Nieuw project voor basisscholen in Ommen: Oorlog dichtbij

OMMEN – “Oorlog dichtbij” is een nieuw project voor basisscholen in Ommen.

  Aan de hand van materiaal in het museum vertelde museummedewerker Kees Wolfert ook zijn eigen oorlogservaringen als kind.
Foto’s: Harry Woertink

Een deel van de lessen over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog speelt zich af in het Ommer Streekmuseum. Aan de hand van materiaal in het museum vertelde museummedewerker Kees Wolfert maandagmiddag 31 maart 2014 ook zijn eigen oorlogservaringen als kind. Het leverde hem een aandachtig gehoor op bij de kinderen van groep 6 van de school De Kardoen. Het was tevens de aftrap van het oorlogsproject. De scholieren werd verteld over het verzet in de Ommer buurtschap Stegeren dat als droppingsveld werd gebruikt door de Engelsen.

In het museum hangt een parachute uit de oorlog waarvan een wit zijden trouwjurk is gemaakt. Veel indruk maakte ook de geschiedenis over het Duitse gevangenkamp Erika dat tijdens de WO 2 op de Besthmenerberg was gevestigd. Vier weken lang gaan de kinderen van groep vijf tot en met acht met het thema aan het werk. Het is de bedoeling dat volgend schooljaar een groot aantal basisscholen in Ommen zal volgen. Streekmuseum Ommen en Bibliotheek Ommen zijn participanten in dit project dat met landelijke en provinciale subsidie tot stand is gekomen.

Bron: Harry Woertink – 31 maart 2014

79 Op zoek naar … afbeelding(foto) van spookhuis aan de Hammerweg.

Hallo Ik ben op zoek naar een afbeelding(foto)van een huis aan de Hammerweg.
V.a Den Ham De Hammerweg(N341)richting Ommen,stond zo,n 500 mtr links voorbij de Kasteellaan t.o parkeerplaats een huis.Wij noemden het,het spookhuis.
De open plek met aan de randen rododendrons herinnerd hier nog aan.
Mischien afgebrand?

Welmoed Lucas-Ekkel — 31 maart 2014 @ 8:55 pm

Museumweekend in Palthehof

voorkantpalthehofb6.jpgDe kop is er af voor museum Palthehof.

Afgelopen vrijdag is het seizoen met de tentoonstelling “Bij de tijd” gestart. De reacties van de eerste bezoekers vrijdag en zaterdag waren zonder uitzondering positief: verrassend, leuk opgezet, veel variatie, leuk die thema’s, etc.

Komend weekend tijdens het museumweekend is het museum op zondag extra geopend. Evenals zaterdag kunnen de bezoekers op 5 en 6 april voor een gereduceerde prijs een bezoek brengen aan museum Palthehof. De openingstijden zijn van 13.30 tot 17 uur. Dit zijn ook de tijden op elke woensdag tot en met zaterdag tot eind oktober.
Bron: “Ni’jluusn van vrogger” / Museum Palthehof – 29 maart 2014

Cultuur-educatief Project ‘Oorlog dicht bij huis’ van start in Ommen

Maandag 31 maart is de kick-off van het project ‘Oorlog dicht bij huis’ dat in het kader van cultuureducatie met kwaliteit voor de scholen in de gemeente Ommen is gemaakt.

 Een foto van verzetsstrijder Jan Hendrik Seigers, als jongeman in WOII en op latere leeftijd.
Foto: OudOmmen

Een al onder dezelfde naam bestaand project is door Bureau Tetem uit Enschede verder uitgewerkt en verdiept tot een doorgaande leerlijn voor de bovenbouw van de basisschool. Pilotschool CBS De Kardoen gaat als eerste van start met het lessenpakket dat speciaal voor Ommen is geschreven. Vier weken lang gaan de kinderen van groep vijf tot en met acht met het thema aan het werk. Het is de bedoeling dat volgend schooljaar een groot aantal basisscholen in Ommen zal volgen. Streekmuseum Ommen en Bibliotheek Ommen zijn participanten in dit project dat met landelijke en provinciale subsidie tot stand is gekomen.

Erfgoed
Doel van het project ‘Oorlog dicht bij huis’ is om het onderwerp erfgoed en het thema oorlog dichterbij de belevingswereld van kinderen te brengen door hen de lesinhoud te laten ervaren en beleven door middel van thematisch werken met verschillende disciplines van kunstzinnige oriëntatie. Zo gaan de kinderen van groep zes informatie vergaren over verzetsrijders in Ommen om vervolgens aan de hand van een familiepaspoort van de desbetreffende persoon een familieportret te maken. Voor groep zeven staat Kamp Erica centraal. Aan de hand van verhalen van overlevenden, afbeeldingen en voorwerpen maken zij een maquette van dit interneringskamp. Het project wordt aangevuld met algemene informatie over WOII waardoor de leerlingen in Ommen de historische gebeurtenissen in hun stad in een groter geheel kunnen plaatsen.

Kees Wolfert
In het Streekmuseum Ommen zal museummedewerker Kees Wolfert samen met de leerlingen van groep zes van De Kardoen de aftrap verrichten. Kees Wolfert was in de Tweede Wereldoorlog van dezelfde leeftijd als de leerlingen van groep zes nu. Met hen wil hij zijn ervaringen delen, vertellen over de oorlogsjaren. Ondanks de spanning die de oorlog meebracht de mooiste tijd van zijn leven. De aftrap vindt maandag 31 maart om 14.30 uur plaats in het Streekmuseum, Den Oordt 7 in Ommen.

Bron: Bibliotheek Ommen – 27 maart 2014

Industrieel Erfgoed, de kalkovens in Dedemsvaart

In de omgeving van Dedemsvaart werd vroeger veel turf gewonnen. De turf werd naar het westen van het land verscheept, via de Dedemsvaart naar Hasselt en over de Zuiderzee naar Enkhuizen en verder.

 Een schelpkalkoven is een oven in een kegelvormige toren, met een hoogte variërend van 15 tot 20 meter en een doorsnede aan de basis van meestal 5 tot 7 meter. Schelpkalkovens werden gebruikt voor de fabricage van metselkalk uit strandschelpen. Schelpkalkovens zijn doorgaans te vinden aan het water en staan vaak in groepjes. Tegenwoordig fungeert de kalkoven in Dedemsvaart als streekmuseum.
Foto: Bert van Os.

De turf werd in het westen afgeleverd bij een schelpkalkbranderij. Vervolgens werden aldaar schelpen gekocht (gewonnen) die dan weer als retourlading naar Dedemsvaart en Hasselt werden verscheept, zodat ook daar schelpkalk gebrand kon worden. De kalkovens in Dedemsvaart zijn een mooi voorbeeld van gerestaureerd Industrieel erfgoed.

Industrieel erfgoed in Nederland
De term “Industrieel Erfgoed” is vrij jong en werd vroeger “Industriële Archeologie” genoemd. Industriële archeologie is het registreren, in bepaalde gevallen behouden en het interpreteren van terreinen en structuren van voegindustriële activiteiten, vooral de monumenten van de industriële revolutie. In Nederland is deze term ook gebruikt, maar daarnaast kwam ook de term “monumenten van bedrijf en techniek” in zwang. Hierbij lag het zwaartepunt op het onroerend goed. Tegenwoordig is de gebruikelijke term: Industrieel Erfgoed”, waarmee zowel het onroerend (gebouwen) als het roerend erfgoed (machines e.d.) wordt aangeduid. In vergelijking tot de ons omringende landen is Nederland vrij laat gaan industrialiseren.

Normen en criteria
Een van de meest knellende vragen is op grond van welke normen en criteria een gefundeerde beslissing over het behoud van een monument in de zin van industrieel erfgoed kan worden genomen. Los van de officiële formulering van het begrip monument zal in het denken over monumenten de traditionele koppeling aan iets dat mooi is, iets dat schoonheid uitstraalt, gerelativeerd moeten worden. De oorspronkelijke notie van het begrip monument, n.l. “gedenkteken” verschaft hiertoe de aanknopingspunten: voor een object, waaraan een waarde als gedenkteken wordt toegekend, is het minder relevant of het mooi is: een gedenkteken aan een donkere bladzijde uit de geschiedenis (sociaal-economisch, architectonisch) kan zelfs naar gangbare opvattingen uiterst lelijk worden bevonden zonder iets aan de waarde als monument te verliezen. Lees verder Industrieel Erfgoed, de kalkovens in Dedemsvaart

Kasteel Rechteren en de zorg voor monumenten

Bepalend voor de monumentenzorg in Nederland was Victor de Stuers die gezien wordt als de oprichter van de monumentenzorg in Nederland. Door de architecten Alberdingk Thijm en Cuypers is een aanzet gegeven tot een eigentijdse architectuur voor historische bouwwerken.

 Het huis Rechteren aan de Vecht bij Dalfsen omstreeks 1755, De dominante verdedigingstoren stamt uit de13 e of 14 e eeuw. De middenpartij is 17e eeuw. De heren van Rechteren waren erfmarkerechters in de marke Dalmsholte, dienden als officieren in de Tachtigjarige Oorlog, vochten in de latere stadhouderlijke legers en waren afgevaardigden van Overijssel in de Staten-Generaal. Het thans nog fraaie, goed bewaarde kasteel staat aan de weg Ommen-Vilsteren (Jansma et al. 1990).
Afb.: Willem Bemboom

Nederland is hiermee in tegenstelling met het buitenland vrij laat begonnen. De Stuers heeft op het gebied van de monumentenzorg, museumbeheer en archiefbeheer de basis gelegd voor het bouwkundig en stedenbouwkundig erfgoed in Nederland. Victor de Stuers en Cuypers waren de vertegenwoordigers van het 19e eeuwse historisme.

Monumentenzorg is al ruim een eeuw onderwerp van overheidsbemoeienis. Ondanks de toegenomen interesse onder brede lagen van de bevolking, is monumentenzorg maatschappelijk een randverschijnsel gebleven, als bijvoorbeeld wordt afgegaan op de relatief geringe bedragen die de overheid beschikbaar stelt. Hiervoor zijn vele verklaringen te geven. Een van de oorzaken is, dat monumentenzorg te lang gericht is op materiële restanten van de maatschappelijke bovenbouw: de grote monumenten van geschiedenis en kunst, de kerken en de kastelen, raadhuizen, gegoede woonhuizen. Lange tijd vormden molens en wat later op beperkte schaal de boerderijen bijna de enige categorieën monumenten van de werkende mens. Hierdoor is een onvolledige en vertekende beeldvorming over het verleden ontstaan. Het overgrote deel van de bevolking, dat de maatschappelijke onderbouw vormt, heeft zich weinig met de doeleinden van monumentenzorg kunnen identificeren, omdat objecten van monumenten voor hen geen levend onderdeel van het dagelijks leven vormen of gevormd hebben. In Nederland is in de laatste decennia sprake van een toenemende interesse voor al die fysieke objecten, die op uiteenlopende wijze een monument vormen van leefwijzen, productiestelsels, opslag -, transport – en distributiewijzen uit het verre of nabije verleden. In het buitenland is de interesse voor deze monumenten al zover ontwikkeld, dat voor de aanduiding van dit terrein al lange tijd de term ‘industriële archeologie” wordt gebruikt, een term die ook in Nederland de laatste jaren opgang doet (Nijhof 1978). Lees verder Kasteel Rechteren en de zorg voor monumenten

Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 2

Kamp ‘Laarbrug’, genoemd naar de brug met dezelfde naam over rivier de Regge, gelegen tussen het Laarbos en Vilsteren, is in 1942 uit de grond gestampt als werkkamp om in de oorlogsjaren onderdak te bieden aan een afdeling van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD).

 In 1951 veranderde de naam kamp Laarbrug in woonoord Laarbrug om tot 1966 Zuid Molukkers ‘tijdelijk’ te huisvesten.
Foto: Harry Woertink

Van kamp tot camping
Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog was Laarbrug vijf maanden een interneringskamp. Daarna heeft het ruim een jaar dienst gedaan als sportschool voor militairen. In 1949 bood Laarbrug tijdelijke woonruimte aan dakloze gezinnen. In 1951 veranderde de naam kamp Laarbrug in woonoord Laarbrug om tot 1966 Zuid Molukkers ‘tijdelijk’ te huisvesten. Na hun vertrek kwam Laarbrug leeg te staan. De houten barakken werden verkocht aan Ommenaar A. Vos, die ook het opstalrecht verkreeg. De eigendom van de ondergrond bleef bij Landgoed Vilsteren. Op 23 juni 1969 werd een planologische bestemmingsplanwijziging doorgevoerd: van kamp tot camping. Het terrein met de opstallen werd toen als camping verhuurd, tot dat Henk Langezaal zich aandiende en op 10 oktober 1969 eigenaar werd van de opstallen om samen met zijn vrouw en kinderen camping Laarbrug te beginnen.

NAD-kamp
In 1930 had Nederland ongeveer 100.000 werklozen en in de jaren daarna vervijfvoudigde dit aantal. De Nederlandse regering startte met werkverschaffingsprojecten. Voor de oorlog kwamen er op diverse plaatsen, vooral het noordoosten van ons land, speciale werkkampen. Deze kampen werden opgericht om mannen zonder werk, die veelal uit het westen van het land kwamen toch aan werk te kunnen helpen. Deze kampen werden Rijkswerkkampen genoemd. Ook in Ommen was nuttig werk te doen. Er waren rondom Ommen genoeg heidevelden die ontgonnen moesten worden tot landbouwgronden. De gemeente Ommen maakte dankbaar gebruik van de door de overheid gesubsidieerde werkverschaffingsprojecten. Op de hoek van de Balkerweg/Emslandweg stond tussen 1938 en 1942 het Rijkwerkkamp Alteveer. Werklozen plantten hier nieuwe bossen aan en legden wegen aan. Gelijksoortige werkkampen kwamen er in Arriën, Eerde en Junne. Lees verder Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 2

Wethouder Scheele opent Taalpunt Ommen

Op donderdag 27 maart opent wethouder Scheele in de Bibliotheek aan de Chevalleraustraat het Taalpunt Ommen.

Samen met Aart Kleijer van de Stichting Lezen & Schrijven en bibliotheekdirecteur Frederique Westera opent hij deze unieke plek in Ommen waar iedereen die de Nederlandse taal beter wil gaan beheersen terecht kan. Een plek voor mensen die beter willen leren lezen of schrijven en voor anderstaligen. Het Taalpunt is een initiatief van de Stichting Lezen & Schrijven en de Bibliotheek Ommen en maakt onderdeel uit van de gemeentelijke aanpak in de bestrijding van laaggeletterdheid.

Taalcoördinator
Een professionele taalcoördinator en enthousiaste vrijwilligers staan vanaf donderdag klaar om de bezoekers van het Taalpunt uit te leggen welke materialen aanwezig zijn en bieden de nodige begeleiding. Het Taalpunt geeft een goed overzicht van al het taalaanbod in de gemeente zodat voor iedereen een passende oplossing kan worden gevonden. Jannet Enoch is de taalcoördinator in Ommen, zij is elke donderdagmiddag en om de week op woensdagavond aanwezig in het Ommer Taalpunt.

Vraag en aanbod
Het Taalpunt wordt de plek waar vraag en aanbod op het gebied van laaggeletterdheid worden samengebracht. Naast advies vanuit het Taalpunt biedt de Bibliotheek in dit kader ook een collectie boeken en andere materialen aan. Iedereen kan daar tijdens de openingsuren in de Bibliotheek gebruik van maken, lenen kan alleen met een geldig bibliotheekabonnement. De opening vindt plaats om 9.30 uur en is voor iedereen toegankelijk.
Bron: Bibliotheek Ommen – 21 maart 2014

“Bij de tijd” in museum Palthehof

Vrijdag 28 maart opent museum Palthehof in Nieuwleusen weer de deuren voor het publiek. De thematentoonstelling van dit seizoen heeft als titel “Bij de tijd”.

 Uurwerken en andere tijdaanduidingen, 28 maart tot en met 25 oktober 2014.
Afb.: “Ni’jluusn van vrogger” / Museum Palthehof

Te zien zijn allerlei soorten kleine en grotere uurwerken en andere tijdsaanduidingen. Tevens zijn er enkele opstellingen gemaakt die met het thema tijd te maken hebben. Het materiaal is op de inbrengochtend op oudejaarsdag bijeengebracht door inwoners van Nieuwleusen en omgeving. Afgelopen periode is gebruikt om er een aantrekkelijke tentoonstelling van te maken.

Het ingebrachte materiaal is zeer verschillend en varieert van horloges en klokken tot kalenders en agenda’s. Bijzonder is een aantal agenda’s uit de twintiger jaren van burgemeester Backx. Deze liggen op een bepaalde bladzijde open geslagen zodat men kan zien hoe druk de burgemeester toen met sommige zaken was. Ook zijn er enkele bijzondere klokken zoals bijvoorbeeld een schakelklok, een stempelklok, een biljartklok en een tijdmachine te zien. Niet alle uurwerken lopen, maar sommige tikken de tijd rustig voort met het tiktak tiktak, zonder dat dit als storend wordt ervaren.

De tentoonstelling is geopend vanaf 28 maart tot en met 25 oktober op woensdag tot en met zaterdag van 13.30 tot 17.00 uur. Op Paasmaandag en Pinkstermaandag is het museum extra geopend op dezelfde tijden, evenals op zondag 6 april tijdens het museumweekend.
Bron: “Ni’jluusn van vrogger” / Museum Palthehof – 20 maart 2014

Sporen van vroege bewoning in Ommen – Tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven (vroege bronstijd ca. 2000 – 1800 voor Chr.)

Op diverse plaatsen in Ommen zijn sporen van vroege bewoning gevonden. De aanwezigheid van prehistorische bewoners is in Stegeren nog in het landschap zichtbaar in de vorm van tientallen grafheuvels.

 Op de voorgrond het Tumuliveld “Calsum” in Hoogegraven.
Foto: Willem Bemboom

Deze grafheuvels dateren uit de late steentijd tot en met de ijzertijd. Ook zijn hier enkele grafcomplexen uit de Romeinse tijd gevonden. Het grootste terrein met minimaal 36 heuvels uit de ijzertijd staat in de volksmond bekend als Calsum, wat “dodenheem” betekent. Opmerkelijk genoeg zijn de oudste grafheuvels het grootst. Aanvankelijk werden de doden onder deze heuvels begraven (inhumaties). Later werden ze gecremeerd en in urnen bijgezet in grafvelden met veel kleinere heuveltjes en greppeltjes rondom, de zogenaamde urnenvelden. Het beeld is een beetje vertekend door plaggendekken. De grafheuvelgroep (tumuliveld) ligt op een van de vele zandlopervormige dekzandruggen langs het dal ven de Overijsselse Vecht (Stegerenseveld/Junner Koeland).

De heuvels behoren voor het grootste gedeelte tot de zgn. brandheuvels, welke dateren uit de late bronstijd. Zij bezitten geen kringgreppel; mobiele vondsten (artefacten) zijn praktisch niet aangetroffen. Het grafveld bestaat overwegend uit lage grafheuvels opgebouwd uit plaggen, die brandstapel- en crematieresten overdekken. In Duitsland komen ze ook voor de zgn. Scheiterhaufenhügel (brandstapelresten, in de vorm van grote hoeveelheden houtskool op het oude maaiveld). Hiertussen bevinden zich crematieresten. De grafheuvels vallen onder de Niederreinische Grabhügelkultur (late bronstijd/vroege ijzertijd).

De eerste grafheuvel in het Stegerenseveld is in 1929 opgegraven door F.C. Bursch van het Rijksmuseum van Oudheden (RMO) te Leiden (de eerste opgraving in Salland). Een jaar later onderzocht Prof. Dr. Van Giffen van het Biologisch-Archeologisch Instituut (BAI) te Groningen op nog geen kilometer afstand van de onderzoekslocatie van Bursch de grote grafheuvelgroep in het Stegerenseveld/ Junner Koeland. De gegevens van zijn opgraving zijn niet gepubliceerd. De plek wordt Hoogengraven – Calsum genoemd. Van Giffen had een contactpersoon in Ommen en dat was W. Veldsink, hoofd van de Christelijke landbouwschool. Veldsink was naast leraar een verwoed amateurarcheoloog. Lees verder Sporen van vroege bewoning in Ommen – Tumuliveld met brandheuvels in Hoogengraven (vroege bronstijd ca. 2000 – 1800 voor Chr.)