Categorie archief: Oude gebruiken & tradities

Uitleg over hoe maak je een Palmpasenstok

OMMEN – Op zaterdag 2 april geeft De Gemienschop van Oll Ommer een uitleg (geen workshop) over hoe maak je een Palmpasenstok.

 Archieffoto van een eerder gehouden demonstratie van het versieren van de Palmpasenstok.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Paastradities

Dit vindt plaats in het Historisch Museum Ommen en begint om 10.30 uur. Voorzitter Gerrit Steen geeft uitleg en maakt iedereen wegwijs in de ‘geheimen’ van het versieren van de Palmpasenstok. Dit kan met een, al dan niet geschilde, stok uit het bos. Deze wordt versierd met een slinger van pinda’s, krenten, rozijnen en paaseitjes. Verder kan het worden aangekleed met buxus, sinaasappel of mandarijn en broodhaantjes. De Palmpasenstok kan ook een kruis zijn van twee dunne stokken die aan elkaar worden bevestigd. Iedereen kan zelf een creatie maken en er een eigen invulling aan geven. Opgeven voor 30 maart bij Hetty via: 06-42077267of bij Wilma: 06-21339414.

Palmpasenoptocht
Op zaterdag 9 april vindt de Palmpasenoptocht plaats onder muzikale begeleiding van het jeugdorkest SDG. Het inleveren van de Palmpasenstokken kan om 13.30 uur in het Historisch Museum Ommen. De jury beoordeelt de stokken en daarna begint om 14.30 uur de optocht. De prijsuitreiking vindt plaats om 15.15 uur op het binnenplein van Oldenhaghen. De Gemienschop van Oll Ommer hoopt dat de inwoners van de gemeente Ommen de kinderen en/of kleinkinderen mee laten doen om zo deze traditie in stand te houden.

Bron: Harry Woertink – 18 maart 2022

Jan Krake, de laatste man die de diligence Ommen-Zwolle reed. De spoortrein verdrong zijn vervoermiddel

Jan Krake uit Ommen, beter bekend als “De Krake” werd geboren op 18 november 1860 in Dalfsen.

 1903. Toen de laatste reis ten einde was werd de diligence met Jan Krake op de bok gefotografeerd. Aan de overzijde van de Vecht het gemeentehuis met klein koepeltorentje en rechts een deel van hotel De Zon.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Postkoets – diligence

Als zoon van Willem Krake en Hendrika Schuurman overleed hij op 20 mei 1956 en was toen 95 jaar. Als krasse oude baas, had hij aan de Bouwstraat 13, pal tegenover de Gereformeerde kerk, een schoenmakerij. Krake genoot grote bekendheid als koetsier van de diligence Ommen—Zwolle. Deze dienst werd geëxploiteerd door de firma Spijkerbos, voormalig eigenaar van Hotel „De Zon”. Deze firma verzorgde ook verhuizingen door het gehele land, waarbij de Krake eveneens als koetsier fungeerde. Over zijn reizen, die zich vaak tot Holland uitstrekten, kon hij urenlang in sappig Ommer dialect vertellen, waarvoor hij altijd een aandachtig gehoor vond. In 1903 was het afgelopen met de diligence, toen werd de „NOLS” in gebruik genomen, de Noordooster Locaal Spoorweg. Krake bleef daarna nog werkzaam als stalknecht, speciaal op marktdagen en verhuurde hij zich ook nog als maaier. De Provinciale Overijsselsche en Zwolsche courant zocht op 18 november 1950 Krake op, de dag dat hij zijn 90ste verjaardag vierde en deed alsvolgt verslag:

“Iedereen kent hem toch?”
“Jan Krake? Ja, natuurlijk weet ik die te wonen, iedereen kent hem toch?” De Ommenaar, wie ik de weg had gevraagd begon bereidwillig uit te leggen. Deze straat uit, voorbij de kerk en dan rechtsaf. Bij het pleintje linksaf en dan tegenover de Gereformeerde kerk, daar is het.” Het was alles bij elkaar drie minuten lopen en toen stond ik dan ook voor het aangeduide schoenwinkeltje aan de Bouwstraat. Op het venster boven de deur waren de sierlijke, ouderwetse letters nog vaag leesbaar: de man, die de laatste diligence van Ommen naar Zwolle vice versa heeft gereden. Het 18 november 1950, de dag dat Jan Krake negentig jaar geworden is.

Mooie kamer
Het is een klein vierkant kamertje met drie deuren. Eén leidt naar de gang, één naar de “mooie kamer” en de laatste geeft toegang tot het keukentje. Het venster ziet uit op een winters aandoende tuin. Tegen dat raam en naast de kachel, waarop de witte, geëmailleerde koffiekan staat te pruttelen, zit Jan Krake en naast hem zijn zuster. Johanna Gort-Krake is ook al 85 en eigenlijk is er vandaag dubbel feest, want ze is dan vijftig jaar getrouwd. Lees verder Jan Krake, de laatste man die de diligence Ommen-Zwolle reed. De spoortrein verdrong zijn vervoermiddel

De Ommer Bissinghdagen komen er weer aan

OMMEN – Het bestuur van de stichting Ommer Bissingh Evenementen en haar commissies hebben de data vastgesteld voor seizoen 2022.

 Impressie van de Ommer Bissingh in 2019.
Foto: Harry Woertink

Het is voor het eerst sinds de corona-uitbraak in het voorjaar van 2020 dat er evenementen onder de vlag van de Ommer Bissingh worden georganiseerd. De definitieve invulling van de Bissinghdagen wordt nu verder uitgewerkt.

De Ommer Bissingh, de traditionele jaarmarkt op de tweede dinsdag van juli vindt dit jaar plaats op dinsdag 12 juli. Dit wordt voorafgegaan door de opening één dag eerder. Op maandag 11 juli luiden we de Bissinghbel en zal de avond muzikaal opgeluisterd worden door Ben Cramer, de nestor van het Nederlandse lied. Naast de landbouwdag op 27 juli zijn er Ommer Bissinghdagen op 3, 10 en 17 augustus. Op alle woensdagen zorgt horeca vereniging Uit in Ommen voor een muzikaal slotakkoord. Activiteiten zijn er ook op de zaterdagen 23 juli en 13 augustus. We besluiten de Ommer Bissingh in het eerste hele weekend van september met een 2-daags blaasorkestenfestival.

Ondersteuning
Naast het organiseren van haar eigen evenementen en activiteiten ondersteunt de Ommer Bissingh, waar nodig en gewenst, met mensen en knowhow bij andere evenementen. Twee uitgestelde evenementen springen daarbij in het oog: zaterdag 21 mei, ‘Beleef het in Ommen’ en zaterdag 2 juli is er vanuit Ommen 75 jaar Vrijheid een Veteranendag en een Anjer Concert van de Kapel van de Bereden Wapens.

Bron: Harry Woertink – 4 maart 2022

“’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”

De tekst “Het gaat je goed bij alles wat je doet” maar dan in het Ommer dialect is een unieke Ommer groet die al 75 jaar lang wordt gehanteerd.

 Uit hout gesneden Sallands boertje met op de onderrand de tekst “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet” als groet uit Ommen.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”.

Nog steeds zie je deze tekst opduiken. Minder bekend is dat bij de tekst houten figuurtjes werden gemaakt. Dat begon in de vijftiger jaren van de vorige eeuw toen de liefhebber van het houtsnijden de heer Damman in opdracht van de plaatselijke VVV deze houten figuren sneed die een Sallands boertje voorstelde. De onderrand werd voorzien van eerder genoemde tekst als groet uit Ommen. De houten figuurtjes vonden destijds als souvenir gretig aftrek. Nog steeds zie je ze wel opduiken. Het Historisch Museum Ommen heeft een dergelijk houten boertje in de expositie.

Nederlands-Indië
Na de Tweede Wereldoorlog waren Nederlanders als militair naar Nederlands-Indië uitgezonden. De bevolking van Ommen heeft toen geld ingezameld voor de aankoop van een kantinewagen voor de Nederlandse militairen. Men was van mening dat er op de wagen een speciaal opschrift moest komen om in Nederlands-Indië te laten merken dat de bevolking van Ommen met de Nederlandse militairen meeleefde. De tekst in het dialect was bedacht door gemeenteambtenaar Gerard Veurink: “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”, waaraan, als ondertekening nog werd toegevoegd: “’t Volk van Ommen”. Sindsdien is de tekst van Veurink “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet” de Ommer groet bij uitstek geworden.

Op zoek
Voor een lezer van deze website zijn wij op zoek naar dit typische Ommer souvenir: een houten boertje voorzien van de tekst in het Ommer dialect “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet” Wie heeft een dergelijk figuurtjes in zijn of haar bezit en wil deze wel afstaan. We horen het graag.

Bron: Harry Woertink – 28 februari 2022

Tbc-huisje in Lemele

In Lemele staat nog een houten tbc-huisje in een tuin aan de Kerkweg.

 Het tbc-huisje in Lemele.
Foto: Harry Woertink
Zie ook foto 2.

Het huisje is op dit moment in gebruik als tuinhuisje en gelukkig niet meer waar het ooit voor is bedoeld: verpleging van een tbc-patiënt. Tbc was vroeger volksziekte nummer 1.

Frisse lucht
De enige remedie die van oudsher bekend was: haal de patiënt uit zijn donkere, vochtige huis, geef hem goede voeding en frisse lucht. De zieke werd verplaatst naar een tbc-huisje, een klein houten huisje met veel glas en grote deuren, die altijd open stonden. Ze konden bij een kruisvereniging of bij een sanatorium geleend, gehuurd of gekocht worden. De huisjes waren op een stalen onderstel met massieve wielen gemonteerd, zodat ze met de zon meegedraaid konden worden. Ze hadden twee openslaande deuren en in beide zijwanden ramen die tegenover elkaar open konden voor ventilatie. Het huisje werd in de tuin van de patiënt zelf of van diens familie gezet. Vaak lagen patiënten maanden of zelfs jarenlang in het huisje. De zieke lag dag en nacht, zomer en winter in zijn kleine huisje, dat kon maanden, maar ook jaren duren. Eén keer per dag kwam een zuster langs voor de medische verzorging en de familie deed de rest. Het kwam voor dat de wat meer welgestelden zo’n draaiend huisje lieten ontwerpen door een architect en/of lieten bouwen door de dorpstimmerman, waardoor er vaak kleine juweeltjes ontstonden.

Sanatorium Krönnenzommer
Ook was verpleging mogelijk in een sanatorium, bijvoorbeeld in het vroegere sanatorium Krönnenzommer in Hellendoorn. In sanatoria heerste en streng regime van absolute bedrust, reinheid, regelmaat en vooral frisse lucht. Sanatoria waren echter vaak te duur voor arme patiënten, en familiebezoek was moeilijk. Daar werd wat op gevonden: het tbc-huisje. Door de komst van goede medicatie werden TBC-huisjes overbodig en in gebruik genomen als tuinhuisje zoals ook in Lemele.

Bron: Harry Woertink – 19 februari 2022

Noaberschap, vroeger heel gewoon

Vroeger gold in kleine sociale, overwegend agrarische buurtschappen het noaberschap. De bewoners vormden samen een hechte gemeenschap.

 Gerrie Horsman en Gerrit Steen van de Gemienschop van Oll Ommer op weg met een krentewegge naar een kroamvisite van een noaber.
Foto: CCO

De gezamenlijke noabers (buren) hielpen elkaar vrijwillig, maar eigenlijk waren het plichten, de zogeheten noaberplichten, ongeschreven wetten waar iedereen zich aan hield, maar ook wel aan moest houden. Want wie de noaberplicht niet nakwam werd de noaberschap opgezegd en een grotere schande kon je iemand niet aandoen!

Nacht en ontij
Dienst en wederdienst zijn de fundamenten waarop het noaberschap rusten. De mensen hadden weinig geld om alles te betalen en daarom hielpen ze elkaar voort, zo goed als ze konden. Aan een goede buurman had je vaak veel te danken. Het was niet alleen de man waar je overdag een buurpraatje mee kon maken of bij wie je iets kon lenen als dat zo te pas kwam, ook in minder goede omstandigheden kon je je buurman bij nacht en ontij roepen. Je hoefde maar op het raam te kloppen en te zeggen dat je er was om zijn hulp bij het een of ander in te roepen of de buurman schoot de broek aan en kwam bij de achterdeur om te vragen waar hij je mee helpen kon. Kon hij het alleen niet af, dan klopte hij de andere buur uit bed, die ook net zo bereidwillig kwam.

Geboorte, doop en begrafenis
Geboorte, doop en begrafenis waren gebeurtenissen waarbij het noaberschap ten volle tot zijn recht kwam. Bij de geboorte van een kleine kwamen als eerste de twee noabervrouwen van weerskanten voor de eerste hulp. Ze hadden er niet voor geleerd, maar door de ervaring die ze in hun leven hadden opgedaan waren ze met alles goed op de hoogte. Ook als het kind er was bleven ze komen om moeder en de kleine te verzorgen. Het kind werd ’s morgens ingepakt om geen kou te vatten en werd bij de moeder lekker warm in de bedstee gestopt, dik onder het veren bed. Meestal kwam de moeder al wel eerder op, maar op de negende dag moest ze weer het bed in ‘achter de gordijntjes’, anders kwam het niet goed. Zo tussen de geboorte en het dopen in de kerk kwamen ook de andere noabervrouwen op kraamvisite. Op het “Wievenmoal” werd eerst een glaasje brandewijn met rozijnen gedronken en later werd het krentenbrood op tafel gezet. De beide naaste buurvrouwen bedienden weer. De kleine baby werd uit bed gehaald en om de beurt bij elkaar op schoot gezet. Was het kind lastig dan deed men een beetje suiker in de tip van het wasseldoek (vaatdoek). Die werd dan in de brandewijn gedept en in de mond van de kleine gestopt, die vervolgens al gauw in slaap viel…

Kraamvisite
Als de gasten van de kraamvisite tegen de avond op huis aan gingen, zeiden ze tegen elkaar dat een het een “’n fienegien” (kleintje) of “dikk’n” (te dik) was of ook wel als het om de eerste kleine van het gezin ging “’t zal bi’j diss’n wel niet lange bliev’n”. Tot een week voor dat de kleine zou worden gedoopt bleef het druk in de houdhouding van de jonge ouders. Er kwamen meer mensen op kraamvisite. Noabers en ook familieleden uit wijde omgeving kwamen langs met paard en tentwagen. Iedereen had een flinke krentewegge onder de arm. Op kraamvisite gaan werd ook wel genoemd: “Met ’n kromm’n arm goan!”. Lees verder Noaberschap, vroeger heel gewoon

Klepperman op Oudejaarsavond voor Nieuwjaarswens

Vroeger had ook Ommen een klepperman, een nachtwacht die met een klepper de ronde door de stad deed.

 1863. Nieuwjaarswens van de nachtwacht.
Afb.: OudOmmen

Hij deed dienst als brandwacht en dorpsomroeper en kondigde in de nacht telkens de tijd aan. Met het klepper apparaat – een hamer aan een korte, houten steel die als een bel heen en weer werd gezwaaid maakte hij een luid en indringend geluid.

Oudejaarsavond
Toen de historische vereniging Gemienschop van Oll Ommer werd opgericht met als doel oude gebruiken in ere te houden was een van hun eerste activiteiten het in leven roepen van een klepperman. Deze moest, evenals in vroegere tijden, een heilwens uitspreken voor de burgers van de stad. De klepperman kwam er en in 1952 trok hij op Oudejaarsavond als vanouds door de straten. Bij zijn eerste rondgang werd de klepperman gevolgd door een groepje stadgenoten. Na het klepperen op hoeken van straten klonk de bij de oud Ommer zo bekende roep: “Hallef twalef heit de klok, de klok heit hallef twalef”. Ten tijde van de wisseling van oud naar nieuw om klokslag 12 uur arriveerde de stoet vervolgens bij de hervormde kerk. Door het koper-ensemble van “Crescendo” werd van de kerktoren ten gehore gebracht “Uren, dagen, maanden, jaren” en “Bede voor het vaderland”. Na dit plechtige ogenblik sprak de klepperman in de persoon van Gerrit Jan Paarhuis zijn op dicht gezette heilwens uit.

Ladder weg
Aanvankelijk liet het zich aanzien dat de koraalmuziek op de toren geen doorgang zou vinden. De man die dagelijks het torenuurwerk opwindt had de ladder weggenomen en verborgen, die toegang tot het hoogste gedeelte naar de toren geeft. Na lang zoeken werd dit onmisbare attribuut gevonden op de zolder van de kerk aan het andere einde van de toren. Nog juist op tijd kon het gezelschap de torenspits bereiken. Deze daad van “de Boone” zoals hij ook werd genoemd, wekte vanzelfsprekend grote ergernis op bij de Ommer bevolking. Echter, na nader onderzoek bleek Seinen geen enkele schuld te treffen. Hij bergt namelijk elke dag na het verrichten van zijn werk deze ladder weg om te voorkomen, dat onbevoegden zich toegang tot de toren verschaffen en hij onkundig gelaten van het feit dat Oudejaarsavond de toren gebruikt zou worden.

Vuurwerk
In 1954 was het Dieks Makkinga die als klepperman optrad en vanaf de trap van het klokkenhuis van de kerk een berijmde nieuwjaarswens ten gehore bracht, dit luid begeleid door knallend vuurwerk op de achtergrond. In 1958 maakt op oudejaarsavond de klepperman opnieuw zijn rondgang om klokslag twaalf uur de nieuwjaarswens uit te spreken. Het blijkt helaas de laatste rondgang te zijn. Hoewel het bestuur van de organiserende Gemienschop aangeeft dit oude gebruik door vele inwoners op prijs wordt gesteld en een dringende oproep doet aan de jeugd om tijdens deze plechtigheid geen vuurwerk af te steken blijkt deze oproep tevergeefs te zijn geweest. Lees verder Klepperman op Oudejaarsavond voor Nieuwjaarswens

Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

Reinier Paping wint Elfstedentocht. Moordende tocht; honderden vielen uit, velen gewond” kopte de Leeuwarder Courant op vrijdag 18 januari 1963 in een speciale avondeditie als de krant verslag doet van de twaalfde Elfstedentocht.

 Onthulling van plaquette in januari 1989 ter gelegenheid van de winnaar van de Elfstedentocht in 1963 Reinier Paping. Reinier Paping in het midden geflankeerd door Jeen van den Berg links en Evert van Benthem, rechts.
Foto: De Darde Klokke

De op 90-jarige leeftijd gestorven schaatslegende Reinier Paping was de winnaar van de meest heroïsche wedstrijd uit de nationale sportgeschiedenis: de Elfstedentocht van 1963. Hij is na een kort ziekbed overleden.

Uit Ommen
Reinier Paping, een 31-jarige manufacturier-sportleraar uit Ommen, heeft de Elfstedentocht 1963 gewonnen. In zijn eentje gewonnen, want al hij Witmarsum was hij uitgelopen en het gehele, moordende traject tussen Harlingen en Dokkum heeft hij met een voorsprong van rond tien minuten gereden op een groepje van drie: Jeen van den Berg van Heerenveen, Anton Verhoeven uit Dussen en Jan Uitham van de Noorderhogebrug hij Groningen. Reinier Paping ging om één minuut voor half vijf voor de ogen van koningin Juliana en prinses Beatrix door de finish bij de Grote Wielen: hij deed 10 uur en 59 minuten over de tocht, dat is aanmerkelijk meer dan de eersten van de vorige tocht noteerden (8 uur 46 minuten), terwijl het record van Jeen van den Berg in 1954 (7 uur en 35 minuten) bij lange na niet werd geëvenaard. Zijn tijd is er al het bewijs van, dat de Elfstedentocht 1963 een moordende tocht is geworden. Tienduizend rijders zijn vanmorgen gestart, waarschijnlijk zullen slechts enkele honderden de finish bereiken. Zeker wanneer het Elfstedenbestuur zal besluiten het dichtsneeuwende traject tussen Bolsward en Harlingen en Harlingen-Dokkum te sluiten, zoals het dat omstreeks één uur met de zuidroute deed voor degenen, die toen Woudsend nog niet waren gepasseerd. Legio zijn de uitvallers, talrijk zijn de gewonden. Alleen de zeer sterken hebben in deze Elfstedentocht een kans gehad”, aldus de Leeuwarder Courant.

Legioen van 10.000 verdween in ijswoestijn
De Elfstedentocht en de naam Reinier Paping zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op 18 januari 2019 is het zesenvijftig jaar geleden dat Paping zegevierend uit de strijd in Friesland tevoorschijn kwam. Een onwerkelijke strijd over tweehonderd bizarre kilometers, want de omstandigheden waarin de wedstrijd plaatsvond waren bar en boos. ’s Werelds grootste schaatswedstrijd heeft nog nooit zoveel slachtoffers geëist als in 1963. Een tocht die de geschiedenis in zou gaan als de zwaarste ooit verreden. Een record aantal uitvallers; een record aantal gewonden. Slechts 57 van de 378 wedstrijdrijders haalden de eindstreep. Van het legioen van bijna tienduizend toerrijders die aan de start verscheen behaalden slechts 126 de eindstreep. De meesten waren verdwenen in de ijswoestijn. De EHBO-posten werkten 18 uren op volle toeren. Lees verder Reinier Paping winnaar in 1963 van zwaarste Elfstedentocht ooit op 90-jarige leeftijd overleden

Midwinterhoornblazers ook in Ommen weer te horen

OMMEN – Op zondag 28 november – de eerste dag van de advent – was het weer zover dat de midwinterhoorns weer van de muur gehaald mochten worden.

Met 10 man sterk waren de Ommer Midwinterhoornbloazers present op het Anbloazen in Ommen
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Midwinterhoornblazen

Ook voor de leden van de “Ommer Midwinterhoornbloasers”. Bij het schemeren van de dag bliezen ze op het Vechtpodium in het centrum van Ommen voor het eerst weer de “Oale roop” of zoals de blazers zelf zeggen het “Anbloazen”.

Wintertraditie
Het is een echte wintertraditie, want de hoorn wordt vanaf de eerste zondag van Advent geblazen om de komst van het kerstkind aan te kondigen. Met Driekoningen, op 6 januari, wordt er afgeblazen en worden de hoorns weer opgeborgen.

De nieuwsgierigen die aan het eind van de middag op de blaasgeluiden waren afgekomen spraken van prachtig klanken over op dat moment heel rustig Ommen. Op de komende marktdagen zijn de 10 leden van de “Ommer Midwinterhoornbloasers” ook te horen op hun houten blaasinstrumenten.

De midwinterhoorn is een licht gebogen hoorn van berken- elzen- of wilgenhout, op ambachtelijke manier gemaakt met een mondstuk, de happe, van vlier of een andere houtsoort, waarop een eenvoudige melodie wordt geblazen. Er zijn ook blazers die zelf hun hoorn maken. De hoorns worden ofwel aan elkaar gelijmd of in water gehangen, waardoor de twee houten helften opzwellen en naadloos op elkaar passen en de naden hermetisch worden afgesloten.

Bron: Harry Woertink – 28 november 2021

Sinterklaas komt aan in Ommen – Zuute plassies Ommer traditie met Sinterklaas

Sinterklaas is weer in het land en doet menigeen kinderhart sneller kloppen. Ook in Ommen is de Goedheiligman weer gesignaleerd.

 De Goedheiligman gezeten in de auto gereden door Klaas Klosse, werkzaam bij garage Luttekes aan de Stationsweg. Naast de chauffeur zit Harm Zandbergen en achterin Carel Siero van het ontvangstcomité.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Sint Nicolaas

Al jaren wordt de Sint hier vorstelijk ingehaald. In 1949 kwam Sint-Nicolaas met de trein naar Ommen. Honderden kinderen waren naar het NS-station gekomen voor een hartelijk ontvangst van het Spaanse gezelschap. Met de auto maakte Sint toen een rondgang door Ommen, gevolgd door een kinderfeest in de toneelzaal van Hotel De Zon. In de krant staat de dag erop het volgende verslag: “OMMEN. Honderden kinderen hadden zich Dinsdagmiddag bij het station opgesteld om Sint-Nicolaas te verwelkomen, die precies om half twee met de trein uit Zwolle arriveerde. Vanwege het slechte weer was de hoge gast zo verstandig geweest, zijn paard in Zwolle achter te laten. Namens het comité van ontvangst werd hij welkom geheten door de heren Harm Zandbergen en Carel Siero. Nadat de Sint en zijn twee knechten in een auto hadden plaats genomen, ging het in optocht naar de zaal van Hotel De Zon. Hier werd de kinderen van de Openbare, Hervormde en R.K. Scholen een echte gezellige middag geboden. Nadat de Sint vertrokken was werd er poppenkast vertoond en trad nog een heer op met zijn sprekende Pop. De kinderen hebben zich kostelijk geamuseerd, dankzij het initiatief van de muziekver. Crescendo en de medewerking der burgerij.”, tot zover het verslag uit de krant van 1949.

Kameel
De laatste jaren kom Sinterklaas in Ommen aan met de boot over de Vecht. Maar dat was ook wel eens over het Ommerkanaal. Was er geen boot dan werd het trein, (open)auto of brandweerauto. De ritjes door het centrum waren ook gevarieerd: op schimmel, in de koets of in de arrenslee. Zelfs kwam er al eens een kameel aan te pas. Sinterklaas is voor Ommen geen vreemde. Sinds 1900 mag Ommen zich verheugen op de komst van de Goedheiligman. Daarna kon de jeugd van Ommen blijven rekenen op zijn komst. De Ommer courant bericht in 1923 het volgende over de komst van Sint: “Vooraf gegaan door de muziekvereniging Crescendo trok een groote schare kinderen naar het station, om den goeden Sint, die met de trein van half twee uit de richting Junne zou aankomen, feestelijk in te halen. De verwelkoming was dan ook allerhartelijkst, de kleinen popelden van plezier”. Lees verder Sinterklaas komt aan in Ommen – Zuute plassies Ommer traditie met Sinterklaas