Vijftig jaar IJsvereniging De Doorloper Ommen 1969 – 2019

OMMEN – De IJsvereniging in Ommen viert dit jaar haar 50-jarig bestaan. Op 21 januari 1969 werd de vereniging opgericht.

Het clubpaviljoen ‘De IJskelder’ (in 2008), genoemd naar de naast liggende ijskelder van Huize Het Laar.
Foto: OudOmmen

Eerst onder de naam IJsclub Ommen. Later – na een fusie met de plaatselijke schaatstrainingsclub – tot “IJsvereniging De Doorloper Ommen”. Ommen heeft meerdere schaatsclubs gekend. Toen het tijd werd voor een heuse ijsbaan in Ommen werd de ijsclub Ommen opgericht. Eerste prioriteit van het bestuur was dan ook het aanleggen van een eigen ijsbaan. De gemeente kwam de ijsvereniging tegemoet door het benodigde terrein beschikbaar te stellen. Dat was het Laarbos, waar voetbalvereniging OZC juist was verkast naar de voetbalvelden in de woonwijk De Strangen. Dus kon de nieuwe ijsvereniging dit laag gelegen grasland van de gemeente huren om er vervolgens een mooie ijsbaan aan te leggen. De gemeente trok er 20.000 guldens vooruit en met de opbrengst van een inzamelingsactie kon in Het Laar een mooie 400 meter wedstrijdbaan aangelegd worden met krabbelbaantje. Lange tijd moet voor het omkleden van de schaatsers gebruik gemaakt worden van noodvoorzieningen en werd vanuit een caravan warme chocolademelk verkocht. Later kwam er een houten keet met in het midden een potkachel. Dat duurde tot 1987. Toen kon eindelijk ook een nieuw clubpaviljoen bij de ijsbaan geopend worden, die de toepasselijk naam kreeg van “De IJskelder”, genoemd naar de naast liggende ijskelder van Huize Het Laar.

IJsclub Ommen 1919
De Doorloper mag dan dit jaar het gouden jubileum vieren, exact 100 jaar terug was reeds sprake van een IJsclub in Ommen. De in 1919 opgerichte vereniging maakte gebruik van een ondergelopen weiland de Reggemars in het Laarbos pal aan de Regge en eigendom van Baron van Pallandt van Eerde. Op de eerste ‘hardrijderij’ van de nieuwe ijsvereniging is veel publiek uitgelopen terwijl muziekvereniging Crescendo voor een gezellige sfeer zorgt, weet de krant van toen te melden. Als de gemeente in 1932 eigenaar wordt van het Laarbos moet de ijsclub uitzien naar een vervangende ijsbaan. Jonkheer A. Stoop is dan voorzitter van de IJsclub Ommen en tevens bewoner van Huis Olde Vechte. Hij biedt de gracht aan van zijn huis Olde Vechte voor ijsplezier. Behalve Stoop zitten dan in het bestuur mejuffrouw Ans v. d. Boon en de heren H. de Lang, G. de Vries, C. J. Siero, H. Terra en W. Gort. De Ommenaren binden er graag hun gladde ijzers onder om op het ijs te kunnen zwieren. Ook is er hardrijderij. Zo zijn er bijvoorbeeld wedstrijden in januari 1940.

Lees verder Vijftig jaar IJsvereniging De Doorloper Ommen 1969 – 2019

Ruim honderd deelnemers bij Kerstwandeling Ni’luusen van Vrogger

Woensdag 26 december werd, zoals de traditie wil, in Nieuwleusen vanuit Museum Palthehof de Kerstwandeling georganiseerd.

 Ruim honderd deelnemers bij Kerstwandeling Ni’luusen van Vrogger.
Foto: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger

Bij het museum was het een gezellig binnenkomen; op het voorplein brandden al vroeg de vuurkorven en zorgen met de groene kerstversiering voor aan de uitnodigende welkomssfeer. Ruim honderd deelnemers begonnen tussen 11.00 en 13.00 uur aan de wandeling, die was geïnspireerd op de Gedichtenroute Nieuwleusen. De route ging door het Zuiderpark en het Hulsterpark naar het rustpunt in Den Hulst, bij de boerderij van de familie Huls. Vandaar ging het via het particuliere, voor de wandeling opengestelde pad, tussen de weilanden door naar De Smeule en via het Molenpad en de begraafplaats naar het Palthebos, over de oude, sfeervolle begraafplaats naast het museum.

Het was goed wandelweer, een mooie route, deels bekend, maar ook met verrassende stukjes waar zelfs Nieuwleusenaren nu voor het eerst kwamen. Ook van buiten het dorp,zoals van Hardenberg, Enter en Ommen kwamen deelnemers. Warme drankjes en vooral de snert zorgden voor het opwarmertje bij terugkomst in het museum. Daar was aandacht voor de kersttentoonstelling. De film met nostalgische winterbeelden van op sloten en het kanaal schaatsende mensen liet zien hoeveel strenger de winters in Nieuwleusen waren en hoeveel gezelligheid dat met zich meebracht. De Kerstwandeling is daar nu een goede opvolger voor.

Bron: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger – 27 december 2018

Trammelantia gaf meer dan 20 jaar kleur aan Oranjefeesten in Ommen

Vroeger was het een bekende naam als het ging om optochten op Oranjefeesten in Ommen: N.V. Trammelantia.

In 1934 deed Trammelantia mee met een wagen die een locomotief en wagons voorstelde. Op deze wijze werd geprotesteerd tegen de opheffing van de spoorlijn Deventer-Ommen.
Foto: Fam. Hof
Zie voor meer afbeeldingen het album “Feestgroep Trammelantia”.

Een verzamelnaam van een vriendengroep uit Ommen die jarenlang present was met een praalwagen op de grote optocht. Het ging om jonge mannen die elkaar kenden van school of uit de straat met namen zoals Van Aalderen, Bosscher, Gerrits, Lokin, Steen en Wessel. In de twintiger jaren van de vorige eeuw tot na de oorlog waren ze actief op de jaarlijkse Oranjefeesten wanneer ze met een versierde wagen meededen aan de grote historische optocht. In de regel werd dan een ludiek protest uitgebeeld dat zich op dat moment in de gemeente afspeelde.

Trammelantia
In 1927 deed de vriendengroep voor het eerst mee aan de optocht op Koninginnedag en in 1950 voor het laatst. Voor de uitleg van de fantasienaam Trammelantina is weinig fantasie nodig. Met veel heisa en drukte was Trammelantia bijna altijd goed voor een eerste prijs met de optocht. In 1934 deed Trammelantia mee met een wagen die een locomotief en wagons voorstelde. Op deze wijze werd geprotesteerd tegen de opheffing van de spoorlijn Deventer-Ommen. Jammer genoeg heeft het protest niet geholpen, immers een jaar later werd het lijntje van de “Overijsselsche Lokaalspoorwegmaatschappij Deventer-Ommen” (OLDO) toch opgeheven.

In 1936 was op de wagen een imitatie boerderij met rieten dak en een hooiberg gebouwd. Daarmee werd op ludieke wijze aangegeven dat blikken daken op huizen en schuren in de gemeente niet paste. Op Koninginnedag in 1937, toen Trammelantia hun tweede lustrum vierde, was eveneens een eerste prijs voor de Ommer vriendengroep weggelegd. De wagen was versierd met een groot schilderij van Ommen met onder andere een ontwerp van een nieuwe (Vecht-)brug. Daaronder (een deel van) de tekst “De brug is intusschen aangekomen, ons ontwerp is echter niet overgenomen”. Lees verder Trammelantia gaf meer dan 20 jaar kleur aan Oranjefeesten in Ommen

De natuur in het eeuwenoude Varsenerveld wordt nog mooier

OMMEN – Het Varsenerveld, de naam zegt het al, is een veld dat ooit bestond uit alleen maar heide en laaggelegen gronden. Aangezien er geen afwatering was, was het veld onbegaanbaar met hoger gelegen stuifbelten.

De veldgronden waren eigendom van de boeren in Varsen en werden onder andere gebruikt voor het weiden van de heideschapen en voor het steken van turf voor eigen gebruik. Het tegenwoordige Varsenerveld maakte als stukje natte heide ooit onderdeel uit van duizenden hectare woeste grond ten noorden van Ommen. Het gebied is tot de twintiger jaren van de vorige eeuw buiten de ontginning gebleven.

Wim van der Heide (rechts), wijst zijn toehoorders op het mooie van het Varsenerveld.
Foto: Harry Woertink

Ontginning
Rond 1930 is een waterleiding door het gebied gegraven, de Onderhaarse leiding. Vanaf die tijd is men ook begonnen met het ontginnen van de gronden en het planten van bomen tot bos. Deze bossen zijn aangelegd als zogeheten productiebos. Dit hout werd toentertijd gebruikt voor onder andere de kolenmijnen in Limburg en als boerengeriefhout zoals afrasteringspalen dakspanten voor boerderijen die met riet of roggestro bedekt waren. In het noordelijkste gedeelte van dit gebied was tot 1982 nog regelmatig de schaapsherder met zijn kudde te zien, die het heidegebied onderhield. Tussen 1982 en 1994 werd er geen onderhoud meer gepleegd. Vanaf 1994 heeft vleesveehouder Leen Noordegraaf als pachter op vrijwillige basis met zijn dieren het beheer op zich genomen met als resultaat dat de vergrassing kon worden teruggedrongen en dat de heide en andere plantjes weer terugkeerden. Op initiatief van Henk Ruiter uit Ommen is het terrein sinds 1998 aan de vergetelheid ontrukt en is elk jaar een vrijwilligersgroep actief van de vereniging Natuur en Milieu uit Ommen. Dankzij de combinatie van grazen, maaien en plaggen rendeert het gebied uitstekend. In 2006 deed het Varsenerveld mee aan het televisieprogramma “De verkiezing van de mooiste plek van Nederland” en is toen tot mooiste plek van Overijssel verkozen en was goed voor een tweede plek in de landelijke finale.

Beheerplan
Een nieuw beheerplan moet ervoor zorgen dat de natuur in het Varsenerveld nog meer kansen krijgt. Eigenaar, pachter en de vereniging van Natuur en Milieu de Vechtstreek in Ommen hebben hiervoor een nieuw plan opgesteld, waarbij ook voor de gemeente Ommen een rol is weggelegd. Aanleiding is dat Wim van der Heide eerder dit jaar het natuurterrein van de gemeente heeft gekocht van de gemeente Ommen om bij zijn landgoed “Woesten Heide” te voegen. Verschillende maatschappelijke groepen zijn betrokken bij het Varsenerveld. De eigenaar die het voor de toekomst wil bewaren, de natuurgroep van de vereniging Natuur en Milieu de Vechtstreek die veel natuurkennis en werkkracht inbrengt, de pachter, die met koeien de begrazing doet en door het bijzondere beheer extra arbeid inzet, de gemeente Ommen die de omringende bossen in het bezit heeft, het waterschap en omwonenden die een sterke band met het gebied hebben en de rust van het gebied koesteren.

Lees verder De natuur in het eeuwenoude Varsenerveld wordt nog mooier

Openbare school Beerzerveld na 126 jaar een gesloten boek

Als het inwonertal van Beerzerveld zich eind 1800 uitbreidt is er behoefte aan lager onderwijs in het kanaaldorp. Voor die tijd ging het dan om openbaar onderwijs.

 De openbare school bij de scholle in Beerzerveld in 1957.
Zie voor meer foto’s het album “Beerzerveld”.

Beerze had toen al een openbare school. De burgemeester van Ambt-Ommen roept via een advertentie sollicitanten op voor de functie van hoofdonderwijzer. Van de tien sollicitanten komen er uiteindelijk drie opdagen. Een examen komt er aan te pas om meester H. ter Beek uit De Velde in 1871 als zodanig aan te stellen. Hij krijgt hiervoor een jaarwedde van 450 guldens en dat is inclusief vrij wonen en tuin.

Openbare school wordt huisartsenpraktijk
Op 4 april 1871 wordt de bouw van een nieuwe school en onderwijzerswoning gegund aan R. Brinkhuis, timmerman in Stad-Ommen voor f 5699,-. De 20 are grond aan het Overijssels Kanaal die hiervoor nodig is kan gekocht worden van de heren Ter Windt en Arntz 20 are voor f 20,- totaal. Op aandringen van de raad moet burgemeester Bouwmeester zich persoonlijk op de hoogte te stellen van de vorderingen die de aannemer maakt met de bouw, of eigenlijk niet maakt. Hij blijkt zich niet te houden aan de datum van de overeengekomen oplevering. Eind 1871 kan uiteindelijk toch een mooi en nieuw schoolgebouw in gebruik worden genomen. De school is gelegen bij de “scholle” over het kanaal aan de Oosterweg/hoek Stenendijk. Veel later wordt de drijvende houten brug als oeververbinding vervangen voor een vaste brug. Dankzij uitbreiding van het aantal leerlingen kan in 1886 een tweede onderwijzer worden aangesteld in de persoon van de heer Arends. Na het vertrek van het eerste hoofd Ter Beek in 1898 wordt Arends hoofd. De school uit 1871 voldoet veel later niet meer aan de eisen. Op 26 augustus 1921 wordt de bouw van een nieuwe school aanbesteed. Aannemer G. Eppink uit Coevorden krijgt deze klus voor f 28.050,-. De levering van schoolbanken en ander meubilair wordt uitgevoerd door Jacques en Zonen uit Steenwijk.

De school heeft in de loop van de jaren stormen moeten overwinnen als het gaat om opheffing als gevolg van te weinig leerlingen. Door de komst in 1907 van een nieuwe gereformeerde school aan de overkant van het kanaal en als in 1924 er ook een hervormde school komt heeft de openbare school te kampen met stevige concurrentie. De hervormde school vestigt zich in een deel van de nog vrij nieuwe openbare school. De openbare school komt telkens in protest als sluiting dreigt. En met succes. Een klein deel van de gemeenteraad wil de school behouden en voert een proces tot aan de Kroon met behoud van de school. Bij sluiting zouden andere openbare scholen op te grote afstand van Beerzerveld komen te liggen. Openbaar vervoer was er niet. Bovendien was het bezwaar dat de kinderen ‘een kale vlakte’ zouden moeten passeren als ze elders naar school moeten. De strijd om het behoud hield gedurende het bestaan maar aan. Hetzelfde lot overkwam meer (openbare) scholen in de buurtschappen en niet alleen die in Ommen. Lees verder Openbare school Beerzerveld na 126 jaar een gesloten boek

Kap van de Konijnenbeltsmolen getakeld in afwachting op herstel

 OMMEN – Met uiterste precisie is vorige week door een hijskraan de kap van de Konijnenbeltsmolen in Ommen gelicht.

Foto: André Slotman

Aanleiding was de slechte staat van de rieten kap. De kap is voorlopig vlak naast de molen gelegd in afwachting van een nieuwe rieten kraag. Als de kap klaar is wordt deze weer terug geplaatst en krijgt de molen aan de Zwolseweg 5 bovendien een nieuwe roede. De nieuwe roede ligt al klaar om naar boven getakeld te worden. Wanneer de molen weer in oude staat zal terugkeren is afhankelijk van de restauratiewerkzaamheden die verder nog uitgevoerd moeten worden. De onderhoudstoestand van de oude korenmolen uit 1806 kan nu op verschillende onderdelen worden geïnspecteerd door molenmaker Anne Doornbosch uit Adorp. Bovendien zijn er plannen om in de molen de rechtop staande eikenhouten hoofdas, de zogeheten koningsspil, terug te plaatsen.

De vervanging van een van de roede die in 2014 werd aangebracht, is nodig omdat naderhand uit onderzoek van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed is gebleken dat de boutverbindingen niet veilig zijn. Daarom zijn de afgelopen maanden bij alle molens waar de constructie van twee aan een gelaste roeden zijn toegepast voorzien van nieuwe roedes. Bij de Vilsterse molen is de roede vorige maand vervangen.
Bron: Harry Woertink – 18 december 2018

DSM-tramwagon uit 1907 wordt Verhalenwagon

Vrijdag 14 december heeft het restauratieteam van de Historische vereniging Ni’jluusn van vrogger de DSM-tramwagon verhuisd van de grote loods aan de Bijkersweg van Klaas Stegeman naar de schuur van Jan Schuurman aan het Zandspeur.

 De verhuizing van de DSM-tramwagon uit 1907.
Foto: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger

De wagon uit 1907 stond jarenlang als schuurtje achter in een tuin aan de Burg.Backxlaan. In 2017 is de wagon, inmiddels met vermolmde planken en verroeste balken, door Patrick van der Linden aan de vereniging geschonken. Klaas Stegeman stelde zijn schuur belangeloos ter beschikking aan het restauratieteam. Er was een flinke truck voor nodig om de wagon naar de Bijkersweg te krijgen, maar toen kon het team aan de slag. Onder leiding van Geert Schoemaker is de wagon helemaal gestript en roestvrij gemaakt, in de primer gezet, van nieuwe ingelaste stukken ijzer voorzien en toen is het team met de opbouw gestart.

Dankzij de grote schuur van Klaas Stegeman kon het team goed aan de slag, maar nu, twee jaar later, halverwege de restauratie, gaat het huis met schuur e.a. in de verkoop en moest de vereniging op zoek naar een nieuwe locatie. Gelukkig vonden wij opnieuw iemand die de vereniging een warm hart toedraagt. Vandaag is de wagon weer op transport gegaan naar een nieuw onderkomen, om verder te worden opgebouwd. De wagon is nu gestald in de schuur van Jan Schuurman, die zelf ook deel uitmaakt van het restauratieteam. Jan is een gepensioneerd timmerman en dat komt de restauratie zeker ten goede. Er staan de vrijwilligers nog heel wat uren werk te wachten, voor de wagon weer als vanouds de uitstraling heeft die tot de verbeelding zal spreken. De wagon is nu al een stuk erfgoed waar we zuinig op zijn. Wij gaan er daarom een goede bestemming aan geven. De wagon gaat de verbinding tussen het verleden en het heden maken. Helemaal gerestaureerd zal het De Verhalenwagon van Den Hulst en Nieuwleusen worden.

Voor deze bestemming stelt de gemeente een subsidie beschikbaar. Maar voor wij deze invulling van de Verbeelding van het DNA van Dalfsen kunnen realiseren, moet er nog heel wat materiaal worden toegevoegd. Wij hebben ondertussen al rails op de kop getikt, waar de wagon op komt te staan, en ook de benodigde wielen zijn inmiddels aangeschaft. De volgende uitdaging voor de restaurateurs is het maken van de verenpakketten die tussen de wielen en het frame moeten komen. Met dit type tramwagons is van 1890 tot 1947 veel transport langs de Dedemsvaart vervoerd. Van Coevorden naar Zwolle werd in die tijd een drukke verbindingsroute, waarlangs de industrie zich vestigde en waardoor de welvaart zich verspreide. De tram zorgde ervoor dat mensen zich sneller en efficiënter konden verplaatsen en met een goederenwagon achter de personen compartimenten konden goederen en vee ook sneller dan daarvoor worden aan- en afgevoerd.

Bron: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger – 14 december 2018

Laatste school van een eeuw terug gesloten – Leren in Beerze kan sinds 1985 niet meer

De meeste buurtschappen in de gemeente Ommen hadden vroeger een eigen school. Daar waar school werd gehouden was de buurtschap eigenaar van het schoolvertrek.

 De oude school uit 1860 aan de Beerzerweg 11 in Beerze.
Foto: Herman Wigbels

Toentertijd was nog sprake van lagere school. Je moet toch ergens beginnen niet waar? Na de Franse tijd (1795-1813) gingen de scholen over naar de gemeente. In de 18e eeuw had Beerze een “Boerschapsschool”, die door de Marke Beerze was gesticht en in stand werd gehouden. Geen schoolmeester van professie maar een boer die in zijn vrije tijd een kleine bijverdienste had als schoolmeester. Beerze kreeg omstreeks 1813 een onderwijzer in de persoon van Hendrik Ramerman. De eerste school stond midden in de buurtschap, gelegen tussen erve Kortman (huisnummer 24) en erve Warmink (Tiks, huisnummer 26) aan de Beerzerweg. In 1862 wordt een nieuwe school gebouwd gelegen ongeveer 1 kilometer verderop aan de Beerzerweg 11. Deze plek is zodanig gekozen dat ook de kinderen uit de buurtschap Junne er zoveel mogelijk profijt van hebben. Vervolgens wordt in 1920 op bijna dezelfde plek opnieuw een school gebouwd en in 1938 een nieuwe onderwijzerswoning. In 1985 komt een einde aan de school aan de Beerzerweg 14 en wordt verbouwd tot de huidige woning met een B&B gelegenheid.

Negen scholen
De lagere scholen waren in de zomer gesloten, omdat de schoolmeester en de kinderen moesten werken op het land en ’s winters werd het onderwijs met onderbrekingen gegeven, aangezien de zandwegen er naar toe vanwege het weer soms zo slecht waren dat vele kinderen lopend niet op school konden komen. Pas na 1860 werd het onderwijs krachtiger aangepakt en werden nieuwe scholen gebouwd. Schooltjes in de Marken Arriën, Giethmen, Varsen en Zeesse waren toen al opgeheven. De gemeente Ambt-Ommen kende op een gegeven moment negen lagere openbare scholen in de buurtschappen. Zo hadden Lemele, Lemelerveld, Nieuwebrug, Beerze, Beerzerveld, Hoogengraven, Vinkenbuurt, Dalmsholte en Arriërveld scholen met vaste onderwijzers. De arme gemeente kon deze lasten niet zelf betalen. Door subsidies van Rijk en Provincie bleven de scholen overeind. Uitbreiding en intensivering van het onderwijs waren het gevolg van de Onderwijswet uit 1856. De scholen, behalve die in Stad-Ommen, waren eenmansscholen, dat wil zeggen één onderwijzer gaf les in alle klassen.

Overigens bestond in Stad-Ommen in het begin van de 19de eeuw een gemeentelijke lagere school, die een voortzetting was van de vroegere stadsschool. Het leerprogramma omvatte slechts rekenen, schrijven en lezen. Reeds spoedig voelde het stadsbestuur voor uitbreiding van het schoolprogramma, door aan het rooster lessen in aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkunde toe te voegen. Tot dit doel zou dan naast de onderwijzer H. Veenhoven, die sedert 1776 schoolmeester te Ommen was, een tweede onderwijzer moeten worden aangesteld. Daar de gemeente zelf geen geld voor deze post kon vrijmaken, vroeg zij steun aan de Staten van Overijssel, maar die kwam er niet. Lees verder Laatste school van een eeuw terug gesloten – Leren in Beerze kan sinds 1985 niet meer

Erkenning Ommerschans als Werelderfgoed nog even vooruit geschoven

OMMERSCHANS – Het op de UNESCO-lijst krijgen van de Ommerschans is nog even vooruit geschoven. Om alle 7 koloniën te kunnen inschrijven als Werelderfgoed is meer tijd nodig.

 ‘Gezigt op het gesticht voor bedelaars binnen de Ommerschans, in Overijssel, van de achter zijde’.
Afbeelding: OudOmmen

Daarom wordt in 2020 de aanvraag opnieuw ingediend. Zoals bekend was eerder dit jaar de aanvraag doorgeschoven omdat de UNESCO meer aanvullende informatie wilde van de initiatiefnemers: de zeven Belgische en Nederlandse Koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid, waaronder ook de Ommerschans. Die aanvullende informatie betreft vooral de motivatie waarom er naast de ‘vrije’ koloniën (Frederiksoord, Wilhelminaoord, Willemsoord en Wortel) ook sprake moest zijn van ‘onvrije’ koloniën (Ommerschans, Veenhuizen en Merksplas). Er was bij de UNESCO veel waardering voor het initiatief tot armoedebestrijding middels de ‘vrije’ koloniën maar het was niet duidelijk genoeg gemaakt in het rapport waarom daarnaast ‘onvrije’ en soms zelf strafkoloniën nodig waren om de ideeën van de Maatschappij te realiseren.

Niet overhaast
Voor die aanvullende informatie wil de stuurgroep ruim de tijd nemen en dus niet overhaast te werk te gaan. “We hopen als bestuur van de Vereniging De Ommerschans natuurlijk van harte dat de aanvulling op het nominatiedossier er inderdaad toe leidt dat alle koloniën een plaats krijgen op de lijst van het Werelderfgoed”, laat de vereniging De Ommerschans in een reactie weten.
Het volledig persbericht van de stuurgroep waarin het vooruit schuiven wordt aangekondigd luidt:

Samenwerken met adviesorgaan UNESCO
Nieuwe stap in het nominatieproces voor de Koloniën van Weldadigheid
Nederland en België gaan in op het aanbod van ICOMOS, het adviesorgaan van UNESCO, om samen te werken aan een aangevuld dossier voor de nominatie van de Koloniën van Weldadigheid als Werelderfgoed. Lees verder Erkenning Ommerschans als Werelderfgoed nog even vooruit geschoven

Nieuwste uitgave De Darde Klokke over kerk, Wolfskuil en de Rotbrink

OMMEN – In het nieuwste nummer van de Darde Klokke (189) dit keer aandacht voor de geschiedenis van de Christelijke Gereformeerde Kerk in Ommen.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (189).

In 1903 werd aan het Molenpad een nieuwe kerk gebouwd. Voortrekker van de kerkgenootschap in Ommen was Jacob Hendrik van der Bent, boer en jarenlang raadslid. Maar een lang leven heeft deze kerk niet gekend, want na 17 jaar kreeg het pand een andere bestemming en werd zelfs afgebroken. De kerk had destijds in de volksmond de bijnaam het “Varkenskerkje”. Uit de notulenboek van de kerkenraadsvergaderingen van destijds, maar onlangs boven water gekomen, blijkt dat een ruzie om een varken niets te maken had met de oprichting van de kerk.

Verder worden in het historisch tijdschrift de ontwikkelingen beschreven over het aan de zuidkant van Ommen gelegen gebied de Wolfskuil, waar natuur en wonen hand-in-hand gaan. Twee grondeigenaren springen in het oog: baron van Pallandt van Eerde en jonkheer Repelaer. Zij hebben in de loop van de jaren om uiteenlopende redenen stukjes grond verkocht aan vrienden of kennissen, maar ook uit mensenlevende of juist financiële redenen. Daardoor was steeds sprake van verkleining van het bosgebied. Dit tegen de wil van het gemeentebestuur. Maar de naoorlogse ontwikkelingen van woningnood en toename van het kamperen als gevolg van meer vrije tijd relativeren de gang van zaken. De welvaart eind jaren 50 van de vorige eeuw zorgde er voor dat de Wolfskuil hap-snap bebouwd werd met villa’s en middenstandswoningen. Wat er allemaal voor komt kijken om de zandwegen te verharden weten de bewoners van de vroegere Rotbrink heel goed. Behalve dat dan een lange weg te gaan is doet zich ook een drastische wijziging voor van de natuur: van een sloot waarin alles leefde tot een lege sloot zonder leven, zo laat een oud bewoner optekenen in de serie over de Rotbrink.

In de Darde Klokke ook aandacht voor de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Weliswaar bleef Nederland vrij van oorlogsgeweld maar de leefomstandigheden waren moeilijk. Brood en andere voedselproducten op de bon en ook de Spaanse griep brak uit waaraan ook inwoners van Ommen kwamen te overlijden. Voor de Mobilisatie moesten boeren hun paarden beschikbaar houden voor het leger. Abonnees van de Darde Klokke krijgen het blad toegestuurd. Losse nummers van De Darde Klokke zijn te koop bij Read Shop aan de Kruisstraat 3 in Ommen.

Bron: Harry Woertink – 3 december 2018