Alle berichten door Harry Woertink

Park Slagharen viert 60-jarig jubileum – Henk Bemboom oprichter

Dit jaar is het zestig jaar geleden dat Ponypark Slagharen is begonnen.

Het Ponypark Slagharen in 1980 met links de paardencarrousel en rechts de ‘NOS-trein’ in gebruik voor de live-uitzending van “Stuif Es In”.
Zie voor meer afbeeldingen het album: “Ponypark Slagharen

De website OudOmmen.nl is in het bezit van enkele bijzondere foto’s, genomen in 1980 op het park. De foto’s zijn gemaakt tijdens een televisie-uitzending van “Stuif Es In” op die locatie. Ze zijn interessant omdat het de paardencarrousel toont op de oude locatie. Deze attractie stond in 1980 voor het eerst in Slagharen.

Stuif Es In
Ponypark Slagharen was wekelijks het decor van het televisieprogramma ‘Stuif Es In’. Maar liefst vijf jaar achtereen kwam dit jeugdprogramma live vanuit Slagharen. Daarvoor moest wel een straalverbinding gelegd worden met de studio in Hilversum. Dat gebeurde door een mobiele zendmast met een straalverbindingsparabool gericht op de Zwollekerspel-toren bij Zwolle en via een straalverbindingsroute werd getransporteerd naar de Hilversum-toren vlak bij het Mediapark.

De foto’s zijn gemaakt op 29 maart 1980. Te zien is de groene reportagewagen van PTT van waaruit bedieningstechnicus van het Audio Video Verbindingen Centrum van de PTT (later KPN) in Hilversum werkte. Een andere foto laat de ‘NOS-trein’ (3 wagens) zien van waaruit de reportage werd gemaakt voor de live-uitzending van “Stuif Es In”.

1963-2023
Shetland Ponypark Slagharen werd zestig jaar geleden opgericht door Henk Bemboom. Inmiddels staat het teboek als attractie- & vakantiepark Slagharen. Als winkelier in huishoudelijk artikelen begon Bemboom in 1958 met een rondreizende “Shetland Show”. Met pony’s en wagentjes trok hij door het hele land. Niet als kermisattractie maar om winkelweken van middenstanders aantrekkelijk te maken. Klanten mochten met de pony in een wagentje een ritje maken om de kerk.

In 1963 zette Bemboom op stuk weiland een paar houten huisjes neer. Als speciale attractie kregen de vakantiegangers er een pony bij. Deze formule sloeg enorm aan en was jaarlijks goed voor duizenden toeristen die naar Slagharen kwamen. Het was de start van Ponypark Slagharen.

Bemboom
Op het park in Slagharen noemde het personeel de leden van het gezin van de oprichter bij de voornaam. Op het park zaten eerder ook Bemboom Emmen (Verkoophuis) en Bemboom Ommen (horeca). Met het laatste werden Willem- en Rudy Bemboom bedoeld. Ommen was ook de woonplaats van de broer van Henk en tevens maker van de bordjes voor Slagharen: Hendricus J.G. Bemboom.

In 2012 werd het attractiepark in Slagharen overgenomen door Parques Reunidos, een Spaanse multinational en exploitant van meerdere attractieparken. Sinds dien is de familie Bemboom niet meer bij het park betrokken. In 2014 overleed Henk Bemboom op 93-jarige leeftijd.

In 2017 vertrokken de laatste pony’s uit het park om te mogen genieten van hun oude dag in PonyparkCity, op vijf kilometer afstand van het pretpark in Slagharen. Henk Bemboom nam dat vakantiepark in 1976 in gebruik met vakantiehuisjes, die identiek waren aan die in Slagharen. Zijn zoon Gerard zwaait al tientallen jaren de scepter in dat park.  

Zie voor het verhaal over de pony’s van Hendricus J. G. Bemboom uit Ommen de volgende link:

Tekst: Harry Woertink – Foto’s: collectie OudOmmen.nl

Ommen 1948 en de viering van 700 jaar stadsrechten (1)

Hoe werd er door de kranten over Ommen geschreven toen in 1948 het 700 jaar bestaan van de stad werd gevierd. Dit is deel 1 van een serie.

1948. Ommen 700 jaar stad. Historische optocht. Bats Gerrits op een vélocipède.

Hoewel het Overijsselse stadje Ommen, dat begin dezer maand zijn zevende eeuwfeest vierde, in ’t geheel geen bijzondere betekenis heeft, zal menigeen zich op het horen van die plaatsnaam iets herinneren met betrekking tot Ommen. Sinds het moment waarop bisschop Otto van Utrecht aan Ommen stadsrechten verleende, is er heel wat gebeurd in en vooral ook rondom deze plaats.

Ommen als vakantieplek

Talrijke jongeren zullen met tederheid terugdenken aan Ommen als de plek, waar zij vele gelukkige uren van hun vakantie hebben doorgebracht. Hier immers kamperen er jaarlijks duizenden! Hier is het ook, dat de vrijzinnig-christelijke jeugd haar massale pinksterconferenties pleegt te houden, welke voor de deelnemers onvergetelijk zijn.

Maar de plaatsnaam Ommen, die een zo lieflijk in de oren klinkt, herinnert de ander juist aan het oord der verschrikkingen, dat Ommen in oorlogstijd voor verscheidene Nederlanders was: de plaats van het vreselijke concentratiekamp. Bij ouderen kan de naam Ommen heel andere gedachten geven: in onze parlementaire geschiedenis kreeg het stadje enig gerucht, toen dr. A. Kuyper in het jaar 1908 door het district Ommen weer in de Tweede Kamer werd gebracht. Weer anderen weten zich te herinneren, dat nabij het stadje aan de Vecht voor de oorlog de zogenaamde sterkampen van Krishnamurti werden gehouden. En tenslotte kan men bij het noemen van de plaatsnaam Ommen aan de Ommerschans denken.

Klein en kerks

Maar wanneer u heden te Ommen uit het Marienbergse treintje stapt en de lommerrijke laan naar het stadje doorwandelt, ziet u van alle genoemde zaken niets. Dan dient Ommen zich nog niet aan als ideaal kampeer Oord, evenmin als de gemeente van het concentratiekamp, ook niet als centrum van politieke activiteit en helemaal niet als plaats van samenkomst voor een theosofische secte. En wat de Ommersehans betreft: daarvan merkt u niets want deze ligt anderhalf uur gaans ten Noorden van de stad, namelijk bij Balkbrug aan het kanaal de Dedemsvaart.

Neen, het Ommen, dat u vanuit de stationslaan aanschouwt, „doet zich heerlijk open” als een oud stadje. De aanwezigheid van de Overijsselse Vecht versterkt het stedelijk karakter. Pas over dit water begint het centrum; u komt na de brug al direct voor het stadhuis te staan, een deftig bouwwerk in de hoofdstraat, waaromheen die prettige sfeer vaneen oud stedeke hangt. lets verderop ziet u dan de hervormde kerk, een bepleisterde gevel, waarvan de toren dit gemeen heeft met veel schilderijen, dat je hem beter van verre dan dichtbij kunt zien. Aan zijn voet valt de houtsch namaak zo op. Nu ja, dan bent u aan het eind van uw Ommen’s latijn en verlaat u het stadje weer zowat. Aldus verging het mij tenminste.

Ik wandelde terug en bekeek nogmaals de hervormde kerk. Een actieve stedeling wist mij van het bedehuis zelf weinig te vertellen; wel verzekerde hij mij, dat de Ommer predikant een trouw Kohlbruggiaan is, ongetwijfeld een nuttige zaak. Dr. H. F. Kohlbrugge, bekend uit de periode van voor de afscheiding van 1834, verdient wel navolging. Overigens bestaat in Ommen alle gelegenheid, om zijn geloof te belijden. Ik zag een nieuwe gereformeerde kerk uit de serie waarvan men er dertien in een dozijn heeft, een fijnzinnig rooms kerkje, gewijd aan de heilige Brigitta en een synagoge met pseudo-oudhollandse gevel, nu natuurlijk niet meer als bedehuis in gebruik, want de weggevoerde Ommer joden hebben geen van allen de Duitse terreur overleefd.

Rustig leeft Ommen verder

Hiermede hebt u het stadje Ommen dan gehad. Wat landbouw, wat veeteelt, wat nijverheid. Er omheen in het oude Ambt-Ommen, liggen een paar dorpen die op het stadje georiënteerd zijn. In dat ambt was eertijds de veenderij van gewicht.

Rustig leeft Ommen verder. Een week lang heeft men er feest gevierd, bij welke gelegenheid gebleken is, dat het plaatsje zich prachtig leent voor ruiterconcoursen. De rijvereniging „De Heideruiters” nam het initiatief tot het beleggen van een landelijk concours, waaraan ruiters uit alle streken hebben deelgenomen. Ik hoorde veel lof over deze gebeurtenis, die ook uniek was, doordat allerlei ruiterorganisatie bijeenkwamen, welke tevoren nergens samenwerkten.

Nog 700 jaar

Het rustige Ommen haalt met gemak ’n tweede periode van zevenhonderd jaar, wanneer het voortleeft op de manier van vandaag. Toch is het hier heus niet altijd rustig geweest. Dat houdt verband met de Ommerschans, een vesting, die in het begin van de zeventiende eeuw halverwege Ommen en Avereest werd aangelegd. Die schans moest de mensen in deze streek beveiligen maar voor zover het Ommen aangaat heeft men er weinig genoegen van beleefd. De bezettende macht werd grotendeels te Ommen ingekwartierd. Toen ’s landsregering na een eeuw de schans ophief, kon Ommen het terrein wat eigendom van de stad was, niet eens inpalmen. Maarde Ommenaren „namen” dit niet en gingen onder aanvoering van de burgemeester naar de schans om deze te bezetten.

Ommerschans

In de patriottentijd hebben er schermutselingen plaats gevonden en in 1819 kreeg de schans een nieuwe bestemming. De maatschappij van weldadigheid vestigde er ’n bedelaarskolonie. Jacob van Lennep gééft in het dagboek van zijn voetreis in 1823 een vrij uitvoerige beschrijving van het leven in de kolonie. Van schansen en kampen (van verschillende aard) weet Ommen dus wel mee te praten. Moge het stadje ook in de komende eeuwen nog heel wat mensen naar zich toetrekken. Echter uitsluitend om er in vrijheid van de heerlijke natuur rondom de plaats te kunnen genieten!

In deel 2 meer over Ommen 1948 en 700 jaar feest.

Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl

Advertentie 1948:

Stadsrechten Ommen 1248-2023 (12, slot)

Een stad met stadsrechten kan niet zonder een stadswapen en vlag.

Het stadswapen van de gemeente Ommen toont de heilige Brigida, patrones van Ierland.

Ommen heeft ze dan ook allebei: wapen en vlag. Het stadswapen toont de heilige Brigida, patrones van Ierland. De officiële gemeentevlag bestaat uit een wit en geel vlak welke gescheiden worden door een schuine blauwe balk en is sinds 1956 in gebruik.

Heilige Brigida van Kildare

De beeltenis van het gemeentewapen is een vrouwelijke heilige – de heilige Brigida van Kildare, patrones van Ierland – houdende in de rechterhand een palmtak, alles van zilver, vergezeld rechts van een omgewende leeuw en links van een adelaar waarboven een achtpuntige ster, alles van goud. Het schild gedekt met een gouden kroon van 3 bladeren en 2 paarlen. De achtergrond op het schild is blauw van kleur, de heilige Brigida van Kildare is afgebeeld in het zilver en de leeuw, kijkend naar de heilige, de adelaar en de ster zijn van goud.

Bisschoppelijk stadszegel

Ommen heeft in de loop van de tijd meerdere ontwerpen gekend van het stadswapen. Het eerste was vrijwel identiek aan het oudste stadszegel van de Stad Ommen. De voorstelling een heilige figuur (vrouw met palmtak), klaarblijkelijk voorstellende de Patrones van de kerk in Ommen, en daarnaast enerzijds een omgewende leeuw, anderzijds een arend, waarboven een achtpuntige ster.

Lees verder Stadsrechten Ommen 1248-2023 (12, slot)

Stadsrechten Ommen 1248-2023 (11)

Ommen ligt aan de Vecht, in de streek Salland of specifieker het Vechtdal.

1939. Prins Bernhard (midden) op bezoek in Ommen bij het Buitencentrum van de Ned. Padvindersvereniging. Naast de prins met zilveren spelsel Ph. D. Baron van Pallandt van Eerde; geheel rechts burgemeester C.E.W. Nering Bögel.

De plaats Ommen wordt al rond het jaar 1100 genoemd als doorwaadbare plaats langs de Vecht. In 1248 kreeg Ommen stadsrechten.

Vreemdelingen

De natuurlijke rijkdom van het stadje aan de Vecht werd al heel vroeg ontdekt door vakantiegangers, toen nog aangeduid als ‘vreemdelingen’. Het begon met de nationale padvinderij en de Sterkampen, die beiden Ommen als basis hadden. Zij zorgden ervoor dat jaarlijks horden mensen naar Ommen kwamen. De in 1903 geopende spoorlijn heeft daar ook een hele positieve bijdrage aan geleverd.

Lees verder Stadsrechten Ommen 1248-2023 (11)

Historisch Rijwielmuseum Ommen officieel geopend onder grote belangstelling

OMMEN – Het was zaterdag 1 april feest op het Kerkplein in Ommen.

Wethouder Alice van den Nieuwboer bekijkt met Johan Overweg de hoge bi
Zie voor meer afbeeldingen het album: “2023 – Opening Historisch Rijwielmuseum Ommen

Ballonnen, tulpen, oude fietsen, koffie, gebak en bovenal blije gezichten. Eindelijk heeft het Historisch Rijwielmuseum Ommen een eigen museum om haar bijzondere collectie van antieke fietsen te laten zien aan een groot publiek. Daarom dat wethouder Alice van den Nieuwboer was uitgenodigd om de officiële opening te verrichten. Zij deed dat in aanwezigheid van museumvrijwilligers, sponsors en andere belangstellenden.

Vijf jaar

Vooraf dook museumvoorzitter Gerrit Voort nog even in de vijfjarige geschiedenis van het museum. Begonnen in 2017 in de Brugstraat. Eerst halverwege de straat en later in de oude Hema-locatie. Telkens goed voor duizenden bezoekers.

Toen een particuliere geldschieter zich aanbood, hakte het museumbestuur de knoop door om een eigen (winkel)pand aan te kopen in het centrum van Ommen. Dat er nog wensen zijn stak Voort niet onder stoelen of banken. Daarbij gaat het met name om het verfraaien van de voorgevel van het aangekochte pand.

Lees verder Historisch Rijwielmuseum Ommen officieel geopend onder grote belangstelling

Stadsrechten Ommen 1248-2023 (10)

De strategische ligging van Ommen ten opzichte van de Vecht en de Regge zal ongetwijfeld de doorslaggevende stem van de bisschop Otto III zijn geweest om in 1248 Ommen stadsrechten te verlenen. Dit is deel 10 van een vervolgserie.

1900. Met een baggermolen wordt met zand uit de Vecht de oude haven gedempt. Op de achtergrond molen Den Oord.

Hanzestad zonder handel

Dankzij de bevaarbaarheid van de rivier de Vecht is Ommen ooit tot Hanzestad bevorderd. Moeilijk te begrijpen omdat je anno 2023 in Ommen geen sporen terug ziet uit die periode. Geen oude haven, geen koopmanshuizen of pakhuizen met trapgeveltjes. Ook de Ommer geschiedenis verhaalt weinig over de Hanze-tijd. Behalve landbouwproducten of wol was er in Ommen geen handel dat over water vervoerd moest worden. Aan de Vecht zijn dan ook geen opslagmogelijkheden of pakhuizen uit de Hanze periode terug te vinden. Waarom was Ommen als stad zonder handel dan wel lid van het Hanzeverbond?

De Vecht

Het lidmaatschap van de Hanze had de stad uitsluitend te danken aan haar strategische ligging aan de Vecht, indertijd een belangrijk vaarwater voor transport van bijvoorbeeld Bentheimer zandsteen uit het Duitse achterland. Zo is het paleis op de Dam in Amsterdam steen voor steen langs Ommen gevaren. Ook werd Silezisch linnen en Westfaals katoen over de Vecht vervoerd richting Zuiderzee naar het koopgrage Westen of naar steden als Zwolle, Kampen en Hasselt om overgeladen te worden op koggeschepen, die de waren verder vervoerden. Daarbij moet overigens wel worden opgemerkt dat de kronkelde Vecht niet vlot bevaarbaar was. Een retourvaart Ommen-Zwolle duurde zes dagen.

Haven van Ommen

Zoals gezegd had Ommen gedurende de Hanze periode geen echte haven. Een gedeelte van een oude Vechtarm deed dienst als haventje: Borggraven. Zo genoemd omdat bij onstuimig weer de scheepjes daar tijdelijk “geborgen” konden worden. De Borggraven was tevens de thuishaven voor de Ommer Vechtbevaarders. De tegenwoordige straatnaam “Burggraven” herinnert nog aan de dagen van weleer. De Burggraven heeft ook gediend tot een deel van de stadsgracht.

Lees verder Stadsrechten Ommen 1248-2023 (10)

Historie van een verdwenen bakkerij in Ommen

Ommen telde in het verleden veel bakkers. De bakkers verkochten behalve brood, koek en banket ook kruidenierswaren in hun winkel.

1909. Brood-Koek-Banket winkel C. Verheijen aan de Bouwstraat 3 in Ommen. V.l.n.r. onbekend winkelmeisje, Wilhelmina Ketels, Cornelius Verheijen, hondje, Johanna van den Berg en Hendrikus Gerhardus Verheijen. Verderop het koetshuis van hotel Het Zwarte Paard en winkelpand van bakker Geert Wicherson.
Zie voor meer afbeeldingen het album: “Bouwstraat 3 (Bakkerij Verheijen | Jutten)

De jonge H.G. Verheijen was de eerste bakker in Ommen van katholieke huize. Een uitdagende onderneming, vooral ook omdat Ommenaren gewend waren hun boodschappen te doen bij lidmaten van hun eigen kerk. De hervormden en gereformeerden waren vroeger in Ommen ruim in de meerderheid.

Van kleermaker naar bakker

In 1850 bewoont het echtpaar Cornelus Verheijen en Helena Fikkert het pand Bouwstraat 3 in Ommen. Hij is dan kleermaker. In 1862 krijgt Verheijen een vergunning voor het oprichten van een bakkerij. Deze komt in wat later de Karnemelkstraat wordt genoemd en bedoeld met name voor de dan 20-jarige zoon Hendrikus Gerhardus Verheijen, geboren op 13 oktober 1842. Deze trouwt op 9 mei 1867 met Johanna van den Berg. Het pand aan de Bouwstraat, ook aangeduid als gelegen nabij de Schapenmarkt (nu Vrijthof) was voordien een herberg, winkel en bakkerij.

Lees verder Historie van een verdwenen bakkerij in Ommen

Historisch Museum Ommen start nieuw seizoen

OMMEN – Vanaf dinsdag 4 april is het Historisch Museum in Ommen weer geopend voor bezoekers.

Kijkje in het Historisch Museum Ommen
Zie voor meer foto’s het album: “2023 – Historisch Museum Ommen

In het museum gaan historie en toerisme hand in hand met de aanwezigheid van het Toeristisch Informatie Punt (TIP). Dit alles op één plek, goed bereikbaar met gratis parkeren voor de deur.

Overzichtelijker

Het Historisch museum, gevestigd in de molen en tolhuis aan Den Oordt 7 in Ommen is vorig jaar vernieuwd en aanzienlijk uitgebreid. Door meer oppervlakte en vitrines kon alles nog overzichtelijker in beeld gebracht worden, vanaf de prehistorie tot heden. Sinds een jaar maakt nu ook het TIP deel uit van het museum met een eigen balie. Voor toeristisch informatie over Ommen en het Vechtdal is het TIP de aangewezen plek. Of het nu gaat over leuke weetjes over de omgeving of fiets- en wandelroutes: alle informatie is er voorhanden. De baliemedewerkers merken dat de toeristen en ook de eigen inwoners goed gebruik maken van het TIP. Ook het museum kijkt tevreden terug over het afgelopen seizoen.

De vrijwilligers van het museum hebben de afgelopen maanden niet stil gezeten. Alles is opgepoetst en ook konden enkele nieuwe museale stukken aan de collectie toegevoegd worden, waaronder een bakfiets van de melkboer en een kanonskogel uit de Ommerschans.

Stadswandelingen

Het Historisch Museum pakt ook de stadswandelingen weer op. Deze maken onderdeel uit van het programma rond de viering dit jaar van ‘Ommen 775 jaar stadsrechten’. Elke donderdagmorgen kan er gewandeld worden met een stadsgids. In het hoogseizoen ook op dinsdagmorgen en voorts voor groepen in overleg met het museum.

Openingstijden

De openingstijden van het museum en het TIP zijn van 1 april tot 1 juni: dinsdag t/m vrijdag van 13 tot 16 uur; 1 juni tot 1 september: dinsdag tot en met zaterdag van 10 tot 16 uur; 1 september tot 1 april dinsdag en donderdag van 10 tot 16 uur.

Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl

Muziekvereniging De Bazuin Ommen meer dan een halve eeuw jong

Met een jubileumconcert viert de Ommer “Gereformeerde Muziekvereniging De Bazuin” haar 50-jarig bestaan.

2016. De Bazuin Ommen in de optocht op Koningsdag
Zie voor meer afbeeldingen het album: “Muziekvereniging ‘De Bazuin’

De muziekvereniging werd 51 jaar geleden opgericht – om exact te zijn op 28 april 1972 – maar van het houden van een jubileumconcert was het nog niet gekomen. Daarom wordt op vrijdag 14 april alsnog ter gelegenheid van het gouden jubileum een groots concert gehouden in Het Baken, aanvang 20.00 uur. Behalve muziek worden herinneringen van de afgelopen 50 jaar opgehaald. Na afloop van het concert mag het glas geheven worden. Ook kan er worden bijgepraat. De toegang is gratis; wel wordt een collecte gehouden voor de onkosten.

Oprichting

Eén van de oprichters van de muziekvereniging meer dan een halve eeuw terug was Freek Weelink. Hoewel hij geen instrument kon bespelen, besloot hij toch het initiatief te nemen om een vereniging te starten. In het blaadje van de kerk werd een oproepje geplaatst of er mensen geïnteresseerd waren in een muziekvereniging. Er meldden zich 7 enthousiaste leden. Eigenlijk kon niemand een noot spelen, maar dat deerde niet: De Bazuin kon gehoord worden.

Nu, na meer dan 50 jaar, is De Bazuin niet meer uit de Ommer samenleving weg te denken. De vereniging is uitgegroeid naar een enthousiaste fanfare waar muzikaliteit arm in arm gaat met gezelligheid. Ondanks meer dan een halve eeuw bestaan behoort De Bazuin tot de jongste fanfare’s van Nederland.

Eerste dirigent

Omdat de kersverse vereniging zo groen als gras was op het gebied van muziek, werd in 1972 de hulp van de heer D. Veldkamp uit Wapenveld ingeroepen. Hij begeleidde ze muzikaal en werd de eerste dirigent met 5 volwassenen en 10 jongeren. Het eerste half jaar werd enkel maar de theorie geoefend. Veldkamp tekende de notenbalken op een schoolbord en zong ze voor. In september 1972 werden de muziekinstrumenten geleverd en kon het orkest beginnen met musiceren. Er werd hard geoefend en met Kerst in 1972 werd er in de kerk een paar coupletten van ‘Stille nacht’ gespeeld. In Ommen was de derde muziekvereniging ook opgevallen en na een paar jaar flink repeteren liep De Bazuin mee met de grote optocht op het Oranjefeest in Ommen.

Uniformen

Om bij de optredens een beetje goed voor de dag te komen, ging het bestuur op zoek naar uniformen. Toen de vereniging uit Bruchterveld nieuwe uniformen kreeg, kon De Bazuin hun oude voor 1000 gulden overnemen. Dat achter de mode aangelopen werd was niet het grootste probleem, maar het embleem van Hardenberg op de pet vond men minder geslaagd. Toch hebben de muzikanten daar 5 jaar mee rond gelopen. Pas bij het 12,5-jarig jubileum kreeg het orkest een eigen uniform.

In 1979 werd de drumband opgericht, die later een malletband werd. Als laatste werd de vereniging aangevuld met De Bazieoband, want de doelstelling dat iedereen muziek mag en moet kunnen maken wordt nog steeds met dikke letters onderschreven.

Eigen clubhuis

In 1991 kon De Bazuin een eigen verenigingsgebouw aan de Haven Noord openen. Daarmee kwam een eind dat op drie verschillende locaties gerepeteerd moest worden, zoals in de school en in de kerk. In een jaar tijd heeft de muziekvereniging deze nieuwbouw kunnen verwezenlijken. Alles wat zelf gedaan kon worden is ook zelf gedaan. Van de toen benodigde 100.000 gulden voor de nieuwbouw, is 40.000 gulden door sponsoring, acties en donaties bijeengebracht.

De geheimen van de muziek

De Bazuin bestaat uit een orkest en jeugdorkest, allebei onder leiding van Bert Groothedde. Een slagwerkgroep onder leiding van Rico Pullen en de Bazieoband onder leiding van Wietse Mentjox. De Bazieoband is een groep waar mensen met een beperking met begeleiding muziek kunnen maken. Daar wordt veel plezier gemaakt. Voor de jongste leden is er elke week AMV les, dit om ze kennis te laten maken met muziek, zogezegd de geheimen van de muziek. AMV staat voor Algemene Muzikale Vorming. Dit is voor kinderen vanaf groep 4/5 voor de eerste kennis making met muziek in een ontspannen en leuke vorm. Kinderen kunnen zo na een poosje ontdekken welk muziekinstrument ze leuk vinden. 

Alle geledingen repeteren iedere week op woensdag of donderdag: orkest woensdagavond 20:00-22:00 uur; slagwerkgroep donderdagavond 19:00-20:30 uur; Bazieoband woensdagavond 19:00-19:45 uur.

Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl

Stadsrechten Ommen 1248-2023 (9)

Ommen was ooit gelegen aan de eeuwenoude handelsroute van de Hessenwegen.

Als herinnering aan de Hessense kooplieden is een gevelsteen ‘Hessenwaagen’, aangebracht in de muur van de voormalige Hessenherberg in de Thomas a Kempisstraat in Zwolle.

Om handelswaar in een z’n korte mogelijke tijd te kunnen vervoeren werd gebruik gemaakt van zogeheten “Hessenrijders”. Ze reden met vol beladen wagens getrokken door paarden. Sterke mannen moesten de wagens laden en lossen, de grote krachtige paarden in het gareel houden en de wagens uit modder of rul zand kunnen duwen. Hessenwegen behoren tot de oudste wegen in Oost-Nederland en waren van groot belang. In Ommen herinnert de Hessenweg Oost (grotendeels nog zandweg) en Hessenweg West aan deze periode.

Karrenspoorbreedte

De voermannen reden in een bijna rechte lijn vanaf Duitsland langs Hardenberg, Ommen en Dalfsen naar Zwolle en verder. Alle Hessenwegen liepen op ruime afstand langs de dorpen en steden. Een belangrijke reden hiervoor was dat de Hessenwagens een veel bredere spoorbreedte hadden dan de gangbare wagens en karren in Nederland. De afwijkende wagens zouden het karrenspoor van de gewone zandwegen stuk rijden.

Hessen

De naam Hessenweg is te danken aan de kooplieden uit de Duitse graafschap Hessen. Ze stonden bekend als hardwerkende betrouwbare voerlui. Zij vervoerden met enorme wagens waardevolle goederen door heel Europa. Het moeten sterke kerels zijn geweest. Vaak werd er in konvooien gereden om zich te wapenen tegen struikrovers.

Op verschillende plaatsen langs de Hessenweg vestigden zich boeren die naast hun boerenbedrijf een herberg of uitspanning begonnen. Het was niet meer dan een gelagkamer om dorstige kelen te laven en hongerige magen te vullen. De voerlieden trokken in feite van herberg naar herberg. Op die plaatsen konden ook de wagens gerepareerd worden en de paarden verzorgd.

Op Ommer grondgebied 4 herbergen

Herbergen op Ommer grondgebied langs de Hessenweg waren “De Hongerige Wolf”, gevolgd door herberg “De Rooseboomshaar”, verderop op het kruispunt van de Hessenweg en de weg naar de Ommerschans lag herberg “De Bisschopshaar”. In Varsen aan de Hessenweg bevond zich herberg “Het Zwarte Paard”. Pachter van herberg De Bisschopshaar was in het begin Willem Hollak. Het was niet uit zorg voor de dorstige voerlui dat de Magistraat van Ommen besloot om hier in 1662 een herberg te stichten, maar voornamelijk ter versterking van de stadsfinanciën. De inkomsten van de herberg vloeiden rechtstreeks in de stedelijke schatkist.

Na Het Zwarte Paard in Varsen kwam bij Oudleusen herberg “De Landskroon” in zicht. Op het wapen van de herberg stonden drie flessen geschilderd, gedekt met een kroon. De huidige weg “Om de Landskroon” herinnert nog aan de oude herberg. Bij Ankum stond herberg “Het Roode Hert” aan de Hessenweg.

Goed op gang

Na de vrede van Munster (1648) en het einde van de 30-jarige oorlog in Duitsland kwam het verkeer met hessenkarren en -wagens pas goed op gang. Vervoerders, niet alleen uit Hessen, brachten hiermee hun goederen (linnen, garens, aardewerk) vanuit Duitsland naar Zwolle. Van daar werd de handel verscheept naar voornamelijk Amsterdam en retourvracht (rijst, tabak, specerijen) ging vanuit de haven mee terug

In 1691 had Overijssel de breedte van het Hollandse wagenspoor overgenomen. De Hessenwagens mochten voortaan alleen nog over de route ten noorden van de Vecht rijden.

In de 19de eeuw begon men met het verharden van zandwegen, zodat speciale Hessenwegen overbodig raakten. De doorgaande route bij Ommen kwam omstreeks 1810 langs de Vecht te liggen. Bovendien kreeg het vrachtvervoer geduchte concurrentie door de aanleg van kanalen en spoorwegen. De Hessenwagens verdwenen, evenals de Hessenwegen, zij het dat sommigen opgingen in de natuur of anderen autosnelwegen werden.

Tot zover deel 9 van deze vervolgserie. In deel 10 meer over stadsrechten Ommen 1248-2023.

Tekst: Harry Woertink – Foto’s: collectie OudOmmen.nl

2014. De Hessenweg Oost, tussen de Haarsweg en de Driehoeksweg, in Ommen is gemarkeerd met ‘kunst’wielen.