel slachtoffers geëist als in 1963. Een tocht die de geschiedenis in zou gaan als de zwaarste ooit verreden. Een record aantal uitvallers; een record aantal gewonden. Slechts 57 van de 378 wedstrijdrijders haalden de eindstreep. Van het legioen van bijna tienduizend toerrijders die aan de start verscheen behaalden slechts 126 de eindstreep. De meesten waren verdwenen in de ijswoestijn. De EHBO-posten werkten 18 uren op volle toeren. Lees verder Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (4)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe.

 2015. Werkzaamheden op de Ommerschans waar een deel van de verdedigingsschans wordt gereconstrueerd.
Foto: Harry Woertink

Ook Ommen ontsprong niet de dans. De Ommerschans werd in 1670 met bastions en een wal versterkt. Wanneer in een jaar later Bommen Berend met zijn Münsterse soldaten over de grenzen dendert, wordt ook de Ommerschans, ondanks de verbeteringen, onder de voet gelopen. Dit is deel 4 over het Rampjaar 1672.

Schade en onheil
De bisschop van Münster viel Overijssel binnen op grond van een verdrag dat hij had gesloten met Engeland, een vijand van de Republiek. Het was het begin van een rampjaar voor heel het land, want ook Engeland en Frankrijk hadden de Republiek inmiddels de oorlog verklaard. De oorlogen van de bisschop van Munster veroorzaakten veel schade en onheil. Gestadige doormarsen en inlegeringen, zowel van Nederlands als van Munsters krijgsvolk, met afzettingen, plunderingen en brandschattingen vergezeld, vielen aan de meeste steden en dorpen van het platteland van Overijssel en voornamelijk aan Ommen te beurt. In 1665 was er gestadige inlegering van krijgsvolk van de Bisschop van Munster; de twee oorlogvoerende partijen trokken steeds af en aan. Van 25 september tot 2 oktober was het gehele Munsterse leger, inclusief de bisschop ondergebracht in Ommen. Ook een jaar later werd Ommen ingenomen door het leger. De burgerij was voortdurend in onrust en moest steeds zware lasten dragen. Ernstiger nog zag er het uit in 1672, want nadat Deventer en andere steden in Overijssel al veroverd waren, zag men een grote afdeling van de krijgsmacht van Bommen Berend naar Ommen afzakken. De mannen legerden zich in bij burgers en pleegden tal van gewelddadigheden.

Ommerschans
Toen het leger optrok naar de Ommerschans om die te bezetten, troffen de Munstersen deze, zoals al eerder beschreven, verlaten aan. De Nederlandsche soldaten waren weggelopen omdat ze niet machtig genoeg waren om het geschut te bedienen om een aanval af te weren. Negen dagen lang lag het complete leger toen in en om de stad Ommen tot aan hun vertrek naar het Groningerland. De stad moest voor hun vertrek een aanzienlijke som als brandschatting of oorlogscontributie betalen. Lees verder 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (4)

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (3)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe.

 De Ommerschans als bedelaarsgesticht ca. 1828.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Ommerschans”.

Ook Ommen ontsprong niet de dans. De Ommerschans werd in 1670 met bastions en een wal versterkt. Wanneer in een jaar later Bommen Berend met zijn Münsterse soldaten over de grenzen dendert, wordt ook de Ommerschans, ondanks de verbeteringen, onder de voet gelopen. Dit is deel 3 over het Rampjaar 1672.

Toestand op de Ommerschans
Op 7 februari 1672 schreven de Staten van Overijsel aan die van Drenthe over de toestand op de Ommerschans, die volgens ontvangen klachten van Kapitein Rudolf van Arkel nog steeds veel te wensen overliet en uit welk schrijven blijkt dat Groningen en Friesland ondanks de gedane belofte en de daarvoor ontvangen gelden zeer weinig nog voor de schans hadden gedaan. In dit schrijven werd nogmaals dringend verzocht een hoeveelheid stro naar de schans te willen zenden, terwijl men aan Friesland een aantal „bultsacken” had gevraagd. En nu het land in een zo benarde positie verkeerde en men elkander zoveel mogelijk moest steunen, werd Drenthe dan ook onmiddellijk bereid gevonden het gedane verzoek in te willigen en werd al een week later een grote hoeveelheid stro naar de schans vervoerd.

Versterking
Doch waren daarmede de soldaten al geholpen, de schans zelve niet. Opgeworpen uit niet al te best materiaal, was zij nog nooit een vesting van betekenis gebleken en was er voortdurend reparatie noodzakelijk. Ook nu zou zij, al waren de garnizoenen versterkt geworden, tegen mogelijke aanvallen waarschijnlijk niet bestand zijn. Om dit euvel zoveel mogelijk te helpen voorkomen, werd besloten de Ommerschans in allerijl te versterken, waartoe in de eerste plaats ± 2000 palen van eiken-, berken-, elzen- of weekhout, elk 7 voet lang en ter dikte van een zware balk, nodig werden geacht. Verschillenden Drentse gemeenten werden bij resolutie van 14 Mei van dat jaar opdracht gegeven voor de levering van palen. Lees verder 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (3)

1672 – 2022 Herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (2)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van de als Bommen Berend bekende bisschop van Münster plunderend door Overijssel trokken.

 Christoph Bernhard Freiherr von Galen (Bernard van Galen), ook wel “Bommen Berend” genoemd.
Afbeelding: Wikipedia

Als bisschop van Münster sloeg Bernhard van Galen keihard toe. Ook Ommen ontsprong niet de dans. Dit is deel 2 over het Rampjaar 1672.

Het was in de zeventiende eeuw een periode van angst en beven door de ingelegerde soldaten. Wat aan eten op tafel kwam werd ingenomen door de vijandige soldaten. Huizen werden toegetakeld, aardappelen en groente uit tuinen geplunderd en de rogge van het land gestolen. En bij het minste en geringste verzet volgde er harde klappen van de soldaten.

Bittere armoede in Ommen
Wat waren de burgers van Ommen blij toen de Magistraat de door het Munsters krijgsvolk geëiste hoge bedrag van 2000 gulden uitbetaalde. Een zogeheten brandschatting om verdere plunderingen, treiteringen en ander wangedrag tot misschien wel het in brandsteken van de stad te voorkomen. Het opleggen van deze ‘oorlogsbelasting’ leidde echter tot bittere armoede in Ommen. Het geëiste geld had Ommen ook niet zelf, maar moest van Zwolle geleend worden.

Capitulatie Overijssel
De Munsterse bisschop Bernard van Galen verzamelde zijn troepen in Nordhorn. Ook de Keulse bevelhebber Willem van Fürstenberg bracht zijn strijdkrachten in Westfalen bijeen en viel Overijssel en de Graafschap binnen, waar de bondgenoten zich verenigden. Op 5 juni 1672 capituleerde al de Ridderschap van Overijssel. Spoedig waren tal van steden in het oosten van het land in de macht van de vijand, daarna vielen Deventer, Zwolle, Zwartsluis en Steenwijk.

Na de val van Deventer kwam een grote Munsterse troepenmacht naar Ommen afzakken. In juni 1672 trok de vijand de stad binnen en legerde zich bij de burgers. Het was een ontzettende toestand, daar de benden gewelddadigheden van allerlei aard pleegden. Het leger trok op naar de Ommerschans, maar tot verrassing werd een inmiddels verlaten Ommerschans aangetroffen. De schans werd nu bezet door de troepen onder aanvoering van de onderbevelhebber Breuninck. Terwijl het grootste gedeelte der manschappen naar Ommen terugtrok, bleef een compagnie op de schans achter, die door Ommen van het nodige moest worden voorzien. Lees verder 1672 – 2022 Herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (2)

1930. De Brugstraat in wintertooi

 Het is winter. De dagen worden korter en kouder. De jaarwisseling nadert. Tijd om stil te staan bij het afgelopen jaar. Heeft het ons gebracht wat we er van hebben verwacht? Helaas zitten we nog steeds in een pandemie. Toch hopen wij dat het met iedereen goed mag gaan, nu en in de toekomst. Ook in het nieuwe jaar zullen wij ons inzetten om zo goed mogelijk in beeld brengen wat er in Ommen en omgeving op historisch gebied is te doen en te zien. En dat doen we al meer dan 15 jaar!

Het team van OudOmmen.nl wenst iedereen fijne feestdagen en een gezond en gelukkig 2022!

1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (1)

In 2022 is het 350 jaar geleden dat de troepen van Bommen Berend door Overijssel trokken. Als bisschop van Münster was het in het Rampjaar 1672 dat bisschop Bernhard van Galen keihard toesloeg.

 Archieffoto van de Open Monumentendag Ommen in 2018. Oude tijden van Bommen Berend, de beruchte bisschop van Münster die in de zeventiende eeuw plunderend door Overijssel trok, komen tot leven op de Ommerschans met een historisch kanon. Het circa 2.000 kilo zware wapen dateert overigens uit 1786.
Foto: Harry Woertink

Ook Ommen ontsprong niet de dans. Als verdedigingsschans speelde de Ommerschans ook een rol in de strijd. Echter, de Ommerschans voldeed bij lange na niet aan het doel waarmee zij eertijds was opgeworpen. In deze serie een terugblik. Dit is deel 1.

Redeloos, radeloos en reddeloos
Frankrijk, Engeland en de bisschop van Münster vielen in 1672 de Nederlandse Republiek binnen. In minder dan een maand tijd overliep de vijand alle tegenstand. In steden stortte de openbare orde in. Het volk was redeloos, de regering radeloos en het land reddeloos. Toch vertelt deze uitdrukking niet het hele verhaal. Te lang is 1672 herdacht als voornamelijk een ramp voor westelijk Nederland, terwijl in werkelijkheid het Rampjaar de Republiek in tweeën splitste. De provincies Holland en Zeeland bleven vrij achter de Hollandse Waterlinie; over de rest van de provincies daalde een regime neer van onderdrukking en terreur.

Ommen
De oorlogen van de bisschop van Munster, Barend van Galen, met de Staat der Verenigde Nederlanden zorgden in de meeste steden en dorpen van het platteland in Overijssel voor vele doormarsen en inlegeringen. Die gingen weer gepaard met afzettingen, plunderingen en branden door het Munsters krijgsvolk. Ook de stad Ommen kreeg met veel schade en veel onheil te maken. In 1665 was er gestadige inlegering in Ommen van krijgsvolk van de Bisschop van Munster; de twee oorlogvoerende partijen trokken steeds af en aan. Van 25 september tot 2 oktober was het gehele Munsters leger ondergebracht in Ommen. De bisschop zelf had zijn intrek op Den Hof genomen. Lees verder 1672 – 2022 herdenking 350 jaar Rampjaar waar ook Ommen niet aan ontkwam (1)