Heel Ommen kent Garage- en Taxibedrijf Jan Steen

Wagenpark voor bruiloften, ziekenvervoer, begrafenissen en taxiritten uniek „bemand”…. met vrouwen!

OnderCaltexVlag10003-afb1w--.jpgHet aan een drukke driesprong gelegen bedrijf

Heel Ommen (met wijde omgeving) kent het garage- annex taxibedrijf van de heer A. J. Steen (55), is zelfs aangewezen op het bedrijf van deze Jan Steen voor zover het trouw-, zieken-, begrafenis- en taxiritten betreft. Jan Steen werkt — uitgezonderd 3 mannelijke monteurs in de reparatieafdeling, waar sterk het accent valt op het onderhoud van de 2 ambulances, de lijkauto en de 12 taxi’s — met louter vrouwen om zich heen.

Kort na haar huwelijk leerde de van een boerderij bij Dedemsvaart afkomstige en graag in het zakenleven overstappende mevrouw Steen chaufferen. Uitbreiding van dit enige ter plaatse bestaande ambulance- en ziekenvervoerbedrijf vroeg om haar medewerking. Naarmate het vervoer groeide, groeide het aantal eigen personeelsleden. Met andere woorden: Willy (24), Betsy (23) en Janny (21) Steen voegden zich als chauffeuses in het bedrijf zodra zij zich als 18-jarige een rijbewijs konden verwerven. De bijna 18-jarige Hermien zit al te springen dat voorbeeld te volgen: tot zo lang bedient zij voornamelijk het Caltex-station. (Intussen zet zij al wèl in de garage elke auto haarscherp neer waar ze hem hébben wil!) Lees verder Heel Ommen kent Garage- en Taxibedrijf Jan Steen

Gebouwtje in Ommen volgend jaar gereed

OMMEN — De herbouw van het Besthmener Tolhuis in Ommen vordert niet zo snel, dat het historische gebouwtje reeds voor de winter onder de kap komt. „Dat gebeurt zeker niet, en het zal ook nog wel ongeveer een jaar duren voordat de bouw volledig is voltooid” vertelde men gistermiddag bij gemeentewerken.

„Dat hoeft trouwens ook niet want in de eerste plaats is het werk bijzonder arbeidsintensief — het karwei moet bijzonder nauwgezet worden uitgevoerd en alle stenen moeten voor gebruik worden schoongebikt — maar bovendien wordt het werk uitgevoerd in GSW-verband. Aan een bepaalde tijdslimiet hoeven we ons dan niet te houden”.

LTS Dedemsvaart maakte speciale raamstijlen
Van alle kanten heeft men bij de herbouw medewerking gekregen. Leerlingen van de lagere technische school in Dedemsvaart bijvoorbeeld vervaardigden met grote precisie raamstijlen die voor het huisje gebruikt moesten worden. Het tolhuis — reeds vele eeuwen oud — moest enkele jaren geleden wijken voor de verbreding van de provinciale weg Ommen-Lettele. Het historische bouwwerk werd toen afgebroken en het materiaal werd toen voor- herbouw ter beschikking gesteld aan de Oudheidkamer die is gevestigd in de oude, gerestaureerde molen op Den Lagen Oordt. Pas dit jaar kon een gunstige regeling worden gevonden voor een voordelige herbouw van het tolhuis.

RUIMTENOOD
Het tolhuis zal, zodra het gereed is, worden gebruikt om de ruimtenood te lenigen, waarmee de Oudheidkamer reeds geruime tijd heeft te kampen. De Stichting, die het beheer over Ommens museum voert, krijgt regelmatig nieuwe schenkingen die soms van grote historische waarde zijn. Tot dusver wist men eigenlijk niet goed, waar de steeds groter wordende verzameling moest worden ondergebracht. De oplossing voor dit probleem zal nu echter niet lang meer op zich laten wachten. Er bestaan reeds plannen om in het gereconstrueerde tolhuis alle stenen en andere archeologische vondsten onder te brengen. Door de grote ruimte die men dan ter beschikking heeft is het mogelijk een aantrekkelijke en ook wetenschappelijk verantwoorde expositie in te richten. Voor de financiering van de herbouw en alle daarmee in verband staande kosten wil de Stichting Oudheidkamer Ommen een beroep doen op de vrijgevigheid van de Ommer bevolking.

Bron: Krantenknipsel – vrijdag 27 oktober 1967

Drenthe- vroeger en nu

Bij het turfgraven zijn al heel wat prehistorische vondsten gedaan, die ons een vrij duidelijk beeld en inzicht hebben gegeven van het doen en laten van de mensen, die hier een paar duizend jaar geleden hebben gewoond: van hun woningen, kleding en gereedschappen, van hun dodenbestel, ja zelfs van hun uiterlijk.

Dit gevoegd bij de toepassing van nieuwe onderzoekingsmethoden, maakt het archeologen mogelijk de absolute ouderdom van de vondsten te bepalen. De meeste van deze, werkelijk opzienbarende vondsten zijn in Denemarken gedaan, waarom we met het lijk van de Tollundman beginnen, dat het meest tot de verbeelding heeft gesproken.

Tollund is een klein plaatsje in het midden van Jutland, waar turf gravers in 1950 bij hun werk een veenlijk aantroffen. Ze ontblootten het halverwege en waarschuwden ondertussen de archeologische dienst. Het lijk werd daarna verder ontgraven. Het lag op zij in een gebulte houding, met opgetrokken knieën en gebogen armen. Het kwam geheel ongeschonden bloot. Het zure veenwater had alles bruin gekleurd, de kleur van getaande visnetten. In de 2000 jaar van ongestoorde rust, waren het hoofd en de zintuigen ook nog intact. De rust was nu echter verstoord. Het lijk werd opnieuw met vochtig veen bedekt en is met veen en al als een grote turf naar het nationaal museum vervoerd waar men onmiddellijk met de conservering begon. De man was bijna geheel naakt. Slechts een leren gordel om de lendenen, een kapje van zeven stukjes leer gemaakt op zijn hoofd en om zijn hals een leren riem als strop, waaraan hij was opgehangen, was zijn tenue, waarmee hij in de veenput was geworpen. Onder een twee meter dikke laag veen had hij nu 2000 jaar gerust. Lees verder Drenthe- vroeger en nu

Huize Olde Vechte

Op 6 januari 1950 brengen taxateurs een rapport uit omtrent de buitenplaats genaamd “de 0lde Vechte” bestaande uit herenhuis, park, tuin, grasland, bos en water benevens twee afzonderlijke woningen. Totale grootte 5.52.99. ha. Prijs ƒ 51.900,— aan de Zeesserweg, eigenaresse mevr. douarière J.C. Stoop-de Jonge (v/h Jhr. A. Stoop). Uiteindelijk wordt overeenstemming bereikt voor ƒ 60.000,—. De gemeente verbindt zich voor max. ƒ 4.500,— in de chauffeurswoning te verbouwen en mevr. Stoop is gerechtigd na restauratie de chauffeurswoning te betrekken tegen een huur van ƒ 10,— per week. Het terrein ligt geheel ingesloten door een oude Vechtarm. Overweging voor deze aankoop is geweest de slechte huisvesting ter sekretarie, nodige stallingsruimte brandweerauto, vestiging nieuwe gemeentehuis, aanleg zwembad, ijsbaan (oude Vechtarm).
Op 5 mei 1950 vindt de overdracht plaats (rb. 30-1-1950)
M.i.v. 1-5-1951 – 1-5-1953 wordt het huis “OldeVechte” beschikbaar gesteld voor Indische gerepatrieerden.
M.i.v. 6 april 1951 wordt de tuinmanswoning verhuurd aan mevr. Stoop (Zeesserweg 11 ).
M.i.v. 1-10-1953 tot 1-9-1958 wordt het buitenverblijf 0lde Vechte, m.u.v. de chauffeurswoning met erf en tuin, bewoond door mevr. douairière J.A. Stoop-de Jonge en enkele andere ongebouwde percelen, verhuurd aan J.A. van der Does, exploitant vakantiecentrum (Zeesserweg 12) (Vakantieoord 0lde Vechte).
Van 1 jan. 1959 tot 1 oktober 1966 aan J.F. Boddeus ook als vakantieoord.
Daarna verhuurd aan de Stichting Provinciaal Centrum voor Gereformeerd Jeugdwerk Overijssel per 1 okto. 1966. Voor het zwembad wordt 2.51.99 ha. onttrokken aan het buitenverblijf.

Wetenswaardigheden uit het archief: Landgoed Het Laar

“Wetenswaardigheden uit het archief” is een artikelreeks van OudOmmen waarbij steeds één actueel onderwerp wordt belicht aan de hand van een opsomming van historische informatie uit het archief van Jan Lucas. Het is een dynamisch artikel, het zal steeds worden bijgewerkt als er nieuwe historische informatie wordt verkregen.
 afb. OudOmmen.nl
Huize ‘t Laar omstreeks 1900

Welke wetenswaardigheden zijn er over Huize ‘t Laar bekend ? Wij hebben de volgende informatie (cursief = letterlijk) uit het verleden opgegraven:

  • 31-10-1932
    Op 31-10-1932 koopt de gem. Ommen ten overstaan van notaris M. Meppelink te Zwolle van Ph.D. Baron van Pallandt van Eerde te Ommen het landgoed het Laar.
  • 4-11-1938
    In de vergadering bos-cie 4-11-1938 deelt burg. mee dat Staatsbosbeheer goedkeuring heeft verleend aan het plan de oude vijver achter het huis Het Laar uit te baggeren. Lees verder Wetenswaardigheden uit het archief: Landgoed Het Laar

Beschrijving van het wapen in het perceel Brugstraat 3-4

In de topgevel van het huis, waarin beneden zijn gevestigd de winkels van slagerij Van Lohuizen en sportzaak Van Kesteren, aan de Brugstraat nrs. 3-4, bevindt zich een wapen, dat op het ene schild een kruis en op het andere schild drie vogels voorstelt.

 Beschrijving van het wapen in het perceel Brugstraat 3-4
Afbeelding: OudOmmen

De betekenis van dit wapen is nauw verbonden aan het bekende Ommer regentengeslacht Friesendorp. In 1654 woonde nl. „ter Nijerbrugge, marke Bestmen (schouwambt Ommen)” Jan Friesendorp, gekomen van Oldenzaal. Uit diens huwelijk met Geertjen Kalff werden drie zonen geboren: Jacob, Jan en Hendrik. Jacob werd burger van Zwolle (1663) en was de stamvader van de Zwolse tak van de Friesendorps. Jan vestigde zich te Deventer, waar hij de Deventer tak vormde, terwijl Hendrik in 1676 schepen en burgemeester van Ommen werd en dus de eerste van de Ommer Friesendorps werd. Zijn zoon Jan, geboren in 1683 was schoolmeester, koster, voorzanger, secretaris, gemeenteontvanger en burgemeester van Ommen en bezat hier een bierbrouwerij.

Hij was de bekende Friesendorp, die zo ontzettend veel voor de stad gedaan heeft. Een andere zoon, Gerrit, gedoopt in 1749 was koopman, importeur van wol, gemeensman, schepen en burgemeester van Ommen. Uit diens huwelijk met Berendina Stijgh werd o.a. geboren Egbert Friesendorp (1718), commies ter recherche der convooien en licenten, later koopman, importeur van wol,
schepen en burgemeester van Ommen (1748-1784). Hij was getrouwd met Anna Lucretia Walraven, dochter van Derk Walraven en Arnoldina Adriana Westenberg. Zij hebben gewoond in het bovenbedoelde huis aan de Brugstraat. Egbert Friesendorp is door vererving in het bezit van dat huis gekomen. Krachtens diens testament van 5 december 1760 erft zijn weduwe wederom van hem: „Het huis en cum annexe grond, door haar, weduwe, selfs bewoond en gebruikt wordende, in de Bruggenstrate”. Vroeger was het bij vele vooraanstaande families de gewoonte dat men hun wapen in de gevel van het door hen bewoonde huis liet aanbrengen. Ook dit echtpaar plaatste beider wapens, een z.g. alliantiewapen, op de topgevel.

Het wapen der Friesendorps was: In rood een verkort, zilveren, krukkenkruis. Helmteken: een zilveren vlucht. Dekkleden: zilver en rood. Dat van de Walravens: In zilver 3 zwarte raven. Helm teken: een vlucht. De Deventer tak (van Jan Friesendorp hiervoren genoemd) voerde een afwijkend wapen: in rood een verkort zilveren kruis. De wapens van alle andere Friesendorps vertoonden een krukkenkruis.

Nu is het merkwaardige, dat ook het wapen op de gevel in de Brugstraat, naast dat van de Walravens, een gewoon kruis vertoont. Lange tijd heeft men dat niet kunnen zien, want in de Franse tijd, toen men de leuze Vrijheid Gelijkheid en Broederschap aanhief, werden alle wapens afgehakt. In 1939 restaureerde bakker Stevens dit huis. Ook de wapens werden hersteld en daar bij de herstelling het „Armorial General” van Rietstap werd geraadpleegd, die de familie Friesendorp vermeldt als te Deventer gevestigd, komt de gedachte op, dat de restauratie niet juist is geweest. Hiermede doen wij echter tekort aan de oud-burgemeester Nering Bögel, door wiens zorg deze herstelling door de beeldhouwer Titus Leeser geheel belangeloos heeft plaats gevonden. De burgemeester heeft er zich persoonlijk van overtuigd, dat in deze gevel inderdaad geen krukkenkruis is aangebracht geweest.

Wonderlijk is dit echter ook weer niet, wanneer wij in aanmerking nemen, dat in die tijd in veel gevallen niet de nodige zorg aan het wapenbeeld werd besteed. En zo zal ook wel bij de opdracht tot het maken van het alliantie-wapen van het echtpaar Friesendorp-Walraven de nadruk op een kruis zijn gelegd en niet speciaal op een krukkenkruis. Verder vertoont het wapenbeeld twee ovale wapens, hetgeen feitelijk wil zeggen, dat wij hier te doen hebben met wapens van vrouwen. Het eerste wapen is echter van een man en had een schildvorm moeten hebben. De maker heeft hieraan niet de hand gehouden, misschien uit een oogpunt van symmetrie. Het wapenbeeld is gehouwen uit Bentheimer zandsteen en wordt geflankeerd door twee massale sierstukken.

Ommen, december 1964. G. Steen.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-157+158

Was afbeelding in strijd met fatsoensnormen ? – Stadsmaagd verdween uit Ommer Wapen

Op vele souvenirs van Ommen staat in het stadswapen nog altijd de maagd afgebeeld, die met iedere hand een schild omklemt. Een zijde van haar kleed is enigszins omhoog getrokken, zodat een gedeelte van haar been zichtbaar is.

map13-123-b.jpgVelen zal het ongetwijfeld ontgaan zijn, dat deze dame sinds 1928 uit het officiële wapen verdwenen is. Wie was deze maagd en waarom werd haar beeltenis verwijderd? Het oorspronkelijke wapen dateert uit de 13e eeuw en is overgenomen van ’n bisschoppelijk zegel. Een afdruk hiervan is op het gemeentehuis. Het stelt voor de Heilige Birgida, een Ierse, niet te verwarren met de H. Birgitta, een Zweedse prinses. Birgida is tevens de patrones van de RK parochie te Ommen, al luidt haar naam daar Birgitta. Bij de her-oprichting dezer parochie in 1861 is waarschijnlijk de naam verkeerd overgenomen. In ieder geval wordt hier Birgida bedoeld, want de Ieren hebben veel bijgedragen tot de kerstening van Twente en Salland. Het arbeidsveld van Birgida, was Ommen. Zij moet ook grote aandacht hebben besteed aan de veestapel.

De heraldiek (wapenkunde) was in vroeger eeuwen hoog ontwikkeld, maar in de 18e en 19e eeuw komt de decadentie, zodat de beeltenis van Birgida op het wapen allesbehalve fraai te noemen is. In 1920 richtte de toenmalige burgemeester C.E.W. Nering Bögel zich tot de Hoge Raad van Adel, met het verzoek het wapen dermate te mogen veranderen, dat het meer aan de eisen des tijds zou beantwoorden. Genoemde raad keurde het wapen echter af. De afbeelding van Birgida achtte men in strijd met haar heiligheid en bovendien onverenigbaar met de wapenkunde. Zo verdween de maagd als wapendraagster. De twee schilden werden tot een gedeeld schild samengebracht. De linkerzijde stelt de Nederlandse leeuw voor en de rechterzijde de adelaar van Deventer. Desondanks houden vele Ommenaren nog aan het oude wapen vast, zij willen blijkbaar de stedemaagd niet missen.

Bron: Archief Jan Lucas – 3 september 1963 – Map13-123