‘Speelgoed Schatten’ – Een nieuwe expositie van het Nationaal Tinnen Figuren Museum

Van 10 maart t/m 29 oktober 2018 organiseert het Nationaal Tinnen Figuren Museum, Markt 1 in Ommen, een speciale tentoonstelling rondom volplastische loden speelgoedfiguren.

 Openingstijden in 2018: Van zaterdag 10 maart t/m zondag 25 maart in de weekenden. Daarna, vanaf zaterdag 31 maart, dagelijks (behalve ’s maandags). Dinsdag t/m zaterdag van 11:00 – 17:00 uur en zondag van 13:00 – 17:00 uur.

Afbeelding: Nationaal Tinnen Figuren Museum
Zie voor meer afbeeldingen het album “Nationaal Tinnen Figuren Museum”.

Vanaf 1870 kwamen deze nieuwe, mooiere en grotere speelgoedfiguren op de markt. Een lust voor het oog en met thema’s die toen ieders verbeelding te boven gingen; de geïdealiseerde sprookjesachtige beelden van de geschiedenis, van de koloniale wereld en natuurlijk ook van soldaten. Een serie van deze figuren kostte met gemak enkele maandlonen van een arbeider. Er zijn verhalen bekend van kinderen die elke kerst een doos loden speelgoedfiguren kregen, maar die er nooit mee mochten spelen. Hun figuren stonden opgesteld in een soort thuismuseum. Dergelijke schatten kunnen nu op veilingen fenomenale bedragen opbrengen.

De Franse firma C.B.G. Mignot, de Duitse speelgoedfabriek Georg Heyde & Co en het Engelse Britains waren de belangrijkste producenten. Zij zonden hun figuren de hele wereld over. De werkplaatsen van Heyde zijn tijdens de bombardementen van Dresden in 1945 geheel vernield. Hen lukte het niet om na de oorlog weer opnieuw te beginnen. C.B.G. Mignot en Britains dreigden aan het eind van de 19de eeuw ook ten onder te gaan. Maar verzamelaars namen die bedrijven over en produceren nu nog steeds in de geest van de stichters van die bedrijven. Deze tentoonstelling is mogelijk gemaakt door een grote bruikleen van verzamelaar Jan Veenendaal, aangevuld met eigen collectiestukken van het museum. Lees verder ‘Speelgoed Schatten’ – Een nieuwe expositie van het Nationaal Tinnen Figuren Museum

Olympische ringen bij museumboerderij Herman Herbert in Oud-Bergentheim

OUD-BERGENTHEIM – “We hebben hier elke dag Olympische Spelen”, glundert Herman Herbert, wijzend op de 5 ringen in zijn museumboerderij “Ik heb het nog nooit ergens anders gezien”.

 Vijf ringen van strohakselaars symboliseren in het museum van Herman Herbert de Olympische Spelen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Oud Bergentheim – Museumboerderij Herbert

Herbert (65) verzameld als hobby alles was los en vast zit en exposeert deze spullen in en om zijn boerderij aan de Mollinksweg 5 in de buurtschap Oud-Bergentheim, gelegen tussen Mariënberg en Hardenberg. Vijf oude strohakselaars in een van de schuren van zijn museum vormen de vijf ringen van de Olympische Spelen waar ze een vast onderdeel zijn van de internationale sportmanifestatie. Oude schaatsen en ski’s in het museum completeren de gedachten van de Winterspelen in Zuid-Korea.

Niet ver
De mensen hoeven niet ver weg te gaan. We zitten om de hoek met ons museum. Met voor iedereen wat”, aldus Herbert. Als het mooi weer is staan de deuren van zijn museum open voor bezoekers. Wie eenmaal binnen is raakt niet uitgekeken op de allerhande spulletjes uit vroegere tijden. “Of er ook spulletjes te koop zijn?”. Herbert lacht en zegt hoofdschuddend: “Neen. In dit museum is niets te koop! Ik vind het veel te mooi om het aan iedereen te laten zien”. Het museum heeft zo’n 6.000 voorwerpen. Behalve twee tot de nok gevulde schuren met oude spullen, variërend van televisies en radio’s, typmachines, autopeds, bromfietsen, gereedschappen is ook het boerenerf gevuld met oude landbouwmachines.

De mensen die hier komen vinden het prachtig.” Herbert laat het gastenboek zien. “Indrukwekkend” tot “Niet te geloven wat een verzameling” zijn enkele inspirerende teksten van tevreden bezoekers. “Ik vind het mooi om markten af te gaan om te kijken of er wat voor mij bij is. Ook verkopingen mocht ik altijd graag bezoeken”, aldus Herbert die de bezoekers graag rondleidt in zijn museum. Rijk wordt de gepensioneerde portier van Wavin er niet van: bezoekers mogen een vrijwillige bijdrage deponeren in een bus en dat wordt weer besteed aan een goed doel.

Bron: Harry Woertink – 20 februari 2018

Ommen. Lang geleden (1)

Over Ommen, maar dan lang geleden. In meerdere edities geschiedenis over (oud) Ommen.

Op 1 maart 1811, toen Nederland onder Frans bestuur kwam (1795-1813) werden naar Frans voorbeeld de gemeenten gevormd. De indeling en de taak van de gemeenteraden werd bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 vastgelegd. De Préfet des Bouches de l’Yssel had op 28 maart 1811 een maire (burgemeester), een adjunct-maire en een conseil municipal (gemeenteraad) benoemd. Ook andere wijzigingen in de Franse Tijd zijn van blijvende betekenis geweest, zoals de invoering van de Burgerlijke Stand en de verplichting een vaste achternaam aan te nemen.

 Oudste zegel van de stad Ommen, hangende aan een akte van 1336.

Stad-Ommen en het Kerspel of Schoutambt Ommen werden in 1811 tot één gemeente verenigd. De stad telde destijds 734 inwoners en het ambt 2118 inwoners. De beide delen der nieuw gevormde eenheid verschilden ongetwijfeld van karakter. Volgens de toenmalige begrippen droeg de nederzetting Ommen inderdaad het stempel van een stad. Stadsrechten had zij al in 1248 verkregen van de bisschop Otto III, die daarmee ongetwijfeld ook beoogde de overtocht over de Vecht behoorlijk te beschermen. Oudtijds was de stad ook ommuurd. Ommen behoorde tot de kleine steden van Overijssel. Het stedelijk karakter van Ommen kwam ook tot uiting in de beroepsstructuur. Men vond er een keur van neringdoenden en handwerkslieden, terwijl het aantal waarvan het hoofdberoep landbouwer was, zeer gering kon worden genoemd. Het Ambt-Ommen daarentegen droeg een volledig agrarisch karakter. Men vond er boerderijen, een enkele herberg, geen winkels. Een timmerman of rietdekker was er in wijde omtrek de enige ambachtsman. Stad-Ommen was voor het Ambt het centrum, van waaruit het verzorgd werd. Waren er dus karakterverschillen tussen de beide delen van de gemeente Ommen, anderzijds was er ongetwijfeld samenhang. Het ambt was op de stad aangewezen, waar ambachtsman en winkelier woonden, terwijl de stad voor een goed deel leefde van de omgeving. Tot de Hervormde Gemeente in de stad behoorden ook de inwoners van het ambt. Er was een kerkhof. Men kon spreken van een symbiose van stad en land, die naderhand met de totstandkoming van velerlei voorzieningen nog sterk zou toenemen.

Van één naar twee
In 1818 werd evenwel de toestand van voorheen hersteld: er kwamen twee afzonderlijke gemeenten, echter vanaf 1843 met een en dezelfde burgemeester-secretaris. Een grenswijziging van geringe betekenis tussen Stad- en Ambt-Ommen vond plaats in 1866. Gebleken was namelijk dat de loop van de rivier de Vecht, waarvan het midden bij de grensbepaling tussen beide gemeenten destijds als grens was aangewezen, veranderd was. De Vecht verkeerde toen (evenals meer kleine rivieren) in slecht onderhouden toestand. Bepaald werd, dat ook nu weer het midden van de rivier als grensscheiding zou dienen. De grenswijziging bracht praktisch geen wijziging in de oppervlakte der beide gemeenten, terwijl ook het aantal inwoners er geen verandering door onderging.

Samenvoeging Ambt en Stad
Daar Stad- en Ambt-Ommen vanuit hetzelfde gemeentehuis werden bestuurd en de beide gemeenten dezelfde burgemeester hadden, hing de gedachte aan vereniging tot een gemeente altijd min of meer in de lucht. Het verschil in geaardheid der bevolking werd met de jaren minder sprekend. Nominaal was er onderscheid tussen stad en land, in werkelijkheid echter droeg de gemeente Stad Ommen een plattelandskarakter. Lees verder Ommen. Lang geleden (1)

Menselijk lint op fundamenten grootste gebouw in de Ommerschans

OMMERSCHANS -Een menselijk lint symboliseert op zaterdag 7 april van 14.00 tot 16.30 uur de fundamenten van het destijds grootste gebouw van Nederland.

 Een afbeelding van het destijds grootste gebouw van Nederland.
Afb.: Vereniging De Ommerschans
Zie voor meer afbeeldingen het album “Ommerschans”.

Dit gebouw was onderdeel van de Bedelaarskolonie de Ommerschans die in 1819 van de grond kwam van de in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid. Hier moesten luilevende armen woeste gebied ontginnen tot vruchtbare gronden. Niet alleen om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien maar ook om arbeidsvreugde bij te brengen en een beroep als boer te leren.

2018 jaar van de Ommerschans
Het is een belangrijk jaar voor de Ommerschans. Komende zomer wordt besloten of de Ommerschans de status van Unesco Werelderfgoed krijgt. Daarom worden diverse activiteiten georganiseerd. Voor het vormen van een menselijk lint vragen de organisatoren om uw hulp. Om de kracht van verbinding van het noaberschap te symboliseren en een gevoel van gezamenlijke historie te krijgen is het de bedoeling met de noabers een menselijk lint vormen op de fundamenten van het destijds grootste gebouw van Nederland waar zoveel van onze voorouders geleefd hebben. Niet alleen de leerlingen van scholen uit Balkbrug, Witharen en Vinkenbuurt worden gevraagd om samen met hun ouders en leerkrachten te komen, maar ook de plaatselijke belangen, boeren, Staatsbosbeheer, sportverenigingen, kerken, ondernemers, buren en de leden zijn welkom. Samen, symbolisch en in de gedachte van de Ommerschans. Als afsluiting worden praattafels gehouden waar jong en oud samen kunnen praten over wat er toen was, waarom en wat we er nu van kunnen leren. Lees verder Menselijk lint op fundamenten grootste gebouw in de Ommerschans

Geen medailles voor Ommenaar op Olympische Spelen

De verwachtingen waren hoog, maar tocht lukte het Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde niet om een gouden, zilveren of bronzen plak te pakken op de Olympische Spelen.

 R.Th. baron van Pallandt van Eerde deelnemer aan de Olympische Spelen in 1908 (Londen) op het onderdeel kleiduivenschieten.
Afb.: OudOmmen

We hebben het dan over 1908 toen deze telg uit de adellijke familie Van Pallandt wonende op Landgoed Eerde meedeed aan de Olympische Spelen in Londen. De 39-jarige Ommenaar kwam uit op het onderdeel kleiduivenschieten. De baron eindige als laatste. Ook het team waar Van Pallandt onderdeel van was, kon geen potten breken. Het eindigde als vierde en laatste, achter de twee teams van Groot Brittannië en het Canadese team.

Tijd en geld
Van Pallandt was bekend in de schietsport. Hij won een aantal belangrijke internationale wedstrijden. In 1908 kregen de sporters nog geen financiële steun. Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde (1868-1913) heeft zelf tijd en geld vrij moeten maken om de eer van Nederland in Londen hoog te kunnen houden. Aangekomen in Londen verwachtten de Nederlandse schutters en pers een uitstekend georganiseerd toernooi. Dit was Londen als hoofdstad van dé sportnatie aan zijn stand verplicht. Het tegendeel was waar. Het terrein en de reglementen waren ondermaats. Dit hadden ze in Nederland veel beter kunnen doen, aldus het Algemeen Handelsblad. Problemen waren er onder andere met het schietterrein. Daarop stonden bomen waardoor de kleiduiven waarop geschoten werd, niet goed te zien waren. Daarnaast straalde het terrein niet uit dat er een wereld-wedstrijd plaats zou gaan vinden. Er stonden enige tenten voor het organisatiecomité, voor de ammunitie, voor de deelnemers en voor ‘verversching’, maar er was geen publieke tribune. Het publiek liet zich ook niet in groten getale zien.

Vier dagen
De wedstrijd vond plaats onder toezicht van de Engelse Clay Bird Shooting Association. Deze vereniging zou banden hebben gehad met de Engelse nationale vereniging van vuurwapenmakers. Volgens De Telegraaf verklaarde dit waarom de wedstrijd, die in één dag afgewerkt had kunnen worden, vier dagen duurde. De deelnemers kregen namelijk de mogelijkheid om heel veel te oefenen. De schutters verschoten hierdoor veel patronen, wat de vuurwapenmakers goed uitkwam. De krant zag dat karrenvrachten ledige hulzen werden afgevoerd. Lees verder Geen medailles voor Ommenaar op Olympische Spelen

Historische vereniging Ni’jluusn van Vrogger zet zich in voor Gedichtenroute

Nieuwleusense pareltjes onder de aandacht brengen van inwoners en toeristen. Dat is het doel van de Nieuwleusense Gedichtenroute.

voorkantpalthehofb6.jpgNieuwleusenaren worden uitgedaagd een gedicht te schrijven over hun favoriete plek of gebouw. Het resultaat is een gedichtenroute door het dorp, waar mogelijk gekoppeld aan de bestaande wandel- en fietsroutes. De route wordt mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het innovatiebudget kunst- en cultuur van de Gemeente Dalfsen.

Inwoners van Nieuwleusen en de gemeente Dalfsen die zich betrokken voelen bij Nieuwleusen als groene woonkern tussen Reest en Vechtdal, worden opgeroepen een gedicht te schrijven over een van Nieuwleusens ‘pareltje’. Denk daarbij aan gebouwen, gebeurtenissen, huizen en plekken in de natuurlijke omgeving, die een rol spelen in de beleving van de cultuurhistorie van het dorp. Amateur- of beroepsdichter, jong en oud, geboren en/of getogen in Nieuwleusen of juist een nieuwkomer in het dorp: iedereen kan meedoen. Kies voor de plek die jou aanspreekt, waarmee je een band hebt en die je onder de aandacht van een groter publiek wilt brengen.

Inzenden kan tot 15 april 2018, per e-mail: info@palthehof.nl of per post: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger, Westeinde 3, 7711 CH Nieuwleusen.
Uit de inzendingen kiest een ter zake deskundige jury twaalf gedichten die samen in de Nieuwleusense gedichtenroute worden opgenomen. De gekozen gedichten worden, voorzien van foto’s, gepubliceerd in een boekwerkje of als losse kaarten uitgegeven en digitaal op de site van Museum Palthehof en andere media gepubliceerd. De uitslag van de jury vindt plaats op zaterdag 5 mei 2018, in de Week van de Amateurkunst en op Hemelvaartsdag kan de Gedichtenroute als Wakkere Wandeling gewandeld worden. Voor meer informatie kunt u terecht bij: Gees Bartels, bereikbaar via: voorzitter@palthehof.nl en0529 482012 of 06 16546709.

Bron: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger – 9 februari 2018

Nieuwe De Darde Klokke over schietbanen in Giethmen

OMMEN – Het nieuwste nummer van De Darde Klokke (186) geeft een uitvoerige uiteenzetting van de schietbaan in de Ommer buurtschap Giethmen.

 De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (186).

Voor een veilig Nederland is vroeger ooit een Landweerwet ingesteld. Ommen had in begin de vorige eeuw dan ook een burgerwacht van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm, samengesteld uit eigen inwoners. Om de schietcapaciteiten van dit korps op scherp te zetten werd een schietbaan aangelegd met aarden kogelvangers die nog tot in de zestiger jaren werd gebruikt voor schietoefeningen door de toenmalige Rijkspolitie.

Verder in de jongste uitgave honderd geschiedenis van het jubilerende bedrijf Takman. Van ijzerwarenwinkeltje en aannemer naar een groot speciaalzaak in gereedschappen en ijzerwaren dat ooit begon op een deel van een boerderij in Witharen.

Verder de relatie die het koninklijke huis onderhield met een inmiddels 80-jarige inwoonster van Ommen die geboren werd op 31 januari 1938.

Ook in het historische tijdschrift een interessante lezersdiscussie over de plaatsbepaling van kasteel Eerde op het gelijknamige landgoed.

Abonnees krijgen De Darde Klokke toegestuurd. Losse nummers van De Darde Klokke zijn te koop bij Read Shop aan de Kruisstraat 3 in Ommen.

Bron: Harry Woertink – 8 februari 2018

Nieuwsbrief CCO nummer 1/2018

Elk kwartaal verschijnt er een Nieuwsbrief van het Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO).

 Nieuwsbrief CCO nummer 1/2018.
Klik op deze link om de Nieuwsbrief CCO te lezen.

Cultuurhistorisch Centrum Ommen (CCO) is de nieuwe naam van de historische vereniging in Ommen als gevolg van het samengaan van de voormalige Historische Kring Ommen (HKO) en het Streekmuseum Ommen.

In Nieuwsbrief nummer 1/2018 een uitnodiging voor het bezoeken van de ledenbijeenkomst op 28 maart met agenda, notulen en jaarverslag van de vereniging over 2017. Verder melding van activiteiten zoals een lezing op 11 april, de jaarlijkse bustochten en de Rabobankclubactie.
Bron: Cultuurhistorisch Centrum Ommen – 7 februari 2018

Een kerkje aan het Molenpad in Ommen

Tussen 1903 en 1940 was er een kerkje aan het Molenpad 3 in Ommen, eigendom van de Christelijke Gereformeerde kerk.

Pand Molenpad 3, plek van de vroegere kerk.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Molenpad 3 – Varkenskarkie

Het was maar een klein gebouwtje. De kerk is op 10 oktober 1903 plechtig ingewijd door ds. Koomans van Zwolle. Ambtsdragers waren J.H. van der Bent en J.Oldegbers als onderling en G.J.Oldhuis diaken. Na de preek werden een tweetal nieuw gekozen kerkeraadsleden in hun ambt bevestigd. “Het kleine gebouw, waarin ongeveer een 80 zitplaatsen beschikbaar zijn, kon bij deze gelegenheid de talrijk opgekomen schare niet bevatten”, aldus een verslag in de krant van toen. De kerkelijke gemeente heeft nooit een eigen predikant gehad. Tot 1917 werd er gekerkt in Ommen. Toen de kerk in Ommen geen levensvatbaarheid meer toonde werd de gemeente opgeheven . Sommige leden ging toen ter kerke in Nieuwleusen. Wat er tussentijds met het gebouwtje is gebeurd is niet bekend. In 1939 werd het gebouw met alle lusten en lasten overgenomen door een van de kerkleden. In 1946 is het afgebroken en kwam er een woonhuis voor in de plek met als bewoner Hendrik Jan Buitenhuis en in 1948 Gerrit Derk Beverdam. In 1951 woonde er Gerrit Pots. Ook de familie Van Lenthe heeft er jaren gewoond. De laatste verbouwingen zijn verricht door de huidige eigenaren, de familie Plaggenmersch.

Kerkgeschiedenis
In de 19e eeuw kwam er in de grote Nederlandse Gereformeerde kerk steeds meer invloed van stromingen die kritisch stonden tegenover de Bijbel. Ook de regering probeerde greep op de kerk te krijgen. Zo werd er een reglement opgelegd aan de kerk, die de afspraken die de kerken in 1618 hadden gemaakt, moest vervangen. Dit was het begin van de Nederlandse Hervormde Kerk. Deze ontwikkelingen riepen veel protest op. Dit leidde ertoe dat een aantal kerken zich in 1834 afscheidde van de Nederlands Hervormde Kerk. Deze beweging begon in het Groningse Ulrum, onder leiding van de predikant Hendrik de Cock. Zij bestond uit allerlei groepjes kerken. Twee daarvan waren de Christelijke Afgescheiden Gemeenten en de Gereformeerde Kerk onder het kruis. Deze twee groepen verenigden zich in 1869 en noemden zich voortaan Christelijke Gereformeerde Kerk in Nederland. Lees verder Een kerkje aan het Molenpad in Ommen

De Nieuwe Vaart tussen Ommen en Balkbrug die er nooit kwam

Met de aanleg van een “Nieuwe vaart” tussen de Vaart bij Sluis V in Balkbrug en de Vecht bij Ommen wilde het gemeentebestuur van Stad-Ommen het tij keren tegen een economische terug gang.

 Als oud inwoner van Witharen weet Jan van der Bent waar de Nieuwe vaart heeft gelegen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Het Veurtie (Nieuwe vaart)”.

Het aantal schepen dat in Ommen over de Vecht komt loopt terug als gevolg van de aanleg in 1810 van de Dedemsvaart tussen Hasselt en de Vecht bij Ane in Gramsbergen. Deze nieuwe waterweg zorgde voor een kortere route tussen Coevorden en Zwolle. De beoogde Nieuwe vaart voor scheepvaart naar de Dedemsvaart bij Balkbrug zou op grond van de gemeente Stad-Ommen moeten komen met een uitmonding in de Vecht in Ommen ter hoogte van de Voormars. Maar het kwam er maar niet van. Oorzaak hiervan was dat geld en vergunningen ontbraken. Wel is ooit een begin gemaakt met de aanleg, maar de gravers bleven steken in de zandbulten van Witharen.

Protest
De eerste hoop dat de aanleg van een Nieuwe vaart verwezenlijkt kon worden deed zich voor in 1819 toen de Ommerschans op grondgebied van Stad-Ommen in beeld kwam voor de vestiging van een bedelaarskolonie van de in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid. Oprichter Johannes van den Bosch had plannen om op de verlaten Ommerschans een gesticht te bouwen voor luilevende armen. Die konden de woeste gebied ontginnen tot vruchtbare gronden. Niet alleen om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien maar ook om arbeidsvreugde bij te brengen en een beroep als boer te leren. De Ommer burgemeester protesteert eerst nog tegen deze plannen. Maar dan wordt overeengekomen dat de Maatschappij het kanaal de Nieuwe vaart zal graven. Voorwaarde is wel dat Johannes van den Bosch per direct aan de slag kan met de inrichting van de bedelaarskolonie. Lees verder De Nieuwe Vaart tussen Ommen en Balkbrug die er nooit kwam