-
Streekmuseum Ommen opent nieuw seizoen
OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen is vanaf 1 maart weer open. Na een korte winterstop start het museum een nieuw (toeristen)seizoen.
Veel belangstelling voor de thema-expositie over de buurtschappen Varsen en Witharen in het Ommer Streekmuseum.
Foto: CCO
Zie voor meer foto’s het album “Molen Den Oordt / Streekmuseum”.Het publiek is er welkom tot eind april middags en vanaf 1 mei de hele dag. Gedurende de maand maart is ook de thema expositie te bezichtigen over de Ommer buurtschappen Varsen en Witharen. De collectie van bijzonder materiaal over de historie van beide buurtschappen was al eerder voor de buurtbewoners zelf in het museum tentoongesteld.
Goed seizoen
De afgelopen maanden is de wintersluiting aangegrepen voor onderhoud, schoonmaak en het toevoegen van enkele nieuwe voorwerpen. Zo is het museum in het bezit gekomen van een unieke antieke koets, die in het tolhuis staat opgesteld. Terugkijkend op het afgelopen seizoen constateert museumbeheerder Harold Dokter een toename van het aantal bezoekers vergeleken met het jaar daarvoor. “We zijn best tevreden over het aantal bezoekers in 2017. Ook zien we dat scholen het museum graag komen bezoeken en grote gezelschappen hebben een bezoek aan ons museum op het programma staan”, aldus Dokter.Een groep van 30 vrijwilligers runt het museum en leiden graag bezoekers rond in het museum met exposities over streekklederdrachten, huistafereeltjes uit vervlogen tijden en een oud schoolklasje. Een brandspuit uit eind 1800 en een oud uurwerk uit de oudste kerk van Ommen zijn zo maar enkele voorwerpen die er tentoongesteld zijn. De nog werkende windmolen is van binnen te bezichtigen en in het tolhuis zijn enkele werkplaatsen ingericht met historische ambachten. (meer…)
-
Ommen. Lang geleden (2)
De gemeente Ommen is ontstaan uit de nederzetting van die naam aan de Vecht. Daar waar het bisschoppelijk veer gelegen was en ook een aantal oude Marke-nederzettingen langs Vecht en Regge.
Fragment uit het archief van de Gemeente Ommen met informatie over (de inwoners van) Ommen in 1815.Stad en Ambt hoorden economisch-geografisch bijeen. Zeer duidelijk blijkt dat uit de telling die in 1795 werd gehouden. De stad werd volgens deze telling toen grotendeels bewoond door winkeliers, ambachtslieden en andere personen buiten de landbouw staande. Zo vond men er behalve de schout, de notaris en enige andere notabelen 10 kleermakers, 8 timmerlieden, 6 kooplieden in paarden en vee, 5 bakkers, 5 kasteleins, 4 schoenmakers, 2 kooplieden in huiden, 5 metselaars, 2 molenaars, 1 barbier, 1 koopman in garen en band, 2 kooplieden in koffie en thee e.d., 2 smeden, 3 wevers, 7 spinners en spinsters, 5 slagers, 2 klompenmakers, 2 kooplieden in laken en wol, 1 koopman in granen, 1 kuiper, 1 grutter, 1 naaister, 1 horlogemaker en nog enige andere handelaren en winkeliers. Een rijk gevarieerde middenstand dus.
Agrarisch
Op 31 December 1930 telde de gemeente Ommen 8176 inwoners terwijl de oppervlakte cultuurgrond 7851 hectare bedroeg. Wanneer men als criterium voor een agrarische gemeente aanneemt, dat wanneer 40% of meer van de beroepsbevolking tot de agrariërs behoort sprake is van agrarisch, dan kan voor Ommen met 65,8 % van de totale beroepsbevolking in de landbouw niet anders gesteld worden dan dat Ommen toen een agrarische gemeente was. In 1930 bestond de helft van alle winkels, 51 van de 101, uit kruidenierswinkels en bakkerijen, waarvan 19 kruidenierswinkels – tevens bakkerijen. Daar in vergelijking met andere agrarische gemeenten Ommen weinig winkels heeft, zijn de omzetten niet laag. De drie grootste bakkers verbakten ongeveer 15-20 baaltjes per week, dat wil zeggen zoveel als beschouwd kan worden een goede norm te zijn voor een renderend bedrijf. De andere bakkerijen blijven onder deze norm: 12 baaltjes is dan al een behoorlijke omzet. Daar echter de meeste bakkerijen tevens kruidenierswinkel waren kon een niet onaanzienlijk hogere geldomzet bereikt worden dan uit de broodbakkerij alleen.In dit verband kan er op gewezen worden, dat de levensmiddelenwinkels in Stad-Ommen niet onbelangrijke voordelen hadden van het vreemdelingenverkeer. Het Padvinderskamp, dat gedurende 3 maanden in Ommen werd gehouden nam grote hoeveelheden kruidenierswaren en brood af. Het Sterkamp, dat een tiental dagen duurde, had ook massale leveranties nodig. In een korte periode werden dan zeer goede zaken gedaan. Ook had Ommen al vroeg een filiaal van Albert Heyn. (meer…)
-
Vroegere kerk diende als onderdak voor de NSB
Er is meer bekend over het gebruik van het kerkgebouw aan het Molenpad nadat het niet meer als kerk dienst deed.
De vroegere Christelijk Gereformeerde kerk in Ommen.
Foto: Cultuurhistorisch Centrum OmmenZoals vermeld in het artikel “Een kerkje aan het Molenpad in Ommen” was het van korte duur dat hier kerkdiensten werden gehouden van de Christelijk Gereformeerde kerk. In de oorlogsjaren (1940-1945) is het pand gekocht door de plaatselijke groepsleider van de NSB (Nationaal Socialistische Beweging). Zo kon het gebouw eind maart 1942 in gebruik genomen worden als groepshuis van de NSB.
Daarbij ging het om de Weerbaarheidsafdeling (WA), de NSB-vrouwen (NSVO) en de Jeugdstorm. “Opdat de kameraadschapsband onderling steeds meer zou worden versterkt en men steeds meer geschikt zal worden om de nationaal-socialistische beginselen in leer en leven uit te dragen”, schreef de krant van toen over de opening, die ook wist te melden dat de inventaris en verbouwing 400 guldens hebben gekost.
De officiële ingebruikneming vond feestelijk plaats met toespraken van plaatselijke leiders, die stelden blij te zijn met het nieuwe groepshuis, vooral ook omdat bij plaatselijke lokaalverhuurders veel “laster en tegenwerking” werd ondervonden bij het huren van lokaliteiten. Na een muzikaal en vocaal intermezzo en koffie met gevulde koek werd een eenpansmaaltijd genuttigd, die bestond uit heerlijke erwtensoep. Voor het nodige „er in” hadden enkele agrariërs gezorgd.
Bron: Harry Woertink – 22 februari 2018
-
‘Speelgoed Schatten’ – Een nieuwe expositie van het Nationaal Tinnen Figuren Museum
Van 10 maart t/m 29 oktober 2018 organiseert het Nationaal Tinnen Figuren Museum, Markt 1 in Ommen, een speciale tentoonstelling rondom volplastische loden speelgoedfiguren.
Openingstijden in 2018: Van zaterdag 10 maart t/m zondag 25 maart in de weekenden. Daarna, vanaf zaterdag 31 maart, dagelijks (behalve ’s maandags). Dinsdag t/m zaterdag van 11:00 – 17:00 uur en zondag van 13:00 – 17:00 uur.Afbeelding: Nationaal Tinnen Figuren Museum
Zie voor meer afbeeldingen het album “Nationaal Tinnen Figuren Museum”.Vanaf 1870 kwamen deze nieuwe, mooiere en grotere speelgoedfiguren op de markt. Een lust voor het oog en met thema’s die toen ieders verbeelding te boven gingen; de geïdealiseerde sprookjesachtige beelden van de geschiedenis, van de koloniale wereld en natuurlijk ook van soldaten. Een serie van deze figuren kostte met gemak enkele maandlonen van een arbeider. Er zijn verhalen bekend van kinderen die elke kerst een doos loden speelgoedfiguren kregen, maar die er nooit mee mochten spelen. Hun figuren stonden opgesteld in een soort thuismuseum. Dergelijke schatten kunnen nu op veilingen fenomenale bedragen opbrengen.
De Franse firma C.B.G. Mignot, de Duitse speelgoedfabriek Georg Heyde & Co en het Engelse Britains waren de belangrijkste producenten. Zij zonden hun figuren de hele wereld over. De werkplaatsen van Heyde zijn tijdens de bombardementen van Dresden in 1945 geheel vernield. Hen lukte het niet om na de oorlog weer opnieuw te beginnen. C.B.G. Mignot en Britains dreigden aan het eind van de 19de eeuw ook ten onder te gaan. Maar verzamelaars namen die bedrijven over en produceren nu nog steeds in de geest van de stichters van die bedrijven. Deze tentoonstelling is mogelijk gemaakt door een grote bruikleen van verzamelaar Jan Veenendaal, aangevuld met eigen collectiestukken van het museum. (meer…)
-
Olympische ringen bij museumboerderij Herman Herbert in Oud-Bergentheim
OUD-BERGENTHEIM – “We hebben hier elke dag Olympische Spelen”, glundert Herman Herbert, wijzend op de 5 ringen in zijn museumboerderij “Ik heb het nog nooit ergens anders gezien”.
Vijf ringen van strohakselaars symboliseren in het museum van Herman Herbert de Olympische Spelen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album “Oud Bergentheim – Museumboerderij Herbert”Herbert (65) verzameld als hobby alles was los en vast zit en exposeert deze spullen in en om zijn boerderij aan de Mollinksweg 5 in de buurtschap Oud-Bergentheim, gelegen tussen Mariënberg en Hardenberg. Vijf oude strohakselaars in een van de schuren van zijn museum vormen de vijf ringen van de Olympische Spelen waar ze een vast onderdeel zijn van de internationale sportmanifestatie. Oude schaatsen en ski’s in het museum completeren de gedachten van de Winterspelen in Zuid-Korea.
Niet ver
“De mensen hoeven niet ver weg te gaan. We zitten om de hoek met ons museum. Met voor iedereen wat”, aldus Herbert. Als het mooi weer is staan de deuren van zijn museum open voor bezoekers. Wie eenmaal binnen is raakt niet uitgekeken op de allerhande spulletjes uit vroegere tijden. “Of er ook spulletjes te koop zijn?”. Herbert lacht en zegt hoofdschuddend: “Neen. In dit museum is niets te koop! Ik vind het veel te mooi om het aan iedereen te laten zien”. Het museum heeft zo’n 6.000 voorwerpen. Behalve twee tot de nok gevulde schuren met oude spullen, variërend van televisies en radio’s, typmachines, autopeds, bromfietsen, gereedschappen is ook het boerenerf gevuld met oude landbouwmachines.“De mensen die hier komen vinden het prachtig.” Herbert laat het gastenboek zien. “Indrukwekkend” tot “Niet te geloven wat een verzameling” zijn enkele inspirerende teksten van tevreden bezoekers. “Ik vind het mooi om markten af te gaan om te kijken of er wat voor mij bij is. Ook verkopingen mocht ik altijd graag bezoeken”, aldus Herbert die de bezoekers graag rondleidt in zijn museum. Rijk wordt de gepensioneerde portier van Wavin er niet van: bezoekers mogen een vrijwillige bijdrage deponeren in een bus en dat wordt weer besteed aan een goed doel.
Bron: Harry Woertink – 20 februari 2018
-
Ommen. Lang geleden (1)
Over Ommen, maar dan lang geleden. In meerdere edities geschiedenis over (oud) Ommen.
Op 1 maart 1811, toen Nederland onder Frans bestuur kwam (1795-1813) werden naar Frans voorbeeld de gemeenten gevormd. De indeling en de taak van de gemeenteraden werd bij keizerlijk decreet van 21 oktober 1811 vastgelegd. De Préfet des Bouches de l’Yssel had op 28 maart 1811 een maire (burgemeester), een adjunct-maire en een conseil municipal (gemeenteraad) benoemd. Ook andere wijzigingen in de Franse Tijd zijn van blijvende betekenis geweest, zoals de invoering van de Burgerlijke Stand en de verplichting een vaste achternaam aan te nemen.
Oudste zegel van de stad Ommen, hangende aan een akte van 1336.Stad-Ommen en het Kerspel of Schoutambt Ommen werden in 1811 tot één gemeente verenigd. De stad telde destijds 734 inwoners en het ambt 2118 inwoners. De beide delen der nieuw gevormde eenheid verschilden ongetwijfeld van karakter. Volgens de toenmalige begrippen droeg de nederzetting Ommen inderdaad het stempel van een stad. Stadsrechten had zij al in 1248 verkregen van de bisschop Otto III, die daarmee ongetwijfeld ook beoogde de overtocht over de Vecht behoorlijk te beschermen. Oudtijds was de stad ook ommuurd. Ommen behoorde tot de kleine steden van Overijssel. Het stedelijk karakter van Ommen kwam ook tot uiting in de beroepsstructuur. Men vond er een keur van neringdoenden en handwerkslieden, terwijl het aantal waarvan het hoofdberoep landbouwer was, zeer gering kon worden genoemd. Het Ambt-Ommen daarentegen droeg een volledig agrarisch karakter. Men vond er boerderijen, een enkele herberg, geen winkels. Een timmerman of rietdekker was er in wijde omtrek de enige ambachtsman. Stad-Ommen was voor het Ambt het centrum, van waaruit het verzorgd werd. Waren er dus karakterverschillen tussen de beide delen van de gemeente Ommen, anderzijds was er ongetwijfeld samenhang. Het ambt was op de stad aangewezen, waar ambachtsman en winkelier woonden, terwijl de stad voor een goed deel leefde van de omgeving. Tot de Hervormde Gemeente in de stad behoorden ook de inwoners van het ambt. Er was een kerkhof. Men kon spreken van een symbiose van stad en land, die naderhand met de totstandkoming van velerlei voorzieningen nog sterk zou toenemen.
Van één naar twee
In 1818 werd evenwel de toestand van voorheen hersteld: er kwamen twee afzonderlijke gemeenten, echter vanaf 1843 met een en dezelfde burgemeester-secretaris. Een grenswijziging van geringe betekenis tussen Stad- en Ambt-Ommen vond plaats in 1866. Gebleken was namelijk dat de loop van de rivier de Vecht, waarvan het midden bij de grensbepaling tussen beide gemeenten destijds als grens was aangewezen, veranderd was. De Vecht verkeerde toen (evenals meer kleine rivieren) in slecht onderhouden toestand. Bepaald werd, dat ook nu weer het midden van de rivier als grensscheiding zou dienen. De grenswijziging bracht praktisch geen wijziging in de oppervlakte der beide gemeenten, terwijl ook het aantal inwoners er geen verandering door onderging.Samenvoeging Ambt en Stad
Daar Stad- en Ambt-Ommen vanuit hetzelfde gemeentehuis werden bestuurd en de beide gemeenten dezelfde burgemeester hadden, hing de gedachte aan vereniging tot een gemeente altijd min of meer in de lucht. Het verschil in geaardheid der bevolking werd met de jaren minder sprekend. Nominaal was er onderscheid tussen stad en land, in werkelijkheid echter droeg de gemeente Stad Ommen een plattelandskarakter. (meer…) -
Menselijk lint op fundamenten grootste gebouw in de Ommerschans
OMMERSCHANS -Een menselijk lint symboliseert op zaterdag 7 april van 14.00 tot 16.30 uur de fundamenten van het destijds grootste gebouw van Nederland.
Een afbeelding van het destijds grootste gebouw van Nederland.
Afb.: Vereniging De Ommerschans
Zie voor meer afbeeldingen het album “Ommerschans”.Dit gebouw was onderdeel van de Bedelaarskolonie de Ommerschans die in 1819 van de grond kwam van de in 1818 opgerichte Maatschappij van Weldadigheid. Hier moesten luilevende armen woeste gebied ontginnen tot vruchtbare gronden. Niet alleen om in hun eigen levensonderhoud te kunnen voorzien maar ook om arbeidsvreugde bij te brengen en een beroep als boer te leren.
2018 jaar van de Ommerschans
Het is een belangrijk jaar voor de Ommerschans. Komende zomer wordt besloten of de Ommerschans de status van Unesco Werelderfgoed krijgt. Daarom worden diverse activiteiten georganiseerd. Voor het vormen van een menselijk lint vragen de organisatoren om uw hulp. Om de kracht van verbinding van het noaberschap te symboliseren en een gevoel van gezamenlijke historie te krijgen is het de bedoeling met de noabers een menselijk lint vormen op de fundamenten van het destijds grootste gebouw van Nederland waar zoveel van onze voorouders geleefd hebben. Niet alleen de leerlingen van scholen uit Balkbrug, Witharen en Vinkenbuurt worden gevraagd om samen met hun ouders en leerkrachten te komen, maar ook de plaatselijke belangen, boeren, Staatsbosbeheer, sportverenigingen, kerken, ondernemers, buren en de leden zijn welkom. Samen, symbolisch en in de gedachte van de Ommerschans. Als afsluiting worden praattafels gehouden waar jong en oud samen kunnen praten over wat er toen was, waarom en wat we er nu van kunnen leren. (meer…) -
Geen medailles voor Ommenaar op Olympische Spelen
De verwachtingen waren hoog, maar tocht lukte het Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde niet om een gouden, zilveren of bronzen plak te pakken op de Olympische Spelen.
R.Th. baron van Pallandt van Eerde deelnemer aan de Olympische Spelen in 1908 (Londen) op het onderdeel kleiduivenschieten.
Afb.: OudOmmenWe hebben het dan over 1908 toen deze telg uit de adellijke familie Van Pallandt wonende op Landgoed Eerde meedeed aan de Olympische Spelen in Londen. De 39-jarige Ommenaar kwam uit op het onderdeel kleiduivenschieten. De baron eindige als laatste. Ook het team waar Van Pallandt onderdeel van was, kon geen potten breken. Het eindigde als vierde en laatste, achter de twee teams van Groot Brittannië en het Canadese team.
Tijd en geld
Van Pallandt was bekend in de schietsport. Hij won een aantal belangrijke internationale wedstrijden. In 1908 kregen de sporters nog geen financiële steun. Rudolph Theodorus baron van Pallandt van Eerde (1868-1913) heeft zelf tijd en geld vrij moeten maken om de eer van Nederland in Londen hoog te kunnen houden. Aangekomen in Londen verwachtten de Nederlandse schutters en pers een uitstekend georganiseerd toernooi. Dit was Londen als hoofdstad van dé sportnatie aan zijn stand verplicht. Het tegendeel was waar. Het terrein en de reglementen waren ondermaats. Dit hadden ze in Nederland veel beter kunnen doen, aldus het Algemeen Handelsblad. Problemen waren er onder andere met het schietterrein. Daarop stonden bomen waardoor de kleiduiven waarop geschoten werd, niet goed te zien waren. Daarnaast straalde het terrein niet uit dat er een wereld-wedstrijd plaats zou gaan vinden. Er stonden enige tenten voor het organisatiecomité, voor de ammunitie, voor de deelnemers en voor ‘verversching’, maar er was geen publieke tribune. Het publiek liet zich ook niet in groten getale zien.Vier dagen
De wedstrijd vond plaats onder toezicht van de Engelse Clay Bird Shooting Association. Deze vereniging zou banden hebben gehad met de Engelse nationale vereniging van vuurwapenmakers. Volgens De Telegraaf verklaarde dit waarom de wedstrijd, die in één dag afgewerkt had kunnen worden, vier dagen duurde. De deelnemers kregen namelijk de mogelijkheid om heel veel te oefenen. De schutters verschoten hierdoor veel patronen, wat de vuurwapenmakers goed uitkwam. De krant zag dat karrenvrachten ledige hulzen werden afgevoerd. (meer…) -
Historische vereniging Ni’jluusn van Vrogger zet zich in voor Gedichtenroute
Nieuwleusense pareltjes onder de aandacht brengen van inwoners en toeristen. Dat is het doel van de Nieuwleusense Gedichtenroute.
Nieuwleusenaren worden uitgedaagd een gedicht te schrijven over hun favoriete plek of gebouw. Het resultaat is een gedichtenroute door het dorp, waar mogelijk gekoppeld aan de bestaande wandel- en fietsroutes. De route wordt mogelijk gemaakt dankzij een subsidie van het innovatiebudget kunst- en cultuur van de Gemeente Dalfsen.Inwoners van Nieuwleusen en de gemeente Dalfsen die zich betrokken voelen bij Nieuwleusen als groene woonkern tussen Reest en Vechtdal, worden opgeroepen een gedicht te schrijven over een van Nieuwleusens ‘pareltje’. Denk daarbij aan gebouwen, gebeurtenissen, huizen en plekken in de natuurlijke omgeving, die een rol spelen in de beleving van de cultuurhistorie van het dorp. Amateur- of beroepsdichter, jong en oud, geboren en/of getogen in Nieuwleusen of juist een nieuwkomer in het dorp: iedereen kan meedoen. Kies voor de plek die jou aanspreekt, waarmee je een band hebt en die je onder de aandacht van een groter publiek wilt brengen.
Inzenden kan tot 15 april 2018, per e-mail: info@palthehof.nl of per post: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger, Westeinde 3, 7711 CH Nieuwleusen.
Uit de inzendingen kiest een ter zake deskundige jury twaalf gedichten die samen in de Nieuwleusense gedichtenroute worden opgenomen. De gekozen gedichten worden, voorzien van foto’s, gepubliceerd in een boekwerkje of als losse kaarten uitgegeven en digitaal op de site van Museum Palthehof en andere media gepubliceerd. De uitslag van de jury vindt plaats op zaterdag 5 mei 2018, in de Week van de Amateurkunst en op Hemelvaartsdag kan de Gedichtenroute als Wakkere Wandeling gewandeld worden. Voor meer informatie kunt u terecht bij: Gees Bartels, bereikbaar via: voorzitter@palthehof.nl en0529 482012 of 06 16546709.
Bron: Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger – 9 februari 2018 -
Nieuwe De Darde Klokke over schietbanen in Giethmen
OMMEN – Het nieuwste nummer van De Darde Klokke (186) geeft een uitvoerige uiteenzetting van de schietbaan in de Ommer buurtschap Giethmen.
De jongste uitgave van het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke (186).Voor een veilig Nederland is vroeger ooit een Landweerwet ingesteld. Ommen had in begin de vorige eeuw dan ook een burgerwacht van de Bijzondere Vrijwillige Landstorm, samengesteld uit eigen inwoners. Om de schietcapaciteiten van dit korps op scherp te zetten werd een schietbaan aangelegd met aarden kogelvangers die nog tot in de zestiger jaren werd gebruikt voor schietoefeningen door de toenmalige Rijkspolitie.
Verder in de jongste uitgave honderd geschiedenis van het jubilerende bedrijf Takman. Van ijzerwarenwinkeltje en aannemer naar een groot speciaalzaak in gereedschappen en ijzerwaren dat ooit begon op een deel van een boerderij in Witharen.
Verder de relatie die het koninklijke huis onderhield met een inmiddels 80-jarige inwoonster van Ommen die geboren werd op 31 januari 1938.
Ook in het historische tijdschrift een interessante lezersdiscussie over de plaatsbepaling van kasteel Eerde op het gelijknamige landgoed.
Abonnees krijgen De Darde Klokke toegestuurd. Losse nummers van De Darde Klokke zijn te koop bij Read Shop aan de Kruisstraat 3 in Ommen.
Bron: Harry Woertink – 8 februari 2018