Overal in het landschap is te zien hoe de eeuwenlange verwevenheid van mens en omgeving tot zeer gevarieerde natuurwaarden heeft geleid…………
Om een goed beeld te krijgen van landschapsconstructies is het belangrijk om te kijken naar de paleografische reconstructies van Nederland in de verschillende ouderdom fases. Het beeld van een landschapsreconstructie aan de hand van pollenanalyses kan ons belangrijke informatie verschaffen over de eerste flora en fauna in het Preboreaal, de vroeg menselijke bewoning en de eerste vormen van akkerbouw en veeteelt. Pollenanalyses zijn ook belangrijk voor klimaatonderzoeken omdat klimaatsveranderingen grote gevolgen voor de samenleving met zich meebrengen. Om het klimaat in de toekomst te voorspellen moeten we onderzoek doen naar het klimaat in het verleden. Pollenanalyse is een methode om klimaatsveranderingen te bepalen.
Palynologie of pollenanalyse werd aan het begin van de 20e eeuw ontwikkeld door de Zweedse geoloog Lennart von Post. Het gaat om een hulpwetenschap die zeer bruikbaar is in de archeologie en klimatologie. Pollen blijven over het algemeen beter bewaard dan andere organische resten. Pollenanalyse maakt een gedetailleerde reconstructie mogelijk van de vegetatie en van veranderingen in de vegetatie. In de beginperiode werd de palynologie of pollenanalyse vooral gebruikt als relatieve dateringsmethode, totdat de C-14 datering (vanaf 1978 wordt AMS-datering gebruikt) en isotopenchronologie werden ontdekt.
Fig. 1. Stuifmeelkorrels onder een elektronenmicroscoop (bron Wikepedia)
Het oerstroomdal van de Hunze en Reest is ontstaan door terugtrekking van landijs. Het smeltwater van dit ijs vormde het uiteindelijke stroomdal. Rivierzanden vulden later grote delen van dit stroomdal. Door infiltratie van regenwater op de Hondsrug wat lokaal opkwelde, ontstonden dikke hoogveenpakketten. De Waddenzee brak later van tijd tot tijd door en liet een laag klei achter zodat hier en daar klei-op-veen gronden ontstonden. Door inklinking van het veen en mineralisatie is de hoeveelheid veen in de laatste decennia flink teruggelopen. Ook door veenontginning is veel hoogveen verdwenen. De Hunze heeft haar watervoerende functie voor een groot deel verloren. Het middendeel van de huidige Hunze stroomt nu in omgekeerde richting. Dicht bij de rivier zijn zand en kleipakketten afgezet, wat verder weg lagen de veenpakketten. Doordat deze zijn afgegraven, is het reliëf op die plaatsen verlaagd.
Het Hunzedal, het stroomgebied van de Hunze of Oostermoersche vaart, beslaat grofweg de driehoek tussen het Zuidlaardermeer in het noorden, de Hondsrug in het westen en de Veenkoloniën in het oosten. In Hunze- en Reestdal zijn de verschillende landschapszones en hun onderlinge relaties nog uitstekend waarneembaar en vormen zij nog altijd een geheel. Lees verder Een palynologisch onderzoek in het Hunze- en Reestdal →