OMMEN – Ongeveer op de plek van het plaatselijk strand staat één van de laatste beroeps(Vecht)vissers, de heer Kievit, zijn netten te inspecteren. Ze zijn er niet meer de Vechtvissers.
Foto: HKO
Er is een tijd geweest dat ook deze visser geen droog brood in de Vecht kon verdienen, zo slecht was de visstand.
Er is een tijd geweest, ook al was het toen rendabel, dat ook deze visser geen droog brood in de Vecht kon verdienen, zo slecht was de visstand. Met het verbeteren van de waterkwaliteit en het aanbrengen van vistrappen is ook de visstand toegenomen. De visotter, hoe graag hij ook een vis lust, zal wel niet terugkomen. De Oprechte Ommer Courant van 2 januari 1915 vermeldt onder de plaats Vroomshoop; ‘Voor eenige dagen gelukte het den visscherjager Tuin alhier weer een vischotter te bemachtigen, een buitenkansje voor den man, daar de huid duur betaald wordt.’ De otters waren schijnbaar toen al zo zeldzaam dat het de krant haalde.
Een eindje vanaf het stadsstrand staat onze wulp die een sierlijke straal water de Vecht inspuit. Bij de voorgenomen plaatsing van de ‘Wulp’ als stadsfontein, hadden enkele hobbyvissers bezwaar aangetekend. Die waterstraal zou de vissen ernstig kunnen verontrusten, wat weer nadelig kon zijn voor de hengelaars. Het bezwaar is ongegrond verklaard en de Wulp heeft zich op een vaste plek aan de Vecht genesteld. Ondertussen zijn de bezwaren zelf opgedroogd en zitten er nu zo af en toe vissers bijna onder de Wulp te vissen. Omdat het vissen in openbare wateren alleen mocht en mag met de nodige vergunningen waren daar vroeger ook al richtlijnen voor. Lees verder HKO reeks – 100 jaar Ommer Nieuws: Vissen in de Vecht (13)





