Home

  • Nieuws van de oudheidkundige vereniging Ommen

    Woensdag 31 maart j.l. werd tijdens een bijeenkomst in het Hervormd Centrum de Oudheidkundige Vereniging Ommen opgericht. Alle aanwezigen gaven zich als lid op, zodat het leden aantal al boven de 30 is gestegen.

    De bijeenkomst stond onder leiding van de heer G.J. te Rietstap. Deze zette uiteen hoe men op de gedachte is gekomen een dergelijke vereniging in Ommen in het leven te roepen. Er is in Ommen niet zoveel bekend op het gebied van gebruiken, taal, bestaansmiddelen en natuurlijke gesteldheid, wat terug te vinden is in publicaties. Er is geen vereniging op dit gebied werkzaam, terwijl Ommen toch een zo rijk verleden heeft. Wel was het bekend dat sommige Ommenaren enthousiast op dit terrein bezig zijn. Onder anderen de heer G. Steen, medeauteur van het boek “De geschiedenis van Ommen”, uitgave 1948 en schrijver van het boek, dat dit jaar uitkomt “De geschiedenis van Ommen, rond de 19e eeuw”. De heer H. Breukelman, al jaren bezig met de geschiedenis van de kerken in Hardenberg en Ommen. Voorts is hij bezig met het bezoeken van boerderijen voor het vinden van de Markeboeken. De heren H. van Dorsten en M. Gerrits, vinders van vele interessante archeologische opgravingen en M. Makkinga, publicist van verhalen van vroegere tijden. Genoemde personen hebben allen hun medewerking toegezegd aan de vereniging.

    De heren van Dorsten en Gerrits hadden op de bijeenkomst allerlei archeologische vondsten uit het stenen en bronzen tijdperk uitgestald, waarbij ook voorwerpen die gevonden waren in de bouwput van het nieuwe gemeentehuis. (meer…)

  • De stadspompen in Ommen kwamen na de waterputten

    OMMEN – Pompen en putten zijn de laatste maanden veelvuldig ter sprake gekomen in Nieuws uit Ommen. De opsomming van voormalige stadspompen was blijkbaar volledig. Er kwamen tenminste geen aanvullingen binnen.

    1981_Ommen-Lagen-Oordt-11-Waterput-1b(1000).jpgTwee emmertjes water halen, twee emmertjes putten.

    Voordat de stadspompen in Ommen kwamen, waren er stad-putten. Ook waren er putten op particuliere terreinen, waar men water uithaalde. De bekendste waterput in Ommen was aan de Lage Oord 11. In totaal kan ik mij drie putten herinneren. Bij de familie Uulders aan de Schurinkstraat (nu Henk van de Meer), bij de familie Timmer-man-Pieltjes aan de Varsener-straat, hoek Nering Bögelstraat (waar nu de parkeerplaats is) en aan de Lage Oord 11. Dat was de bekendste in Ommen.

    Toen de heer G. Martens en zijn vrouw Geertje daar woonden werd zij zelfs ‘Geertien van de Putte’ genoemd. De foto die wij hierbij plaatsen werd ons beschikbaar gesteld door de heer Joh. Martens en zijn vrouw, die nu aan de Lage Oord 11 wonen. De foto toont mevrouw Martens-Jaspers en haar schoonmoeder ‘Geertien van de Putte’. Ze is druk bezig met twee emmertjes water halen, twee emmertjes putten. Het codenummer van de foto is 306/12
    M.M.

    Bron: Krantenknipsel – ontvangen van Doenja Nijhuis

  • Vragen rondom het stadsrecht van Ommen

    “Alzoo het bisschop Otto III behaagde hen op den St. Bartholomeusdag van dat jaar (1248) met Stadsvoorrechten te begunstigen en wel in dezelfde mate en uitgestrektheid als te voren reeds door hem of zijne voorzaten aan de drie grootere steden Deventer, Kampen en Zwolle verleend waren. (sted. Hist. v. Overijssel) Zo staat te lezen in “Beschrijving van Ommen”, 1829, blz. 12.

    map07-018-b.jpgafb. OudOmmen

    De onbekende schrijver hiervan zegt, dat dit de oudste brief is, die zich in het Stadsarchief bevindt en op perkament is geschreven. Hij laat deze brief voor de oorspronkelijke stadsbrief doorgaan. In de “Geschiedenis van Ommen”, blz. 11 heb ik vermeld, dat wij hier hoogstens met een afschrift te doen hebben en dat het origineel (om welke reden dan ook) niet bewaard is gebleven. Aan de echtheid van dit afschrift wordt echter niet alleen getwijfeld, het wordt algemeen als vervalst erkend. Er komen n.l. verschillende onjuistheden in voor. Als dag van het verlenen van de stadsrechten noemt de onbekende Schrijver St. Bartholomeusdag (24 aug.), en in het stuk staat “daags na” St. Bartholomeusdag (25 aug.). Als jaar van het verlenen van deze rechten wordt aangenomen 1248 en in het afschrift staat 1208. Verder hangt aan het stuk een fragment van een zegel in rode was. Dit zegel is evenwel niet van Otto III, maar van bisschop David van Bourgondië. Verschillende schrijvers delen dezelfde mening. Mr. G.J. ter Kuile zet in het “Oorkondenboek van Overijssel, I”, blz. 210, nr. 133 (1963), na de vermelding van dit stuk er zonder meer achter “vervalst”, en noemt het een “schijnbaar, oorspr. charter”.

    K. Heeringa schrijft in het “Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301”, nr. 1180, blz. 509 in een kopnoot: “het schrift dezen oorkonde wijst op de 17e eeuw als dan tijd van ontstaan; het resterende deel van het zegel vertoont geen overeenkomst met dat van bisschop Qtto III. (meer…)

  • A.N.W.B.-PADDESTOELEN ZESTIG JAAR OUD

    Zestig jaar geleden, in 1919, werd door de A.N.W.B. de eerste proef genomen met het plaatsen van betonnen paddestoe­len waarop de fietsers dui­delijk afstand en richting zouden kunnen aflezen.

    Aan deze bewegwijzering werd de voorwaarde ge­steld dat zij geen inbreuk zou mogen doen aan de schoonheid van het land­schap. Het gebruik van lange, gekleurde palen werd daarom afgewezen. Het paddestoelmodel dat tenslotte uit de bus kwam, was een ontwerp van het A.N.W.B.-bestuurslid ir. J. H. W. Leliman. Als proef werden deze paddestoelen in 1919 geplaatst langs pa­den van de Rijwielpaden­vereniging Gooi en Eem-land.

    De proef voldeed en in de daarop volgende ja­ren werden ongeveer 200 van deze paddestoelen geplaatst in de provincie Utrecht, op de Veluwe en in de omgeving van Eind­hoven. De paddestoelen zijn er nog steeds en ieder jaar komen er nieuwe bij. Een goede dienst van de A.N.W.B. aan de toeristi­sche fietsers, maar de A.N.W.B. is dan ook als or­ganisatie van fietsers be­gonnen.

    Bron: De Toren – 1 maart 1979

  • Hotel “De Zon”

    Reeds voor 1881 heeft op de plaats, waar zich thans Hotel de Zon bevindt een huis gestaan, waarin het beroep van café-en logementhouder werd uitgeoefend.

    1e eigenaar
    Hier woonde toen Lambertus KOGGEL (geb. 13-3-1841), gehuwd met Maria Bosch (geb. 11-11-1842). Maria Bosch was eerder gehuwd geweest met Gerrit Spijker-bos, die toen op de boerderij in Het Laar woonde. Zij hadden een zoon Gerhardus Spijkerbos (geb. 3-11-1873). Na het tweede huwelijk van zijn moeder bleef deze Gerhardus bij hen wonen. Op 1-5-1881 werd door Lambertus Koggel reeds sterke drank in het klein verkocht. Hij overleed 26-5-1883, waarna zijn weduwe Maria Bosch op 12-2-1885, dus voor de derde keer, trouwde met Johannes.

    2e eigenaar (meer…)

  • Beschrijving van de STAGHOUND, type T17E1

    De STAGHOUND, type T17E1. Medium “armoured car”, 4×4.

    Fabrikant: Chevrolet Motor Division, General Motors Corporation, Detroit Michigan, Verenigde Staten van Noord-Amerika.
    Krachtbron: twee 6-cylinder motoren, model: Chevrolet/GMC 270 elk van 97 pk bij 3000 toeren.
    Brandstof: benzine.
    Bandenmaat: 14.00 – 20, 18 ply
    Electrische installatie: 24 Volt, 4 Accu’s
    Afmeting: De hoogte bedroeg 2362 mm, de breedte 2692 mm, de lengte 5385 mm, wielbasis 3048 mm.
    Gewicht ruim 15 ton.
    Bepantsering van de Staghound was ongeveer als volgt:
    de romp: voorzijde 15,875 mm tot 22,225 mm, zijden 19,05 mm, de achterzijde 9,525 mm, het voor- en achterdek 12,7 mm en de bodem 12,7 tot 6,35 mm de toren: de voorzijde 44,45 mm, de achterzijde en de zijkanten 31,75 mm, het schild 25,4 mm en de bovenzijde 12,7 mm. (meer…)

  • Korte geschiedenis van het 18th Armoured Car Regiment of de XII MANITOBA DRAGOONS

    Het Regiment werd op 15 mei 1941 gemobiliseerd. Het werd in verband met de verradelijke inval op 7 december 1941 door de Japanners op Pearl Harbour, toen in Canada het zogenaamde Westkust-alarm afkwam, van het vaste land van Canada overgeplaatst naar Vancouver Island, gelegen voor de westkust van Canada, waar de trainingen werden voortgezet. Op 18 mei 1942 keerde het Regiment terug naar het vasteland, reisde per trein dwars door Canada en werd aan de oostkust van Canada gelegerd. Van hieruit vond op 19 augustus 1942 te Halifax de inscheping aan boord van de “Letitia” plaats en werd in convooi naar Europa gevaren, waar men op 31 augustus 1942 op de rede van Glasgow aankwam. In Engeland werden de trainingen voortgezet en werd het Regiment volledig georganiseerd en uitgerust, ook met de toen zeer moderne pantserwielvoertuigen van het type Staghound T17E1, een General Motors product. Men was er volledig klaar voor de grote taak! Het Regiment werd bezocht door de Engelse koning, King George VI, maar ook door Generaal Dwight D. Eisenhower, “the General of the Army” (vijf sterren-generaal), en Generaal (later Veldmaarschalk) Bernard L. Montgomery, de commandant van de 21 th British Army Group onder welke Legergroep onder meer het llnd Canadian Corps ressorteerde en waartoe het Regiment behoorde. In de nacht van 7 op 8 juli 1944 werden het Regimentshoofdkwartier en het B-squadron te Portsmouth op de Amerikaanse LCT ( = Landing Craft Tanks) Nr. 168 ingescheept en de rest van het Regiment te Gosport op 8 juli 1944 op de LCT Nrs 169, 170 en 171, waarna men op 8 juli 1944, men onder meer 72 Staghounds, op Juno-beach, bij het Normandische havenplaats Courseulles-sur-Mer, landde en werd opgewacht door een ambulance die Trooper Archibald C. Doan met zijn op zee geconstateerde blindedarmontsteking naar een veldhospitaal bracht en daar geopereerd werd. (meer…)

  • School te Dalmsholte

    Op 24 april 1912 wordt in de raad der gemeente Ambt-Ommen een adres van A.Wunnink e.a. te Dalmsholte behandeld, in welk adres wordt verzocht om, in verband met de grote afstand, welke de schoolgaande kinderen uit Dalmsholte moeten afleggen naar Lemelerveld, over te gaan tot stichting van een openbare lagere school te Dalmsholte. Dit adres wordt staande deze raadsvergadering in handen gesteld van een commissie, waarin de heren Rovers, Herbrink en Immink worden benoemd.

    Op 25 juni 1912 brengt deze commissie rapport uit aan de raad. De commissie is van oordeel dat het kadastrale perceel gem. Ambt-Ommen, sectie G, nr.2556 ter grootte van 0.51.20 ha 9 op ongeveer 100 meter van de stopplaats Dalmsholte aan de spoorlijn Ommen-Raalte-Deventer, voor de stichting van een school het meest geschikt is. Op voorstel van de heer Herbrink wordt nog een tweede commissie benoemd voor onderzoek op het terrein, waarbij tevens rekening dient te worden gehouden met de kinderen afkomstig uit de buurtschap Vilsteren. Als leden van deze tweede commissie worden aangewezen de heren Grotemarsink, Haasjes, Henstede en Marsman.
    (meer…)

  • Beschrijving recreatie-terreinen in 1972

    Ommen heeft voor recreatie in gebruik 452,30 HA, t.w.:

    • uitsluitend voor recreatie-woonverblijven – 143,65 HA
    • uitsluitend voor kamperen – 125,05 HA
    • mengvorm zomerhuizen en kamperen – 183,60 HA

    Van de totale oppervlakte is 74,25 HA uitsluitend beschikbaar voor verenigingen als padvinderij e.d.

    In gebruik zijn 38 kampeerterreinen en 618 recreatiebugalows.
    In aanbouw zijn of worden op korte termijn in aanbouw genomen 75 recreatiewoonverblijven.
    Herzien wordt een plan voor de bouw van ruim 100 bungalows.

    Onderstaand volgt een toelichting op een aantal kampeerinrichtingen.

    De “Beerzerbulten”. Oppervlakte 18,7 HA.
    Wordt sinds kort na de oorlog geëxploiteerd door mevr. Hagedoorn-Koersen. Er staan 12 zomerhuizen, doch wordt overigens als kampeerterrein gebruikt en biedt plaats aan ongeveer 1000 kampeerders. Het is een nogal wat heuvelachtig terrein. Beschikbaar is een winkel, een kantine, een sportveld, een bad voor kleuters en een bad voor zwemmers. De baden zijn voorzien van een verwarmings- en zuiveringsinstallatie.
    (meer…)

  • Baron Mulert Stichting

    F.E. Baron Mulert overlijdt op 26-2-1933 te Loosduinen. Als oud-inwoner van Ommen heeft hij “bij testament de gemeente Ommen benoemd tot universeel erfgenaam. De gemeente Ommen wordt hierdoor eigenaresse van het landhuis “Piet Hein” aan de Zeesserweg alsmede van de overige bezittingen.

    De bedoeling van deze erfstelling is door de erflater in het testament als volgt omschreven:
    “Uit mijne nalatenschap zullen allereerst moeten worden voldaan alle schulden en lasten daarop drukkende en alle kosten daaraan verbonden terzake de vereffening des boedels. Mijn landhuis “Piet Hein” met tuin en het verder saldo mijner nalatenschap zullen moeten worden benut of gebruikt ten bate van het algemeen belang. Zoo mogelijk zal daartoe genoemd landhuis met tuin en gemeld saldo mijner nalatenschap moeten dienen tot stichting of ingebruikneming van een inrichting voor verpleging van zieken of zoo het kapitaal daarvoor niet geheel voldoende is, als bijdrage kunnen streken te einde de daarstelling van zodanige inrichting te bevorderen. Zoolang het kapitaal tot voormeld doeleinde niet geheel is benut, zal het als een bijzonder fonds ten bate van het algemeen belang moeten worden beheerd en belegd.” (meer…)