Categorie archief: Informatiebronnen

Bieb, Bits & Bots – De ridder redt de jonkvrouw

Stoere ridders – welk kind wil er nou niet alles over weten? Wat is een riddertoernooi? Woont er nog een jonkvrouw op het kasteel?

Met het boek Ridders van Suzan Boshouwen ontdek je in de Bibliotheek hoe je in de middeleeuwen een echte ridder wordt. Op woensdag 14 oktober begint in de Bibliotheek in Raalte weer de serie Bieb, Bits & Bots, deze keer voor kinderen van 4–6 jaar. Eerst wordt er voorgelezen uit het boek Ridders van Suzan Boshouwen. Harry, Koen en Hilda spelen riddertje en jonkvrouw. Ridders zijn dapper, ze verslaan draken en redden jonkvrouwen. Tijdens de workshop maken de kinderen kennis met de Bee Bot, een programmeerbare robot. Welke stappen moet de robot zetten om bij de jonkvrouw te komen? Tot slot gaan de deelnemers een eigen ridderverhaal knutselen. De activiteit is gratis. Om zeker te zijn van een plek, kunnen deelnemers zich inschrijven via http://www.bibliotheeksalland.nl. De Bibliotheek hanteert de coronarichtlijnen en vraagt bezoekers om bij gezondheidsklachten thuis te blijven. Ouders kunnen zich samen met hun kind voor de workshop inschrijven. Er is plaats voor 8 ouders en 8 kinderen. Een broertje of zusje is ook welkom.

Achtergrond
Digitale techniek en digitale media vullen onze dag en vormen ons leven. Daarom is het goed dat iedereen, van jongs af aan, leert om daar goed mee om te gaan. Verstandig en handig, maar ook leuk en creatief leven in de digitale wereld, dat moet je leren op school en thuis. En de Bibliotheek helpt daar graag bij, met een serie activiteiten: Bieb, bits en bots. Elke tweede en vierde woensdagmiddag van de maand, van 15.00 tot 16.00 uur is er een superleuke en leerzame activiteit voor een wisselende doelgroep kinderen: 4–6 of 8–14 jaar. Gamen, werken aan digitale verhalen, programmeren of robots alles laten doen wat je wilt, dat zijn maar een paar voorbeelden. In de agenda op de website van de bieb vind je het programma voor de komende weken en er komen steeds nieuwe gave middagen bij.

Bron: Bibliotheek Salland – 2 september 2020

Graverijen op Den Oord – Ommen verandert

Wie de moeite neemt te wandelen langs De Bollemaat, Den Lagen Oord of Lodderholt wordt getroffen door grote veranderingen die daar de laatste tijd hebben plaatsgevonden.

 Aanleg van de Coevorderweg vanaf de Hessel Mulertbrug. Op de achtergrond de molen aan Den Oord waarvan de wieken al niet meer compleet zijn.
Foto: OudOmmen

Een grote grijper werkt van ’s morgensvroeg tot ’s avonds laat en graaft sleuven van meters diep. Het uitgegraven zand wordt aan grote bergen opgestapeld. In de Vecht ligt een zandzuiger, die dag in dag uit die sleuven met Vechtzand opvult. Over dit witte zand wordt het zwarte zand, dat nu aan bergen ligt verwerkt en dan is ook dit grote stuk grond weer klaar voor bouwterrein”. Dit is te lezen in een oud exemplaar van het historisch tijdschrift De Darde Klokke. In een uitgave uit 1955 wordt een pleidooi gehouden voor het behoud van de Ommer molens. Bovendien heeft de schrijver van het artikel moeite met alle veranderingen waar Ommen aan onderhevig is. Het blad vervolgt:

Romantiek
De kolk bij Makkinga’s molen is al dicht. Hiermee is weer een stukje romantiek, vlak in de buurt van Ommen verdwenen. Deze kolk in het vlakke land van Den Oord, waarin de waterplanten naar hartenlust konden groeien, waarin vroeger de in de molen te zagen bomen lagen te “wateren”, en waarin de wieken van de molen zich spiegelden, was een pracht stukje natuur. Hoeveel schilders van naam, hebben in de loop van de jaren die mooie plek niet op het doek gebracht.

Molen Den Oord
De molen zelf staat op zijn laatste benen. De wieken zijn nu weggehaald en zo wordt de molen steeds bouwvalliger. De mulder Oldeman, heeft de zaak overgedaan aan iemand van het jongere geslacht, die nog minder oog zal hebben voor “traditie” en “verleden”. Uit geldelijk oogpunt bezien, is de molen voor de familie Oldeman niet meer te redden. Zakelijk kan het bedrijf alleen nog voort worden gezet, wanneer gebruik wordt gemaakt van elektriciteit. Daarvoor zijn geen wieken nodig en heeft de windmolen dus afgedaan. Zoveel jaren zal het niet meer duren, of we hebben in Ommen niet één molen meer. Lees verder Graverijen op Den Oord – Ommen verandert

Mijnenveger Hr. Ms. Ommen (1956-1993) was er voor veiligheid op zee

Tussen 1956 en 1993 deed “Hr.Ms. Ommen M813” dienst als mijnenveger op zee. Na de Tweede Wereldoorlog waren grote aantallen mijnenvegers nodig voor het ruimen van de mijnen op de vaarroutes op de Noordzee.

In 1979 maakte een delegatie van de gemeenteraad een vaartocht op de mijnenjager Ommen. V.l.n.r.: gemeentesecretaris J.J. Barendrecht, D. Hoogenboom, A. Pouw, G.J. Jaspers, M.J. Vosjan, J. Kassies, G.J. Hesselink, 2 officieren van de Marine en T. Wijkmans.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Mijnenveger “Ommen””.

Aanvankelijk maakte men gebruik van enkele vaartuigen die de oorlog overleefd hadden en van voormalige Duitse en Britse vaartuigen. Vanaf de jaren vijftig kwamen daar grote aantallen nieuwe schepen bij. De mijnenvegers werden in opdracht van de Koninklijke Marine gebouwd op Nederlandse scheepswerven. Voor de namen van deze oorlogsschepen is gekozen voor namen van middelgrote en kleine Nederlandse gemeenten. Behalve Ommen waren er mijnenvegers met namen als Staphorst, Hoogeveen, Giethoorn, Borne, Abcoude, of bijvoorbeeld Sittard.

Te waterlating
Op 5 april 1955 mocht mevrouw F. van Reeuwijk-Dönszelmann op de werf van J. en K. Smits scheepswerven N.V. in Kinderdijk (Krimpen aan de Lek) de in aanbouw zijnde kustmijnenveger “Hr.Ms. Ommen” te water laten. De officiële handeling bestond uit het indrukken van een knop waarna het schip werd gedoopt en langzaam het ruime sop koos. In zijn toespraak hoopte de Ommer burgemeester C.P. van Reeuwijk, dat door deze doop de belangstelling voor onze Marine, symbool van Neerlands grootheid, in Ommen zou toenemen. Hij hoopte dat de “Ommen”, waarvan de letters terug te vinden zijn in de Latijnse spreuk: “Omme Maris Magni Expers Naugragio” (vrij vertaald: Rampen noch nederlagen zullen U overwinnen) die inhoud ook werkelijk deelachtig zou worden.

Officieel in gebruik
Bijna een jaar later, op 11 april 1956 was het de burgemeester Van Reeuwijk zelf om in Krimpen aan de Lek om Hr.Ms. Ommen met het naamsein M813 officieel in gebruik te stellen. Hij mocht als eerste de bodem van het oorlogsschip betreden. De burgemeester gaf aan dat het in de bedoeling van zijn gemeente lag om twee potloodtekeningen, voorstellend een gezicht op de oude stad en bestemd voor de verblijven van officieren en bemanning, aan te bieden. De tekeningen hadden echter het schip nog niet bereikt, maar kwamen met een vertraging van twaalf dagen alsnog op de plek van bestemming aan. Op 17 juni 1956 voer het bestuur van Ommen mee op Hr.Ms. Ommen van Den Helder naar Rotterdam. De mijnenveger met de naam van de Vechtstad bleef het gemeentebestuur boeien, want ook in juni 1979 maakten leden van het college en gemeenteraad op uitnodiging van de Koninklijke Marine een vaartocht op de Noordzee met Hr.Ms. Ommen.

Hr.Ms.
Voor marineschepen wordt in veel landen een voorvoegsel gebruikt. Voor Nederlandse marineschepen is dat Zijner Majesteits, afgekort met Zr.Ms. Indien de Koning een vrouw is, is het voorvoegsel Harer Majesteits, afgekort met Hr.Ms. (zonder spatie).

Lees verder Mijnenveger Hr. Ms. Ommen (1956-1993) was er voor veiligheid op zee

Invloedrijke devoot Johannes van Ommen geboren in Ommen

Johannes van Ommen werd in 1350 geboren in Ommen. Veel mensen kennen Johannes van Ommen niet, toch is hij heel belangrijk geweest voor Overijssel.

 Johannes van Ommen geboren in Ommen, waar is niet bekend.
Tekening: Ommen in de middeleeuwen naar een idee van Luuk Vogelzang.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Johannes van Ommen” met foto’s van Het Fraterhuis en Sint Jansklooster.

Hij stond aan de basis van het eerste Fraterhuis van de Broeders des Gemeenen Levens in Zwolle, was medestichter van het Fraterhuis en het latere klooster op de Agnietenberg. Verder heeft Johannes een klooster gesticht bij Vollenhove, het Sint Jansklooster (Sint Janskamp), en ondersteunde hij zusterkloosters van de Moderne Devotie in Hasselt, Kampen en Almelo. Overijssel vormde de bakermat van de Moderne Devotie, de grootste hervormingsbeweging van kerk en samenleving die Nederland ooit heeft gekend.

Blind
Het bijzondere aan het verhaal van Johannes is het feit dat hij blind was, en overal werd ondersteund door zijn moeder. In het eerste Fraterhuis in Zwolle bestierde zij het huishouden van de vijf devote broeders. Johannes van Ommen (in die tijd Jan van Umme genoemd) werd geboren als zoon van Esseke (van Ommen) en Regelande. Waar het gezin van Ommen in de plaats Ommen heeft gewoond is niet bekend. Johannes bracht een groot deel van zijn kinderjaren in Zwolle door en genoot daar onderwijs. In zijn jeugdjaren kreeg hij te kampen met een oogziekte waardoor hij voor de rest van zijn leven blind was. Als jongeman trok hij aan de hand van zijn moeder naar allerlei bedevaartplaatsen en bezochten moeder en zoon frequent de kerkdiensten in de eigen omgeving. In deze jaren werd het gemis aan licht in de ogen steeds meer vergoed door de groei van een innerlijk licht in zijn leven. Johannes was ongeveer dertig jaar oud toen hij in 1380 Geert Grote, de geestelijke vader van de Moderne Devotie, in Zwolle hoorde preken. Hij sloot zich aan bij deze nieuwe manier van leven en stopte met de bedevaarten. Waar Johannes maar de gelegenheid kreeg, luisterde hij naar de preken van Geert Grote en deze op zijn beurt koesterde een bijzondere genegenheid voor de blinde volgeling. Mensen met vragen of problemen werden door Geert Grote vaak naar Johannes doorgestuurd voor verdere hulp. Lees verder Invloedrijke devoot Johannes van Ommen geboren in Ommen

Hoogste punt nieuwbouw CCO officieel gemarkeerd met vlag

OMMEN – Met het hijsen van een bouwvlag is woensdagmorgen 2 september 2020 het hoogste punt gemarkeerd van de nieuwbouw van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).

 Hoogste punt bereikt. Wethouder Ko Scheele hijst de vlag.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de album “2020 – Uitbreiding Streekmuseum” en “8. Hoogste punt bereikt”.

Deze eer was weggelegd voor wethouder Ko Scheele. Dat deed hij in tegenwoordigheid van de aannemer Bas Herbrink van het bouwbedrijf Salbam uit Vilsteren en het bestuur van het CCO.

Schatten van Ommen
Bij de plechtigheid van het bereiken van het hoogste punt liet wethouder Scheele liet weten erg ingenomen te zijn met de komst van een nieuw museum. “We kunnen nu de schatten van Ommen onthullen”. Aan het CCO-bestuur deed de wethouder de oproep om behalve de bekende voorwerpen ook met nieuwer ideeën te komen. “Ommen heeft zo veel te bieden. We zijn een toeristische gemeente. Daar hoort ook een mooi museum bij”, aldus de wethouder.

Onder één dak
Als het aan het CCO ligt volgt in de wintermaanden de inrichting van het vernieuwde onderkomen.
De verwachting is dat volgend jaar april het museum opent. Het Streekmuseum en de historische vereniging CCO komen dan samen onder één dak bij molen Den Oordt, op de plek waar eerder het Streekmuseum te vinden was. Ook komt er ruimte voor een toeristisch informatie punt (TIP) met een gemeenschappelijke balie om die functie te versterken. Het TIP moet zorgen voordat er goede verbindingen tussen de toeristische sector en toerist. Met de bouw is een bedrag gemoeid van 4,5 ton.

Bron: Harry Woertink – 2 september 2020

Komst nieuw bezoekerscentrum Ommerschans in zicht

De realisering van een nieuw bezoekerscentrum op de Ommerschans lijkt in zicht. Het bestuur van de vereniging Ommerschans heeft nu de pijlen gericht op de Veldzichthoeve, onderdeel van het Veldzichtcomplex.

 Het nieuwe bezoekerscentrum in de Veldzichthoeve.
Foto: Harry Woertink

Het gaat om de Veldzichthoeve aan de Balkerweg 72, gelegen aan de rand van de vesting op de grens tussen de gemeenten Ommen en Hardenberg.

Veldzichthoeve
In de Nieuwsbrief laat het bestuur van de vereniging Ommerschans weten dat de optie om in de boerderij van Hiemstra te gaan zitten van tafel is. “We richten ons nu op een plaats in de boerderij van Veldzicht. Er zijn een drietal opties, steeds met uitbreiding van de hoeveelheid ruimte”, aldus het bestuur. Het Centrum voor Transculturele Psychiatrie Veldzicht in Balkbrug gebruikt de boerderij voor hun eigen dagbesteding. Er is nu een rapport gemaakt uitgaande van een relatief fictieve hoeveelheid bezoekers. Op grond daarvan kon bepaald worden hoeveel ruimte nodig is voor het nieuwe bezoekerscentrum. Dit is besproken met de directie van Veldzicht, de wethouders van de gemeenten Hardenberg en Ommen en de programma coördinator. Er waren de nodige twijfels over de fictieve bezoekersaantallen, maar dankzij een rekenmodel is een snelle beslissing afgedwongen. Partijen gaan half september weer aan tafel voor een go/no-go beslissing. Belangrijke voorwaarde voor de vereniging is dat behalve de Veldzichthoeve er ook alternatieven op tafel komen zoals bijvoorbeeld nieuwbouw. De aansturing verloopt nu via Rijksvastgoed, eigenaar van de gebouwen en de grond van Veldzicht. Daardoor staan ook andere mogelijkheden open. Het streven is om in 2022 het bezoekerscentrum te hebben gerealiseerd. Dat is ook het jaar waarin de herdenking wordt gehouden dat het 350 jaar geleden is dag sprake was van het Rampjaar (1672). Deze aangelegenheid wil de Ommerschans niet onopgemerkt voorbij laten gaan.

­Europees Erfgoed Label
Dit voorjaar is aan de Ommerschans het prestigieuze Europees Erfgoed Label toegekend. Dit richt zich wat meer op immaterieel erfgoed, dan het Werelderfgoed van Unesco, vandaar dat de Ommerschans gemakkelijker door de beoordeling kwam. Een besluit over het Unesco Wereld Erfgoed voor de Koloniën van Weldadigheid wordt in het najaar verwacht. In de huidige aanvraag zijn de Ommerschans en Willemsoord niet meer opgenomen, maar de verwachting is dat bij toekenning kan worden meegelift op de Unesco-erkenning van de overgebleven Koloniën. De Koloniën van Weldadigheid zijn ’s werelds eerste, meest grootschalige en langst functionerende voorbeelden van landbouwkoloniën om armoede te bestrijden. Ze zijn voorlopers van onze verzorgingsstaat. Ruim een miljoen Nederlanders en Belgen hebben voorouders in de Koloniën van Weldadigheid. Lees verder Komst nieuw bezoekerscentrum Ommerschans in zicht

Vinkenbuurt van woeste grond tot hechte buurtschap

De buurtschappen van Ommen zijn ontstaan vanuit de vroegere Marken. Ommen telde 14 van deze (Boer)Marken. Toch is het aantal buurtschappen rond Ommen groter.

 Op de laatste schooldag in 2018 werd bij de openbare basisschool in Vinkenbuurt een monument onthuld met de voornamen van de 12 laatste leerlingen.
Zie voor meer foto’s het album “Vinkenbuurt”.

Totaal ging het om 23 buurtschappen, waaronder Vinkenbuurt. Ontstaan vanuit woeste gronden is Vinkenbuurt verworden tot een groene oase, met centraal de kerk en het buurthuis. Tot twee jaar terug behoorde daartoe ook nog de school, maar die moest sluiten vanwege te weinig leerlingen.

Varsenerveld
Vinkenbuurt lag vroeger officieel in het gebied Varsenerveld onder de gemeente Ambt-Ommen, deel uitmakend van het onmetelijk grote woeste Zuidelijk Ommerveld. Tot eind 1800 was nog sprake van heide, woester gronden, veen en moeras. Op de vroegere vesting de Ommerschans onder de gemeente Stad-Ommen was begin 1800 de Kolonie van Weldadigheid ontstaan. Van hieruit werden de woeste gronden rondom de schans in cultuur gebracht en zogeheten kolonieboerderijen gebouwd. Pioniers, voornamelijk boeren vanuit Nieuwleusen, hadden hun oog laten vallen op de woeste gronden van het Varsenerveld. Ze bouwden boerderijen of andere behuizingen op de hogere delen om zo een bestaan op te kunnen bouwen. Vanaf 1900 rukten schop en scheurploeg helemaal op om de nog overgebleven woestenij in te wisselen voor vruchtbare akkers en weidegronden. Zo werd de huidige buurtschap gesticht. Teunis Jansen begon er een kruidenierswinkeltje, Hassink een klein café en de fiets kon toen gemaakt worden bij Jan Tempelman.

De kinderen uit de buurt gingen naar de school in Nieuwleusen. Toen de gemeente Nieuwleusen echter geen zin meer had om voor het onderwijs van Ommen op te draaien en de kinderen dus geen onderwijs meer kregen, moest de buurtschap stad en land bezeilen om een eigen school in de Vinkenbuurt te krijgen. Op 25 februari 1908 kon in de buurtschap de openbare lagere school ‘Varsenerveld’ geopend worden met twee lokalen en een ‘meesterswoning’ voor meester B.B. Neuteboom. Daarmee was ook een eind gekomen dat de kinderen in de winter door modderige wegen moesten baggeren om Nieuwleusen te bereiken. In 1928 werd de Koloniedijk verhard tot een klinkerweg. Toch was het altijd slecht gesteld met de toestand van de weg, zo erg zelfs dat in 1956 busmaatschappij EDS besloot de busverbinding met Vinkenbuurt te staken. Pas in de zeventig jaren van de vorige eeuw werd de weg verbreed en geasfalteerd. Lees verder Vinkenbuurt van woeste grond tot hechte buurtschap

Erve Dunnewind van schipperslogement naar erve Vechtdal als toeristisch trekpleister

Varsen is sinds kort een nieuw toeristisch trekpleister rijker: Erve Vechtdal Koesafari. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden vorige maand met de zestig koeien naar Varsen. Simone, Rik Jansen en het personeel doen hier nu ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. Lees verder Erve Dunnewind van schipperslogement naar erve Vechtdal als toeristisch trekpleister

500ste Zoekplaatje Ommer Nieuws

Deze week wordt een bijzonder jubileum gevierd. Het gaat om het 500ste zoekplaatje in beeld aangeleverd door OudOmmen.nl.

 Circa 30 van de 500 zoekplaatjes die de afgelopen 10 jaar zijn gepubliceerd in het Ommer Nieuws.
Afbeelding: OudOmmen

In lijn met de doelstelling van OudOmmen wordt sinds 2008 gewerkt met de rubriek zoekplaatje van nostalgische plaatjes. In het Ommer Nieuws verscheen het eerste zoekplaatje op woensdag 29 april 2009. In samenwerking met het Streekmuseum was OudOmmen.nl vanaf 8 september 2010 verantwoordelijk voor de wekelijkse aanlevering. Van de vanaf 28 januari 2015 gepubliceerde trouwfoto’s, afkomstig van glasnegatieven uit het Streekmuseum, zijn via reacties op de krant-publicaties bijna alle namen en trouwdata aangeleverd. Het laatste door het Streekmuseum aangeleverde zoekplaatje (nummer 279) verscheen op 17 februari 2016. Aansluitend werd in overleg met Taxi Steen overgestapt naar de al eerder aangeleverde trouwfoto’s van Taxi Steen waarvan ook de meeste namen en data boven water zijn gekomen. De laatste jaren wordt om de week een zoekplaatje uit het archief van fotojournalist Herman Wigbels en een door derden aangeleverd zoekplaatje gepubliceerd.

Interessante informatie
Vanaf het begin is de belangstelling groot voor de verzamel-site die alles wat met de historie van Ommen en omgeving te maken heeft”, zegt Tjeerd de Leeuw, initiatiefnemer en webmaster van website OudOmmen.nl. “In de lijn met de doelstelling van OudOmmen.nl leveren we graag nostalgische foto’s voor publicatie in het Ommer Nieuws aan. Met de zoekplaatjes wordt veel interessante historische informatie binnengehaald. Wij zorgen voor beschikbare tekst bij de foto en een oproep aan de lezers om te reageren. Het kan gaan om de personen op de foto of de vraag waar de foto is gemaakt. Ook zijn er wel eens geen reacties omdat gewoonweg niemand het weet. We merken dat het bij de lezers leeft. Er zijn lezers die de stukjes in de krant doorsturen aan familie buiten Ommen voor een reactie”.

Familie stambomen – Canon van de Ommer
OudOmmen.nl is sinds 17 april 2006 online en wordt door een breed publiek gewaardeerd. Voor geïnteresseerden in de historie dan ook een veel bezochte website. De website wordt regelmatig ‘ververst’ met interessante historische (nieuws)artikelen en foto’s over Ommen en omgeving. De webredactie van OudOmmen.nl zit ook niet stil. Lees verder 500ste Zoekplaatje Ommer Nieuws

De stuw in Junne meer dan een eeuw oud – Toekomst brug onzeker

De stuw in de Vecht in Junne is in gebruik sinds 1915. In datzelfde jaar komen ook de schottenloods en de stuwwachterswoning gereed.

De stuw in Junne, toen nog met een looppad tussen Junne en Stegeren.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album “Junne – Stuw”.

Dat is twee jaar later als in Vilsteren, waar ook een stuw, een schutsluis, een schotttenloods en een stuwwachterswoning worden gebouwd. Over de stuw verbindt een brug de buurtschap Junne met de buurtschap Stegeren. Echter, de brug over de Junner stuw is er niet altijd geweest. Het was ooit niet meer dan een looppad. De vaste oeververbinding van nu is er sinds 1966.

Stuwwachter
Om het water op een specifiek peil te houden bepaalde de stuwwachter aan de hand van de waterstanden de hoogte of diepte van de stuwschotten. In de schottenloods bevond zich het mechanisme voor het optakelen van de schotten. Vanuit de loods reed de takelinstallatie over een rail naar de stuw. Toen het waterpeil automatisch en op afstand bediend kon worden kwam een einde aan de functie van de stuwwachter. De stuwwachterswoning in Junne werd verkocht en particulier bewoond. Die in Vilsteren werd overigens afgebroken. De huidige Junner stuw, in combinatie met de schottenloods en woning zijn als ensemble een gemeentelijk monument.

Fietspad Junne – Stegeren
Vanuit de buurtschappen Junne en Stegeren was vanaf het begin al de wens geuit om vanuit de buurtschappen richting de stuw een fietspad aan te leggen om beide buurtschappen te verbinden. De gemeenteraad van Ambt-Ommen zag daar ook wel wat in. Er werd een commissie uit de raad ingesteld die de mogelijkheden van het aanleggen van een fietspad zou onderzoeken. Maar in de gemeenteraadsvergadering van 10 juni 1921 rapporteerde de commissie dat de toenmalige eigenaar van landgoed Junne, de Duitse fabrikant en grootgrondbezitter Lüps, geen medewerking wil verlenen. De wegen en paden in Junne zijn enkel voor de buurtschap Junne, was zijn oordeel. Dat over en weer toch gebruik gemaakt werd van de stuw als oversteekplaats werd door de gemeente oogluikend toegestaan. Een verzoek van de toenmalige eigenaar om het gedeelte van het inmiddels ontstane pad richting stuw te onttrekken van het openbaar verkeer, kreeg geen goedkeuring van de meerderheid van de raad van Ommen.

Lees verder De stuw in Junne meer dan een eeuw oud – Toekomst brug onzeker