Categorie archief: Informatiebronnen

Herberg De Hongerige Wolf, een van oudsher bekende pleisterplaats aan de Hessenweg

De Hongerige Wolf is al vele eeuwenlang een bekend punt tussen Ommen en Hardenberg. Vroeger een boerderij met een herberg.

 Herberg De Hongerige Wolf ca. 1950.

Zie ook het album “Restaurant De Hongerige Wolf

De Hongerige Wolf is een van oudsher bekende pleisterplaats aan de vroegere Hessenweg, de vroegere zeer belangrijke verbinding naar Duitsland. Het is door de eeuwen heen een boerderij geweest waarvan de eigenaar een vergunning voor het onderbrengen en verzorgen van gasten bezat; een herberg en plaats waar paarden op hun lange reis werden verzorgd of verwisseld. Naast de boerderij stond een schuur met “doorrit” waar paard en wagen van doortrekkende reizigers konden worden gestald. De laatste bewoner van de herberg was Egbert Stoevelaar, die in 1966 het pand verkocht aan Jurjen Pool. Toen kwam er een café-restaurant dat in 1976 afbrandde, maar De Hongerige Wolf kwam terug.

Naam
De eeuwenoude herberg De Hongerige Wolf dankt zijn naam aan een aardige middeleeuwse love-story, die zich hier moet hebben afgespeeld. Ene Jonker Rudolf zou – door stom toeval – op het laatste moment zijn geliefde Jonkvrouw Ida uit de klauwen van een hongerige wolf hebben kunnen bevrijden. Het was een gebeurtenis waar de hele streek vol van was en zo valt het te begrijpen, dat niet zo lang na de mislukte aanval van het ondier dicht bij de bewuste plek een herberg werd gebouwd, die de toepasselijke naam “De Hongerige Wolf” kreeg.

Egbert Stoevelaar
In 1958 was nog sprake van oude wat vervallen behuizing met naast de deur een vaag beschilderd houten bord, waarop met wat goede wil een vervaarlijke wolf in het woud is te onderscheiden en duidelijker daaronder: “Hongerige Wolf. Zwak alcoholische dranken. E. Stoevelaar”. De op het bord genoemde Egbert Stoevelaar was toen 79 jaar en hij woonde, evenals zijn zoon, in een noodwoning terzijde van de oude herberg annex boerderij. De zaak was natuurlijk toen dat De Hongerige Wolf een paar jaar eerder zulke kwalijke ouderdomsverschijnselen vertoonde, dat er een bordje “onbewoonbaar verklaarde woning” voor de ramen kwam te hangen. Dat hield niet zozeer direct verband met de scheuren en de verzakkingen dan wel met het nogal zeldzame feit, dat uit de eeuwenoude muren en het hout miljoenen insectjes gekropen kwamen. Lees verder Herberg De Hongerige Wolf, een van oudsher bekende pleisterplaats aan de Hessenweg

Varsen zonder stress

Wie zich in Varsen bevindt heeft weinig last van stress.

Roodbruine Vechtdal runderen grazen in de graslanden van het natuurgebied langs de Vecht.

Opvallende borden
Althans dat beloven de borden aan de rand van ‘Erve Vechtdal – Koesafari’ aan de Larinkmars. “Stress Vrije Zone” zo luidt het opschrift van de opvallende borden die de route aangeven naar de locatie, gelegen dicht aan de Vecht en ontsloten door een fietspad over de Larinkmars. Er zijn meer opvallende (verkeers)borden die Varsen sieren: “Let op! Er kan nog een koe aankomen”.
Deze borden verwijzen eveneens naar de locatie van de Erve Vechtdal Koesafari, waar kuddes Roodbruine Vechtdal runderen grazen in de graslanden van het natuurgebied aan de Vecht en koeien soms het fietspad oversteken.

Marke Varsen
De buurtschap Varsen was eerder een van de veertien boerenmarken in de gemeente Ommen. Gelegen aan de Vecht waren de gronden vanwege het diverse keren overstromen van de Vecht goed bemest. De oorspronkelijke bewoners beoefenden de landbouw. Er werd gejaagd op wild en er werd vis gevangen in de Vecht. Als esdorp werden de hoger gelegen gronden gebruikt als akkerland voor onder andere rogge. Op de lager gelegen ‘marsen’ de wei en hooilanden, graasden de koeien.

Onbegaanbaar
De Vecht is niet altijd de rustig door het landschap slingerde rivier geweest die hij nu is. Vroeger was het een wilde rivier die de gebieden aan de Vecht regelmatig deed overstromen. Gevolg was dat kinderen uit Varsen dikwijls de school in Ommen niet konden bereiken, doordat de weg door overstroming van de Vecht onbegaanbaar was gewonden. Om de kinderen toch naar school te kunnen laten gaan, bouwden de boeren in 1779 stiekem hun eigen school op de brink. Voor de bouw van deze school is pas achteraf toestemming gevraagd. De school heeft zeker 60 jaar gestaan, maar is lang verdwenen.

Schippersherberg
Het overstromen van de Vecht maakte het leven in Varsen er niet gemakkelijker op. Waar de Vecht en Regge samenkomen stond eerder de boerderij met de bewoners Asse Geerts en Clasien Roelofs. De boerderij had twee namen: “Den Stramp” of “Dunnewind”. Over de strook (Stramp) waaide vaak een sliertige of dunne wind. Omdat de boerderij dicht bij de Vecht was gelegen werd deze boerderij vroeger ook gebruikt als een soort herberg voor de schippers. Door overstromingen van de Vecht kwamen vele bunders lage grond steeds onder water te staan en was de erve Dunnewind helemaal geïsoleerd.

Toen bleek dat Bentheimer zandsteen een regionale en zelfs landelijke betekening kreeg, ging de Vecht een belangrijke rol spelen als transportader. Tien eeuwen lang (900 – 1900) werd Bentheimer zandsteen vanuit graafschap Bentheim over de Vecht vervoerd. Onder andere de bloei van de Vecht zorgde voor de opkomst van de nodige schippersherbergen. Door het drukke scheepvaartverkeer vestigden zich om de 3 – 5 kilometer enkele boeren op een hoog plekje aan de Vecht, waar dan tevens een schippersherberg kwam. Veel boeren verdienden op deze wijze een aardig centje bij.

Klik op deze link voor de geschiedenis van Erve Vechtdal Koesafari

Tekst/foto’s: Harry Woertink

Erve Dunnewind van schipperslogement naar Vechtdal Koesafari

In Varsen is Erve Vechtdal Koesafari een toeristisch trekpleister. Het is een onderneming van Simone Koggel en haar zoon Rik Jansen die aan de Larinkmars 4 en 5 sinds 1 juli 2020 een prachtige accommodatie hebben geopend.

 Op Koesafari met Simone Koggel op de trekker.

Zie voor meer foto’s het album “Erve Dunnewind”.

Eerder waren zij actief in Arriën maar verhuisden in 2020 met de zestig koeien naar Varsen. Het team van Simone en Rik Jansen doen hier ‘loeigoed’ hun best doen om een bloeiend bedrijf te runnen. De Koesafari is in handen van Simone. Zij gaat rijdend met een de oude trekker met erachter gekoppeld een wagen met zitplaatsen op zoek naar de kudde Roodbruine Vechtdal runderen die ergers op het ruim zes hectare grote natuurgebied aan de Vecht bevinden. Rik is verantwoordelijk voor de daghoreca. Er worden lunches geserveerd met eigen vlees en andere regionale producten. Koffie met ‘koeienvlaai’ en in de winter ‘Koelash’.

Geschiedenis erve Dunnewind
Erve Dunnewind aan de Larinkmars 4 in Varsen is gelegen op een rivierduin, daar waar de rivieren de Vecht en de Regge bij elkaar komen. Van oudsher was er op deze plek een schipperslogement gevestigd voor de schippers op de beide rivieren. Voordat de Vecht in 1900 van een groot aantal bochten werd ontdaan lag erve Dunnewind ten zuiden van de Vecht. Een grote meander van de Vecht werd afgesneden waardoor het instroompunt van de Regge bijna 1000 meter in oostelijke richting kwam te liggen. In 1694 werd de boerderij bewoond door Asse Geerts en Clasien Roelofs. De laatste boer op erve Dunnewind tot 2002 was Eddy Timmerman, die naast zijn melkveebedrijf ook een boerencamping bestierde.

Op erve Dunnewind hebben sinds 1694 zo’n tien generaties geboerd. De bewoners waren zoals de meeste boeren geen eigenaar, maar pachten hun boerderij of keuterplaats. In de meeste gevallen waren de eigenaren adellijke heren of rijke burgers uit de stad, zo ook bij de Dunnewind. Gelegen op duinzand en de natte marsgronden waren het de bewoners en schippers die de naam Dunnewind aan dit gebied hebben gegeven. De betekenis van het eerste deel van de naam (Dunne) zal te maken hebben met de duin. De oevers van de Vecht zijn op verschillende plekken voorzien van rivierduinen. Lees verder Erve Dunnewind van schipperslogement naar Vechtdal Koesafari

Gedenkmonument kamp Eerde

Onder grote belangstelling en met Molukse muziek werd op zaterdagmiddag 12 september 2015 het gedenkmonument onthuld op het voormalig kamp Eerde.

Vreugdedans om het monument door Molukse vrouwen.

Klik op deze link voor meer foto’s onthulling monument kamp Eerde

Symbool
Het monument bestaat uit de voet van een oude vlaggenmast die jarenlang midden in het kamp heeft gestaan. De vlaggenmast stond symbool voor de gedisciplineerde wereld op het kamp. Nu is het een blijvende herinnering aan woelige jaren. De tekst van de staander geeft veel weer: “De herinnering is het enige paradijs waaruit we niet verdreven kunnen worden”.

KNIL
Van 1951 tot 1961 verbleven de KNIL-militairen op kamp Eerde (op Landgoed Eerde tussen Ommen en Den Ham) omdat ze niet meer veilig waren op de Molukken. Ze werden gezien als landverraders doordat ze samenwerkten met de Nederlanders, de bezetter van de kolonie. In eerste instantie zou het om tijdelijke opvang gaan, maar uiteindelijk hebben de KNIL-militairen met hun gezinnen er 10 jaar gewoond. Natuurmonumenten heeft samen met de Molukse oud-bewoners van Kamp Eerde ervoor gezorgd dat op het voormalig kamp een plek van bezinning is gekomen die tevens herinnert aan de periode dat de Molukse militairen die hebben gediend in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) er met hun gezinnen moesten verblijven in de jaren ’50. In de dertiger jaren is kamp Eerde opgezet als werkkamp. De Duitsers hebben het in de Tweede Oorlog (40-45) in gebruik gehad en als laatste bood het kamp onderdak aan de leerlingen van de Internationale school Eerde.

Lees verder Gedenkmonument kamp Eerde

Kamp Eerde hielp jongeren aan werk

In de dertiger jaren snakte iedereen naar werk, maar werk was moeilijk te vinden. Kamp Eerde hielp in de crisisjaren jongeren aan werk.

Ommen, Rijkskamp ‘Eerde’
Klik op deze link voor meer foto’s van werkkamp Eerde

Weerbaar
Eerde was het vierde werkkamp van de “Centrale voor Werkloozenzorg”. De officiële opening van het werkkamp werd verricht op 4 oktober 1935 door minister van Sociale Zaken mr. H.Slingenberg. Dat gebeurde in bijzijn van de kampjongeren en tal van genodigden. Nadat de heer W.J. Hemmes als voorzitter van de Centrale voor Werkloozenzorg een kort woord had gesproken was het de beurt aan de minister. Hij maakte gewag van de moeilijke tijd en sprak de wens uit dat de jongeren zich weerbaar konden maken in de strijd om het bestaan.

Lees verder Kamp Eerde hielp jongeren aan werk

Herdenking en viering 800 jaar Slag bij Ane

Volgend jaar is het 800 jaar geleden dat de Slag bij Ane plaatsvond.

Een diorama van de ‘Slag bij Ane, 28 juli 1227’, aanwezig in het Nationaal Tinnenfigurenmuseum in Ommen.

Jubeljaar
Op 28 juli 1227 versloegen de Drenten (onder leider Rudolf II van Coevorden) het leger van bisschop Otto II van Utrecht. De herdenking en viering van de Slag bij Ane – op de grens van Overijssel en Drenthe – zal in 2027 zal niet ongemerkt voorbijgaan. De gemeenten Coevorden en Hardenberg werken samen met de Overijsselacademie, inwoners, culturele instellingen, musea, ondernemers en het onderwijs. In het jubeljaar worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals theater op locatie, wandel- en fietsroutes, en lesprogramma’s.

Lees verder Herdenking en viering 800 jaar Slag bij Ane

Vrijthof vroeger

Aan het Vrijthof stonden vroeger de huizen rondom het plein.

1905. Vrijthof met achter de toren van de hervormde kerk. Links is een deel van de stadspomp te zien.
Klik op deze link voor meer foto’s van het Vrijthof

Veldkeitjes
Het begon eigenlijk met kleine boerenbedrijven. Voor de huizen en dus op het plein lagen de mesthopen en de varkens liepen er vrij rond. Om te verhinderen dat deze op het naburige kerkhof kwamen, was tussen het daar toen staande stadhuis en de daartegenover liggende woning een rooster in de straat gemaakt. Verder was het afgerasterd. De boerenbedrijven verdwenen langzamerhand. Met lindebomen en verharding met veldkeitjes kreeg het een heel ander aanzien.

Lees verder Vrijthof vroeger

Ommen historisch belicht (13) Van koffiehuis, drukkerij, kledingwinkel naar horecazaak

Het karakteristieke pand, bekend als boekhandel van Eerten, kreeg met ingang van mei 2026 een nieuwe invulling: Jan van Elburg opende hier zijn derde horecazaak.


van-eertens-2

Het karakteristieke pandje aan de Kruisstraat 1 

Rijke geschiedenis
Sinds de restauratie in 2007 is het winkeltje aan de Kruisstraat 1 weer in authentieke staat terug. Voordien stond het voormalig boekwinkeltje er maar haveloos bij. Na de restauratie vestigde zich hier een modewinkel. Deze is inmiddels verhuisd. Voor Van Elburg aanleiding zijn horeca imperium uit te breiden als verlengstuk van zijn bestaande aanbod.
Over de rijke geschiedenis van het pand gaat dit verhaal.

Koffiehuis
In opdracht van Baron F.E. Mulert is dit pand in 1903 gebouwd als “Koffiehuis van den Volksbond”. In 1908 werd hier de eerste “Oprechte Ommer Courant” gedrukt. Na eerst als woonhuis en bakkerij dienst gedaan te hebben liet Baron F.E. Mulert het pand in 1903 verbouwen tot een “Koffiehuis van den Volksbond” met als doel de jeugd van de straat te houden. Maar de jeugd kwam er niet en als ze zich wel eens liet zien werd de boel op de kop gezet omdat de kasteleins die regelmatig werden opgevolgd er geen orde konden houden. Toen de hele inventaris nog eens weer kort en klein werd geslagen was de maat vol: de tent ging voor goed op slot.

Van Eerten
Het pand werd in 1908 gekocht door Dirk van Eerten. Die begon er een drukkerij waaraan verbonden de uitgave van een plaatselijk blad, de Oprechte Ommer Courant. Eerst met Fikkert als compagnon, later met zijn twee zonen Jacob en Abraham. Op de boogtrommel van het zoldervenster staat het jaartal ‘1903’ en aan de weerszijden de tekst: “van Eerten en Zonen, boek- courant- en handelsdrukkerij”. Lees verder Ommen historisch belicht (13) Van koffiehuis, drukkerij, kledingwinkel naar horecazaak

Achter de Geuren

De straat met de naam “Achter de Geuren” lag vanaf de Bouwstraat oorspronkelijk tot aan de Burggraven.

1935. Achter de Geuren (met pomp). Aan het eind van de straat kruist de Bouwstraat en gaat over in Gasthuisstraat.

Tuinstraat
De naam Achter de Geuren verwijst naar de tuinen (Gaarden/Gören/Geuren) die vroeger achter de stadswallen lagen tussen deze straat en de Walstraat. De tuinen moesten in 1936 plaats maken voor de aanleg van een nieuwe (rond)weg. Voordien ging het verkeer door het centrum van Ommen. Omdat het verkeer regelmatig in de knoop zat werd een rondweg om Ommen aangelegd.
Gevolg was wel dat Achter de Geuren werd gesplitst in twee delen: een deel bleef Achter de Geuren en het nieuwe deel kreeg als straatnaam Prinses Julianastraat. Omstreeks 1956 werd de naam Achter de Geuren op verzoek van aanwonenden gewijzigd in Tuinstraat. Daardoor verdween een historische naam.

Tekst/foto: Harry Woertink