-
Postzegelclub Ommen treedt naar buiten – Eerste expositie groot succes
Ommen – De nog jeugdige Postzegelclub Ommen heeft ’t aangedurfd om zaterdag in de grote zaal van het Hervormd Centrum een tentoonstelling plus ruilbeurs te organiseren.
Ondanks het bijzonder slechte weer en gladde wegen is deze in alle opzichten geslaagd. Er waren veel bezoekers sn liefst 54 inzendingen. Ook op ie ruilbeurs werden goede zaken gedaan. De expositie werd ’s morgens door burgemeester mr. C.P. van Reeuwijk geopend. Hij juichte het toe dat de club het initiatief tot deze tentoonstelling heeft genomen om hierdoor een stimulans aan het culturele leven in de gemeente wordt gegeven. Alhoewel in verband met slechte toestand der gemeentelijke financiën, de aanvrage voor subsidie moest worden afgewezen, moet men dit niet zien als een definitieve afwijzing. Namens het gemeentebestuur bood hij een erelegpenning aan voor een der bekroonde inzendingen. Leerzaam
Voorzitter H.J.E. Horstink dankte de burgervader voor zijn vriendelijke woorden en de legpenning en zei dat de vereniging gemeend had deze expositie te moeten organiseren niet alleen voor de leden zelf maar ook voor de andere ingezetenen in de gemeente en omgeving. Ook propagandistische redenen hebben hierbij uiteraard een rol gespeeld. „Verder willen wij hiermede demonstreren dat postzegel verzamelen een mooie vrije tijdsbesteding is, die veel genoegen kan verschaffen, maar bovendien leerzaam en blikverruimend is. Men komt, erdoor in contact met heden en verleden en alle andere landen.” (meer…) -
Korte geschiedenis van het Besthmenertolhuis
De weg, waaraan het Besthmenertolhuis stond, was in vroeger jaren een zandweg. In plm. 1840 werd deze weg met grint, dat op de Lemelerberg voldoende voorhanden was, verhard en kwam in beheer en onderhoud bij Baron van Pallandt, eigenaar van het landgoed Eerde.
Om de kosten daarvan te dekken werd door Koning Willem III bij besluit van 27 october 1840 nr. 103, goedgekeurd het “Tarief der Tolgelden in te vorderen aan de Tolboom, gevestigd op den weg van Ommen naar het Huis Eerde”. Eenzelfde tol kwam ook aan de andere zijde van het landgoed, dus aan de weg van Den Ham, en wel bij de “Groene Jager”.
De Gouverneur van Overijssel stelde op 25 juni 1841 als eerste tolgaarder aan de Besthmenertol aan Gerrit Stapeberg. Deze was als arbeider werkzaam op Eerde en zijn vrouw zal toen wel de tolgelden hebben geïnd. Deze bedroegen voor de verschillende personen, dieren on voertuigen slechts enkele centen. Maar ook deze centen waren in die dagen schaars, en dus waren er altijd mensen, die trachtten te tol te ontlopen door de weg te verlaten en door het veld te gaan. Werden ze door de tolgaarder betrapt, dan kregen ze een boete te betalen. (meer…)
-
N.V. Eerste Drentse Stoomtramweg Mij. (E.D.S.) te Hoogeveen later N.V. D.V.M. te Meppel 1948 – 1969
- november 1948
In november 1948 wordt door de Salland groepsvervoer uitgevoerd t.b.v. kerkgangers tussen Ommen en Stegeren. Vertrek 9.00 uur en aankomst 9.30 uur, vertrek 11.30 uur en aankomst 12.00 uur en
- november 1948
-
1969 – Spoorwegen
Wegens ongunstige financiële uitkomsten van het wagonlading vervoer wil de NS de laad- en losplaats Ommen eind 1969 sluiten voor het vervoer van wagonladingen.
In de periode 1963 t/m 1968 is het wagonlading vervoer gedaald van 888 tot 142 beladen wagons per jaar, mede als gevolg van de voortgaande daling in het kolen verbruik.
De sluiting van de laad- en losplaats gaat in op 31 augustus 1970.Bron: Archief van Jan Lucas – map3-144 # Vertaling: Bernard Jans
-
Heel Ommen kent Garage- en Taxibedrijf Jan Steen
Wagenpark voor bruiloften, ziekenvervoer, begrafenissen en taxiritten uniek „bemand”…. met vrouwen!
Het aan een drukke driesprong gelegen bedrijfHeel Ommen (met wijde omgeving) kent het garage- annex taxibedrijf van de heer A. J. Steen (55), is zelfs aangewezen op het bedrijf van deze Jan Steen voor zover het trouw-, zieken-, begrafenis- en taxiritten betreft. Jan Steen werkt — uitgezonderd 3 mannelijke monteurs in de reparatieafdeling, waar sterk het accent valt op het onderhoud van de 2 ambulances, de lijkauto en de 12 taxi’s — met louter vrouwen om zich heen.
Kort na haar huwelijk leerde de van een boerderij bij Dedemsvaart afkomstige en graag in het zakenleven overstappende mevrouw Steen chaufferen. Uitbreiding van dit enige ter plaatse bestaande ambulance- en ziekenvervoerbedrijf vroeg om haar medewerking. Naarmate het vervoer groeide, groeide het aantal eigen personeelsleden. Met andere woorden: Willy (24), Betsy (23) en Janny (21) Steen voegden zich als chauffeuses in het bedrijf zodra zij zich als 18-jarige een rijbewijs konden verwerven. De bijna 18-jarige Hermien zit al te springen dat voorbeeld te volgen: tot zo lang bedient zij voornamelijk het Caltex-station. (Intussen zet zij al wèl in de garage elke auto haarscherp neer waar ze hem hébben wil!) (meer…)
-
Gebouwtje in Ommen volgend jaar gereed
OMMEN — De herbouw van het Besthmener Tolhuis in Ommen vordert niet zo snel, dat het historische gebouwtje reeds voor de winter onder de kap komt. „Dat gebeurt zeker niet, en het zal ook nog wel ongeveer een jaar duren voordat de bouw volledig is voltooid” vertelde men gistermiddag bij gemeentewerken.
„Dat hoeft trouwens ook niet want in de eerste plaats is het werk bijzonder arbeidsintensief — het karwei moet bijzonder nauwgezet worden uitgevoerd en alle stenen moeten voor gebruik worden schoongebikt — maar bovendien wordt het werk uitgevoerd in GSW-verband. Aan een bepaalde tijdslimiet hoeven we ons dan niet te houden”.
LTS Dedemsvaart maakte speciale raamstijlen
Van alle kanten heeft men bij de herbouw medewerking gekregen. Leerlingen van de lagere technische school in Dedemsvaart bijvoorbeeld vervaardigden met grote precisie raamstijlen die voor het huisje gebruikt moesten worden. Het tolhuis — reeds vele eeuwen oud — moest enkele jaren geleden wijken voor de verbreding van de provinciale weg Ommen-Lettele. Het historische bouwwerk werd toen afgebroken en het materiaal werd toen voor- herbouw ter beschikking gesteld aan de Oudheidkamer die is gevestigd in de oude, gerestaureerde molen op Den Lagen Oordt. Pas dit jaar kon een gunstige regeling worden gevonden voor een voordelige herbouw van het tolhuis.RUIMTENOOD
Het tolhuis zal, zodra het gereed is, worden gebruikt om de ruimtenood te lenigen, waarmee de Oudheidkamer reeds geruime tijd heeft te kampen. De Stichting, die het beheer over Ommens museum voert, krijgt regelmatig nieuwe schenkingen die soms van grote historische waarde zijn. Tot dusver wist men eigenlijk niet goed, waar de steeds groter wordende verzameling moest worden ondergebracht. De oplossing voor dit probleem zal nu echter niet lang meer op zich laten wachten. Er bestaan reeds plannen om in het gereconstrueerde tolhuis alle stenen en andere archeologische vondsten onder te brengen. Door de grote ruimte die men dan ter beschikking heeft is het mogelijk een aantrekkelijke en ook wetenschappelijk verantwoorde expositie in te richten. Voor de financiering van de herbouw en alle daarmee in verband staande kosten wil de Stichting Oudheidkamer Ommen een beroep doen op de vrijgevigheid van de Ommer bevolking.Bron: Krantenknipsel – vrijdag 27 oktober 1967
-
Drenthe- vroeger en nu
Bij het turfgraven zijn al heel wat prehistorische vondsten gedaan, die ons een vrij duidelijk beeld en inzicht hebben gegeven van het doen en laten van de mensen, die hier een paar duizend jaar geleden hebben gewoond: van hun woningen, kleding en gereedschappen, van hun dodenbestel, ja zelfs van hun uiterlijk.
Dit gevoegd bij de toepassing van nieuwe onderzoekingsmethoden, maakt het archeologen mogelijk de absolute ouderdom van de vondsten te bepalen. De meeste van deze, werkelijk opzienbarende vondsten zijn in Denemarken gedaan, waarom we met het lijk van de Tollundman beginnen, dat het meest tot de verbeelding heeft gesproken.
Tollund is een klein plaatsje in het midden van Jutland, waar turf gravers in 1950 bij hun werk een veenlijk aantroffen. Ze ontblootten het halverwege en waarschuwden ondertussen de archeologische dienst. Het lijk werd daarna verder ontgraven. Het lag op zij in een gebulte houding, met opgetrokken knieën en gebogen armen. Het kwam geheel ongeschonden bloot. Het zure veenwater had alles bruin gekleurd, de kleur van getaande visnetten. In de 2000 jaar van ongestoorde rust, waren het hoofd en de zintuigen ook nog intact. De rust was nu echter verstoord. Het lijk werd opnieuw met vochtig veen bedekt en is met veen en al als een grote turf naar het nationaal museum vervoerd waar men onmiddellijk met de conservering begon. De man was bijna geheel naakt. Slechts een leren gordel om de lendenen, een kapje van zeven stukjes leer gemaakt op zijn hoofd en om zijn hals een leren riem als strop, waaraan hij was opgehangen, was zijn tenue, waarmee hij in de veenput was geworpen. Onder een twee meter dikke laag veen had hij nu 2000 jaar gerust. (meer…)
-
Huize Olde Vechte
Op 6 januari 1950 brengen taxateurs een rapport uit omtrent de buitenplaats genaamd “de 0lde Vechte” bestaande uit herenhuis, park, tuin, grasland, bos en water benevens twee afzonderlijke woningen. Totale grootte 5.52.99. ha. Prijs ƒ 51.900,— aan de Zeesserweg, eigenaresse mevr. douarière J.C. Stoop-de Jonge (v/h Jhr. A. Stoop). Uiteindelijk wordt overeenstemming bereikt voor ƒ 60.000,—. De gemeente verbindt zich voor max. ƒ 4.500,— in de chauffeurswoning te verbouwen en mevr. Stoop is gerechtigd na restauratie de chauffeurswoning te betrekken tegen een huur van ƒ 10,— per week. Het terrein ligt geheel ingesloten door een oude Vechtarm. Overweging voor deze aankoop is geweest de slechte huisvesting ter sekretarie, nodige stallingsruimte brandweerauto, vestiging nieuwe gemeentehuis, aanleg zwembad, ijsbaan (oude Vechtarm).
Op 5 mei 1950 vindt de overdracht plaats (rb. 30-1-1950)
M.i.v. 1-5-1951 – 1-5-1953 wordt het huis “OldeVechte” beschikbaar gesteld voor Indische gerepatrieerden.
M.i.v. 6 april 1951 wordt de tuinmanswoning verhuurd aan mevr. Stoop (Zeesserweg 11 ).
M.i.v. 1-10-1953 tot 1-9-1958 wordt het buitenverblijf 0lde Vechte, m.u.v. de chauffeurswoning met erf en tuin, bewoond door mevr. douairière J.A. Stoop-de Jonge en enkele andere ongebouwde percelen, verhuurd aan J.A. van der Does, exploitant vakantiecentrum (Zeesserweg 12) (Vakantieoord 0lde Vechte).
Van 1 jan. 1959 tot 1 oktober 1966 aan J.F. Boddeus ook als vakantieoord.
Daarna verhuurd aan de Stichting Provinciaal Centrum voor Gereformeerd Jeugdwerk Overijssel per 1 okto. 1966. Voor het zwembad wordt 2.51.99 ha. onttrokken aan het buitenverblijf. -
1966 – Spoorwegen
Met ingang van 23 mei 1966 worden de halten Junne en Vilsteren voor goederenvervoer als wagonlading gesloten.
De halte Beerze lag tussen 30.8 km en 31 km kad. bekend Ambt-Ommen ns 1951.Bron: Archief van Jan Lucas – map3-144 # Vertaling: Bernard Jans
