OMMEN – Gre Pannekoek (80) neemt na 40 jaar afscheid als vrijwilliger van het Historisch Museum Ommen.
Na 40 jaar vrijwilliger bij het museum neemt Gre Pannekoek afscheid.
Al die tijd was Gre actief als museumgids, kaartjesverkoper en toezichthouder in het museum waar bezoekers een stap in de geschiedenis maken. Door haar lange staat van dienst werd Gre beschouwd als inventaris van het museum, die nog net niet in een vitrine is gezet. Dat vooral ook omdat ze voor alles inzetbaar was.
Leuk om te doen
“Het is mooi geweest na veertig jaar. Ik heb het met veel plezier gedaan. Gezellig ook altijd met een leuke club mensen”, zegt Gre terugkijkend. ”Je komt in contact met allerlei mensen, zowel als het gaat om de museumbezoekers als de vrijwilligers. Maar ik heb eerder gezegd als ik 80 jaar word, dan stop ik ermee.”
In het voorjaar van 2023 zal de zomp te water worden gelaten.
De laatste hand wordt gelegd aan de bouw van de Vechtzomp.
Vrijwilligers leggen momenteel de laatste hand aan het scheepje dat ingezet gaat worden voor rondvaarten op de Vecht. Er wordt gezocht naar een passende naam voor de zomp, die komt te liggen in een drijvend boothuis in een oude Vechtarm ter hoogte van zwembad Olde Vechte.
Scheepsbouwmeester
De gebouwde authentieke Vechtzomp wordt aangedreven door een bijna geruisloze elektromotortje. Oud Ommenaar Harmen Timmerman is als scheepsbouwmeester ingezet bij de bouw van de zomp. Als leidraad gebruikte hij het boek “Varen waar geen water is”. Een boek van Gerrit (Jan) Schutten (1938-2019) over de scheepvaart op riviertjes ten oosten van de IJssel tussen 1300 en 1930. Schutten bracht gedurende zijn leven historische houten vaartuigen in kaart aan de hand van foto’s en schetsen. Zodoende is een rijke cultuur van de vergetelheid onttrokken, wat zelfs uitmondde in de wedergeboorte van enkele historische houten vaartuigen
Vecht
De Vechtzomp voer vanaf midden 17e eeuw over de Vecht. De bevaarbaarheid van de Vecht was destijds zeer afhankelijk van de waterstand, omdat de Vecht een regenrivier is. De zomp had een lengte van zo’n 12 meter en was 2,5 à 3 meter breed. Vooral de diepgang van 40 centimeter maakte het vrachtscheepje geschikt om te varen tussen de Zwolle en Nordhorn.
OMMEN – Blijft het landhuis Zeesserweg 5 in Ommen, bekend als “Huize Piet Hein”, eigendom van de gemeente of wordt het verpatst.
Flink aan de slag met schop, schoffel, hark en bezem. V.l.n.r. Simone Pol (PvdA), Gerrit de Jonge (VOV), Richard Smits (VVD), Wim Waanders (D66) , Hilbert Moerman (PvdA) en Jelte de Jong (VOV).
Als het aan de gemeenteraad ligt wordt het pand geschikt gemaakt voor een hospice.
Het monumentale pand staat al geruime tijd leeg en lijkt te verkrotten, zonder dat er actie wordt genomen over de toekomst van het pand. Daarom dat leden van de politieke partijen PvdA, VOV, VVD en D66 zaterdag de handen uit de mouwen staken.
Schop, schoffel, bezem en hark werden ingezet om de grote tuin met veel bomen rondom het landhuis er weer goed uit te laten zien. Er was veel blad te vegen en ook het gras moest nodig worden gemaaid.
Ludieke actie
Het ging om een ludieke actie, want de toekomst van het pand is nog steeds ongewis en dus vraagt de politiek om actie. “Straks komt er een hoog hek omheen, of een schutting. Het mag niet in particuliere handen vallen. Dit is een prachtige plek voor een hospice en daarmee doe je gelijk eer aan de gedachte van baron Mulert”, zo redeneren de initiatiefnemers van deze actie voor het behoud van Huize Piet Hein en de komst van een hospice.
Baron Mulertstichting
In 1933 werd De Baron Mulertstichting in het leven geroepen door het overlijden van Frederik Eliza Baron Mulert. De baron was begaan met het welzijn van de mensen in Ommen en maakte de gemeente Ommen eigenaar van het landhuis “Piet Hein” met het doel het te exploiteren als inrichting voor verpleging van zieken.
OMMEN – Het zat er aan te komen, zaterdag 8 oktober 2022 was het zover: de 1000ste bezoekers voor het Historisch Museum Ommen – sinds de opening in maart van dit jaar – kon welkom geheten worden.
Frie en Corina Hesselberth uit Tilburg werden blij verrast met boeken en een bloemetje als 1000ste bezoeker.
Het waren Frie en Corina Hesselberth uit Tilburg, die op vakantie in Marknesse, een dagje naar Ommen gingen om een bezoekje te brengen aan het museum.
Uiteraard waren ze zeer verrast toen ze uit handen van de museumvrijwilligers, Gerrit Steen en Erik Lamberts, 2 boeken en een prachtig boeket bloemen kregen overhandigd.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw verrees op landgoed Vilsteren een groot compressorstation van de Nederlandse Gasunie.
Het zijn gouden jongens die honderden kilometers buis feilloos aan elkaar lassen.
Dit om het om het aardgas uit Slochteren een boost te geven verder het land in. Over hoe het gas in 1965 de rest van Nederland bereikt. Deel 2.
Gouden jongens
Het tempo van het buizenleggen wordt in belangrijke mate bepaald door de lassers. Het zijn de “gouden jongens” van de aannemers, mannen, die in de hele wereld hebben gewerkt, in woeste berggebieden, in de bloedhete woestijn en in het oerwoud. Hun namen staan met gulden letters in de personeelslijsten van de maatschappijen vermeld. Ze zijn altijd van huis, volgen de duizenden kilometers lange pijpleidingen en zien alle werelddelen. Maar dit handjevol gespecialiseerde topvaklui heeft voor het landschap weinig oog. Hun taak is het de twaalf meter lange buizen feilloos aan elkaar te lassen. Deze mannen worden voortdurend op de vingers gekeken; bovendien wordt er van iedere las een röntgenfoto gemaakt. Die las heeft een nummer en de foto wordt in het archief bewaard. In vuile pakken, met besmeurd gezicht en echte “werkhanden” verrichten ze hun taak, nauwelijks sprekend want het werk eist hen volledig op. Honderden kilometers lasnaad komen er onder hun handen vandaan. Als ze veertig jaar zijn kunnen ze zoveel hebben verdiend dat ze nooit van hun leven meer inde in de acetyleenvlam behoeven te kijken. De heren verdienen namelijk gemiddeld 5000 gulden per maand. De toplassers toucheren een salaris waarvoor de directeur van een flink bedrijf zich niet zou behoeven te schamen. Ook enkele Nederlanders hebben zich kunnen scharen bij het handje vol gouden jongens van de buizenleggers. Ze werken bij buitenlandse maatschappijen.
In de zestiger jaren van de vorige eeuw verrees op landgoed Vilsteren een groot compressorstation van de Nederlandse Gasunie.
1964. Grote stalen buizen komen aan om vervolgens in de grond aansluiting te vinden met het gas uit Groningen.
Dit om het om het aardgas uit Slochteren een boost te geven verder het land in. Later is in Vilsteren ook een mengstation gebouwd, die stikstof uit de lucht mengt met het gas tot het Slochteren-niveau, nodig vanwege de groeiende import uit het buitenland van hoogcalorisch gas met veel minder stikstof. Over hoe het gas in 1965 de rest van Nederland bereikt. Deel 1.
Een kilometer per dag
Als het gas in Groningen wordt ontdekt komen er overal pijpleidingen om Nederland aan te sluiten. Een kilometer per dag vordert de buisleiding, die het aardgas van Slochteren naar Vilsteren zal transporteren. Vilsteren is het grote verdeelstation in het Nederlandse hoofdvoedingsnet van de Nederlandse Gasunie, dat eind 1965 ruim 750 km lang zal zijn. Van hier takt de leiding, die hij de Groningse gasputten is begonnen, af naar het westen, het zuiden en het oosten.
VILSTEREN – De toekomst van Vilsteren wordt tegen het licht gehouden.
Huize Vilsteren “Groot Spijker” op landgoed Vilsteren, een beschermd dorpsgezicht.
Aanleiding is dat de leefbaarheid van het Ommer kerkdorp onder druk staat. Dat heeft te maken met onder meer de sluiting van de school, maar ook met de grote opgaven waarvoor het landgoed komt te staan.
Plaatselijk Belang Vilsteren gaat samen met het Landgoed Vilsteren een integrale toekomstvisie opstellen. Daaruit moet dan zowel een landgoed- als een dorpsvisie komen. Het project wordt begeleid door een combinatie van de Wageningen Universiteit en Strootman Landschapsarchitecten uit Amsterdam.
Enige landgoed met dorp
Landgoed Vilsteren is het enige landgoed in Nederland met een dorp. Het is ook een beschermd dorpsgezicht. Vrijwel heel Vilsteren ligt op het terrein van het landgoed. Het landgoed Vilsteren heeft zodoende te maken met de typische opgaven van een kleine plattelandsgemeenschap die vooral draaien om leefbaarheid.
Sluiting school
Die leefbaarheid staat onder druk en het landgoed Vilsteren en de bevolking denken na over manieren waarop die leefbaarheid kan worden behouden en vergroot. De recente sluiting van de basisschool brengt het denken hierover in een versnelling.
In 2023 is het 775 jaar geleden dat Ommen stadsrechten kreeg, een jubileum dat niet ongemerkt voorbij zal gaan.
1948. De Commissie tot viering van het 700-jarig bestaan van Ommen als stad. v.l.n.r.: staande: G.J. Makkinga, W. Andela, H. Egberts, G. Veldhuis, J. Kramer, K. Hurink, J.v.d. Kolk en J. Alblas. Zittende: A.B.R. Grootenhuis, H.J. Groenenberg, G. Veurink, J. Drent, W. v. Kesteren en F. Beunk en H. Luttekes.
Op donderdag 6 oktober 2022 is de Stichting 775 jaar stadsrechten Ommen opgericht. Deze stichting zal de festiviteiten rondom 775 jaar Ommen coördineren.
Op 29 juni 2022 is er een brainstormavond georganiseerd voor alle verenigingen en organisaties uit Ommen. Tijdens deze brainstorm is gekeken welke ideeën en bijdrage verenigingen en organisaties kunnen leveren aan het jubileumjaar. Op de brainstormavond werd duidelijk dat er meer dan genoeg enthousiasme is om inhoud te geven aan 775 jaar stadsrechten.
Groot feest waard
Burgemeester Hans Vroomen: “Het is fantastisch als we samen met en voor inwoners een jaar vol evenementen neer kunnen zetten. Dat Ommen al zo lang geleden erkend is als stad en nog steeds bekend staat om haar groene omgeving, prachtige Vecht en bruisende centrum, is zeker een groot feest waard”.
Lezers van kranten werden vroeger regelmatig ‘getrakteerd’ op reisverslagen door de provincie.
1960 – Het oude tolhuis “de Besthmenertol” Dit tolhuis stond aan de Hammerweg en is in 1963 afgebroken. Het is herbouwd bij het Streekmuseum.
Dit is deel 2 van een fietstocht dwars door Overijssel opgetekend in de zomer van 1899. De fietstocht gaat na Ommen verder in zuidelijker richting.
Den volgende ochtend besteeg ik weer mijn karretje en sloeg den weg naar het zuiden in, richting Lemele – Hellendoorn. Na een paar kilometer gereden te hebben, kwam ik aan een tolhek, waar een handwijzer van den ANWB me weer in de gelegenheid stelde om een juiste keuze te doen uit de twee wegen die hier samenkomen. Deze handwijzers die niet alleen den weg naar verschillende plaatsen aanwijzen, maar ook den afstand in kilometers aangeven, juister en onfeilbaarder dan de meest bereidwillige inboorling, zijn een ware uitkomst voor fietsers en wandelaars en de Bond verdient er voor een extra pluimpje. Wat ik hierbij aanbied.
Eerde
Hoewel van plan den weg Lemele – Hellendoorn te nemen, sloeg ik eerst die naar Den Ham in en ik raad ieder die den tijd heeft en iets moois wil zien, aan hetzelfde te doen. Na slechts enige minuten fietsen langs een weg met eerst aan weerszijden dennebos en later geheel in schaduw, vertoont zich aan de rechterhand een brede zijlaan, aan welker einde ligt het kasteel Eerde, eigendom van baron van Pallandt.
Dit jaar is het 75 jaar geleden dat in Ommen voor het eerst in clubverband aan gymnastiek kon worden gedaan.
Archieffoto van GVO-gymnasten tijdens een jaarlijkse opvoering. Voorzover bekend: Tiny Petter; Bertha Willems; Gosse van Elburg; Leo Jutten; Henk Kampman; Gerrit de Jonge; Wijntje Freke; Willy van Kesteren; Henny Sampimon; Frederik Timmerman; Marietje Moerman; Didi Slot 18; Miny Ekkelkamp; Marijke of Agnes van Kesteren; Rinus Oldeman; Grada Sturris; Olga Beijer; Marietje Luttekes; Helmich; Henny leidster ritmische gymnastiek
Energy Ommen is de naam van de gymclub, die ontstaan is door de fusie van twee gymnastiekverenigingen: OKK (Oefening Kweekt Kracht) en GVO (Gymnastiek Vereniging Ommen). GVO werd opgericht in 1947; vijf jaar later (1952) werd OKK opgericht. Het verschil was dat OKK aansluiting vond bij de Nederlandse Christelijke Gymnastiek Verbond en GVO bij de algemene Nederlandse Gymnastiek Verbond.
Terug in de tijd
Terug in de tijd met enkele (oude) verhalen over de oudste club GVO toen de vereniging amper was opgericht. In 1950 gaf de jonge GVO haar tweede jaarlijkse uitvoering die door vele autoriteiten werd bijgewoond. Ook de belangstelling van de zijde van de bevolking was zeer groot. Onder de bekwame leiding van de heer M. Huisman werd het zeer gevarieerde programma vlot afgewerkt.