Home

  • De wielercarrière van baron van Pallandt van Eerde

    Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde (landgoed bij Ommen) werd in 1868 geboren. Dat was het jaar dat in Deventer de smid Burgers zijn eerste vélocipède bouwde en een jaar later de eerste Nederlandse rijwielfabriek begon.

     De Zwolse vélocipèdeclub Celeritas in 1886. Van links naar rechts: Mr. J.W.N. van Royen, griffier bij het kantongerecht te Doesburg; W. Baron Bentinck, burgemeester van Olst; Mr. J van Riemsdijk, advocaat; Dr. W.A.C. van Laer, contr. geneesheer van de Rijksverzekeringsbank, Zwolle; Mr. A.H. Büchler, advocaat te Assen; Mr. J. De Raaydt, Den Haag; R.Th. Baron van Pallandt, lid eerste Kamer der S-G; mr. C.H. Thiebout, kassier en schoolopziener, Zwolle; Dr. W. Thiebout (trompetter), dokter te Maassluis; J.A. Wilkens, notaris te Haarlem; A. Schaepman, directeur levensverz. mij. Den Haag; Jhr. H.W.A. Sandberg tot Essenburg, burgemeester van Zevenhuizen; Mr. Dr. J.H. van Royen, H.M. gezant te Madrid; Mr. L.J. Rietman, gouverneur secr. van Suriname; H.J.H. Modderman, burgemeester van Naaldwijk.
    Foto: ANWB / Theo de Kogel

    Een aantal jaren eerder, in 1862, had de Fransman Michaux de eerste met trappers voortbewogen vélocipède gebouwd. Het wielrijden werd in de jaren daarna snel populair, vooral onder de jongeren uit de meer gegoede klasse. Ook Van Pallandt werd enthousiast voor deze nieuwe sport en werd lid van de op 11 maart 1882 in Zwolle opgerichte wielerclub ‘Celeritas’. Op de foto van deze club uit 1886 is te zien dat vooral jongeren uit de hogere sociale klasse lid waren van deze club. In 1888, toen hij ging studeren in Leiden, werd Van Pallandt ook lid van de Leidse studenten-wielerclub.

    Van Pallandt werd een verdienstelijk wielrijder die aan veel landelijke wedstrijden meedeed en ook regelmatig in de prijzen viel. Hogenkamp schrijft over hem in het standaardwerk over het begin van de wielersport Een halve eeuw wielersport “Sterk amateur op den weg, die o.a. in 1886, 1887, 1888 het kampioenschap van Nederland op den weg behaalde op driewielertandem met C.H. Thiebout” Carel Hendrik Thiebout was een clubgenoot van hem uit Zwolle.

    Wielerwedstrijden
    Na de uitvinding van de vélocipède in 1862 werden al rond 1866 de eerste wielerwedstrijden in ons land gehouden. Deze werden vaak gehouden tijdens de kermis. De organisatoren waren volgens Hogenkamp’s Een halve eeuw wielersport (1916) vaak de kastelein van het plaatselijke café en enkele liefhebbers. Het ging in die tijd zeker niet alleen maar om de hardrijwedstrijd. Veel mensen hadden nog nooit een fiets gezien en vergaapten zich aan deze vreemde machines. In de jaren 70 van de 19e eeuw werden de eerste wielerclubs opgericht. (meer…)

  • Societyhuwelijk in 1958 – Han André de la Porte en Irthe barones van Pallandt

    Een “Societyhuwelijk” zo kan het huwelijk genoemd worden van bruid Irthe barones van Pallandt van Eerde en de bruidegom Charles Henri (Han) André de la Porte op zaterdag 30 augustus 1958 in Ommen.

     Heel Ommen lijkt uitgelopen om een glimp van het ‘nieuwbakken’ echtpaar op te vangen, toen de stoet van het gemeentehuis via de Brugstraat naar de kerk liep.
    Foto: OudOmmen
    Zie voor meer foto’s het album “Huwelijk Irthe van Pallandt x Charles Henri André de la Porte”.

    “Ik heb haar nog nooit zo mooi gezien”, vertrouwde de bruidegom zijn omstanders toe, terwijl hij, de bruidsruiker in de hand, in de ochtenddauw die over het landgoed Eerde lag gespreid, zijn bruid op het bordes zag staan wachten. Irthe, dochter van Philip Dirk baron van Pallandt van Eerde en Wilhelmine Marie Voorwijk. André de la Porte is lid van de directie van een handelsmaatschappij Merrem & De la Porte in de hoofdstad terwijl Irthe faam verwierf als ontwerpster van hoedjes voor de haute couture; zij werkte onder meer te Amsterdam, Londen, Parijs en Florence.

    Ommen uitgelopen
    Het was een huwelijksfeest zoals men zelden meer beleeft. Het leek erop of heel Ommen was uitgelopen om een glimp van het societygebeuren op te vangen. Dat kon ook want de stoet legde te voet de korte weg af van het gemeentehuis naar de kerk. De bruidsmeisjes zijn barones E.A.H. van Harinxma Thoe Slooten en mej. Ivonne Hustinx, de bruidsjonkers zijn graaf H. van Zuylen van Nijevelt en een broer van de bruid.

    Trouwjurk zelf gemaakt
    Op weg van het gemeentehuis aan de Markt naar de kerk op het Kerkplein waren er kreten van bewondering over vooral het fraaie toilet van de bruid. De creatie van Irthe was ook door haar zelf vervaardigd naar een ontwerp van haar vriend Lion Houtbraken. Een andere vriend vervulde een eveneens essentiële taak op deze dag. Dat was ds. W. Keith Chidester uit Stamford (V.S.), die het huwelijk in de Hervormde kerk mocht inzegenen. De bruidegom kent hem goed uit de zes jaren dat hij in Amerika economie studeerde. (meer…)

  • Graverijen op Den Oord – Ommen verandert

    Wie de moeite neemt te wandelen langs De Bollemaat, Den Lagen Oord of Lodderholt wordt getroffen door grote veranderingen die daar de laatste tijd hebben plaatsgevonden.

     Aanleg van de Coevorderweg vanaf de Hessel Mulertbrug. Op de achtergrond de molen aan Den Oord waarvan de wieken al niet meer compleet zijn.
    Foto: OudOmmen

    Een grote grijper werkt van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat en graaft sleuven van meters diep. Het uitgegraven zand wordt aan grote bergen opgestapeld. In de Vecht ligt een zandzuiger, die dag in dag uit die sleuven met Vechtzand opvult. Over dit witte zand wordt het zwarte zand, dat nu aan bergen ligt verwerkt en dan is ook dit grote stuk grond weer klaar voor bouwterrein”. Dit is te lezen in een oud exemplaar van het historisch tijdschrift De Darde Klokke. In een uitgave uit 1955 wordt een pleidooi gehouden voor het behoud van de Ommer molens. Bovendien heeft de schrijver van het artikel moeite met alle veranderingen waar Ommen aan onderhevig is. Het blad vervolgt:

    Romantiek
    De kolk bij Makkinga’s molen is al dicht. Hiermee is weer een stukje romantiek, vlak in de buurt van Ommen verdwenen. Deze kolk in het vlakke land van Den Oord, waarin de waterplanten naar hartenlust konden groeien, waarin vroeger de in de molen te zagen bomen lagen te “wateren”, en waarin de wieken van de molen zich spiegelden, was een pracht stukje natuur. Hoeveel schilders van naam, hebben in de loop van de jaren die mooie plek niet op het doek gebracht.

    Molen Den Oord
    De molen zelf staat op zijn laatste benen. De wieken zijn nu weggehaald en zo wordt de molen steeds bouwvalliger. De mulder Oldeman, heeft de zaak overgedaan aan iemand van het jongere geslacht, die nog minder oog zal hebben voor “traditie” en “verleden”. Uit geldelijk oogpunt bezien, is de molen voor de familie Oldeman niet meer te redden. Zakelijk kan het bedrijf alleen nog voort worden gezet, wanneer gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Daarvoor zijn geen wieken nodig en heeft de windmolen dus afgedaan. Zoveel jaren zal het niet meer duren, of we hebben in Ommen niet één molen meer. (meer…)

  • Canon van de Ommer: Jeanne Wilhelmina Speelman (5)

    Iemand die dicht bij de mensen stond, sociaal met een goed hart. Zo kan barones Jeanne Wilhelmina Bentinck tot Buckhorst – Speelman (Leersum 14 februari 1889 – Zwolle 29 juni 1938) worden omschreven.

     Jeanne Wilhelmina Bentinck tot Buckhorst-Speelman in de reeks ‘Canon van de Ommer’.
    Afbeelding: OudOmmen
    Zie ook het album “5. Jeanne Wilhelmina Speelman”, de verzamelplek voor alles over Jeanne Wilhelmina Speelman.

    Jeanne Wilhelmina Speelman werd in 1889 geboren als jonkvrouw op kasteel de Wittenburg bij Wassenaar. In 1912 trouwde zij met Maximiliaan Robert baron Bentinck tot Buckhorst. Vanaf 1923 woonden ze samen in Beerze, vanaf 1925 op het nieuwgebouwde Huis Beerze. Als barones was ze erg geliefd bij de plaatselijke bewoners. Barones Bentinck-Speelman nam destijds het initiatief tot het bouwen van een Groene Kruis wijkgebouw met verpleegsterswoning, nu de woningen Beerzerweg 7 en 8, gelegen op de grens van Junne en Beerze. Ook zorgde zij dat de boerderijen voor de pachters sterk verbeterd werden.

    Mevrouw Bentinck-Speelman was een verdienstelijk amateur tekenaar en schilder van portretten en landschappen. In de periode dat ze in Beerze woonde was het iemand die dicht bij de mensen stond. Ze werd dan ook door de buurtbewoners omschreven als een sociaalvoelend mens met een goed hart en een luisterend oor voor de noden van de bewoners van Beerze en Junne. Gul was ze ook, want wanneer bijvoorbeeld een zoon of dochter van een pachter trouwde, kreeg het stel tien gulden van de barones als huwelijkscadeau. Dat was voor die tijd een flink bedrag.

    Verder regelde ze met grondruilingen dat beter geboerd kon worden. Helaas was haar goedhartigheid van korte duur. Nog maar 49 jaar jong verongelukte barones Bentinck tot Buckhorst-Speelman op 29 juni 1938 op de bij het landhuis gelegen onbeveiligde overweg van de spoorlijn Ommen-Mariënberg. Zwaargewond werd ze overgebracht naar een ziekenhuis in Zwolle, maar overleefde het ongeval niet. “Haar groot verstand, haar warme hart, haar groote artistieke gaven, haar geestkracht, stelden haar in staat scheppend te werken en dat heeft ze gedaan. Ze was een vrouw van de daad”, aldus een in memoriam die voor haar overlijden werd geschreven. “Haar liefde voor de natuur en het mooie van de oude behuizingen van het Overijsselsch landschap werkte opbouwend. Met welk een enthousiasme kon zij voor het behoud hiervan pleiten. Heldhaftig, zonder klacht, steeds aan anderen denkend is zij heengegaan”, aldus de in memoriam”.

    Bescherming natuur
    Ook de echtgenoot van barones Bentinck-Speelman, baron M.R. Bentinck tot Buckhorst, was in zijn omgeving een geziene figuur. Toen het echtpaar via Wassenaar en Wezep in Beerze kwam wonen zetten beiden zich in voor bescherming van de natuur. Omstreeks 1931 kocht baron Bentinck tot Buckhorst – die dus al in Beerze woonde – landgoed Junne van de familie Lüps, oorspronkelijk wonende Orsay bij Wesel, later op het landgoed te Velp. Deze aankoop deed hij om versnippering van het 1200 hectare grote landgoed te voorkomen. Landgoed Junne bestond toen uit verscheidene hectaren bos en ongeveer 16 boerderijen (voor het merendeel keuterbedrijfjes).

    Toen baronesse mevrouw Bentinck-Speelman door het treinongeluk kwam te overlijden heeft baron Bentinck landgoed Junne verkocht aan de Levensverzekeringsmaatschappij Amstleven, voor de toen kapitale som van driehonderdduizend gulden. Na het overlijden van mevrouw Bentinck-Speelman hertrouwde de baron met barones Mary Schimmelpenninck van der Oye. Op 23 oktober 1959 werd baron Bentinck wederom weduwnaar en in 1961 overleed hij kinderloos. Barones Bentinck-Speelman ligt begraven op de begraafplaats aan de Hardenbergerweg in Ommen, terwijl barones Bentinck-Schimmelpenninck van der Oye en baron M.R. Bentinck zijn bijgezet in de familiegrafkelder op het landgoed achter Huis Beerze.

    Bron: Harry Woertink – 9 september 2020

  • Mijnenveger Hr. Ms. Ommen (1956-1993) was er voor veiligheid op zee

    Tussen 1956 en 1993 deed “Hr.Ms. Ommen M813” dienst als mijnenveger op zee. Na de Tweede Wereldoorlog waren grote aantallen mijnenvegers nodig voor het ruimen van de mijnen op de vaarroutes op de Noordzee.

    In 1979 maakte een delegatie van de gemeenteraad een vaartocht op de mijnenjager Ommen. V.l.n.r.: gemeentesecretaris J.J. Barendrecht, D. Hoogenboom, A. Pouw, G.J. Jaspers, M.J. Vosjan, J. Kassies, G.J. Hesselink, 2 officieren van de Marine en T. Wijkmans.
    Foto: OudOmmen
    Zie voor meer foto’s het album “Mijnenveger “Ommen””.

    Aanvankelijk maakte men gebruik van enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en van voormalige Duitse en Britse vaartuigen. Vanaf de jaren vijftig kwamen daar grote aantallen nieuwe schepen bij. De mijnenvegers werden in opdracht van de Koninklijke Marine gebouwd op Nederlandse scheepswerven. Voor de namen van deze oorlogsschepen is gekozen voor namen van middelgrote en kleine Nederlandse gemeenten. Behalve Ommen waren er mijnenvegers met namen als Staphorst, Hoogeveen, Giethoorn, Borne, Abcoude, of bijvoorbeeld Sittard.

    Te waterlating
    Op 5 april 1955 mocht mevrouw F. van Reeuwijk-Dönszelmann op de werf van J. en K. Smits scheepswerven N.V. in Kinderdijk (Krimpen aan de Lek) de in aanbouw zijnde kustmijnenveger “Hr.Ms. Ommen” te water laten. De officiële handeling bestond uit het indrukken van een knop waarna het schip werd gedoopt en langzaam het ruime sop koos. In zijn toespraak hoopte de Ommer burgemeester C.P. van Reeuwijk, dat door deze doop de belangstelling voor onze Marine, symbool van Neerlands grootheid, in Ommen zou toenemen. Hij hoopte dat de “Ommen”, waarvan de letters terug te vinden zijn in de Latijnse spreuk: “Omme Maris Magni Expers Naugragio” (vrij vertaald: Rampen noch nederlagen zullen U overwinnen) die inhoud ook werkelijk deelachtig zou worden.

    Officieel in gebruik
    Bijna een jaar later, op 11 april 1956 was het de burgemeester Van Reeuwijk zelf om in Krimpen aan de Lek om Hr.Ms. Ommen met het naamsein M813 officieel in gebruik te stellen. Hij mocht als eerste de bodem van het oorlogsschip betreden. De burgemeester gaf aan dat het in de bedoeling van zijn gemeente lag om twee potloodtekeningen, voorstellend een gezicht op de oude stad en bestemd voor de verblijven van officieren en bemanning, aan te bieden. De tekeningen hadden echter het schip nog niet bereikt, maar kwamen met een vertraging van twaalf dagen alsnog op de plek van bestemming aan. Op 17 juni 1956 voer het bestuur van Ommen mee op Hr.Ms. Ommen van Den Helder naar Rotterdam. De mijnenveger met de naam van de Vechtstad bleef het gemeentebestuur boeien, want ook in juni 1979 maakten leden van het college en gemeenteraad op uitnodiging van de Koninklijke Marine een vaartocht op de Noordzee met Hr.Ms. Ommen.

    Hr.Ms.
    Voor marineschepen wordt in veel landen een voorvoegsel gebruikt. Voor Nederlandse marineschepen is dat Zijner Majesteits, afgekort met Zr.Ms. Indien de Koning een vrouw is, is het voorvoegsel Harer Majesteits, afgekort met Hr.Ms. (zonder spatie).

    (meer…)

  • Invloedrijke devoot Johannes van Ommen geboren in Ommen

    Johannes van Ommen werd in 1350 geboren in Ommen. Veel mensen kennen Johannes van Ommen niet, toch is hij heel belangrijk geweest voor Overijssel.

     Johannes van Ommen geboren in Ommen, waar is niet bekend.
    Tekening: Ommen in de middeleeuwen naar een idee van Luuk Vogelzang.
    Zie voor meer afbeeldingen het album “Johannes van Ommen” met foto’s van Het Fraterhuis en Sint Jansklooster.

    Hij stond aan de basis van het eerste Fraterhuis van de Broeders des Gemeenen Levens in Zwolle, was medestichter van het Fraterhuis en het latere klooster op de Agnietenberg. Verder heeft Johannes een klooster gesticht bij Vollenhove, het Sint Jansklooster (Sint Janskamp), en ondersteunde hij zusterkloosters van de Moderne Devotie in Hasselt, Kampen en Almelo. Overijssel vormde de bakermat van de Moderne Devotie, de grootste hervormingsbeweging van kerk en samenleving die Nederland ooit heeft gekend.

    Blind
    Het bijzondere aan het verhaal van Johannes is het feit dat hij blind was, en overal werd ondersteund door zijn moeder. In het eerste Fraterhuis in Zwolle bestierde zij het huishouden van de vijf devote broeders. Johannes van Ommen (in die tijd Jan van Umme genoemd) werd geboren als zoon van Esseke (van Ommen) en Regelande. Waar het gezin van Ommen in de plaats Ommen heeft gewoond is niet bekend. Johannes bracht een groot deel van zijn kinderjaren in Zwolle door en genoot daar onderwijs. In zijn jeugdjaren kreeg hij te kampen met een oogziekte waardoor hij voor de rest van zijn leven blind was. Als jongeman trok hij aan de hand van zijn moeder naar allerlei bedevaartplaatsen en bezochten moeder en zoon frequent de kerkdiensten in de eigen omgeving. In deze jaren werd het gemis aan licht in de ogen steeds meer vergoed door de groei van een innerlijk licht in zijn leven. Johannes was ongeveer dertig jaar oud toen hij in 1380 Geert Grote, de geestelijke vader van de Moderne Devotie, in Zwolle hoorde preken. Hij sloot zich aan bij deze nieuwe manier van leven en stopte met de bedevaarten. Waar Johannes maar de gelegenheid kreeg, luisterde hij naar de preken van Geert Grote en deze op zijn beurt koesterde een bijzondere genegenheid voor de blinde volgeling. Mensen met vragen of problemen werden door Geert Grote vaak naar Johannes doorgestuurd voor verdere hulp. (meer…)

  • Hoogste punt nieuwbouw CCO officieel gemarkeerd met vlag

    OMMEN – Met het hijsen van een bouwvlag is woensdagmorgen 2 september 2020 het hoogste punt gemarkeerd van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).

     Hoogste punt bereikt. Wethouder Ko Scheele hijst de vlag.
    Foto: Harry Woertink
    Zie voor meer foto’s de album “2020 – Uitbreiding Streekmuseum” en “8. Hoogste punt bereikt”.

    Deze eer was weggelegd voor wethouder Ko Scheele. Dat deed hij in tegenwoordigheid van de aannemer Bas Herbrink van het bouwbedrijf Salbam uit Vilsteren en het bestuur van het CCO.

    Schatten van Ommen
    Bij de plechtigheid van het bereiken van het hoogste punt liet wethouder Scheele liet weten erg ingenomen te zijn met de komst van een nieuw museum. “We kunnen nu de schatten van Ommen onthullen”. Aan het CCO-bestuur deed de wethouder de oproep om behalve de bekende voorwerpen ook met nieuwer ideeën te komen. “Ommen heeft zo veel te bieden. We zijn een toeristische gemeente. Daar hoort ook een mooi museum bij”, aldus de wethouder.

    Onder één dak
    Als het aan het CCO ligt volgt in de wintermaanden de inrichting van het vernieuwde onderkomen.
    De verwachting is dat volgend jaar april het museum opent. Het Streekmuseum en de historische vereniging CCO komen dan samen onder één dak bij molen Den Oordt, op de plek waar eerder het Streekmuseum te vinden was. Ook komt er ruimte voor een toeristisch informatie punt (TIP) met een gemeenschappelijke balie om die functie te versterken. Het TIP moet zorgen voordat er goede verbindingen tussen de toeristische sector en toerist. Met de bouw is een bedrag gemoeid van 4,5 ton.

    Bron: Harry Woertink – 2 september 2020

  • Komst nieuw bezoekerscentrum Ommerschans in zicht

    De realisering van een nieuw bezoekerscentrum op de Ommerschans lijkt in zicht. Het bestuur van de vereniging Ommerschans heeft nu de pijlen gericht op de Veldzichthoeve, onderdeel van het Veldzichtcomplex.

     Het nieuwe bezoekerscentrum in de Veldzichthoeve.
    Foto: Harry Woertink

    Het gaat om de Veldzichthoeve aan de Balkerweg 72, gelegen aan de rand van de vesting op de grens tussen de gemeenten Ommen en Hardenberg.

    Veldzichthoeve
    In de Nieuwsbrief laat het bestuur van de vereniging Ommerschans weten dat de optie om in de boerderij van Hiemstra te gaan zitten van tafel is. “We richten ons nu op een plaats in de boerderij van Veldzicht. Er zijn een drietal opties, steeds met uitbreiding van de hoeveelheid ruimte”, aldus het bestuur. Het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Balkbrug gebruikt de boerderij voor hun eigen dagbesteding. Er is nu een rapport gemaakt uitgaande van een relatief fictieve hoeveelheid bezoekers. Op grond daarvan kon bepaald worden hoeveel ruimte nodig is voor het nieuwe bezoekerscentrum. Dit is besproken met de directie van Veldzicht, de wethouders van de gemeenten Hardenberg en Ommen en de programma coördinator. Er waren de nodige twijfels over de fictieve bezoekersaantallen, maar dankzij een rekenmodel is een snelle beslissing afgedwongen. Partijen gaan half september weer aan tafel voor een go/no-go beslissing. Belangrijke voorwaarde voor de vereniging is dat behalve de Veldzichthoeve er ook alternatieven op tafel komen zoals bijvoorbeeld nieuwbouw. De aansturing verloopt nu via Rijksvastgoed, eigenaar van de gebouwen en de grond van Veldzicht. Daardoor staan ook andere mogelijkheden open. Het streven is om in 2022 het bezoekerscentrum te hebben gerealiseerd. Dat is ook het jaar waarin de herdenking wordt gehouden dat het 350 jaar geleden is dag sprake was van het Rampjaar (1672). Deze aangelegenheid wil de Ommerschans niet onopgemerkt voorbij laten gaan.

    ­Europees Erfgoed Label
    Dit voorjaar is aan de Ommerschans het prestigieuze Europees Erfgoed Label toegekend. Dit richt zich wat meer op immaterieel erfgoed, dan het Werelderfgoed van Unesco, vandaar dat de Ommerschans gemakkelijker door de beoordeling kwam. Een besluit over het Unesco Wereld Erfgoed voor de Koloniën van Weldadigheid wordt in het najaar verwacht. In de huidige aanvraag zijn de Ommerschans en Willemsoord niet meer opgenomen, maar de verwachting is dat bij toekenning kan worden meegelift op de Unesco-erkenning van de overgebleven Koloniën. De Koloniën van Weldadigheid zijn ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voorbeelden van landbouwkoloniën om armoede te bestrijden. Ze zijn voorlopers van onze verzorgingsstaat. Ruim een miljoen Nederlanders en Belgen hebben voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. (meer…)

  • Nieuw cultureel seizoen Ccoba

    Zoals elk jaar organiseert Ccoba een serie culturele activiteiten in de Bibliotheek in Ommen. Het nieuwe programma is nu bekend.

    ccoba.JPGOp dinsdag 8 september start het seizoen met een wandeling in het prachtige, historische natuur- en cultuurlandschap van landgoed Den Woesten Heide. De gids neemt de deelnemers mee langs bijzondere plekken en vertelt alles over de historische achtergrond van het gebied. De wandeling start op dinsdag 8 september om 9.30 uur bij Landgoed Den Woesten Heide, Oude Woestendijk 1, 7731 RR Ommen.

    Vanaf oktober tot en met maart is er elke tweede dinsdag van de maand een culturele avond. De thema’s variëren van muziek en schilderkunst tot architectuur, natuur en meer. In de Bibliotheek in Ommen is een gratis programmabrochure te verkrijgen. Het gehele programma is ook in te zien op http://www.bibliotheeksalland.nl/ccoba.

    Door de coronacrisis kunnen heel veel culturele activiteiten niet doorgaan. Ook de Ccoba-bijeenkomsten op de bovenverdieping van de Bibliotheek in Ommen zouden in hun vertrouwde vorm onveilig zijn. In samenwerking met Theater Carrousel, gevestigd in hetzelfde gebouw, kan de programmering van seizoen 2020-2021 nu toch doorgaan. Er is bij de voorstellingen beperkt plek. Toegangskaarten kunnen online gereserveerd en afgerekend worden via http://www.bibliotheeksalland.nl/ccoba. Voor bibliotheekleden en Vrienden van Ccoba gelden gereduceerde tarieven.

    Bron: Bibliotheek Salland – 28 augustus 2020

  • Vinkenbuurt van woeste grond tot hechte buurtschap

    De buurtschappen van Ommen zijn ontstaan vanuit de vroegere Marken. Ommen telde 14 van deze (Boer)Marken. Toch is het aantal buurtschappen rond Ommen groter.

     Op de laatste schooldag in 2018 werd bij de openbare basisschool in Vinkenbuurt een monument onthuld met de voornamen van de 12 laatste leerlingen.
    Zie voor meer foto’s het album “Vinkenbuurt”.

    Totaal ging het om 23 buurtschappen, waaronder Vinkenbuurt. Ontstaan vanuit woeste gronden is Vinkenbuurt verworden tot een groene oase, met centraal de kerk en het buurthuis. Tot twee jaar terug behoorde daartoe ook nog de school, maar die moest sluiten vanwege te weinig leerlingen.

    Varsenerveld
    Vinkenbuurt lag vroeger officieel in het gebied Varsenerveld onder de gemeente Ambt-Ommen, deel uitmakend van het onmetelijk grote woeste Zuidelijk Ommerveld. Tot eind 1800 was nog sprake van heide, woester gronden, veen en moeras. Op de vroegere vesting de Ommerschans onder de gemeente Stad-Ommen was begin 1800 de Kolonie van Weldadigheid ontstaan. Van hieruit werden de woeste gronden rondom de schans in cultuur gebracht en zogeheten kolonieboerderijen gebouwd. Pioniers, voornamelijk boeren vanuit Nieuwleusen, hadden hun oog laten vallen op de woeste gronden van het Varsenerveld. Ze bouwden boerderijen of andere behuizingen op de hogere delen om zo een bestaan op te kunnen bouwen. Vanaf 1900 rukten schop en scheurploeg helemaal op om de nog overgebleven woestenij in te wisselen voor vruchtbare akkers en weidegronden. Zo werd de huidige buurtschap gesticht. Teunis Jansen begon er een kruidenierswinkeltje, Hassink een klein café en de fiets kon toen gemaakt worden bij Jan Tempelman.

    De kinderen uit de buurt gingen naar de school in Nieuwleusen. Toen de gemeente Nieuwleusen echter geen zin meer had om voor het onderwijs van Ommen op te draaien en de kinderen dus geen onderwijs meer kregen, moest de buurtschap stad en land bezeilen om een eigen school in de Vinkenbuurt te krijgen. Op 25 februari 1908 kon in de buurtschap de openbare lagere school ‘Varsenerveld’ geopend worden met twee lokalen en een ‘meesterswoning’ voor meester B.B. Neuteboom. Daarmee was ook een eind gekomen dat de kinderen in de winter door modderige wegen moesten baggeren om Nieuwleusen te bereiken. In 1928 werd de Koloniedijk verhard tot een klinkerweg. Toch was het altijd slecht gesteld met de toestand van de weg, zo erg zelfs dat in 1956 busmaatschappij EDS besloot de busverbinding met Vinkenbuurt te staken. Pas in de zeventig jaren van de vorige eeuw werd de weg verbreed en geasfalteerd. (meer…)