Zuidkant van Ommen: wonen en werken (3)

De zuidkant van Ommen onderscheidt zich door de ruimere opzet van de huizen op royale kavels en de aanwezigheid van veel groen van de andere woonwijken van Ommen.

 De Stoomzagerij / Houthandel aan de Hammerweg.
Foto: OudOmmen.nl
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en album “Stoomzagerij en Houthandel“.

Er is een variatie aan bouwstijlen, deels afhankelijk van het tijdstip waarop de woningen werden gebouwd, zoals bungalows, landhuizen en moderne villa’s. Na de aanleg van het spoor in 1903 komt de bouw van woningen op gang. Op bezoek in Ommen is Selina Andrée Wiltens (1882-1965) zo geraakt door het uitzicht op de kronkelende Regge met daarachter de contouren van de Lemeler- en Archemerberg dat ze in 1924 besluit de locatie te kopen om aan de Hammerweg 44 een landhuis met de naam Hoeve Bargsigt te bouwen. Ze trouwde naderhand met de bankier Henri Daniël Pierson. Burgemeester baron Bentinck bouwde in 1906 aan Hammerweg 40 Huize Henan, terwijl Huize Hei en Dennen op nummer 14 er al sinds 1903 staat. M. Steen bouwde in 1908 de woning op nummer 16. Direct over het spoor is het Zwarte Paard hotelhouder H.J. Gerrits die aan de Hammerweg nummers 2 en 4 in 1932 een dubbelwoonhuis laat bouwen en een jaar later eveneens: de nummers 8 en 10. Er tussen, op nummer 6 wordt door dezelfde opdrachtgever in 1933 ook een vrijstaande woning gebouwd. In 1925 bouwde bakker Ronhaar op Hammerweg 12 zijn woonhuis met bakkerij. De marechausseekazerne op de nummers 20 t/m 24 wordt in 1925 gebouwd in opdracht van het Ministerie van Oorlog. Op nummer 28 bouwde in 1927 de onderwijzer Tiemen Hendriks zijn woning en op nummer 30 J. Troost uit Coevorden. Deze woning, de Heuvel genaamd, is van de hand van architect Willem van Straten.

Op nummer 32 dateert de woning uit 1928 van L. Schotkamp uit Dedemsvaart als opdrachtgever. Douairière Falkenburg liet in 1922 een woning op nummer 36 bouwen. Aan de overkant op Hammerweg 5 liet garagehouder G.J. Spaai in 1935 een woning bouwen onder architectuur van genoemde Willem van Straten. A. van Eerten geeft opdracht in 1927 voor de bouw van een dubbelwoonhuis aan de Hammerweg nummer 9 en 11, ontworpen door architect R. Eggengoor van de Nieuwebrug. In 1923 worden woningen gebouwd voor Chr. de Graaf op nummer 13 en voor pensionhouder H. Zwart op nummer 15, bekend als Boschlust en in 1922 verrijst op nummer 17 de woning voor notarisklerk B.H.G. Lubbers. Aan de Bergweg verrijst in 1923 de landbouwerswoning van H. Guichelaar. De woningen Hammerweg 19 t/m 23 zijn in 1947 gebouwd in opdracht van de melkfabriek voor onderdak van hun personeel. Aan de Hammerweg 27 wordt in 1932 de directeurswoning van de melkfabriekdirecteur H. Hulst gerealiseerd en op nummer 29 is het belastingambtenaar J. Veldman die in 1935 zijn woning laat bouwen. Op nummer 31 komt in 1937 de woning voor J. Seckel en op nummer 33 in 1927 de woning voor oud kantonrechter mr. J.L. Frima. In 1938 wordt op nummer 39 een landhuis voor waterbouwkundige Y. Dikkerboom gebouwd. Het duurt tot 1962 als Herman Wehkamp uit Slagharen op nummer 41 een landhuis met dubbele garage laat bouwen.

Bestemmingsplan Ommen-Zuid
Het gemeentebestuur van Ommen komt in 1958 voor het eerst met het bestemmingsplan plan Ommen-Zuid. Daarbij wordt ingezet om de aanwezige bossen zo weinig mogelijk aan te tasten. Bebouwing langs de Hammerweg is dan ook beperkt. Wel wordt aan de oostkant van de Hammerweg ruimte gereserveerd voor de bouw van een verpleeginrichting. Ook in de Wolfskuil is aandacht voor de bossen en er moet zo gebouwd worden dat telkens een bosstrook behouden blijft. Daar is dan plek voor 40 woningen, een school en een padvindershuis (Sint Jorishoeve). Niet iedereen is enthousiast over de plannen. Jonkheer Repelaer ziet dat een deel van zijn bossen voor woningbouw wordt onteigend. Namens de jonkheer brengt oud burgemeester Nering Bögel in dat Repelaer’s eigendom aangewend moeten worden voor recreatie aan “grote-stad-jeugd”. Burgemeester en wethouders zien dat niet in. Ze spreken wel hun bewondering uit over de idealistische opvattingen van Repelaer, maar zijn van oordeel dat er voldoende terrein overblijft. De heren IJ. Dikkerboom en J.F. Hamer en de Zuivelfabriek zijn ook weinig amuses. Ze weigeren om toekomstige bewoners van de Dennenlaan uitweg te geven over hun grond.

Ph. Falkenburg pleit bij het gemeentebestuur om bouwmogelijkheden aan de westzijde van zijn grond en A. M. van Dijk wil achter zijn woning een industrieterreintje om zo de bouw van een houtloods mogelijk te maken. De Natuurbeschermingswacht is in de pen geklommen tegen de in hun ogen te dichte bebouwing in de Wolfskuil. Ook spreken ze hun afschuw er over uit dat met het nieuwe bestemmingsplan de bossen en zandbelten in Besthmen voor wandelaars afgesloten worden. De bestemming verpleeginrichting aan de Hammerweg wordt nimmer ingevuld en moet wachten tot 1998 als wordt begonnen met de bouw van villa’s aan wat nu Falkenburgerf wordt genoemd. Een lager terrein, oorspronkelijk behorend tot Huize Henan wordt eveneens ingevuld met woningen en krijgt de straatnaam Reggehof.

Boterfabriek
Bijzonder aan de Hammerweg 25 is de aanwezigheid van melkfabriek De Vechtstreek met de metershoge pijp, een industrieel monument. De geschiedenis van de melkfabriek gaat terug naar 1897 als J.G. Kramer uit Ommen een boterfabriek op deze plek begint. Door een sterfgeval komt de stoomzuivelfabriek in 1909 te koop. Een groep boeren kopen fabriek die dan al jaarlijks 1.000.000 liter melk verwerkt. Er wordt een coöperatie opgericht. Het is de eerste fabriek met een volledige en continue draaiende botermakerij. Door de groei van de melkproductie in Nederland wordt de fabriek groter en worden activiteiten uitgebreid. Sinds 1928 wordt er in Ommen ook melkpoeder geproduceerd. In 1996 wordt de fabriek verkocht aan de Hyproca Dairy Group.

Stoomhoutzagerij
Tegenover het station is in 1906 een stoomhoutzagerij actief van Gerrits en Makkinga. In 1919 wordt door de Coöperatieve Aan- en Verkoopvereniging de oude stoomhoutzagerij aangekocht. Slecht één jaar maakt de coöperatie gebruik van de zagerij. Ze koopt in 1920 de Konijnenbeltsmolen aan de Zwolseweg om als maalderij verder te gaan. In hetzelfde jaar wordt de stoomhoutzagerij waar dan tevens een korenmaalderij aan verbonden is geveild. Koper wordt houthandelaar A.M. van Dijk. In 1927 laat hij er een landhuis bouwen ontworpen door de bouwkundige R. Eggengoor, aan wat nu Wolfskuilstraat 6 heet. In 1935 brandt de houtzagerij tot de grond toe af. De machines en veel hout gaan verloren. Na de oorlog vestigt zich houtwarenfabriek Delissen en Hekman hier. In 1961 worden de fabrieksgebouwen overgenomen door Samuel van Royen, die onder de naam Plastiform geplastificeerde tafelbladen maakt. Het bedrijf verhuisd naar het industrieterrein en op de plek worden in 1996 een viertal villa’s gebouwd.

Bron: Harry Woertink – 16 februari 2016

Een gedachte over “Zuidkant van Ommen: wonen en werken (3)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s