Antonie Gerrit Bloem, notaris in Ommen van 1895 tot 1928

Antonie Gerrit Bloem, geboren op 31 december 1859 in Valburg, werkt na zijn studie als kandidaat-notaris in Uitgeest. In 1895 wordt hij tot notaris in Ommen benoemd, als opvolger van notaris F.W.N. baron Mulert.

 Notaris Bloem op de fiets bij de Steile Oever.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Familie Bloem” en “Fotoalbum familie Bloem”.

In hetzelfde jaar van zijn benoeming trouwt Bloem met Elisabeth Petronella Cornelia van Hunsel uit Den Haag. Ze vestigen zich in Ommen. In 1900 koopt Bloem het woonhuis van burgemeester A.C. Bouwmeester aan de Markt 20, om vandaaruit zijn notarispraktijk uit te oefenen. Bloem laat het huis verbouwen met een serre. In 1914 komt er een plat dak op de woning. Met de aankoop van een naastliggend pand kan de tuin in 1927 uitgebreid worden. Behalve notaris is Bloem ook een aantal jaren plaatsvervangend kantonrechter in Ommen. Uit het huwelijk Bloem en van Hunsel worden twee kinderen geboren: in 1900 zoon Gerardus Johannes Antonie (Gerrit) Bloem en in 1901 dochter Elisabeth Maria Alida (Elisabeth) Bloem. Op 26 oktober 1918 overlijdt dochter Elisabeth Bloem. Ze is dan nog maar 17 jaar. In 1920 haalt de jonge Gerrit Bloem de krant als zoon van de notaris als hij met zijn motor uitwijkt voor een fietser en tegen een boom knalt in Ermelo. “De rijwieler hield zich aan een vrachtauto vast en maakte zich plotseling los. Met een ernstige beenwond en andere kwetsuren is Bloem onmiddellijk per automobiel overgebracht naar Ommen. Het motorrijwiel werd zwaar beschadigd”.

Dienstmeisje -> zie album “Dienstmeisje Jennigje Hellwich
Dienstmeisje in 1903 is de 23-jarige Jennigje Hellwich uit Besthmen; zij is dochter van Alexander Magnus Hellwich, molenaar op de Besthmenermolen. Jennigje trouwt in dat jaar met de 22-jarige Albert Stegeman. Het gezin Bloem wandelt regelmatig op zaterdagmiddag door de laantjes van het Laarbos. Notaris Bloem is een van de weinigen die dan al in het bezit is van een fotocamera en legt veel op foto vast. Ook heeft de notaris zitting in het bestuur van de Boerenleenbank. In Ommen heeft hij een drukke notarispraktijk met veel verkopingen. Notaris Bloem koopt ook zelf in de loop van de jaren verschillende bezittingen: boerderijen, landhuisjes, grond en ook de dikke steen op de Lemelerberg. Lees verder Antonie Gerrit Bloem, notaris in Ommen van 1895 tot 1928

Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde

Natuurmonumenten begint volgende maand met het herstel van een bijzonder onderdeel van het parkbos op landgoed Eerde. Het gaat om het zogenaamde ‘quinconcevak’, een speciaal ontwerp uit de Frans Classicistische stijl, die in 1715 in de mode was.

 1956 – Landgoed Eerde met Kasteel vanuit de lucht.
Foto: OudOmmen

Vanaf de Hammerweg gezien ligt het parkbosvak waar het om gaat rechts voor kasteel Eerde. Het bureau SB4, gespecialiseerd in onderzoek van historische tuinen, parken en landschappen, concludeerde in 2010 dat landgoed Eerde uniek is in Nederland. “Eerde is een soort museum van tuinstijlen; een cultuurhistorische parel!”, aldus Eric Blok van SB4. De eiken in dit parkbosvak zijn destijds aangeplant in een strak vierhoeksverband. Deze stijl heet quinconce, omdat het oorspronkelijk ging om een patroon van 5 bomen, in de vorm van de vijf op een dobbelsteen. Bij latere toepassingen, zoals ook hier op Eerde, werd de middelste boom weggelaten, maar de naam quinconce bleef in gebruik. Van de oorspronkelijke eiken is nu nog een klein aantal over. Deze oude bomen zijn aan het eind van hun leven en takelen snel af. Met het oog op de veiligheid van bezoekers, moet er op niet te lange termijn worden ingegrepen. Dit biedt Natuurmonumenten de kans om het ontwerp uit 1715, een unieke cultuurhistorische parel, in ere te herstellen.

Nationaal belang
Het ensemble Eerde moet gezien worden als een totaalcompositie volgens het Frans Classicisme dat van oorsprong reeds zeldzaam en van hoge kwaliteit was en in de huidige tijd door haar gaafheid en nog aanwezige kwaliteiten een zeldzaam geworden voorbeeld. Daarbij is Eerde niet alleen van regionaal belang, maar zeker ook van nationale betekenis en mogelijk nog meer. (uit het rapport van SB4). Natuurmonumenten kiest er bij het herstel voor om alle bomen in het vak in één keer te kappen. Een pijnlijke ingreep in het parkbos, maar alleen op die manier kan het strakke karakter van de oorspronkelijke aanleg teruggebracht worden. Lees verder Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde

Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Ommen staat in 1950 op z’n kop met 7000 padvinders uit binnen- en buitenland tijdens het 10-daagse Jeugdkamp, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nederlandse Padvinders Vereniging.

 1958 – Wolfskuil – Oubaas Pomes (links) was een levenlang bij de padvinderij betrokken.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Wolfskuil – Kampeerterrein Padvinderij”, “Nationaal Kamp” en “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve”.

Koningin Juliana brengt een bezoek aan Ommen en een dag later is het prins Bernhard die de padvinderskampen in Ommen aandoet. De padvindersactiviteiten zijn over Ommen verspreid. De kuil van De Wolfskuil doet dienst als plek voor kampvuren en opvoeringen.

De Blokhut
Bert Zonneveld was in 1950 met zijn ouders en zus Corrie tijdelijk bewoner van De Blokhut. “Ik herinner me het jaar 1950 heel goed. Er waren heel wat tenten in de Wolfskuil vol met padvinders, ook veel uit het buitenland. Een Franse groep vroeg mijn vader of ik met hun wilde gaan zwemmen en waar zou dat kunnen? Nou, in die tijd was de Regge niet erg schoon en er was geen zwembad. We vertelden hun dus van “het strandje” bij het “Bleekie”, naast de Vechtbrug waar we dikwijls gingen voetballen na school. Ik kon niet zwemmen en zat op een ogenblik in erge nood in te diep water. Alhoewel ik toen niet Frans kon spreken liet ik die padvinders wel weten dat ik aan het verdrinken was. Ineens waren er hulp biedende handen die mij in veiligheid brachten. Ook kan ik me nog herinneren dat we ineens een paar kippen hadden verloren. De dichts bijstaande tentbewoners hadden namelijk een kuiltje gegraven, toen een doek er over met wat takjes en wat broodkruimels. Arme kippen! Ook werden wij uitgenodigd om naar uitvoeringen in het amfitheater bij te wonen, dat we graag deden”.

Wolfskuilbewoners
Gedurende de tijd dat de Zonneveld’s in Ommen woonden was er genoeg te beleven volgens Bert Zonneveld. “Mijn zus Corrie en ik speelden dikwijls in en rondom het amfitheater met vrienden die ook in de Wolfskuil woonden tussen 1946 en 1953. Frans de Vries, de van der Klippies, Hilda de Otter, de kinderen van Siegman, Henk Meyer, Jopie Struikman en anderen. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Als jonkheer Repelaer via familieverbanden zich op Ommen richt, komt hij uit in de Wolfskuil. Baron van Pallandt verkoopt hem 28 hectare bosterrein. Hier wordt in 1940 onder auspiciën van Het Leger des Heils een kinderhuis geopend.

 Voor het Nationaal Padvinderskamp in augustus 1950 wordt in de (Wolfs-)kuil een amfitheater gemaakt met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Na een fatale brand in 1947 werd op de plek van het kinderhuis een nieuw kampeerhuis gebouwd met de naam Sint Jorishoeve. Vanaf de zestiger jaren gaat Repelaar de Wolfskuil ook beschikbaar stellen aan andere groepen dan de padvinderij. Aan het kampeerhuis wordt dan nog een kleiner logeerhuis toegevoegd: de Mowglihut.

Filantroop
Behalve zijn inspanningen voor de padvinderij had Repelaer ook oog voor andere noden in de samenleving. Een filantroop waar anderen ook wel eens misbruik van maakten. Eigengereid maar ook een sociaal zeer bewogen man, zo kenmerkt de jonker zich. Door zijn hoed, witte handschoenen en rood jasje was Repelaer een opvallende verschijning en met zijn grote Amerikaanse auto, waarmee hij eerst zelf reed en later door een chauffeur liet rondrijden, ook een bezienswaardigheid. Ocker Repelaer werd geboren op 16 januari 1888 in Den Haag. Zijn vader was mr. dr. Ocker Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf en zijn moeder Cecile Marie barones van Lynden. Ocker groeide op met een zusje en twee broers in Den Haag. Hier bewoonde het gezin een statig pand aan de Lange Voorhout 16. De vader van Ocker was jarenlang lid van de gemeenteraad en wethouder. De familie Repelaer was vermogend. In 1925 richtte Repelaer in Den Haag een padvindersgroep op onder de naam W.I.K. (Willen is Kunnen). Hiervoor kocht hij in 1934 in Wassenaar het landgoed Herco aan de Eikenlaan. Daar kwamen drie padvindershuizen en een woning. Met financiële steun van de jonkheer wordt dit gebouw in 1952 geschikt gemaakt als polikliniek voor de behandeling van spastische jongeren.

Wolfskuil
Wie terug gaat in de geschiedenis over het ontstaan van de naam Wolfskuil komt niet verder dan legendes. De Wolfskuil is nog steeds een uit wit zand bestaande verhoging op de rand van het bos en de overloop van de rivier de Regge. Ooit zou hier een wolf gesignaleerd zijn en het lot van iemand in het ongewisse hebben laten geraken. Op de verhoging staat De Blokhut. Na een brand in 1957 is het nieuw opgebouwd echter zonder de oorspronkelijk rietendakbedekking. Voor en na de oorlog was de Blokhut een onderkomen voor de padvinderij. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Arme kinderen uit de stad vakantie bieden in de bosrijke omgeving van Ommen. Dat was 75 jaar geleden de doelstelling van het kinder- en vakantiehuis Wolfskuil.

 Het nieuwe kinderhuis Wolfskuil geopend in 1940.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en de albums “Kinderhuis De Wolfskuil”, “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve” en “De Blokhut Wolfskuil”.

In de bosschen van “Wolfskuil” te Ommen is een vacantiehuis gebouwd, dat binnenkort in gebruik genomen zal worden. De inrichting, een geschenk van jhr. Repelaer te Den Haag, aan het Leger des Heils in Nederland, zal als eerste gasten een aantal kinderen uit Rotterdam herbergen”, aldus een bericht in tal van kranten begin september 1940. Het ging om het nieuwe vakantiehuis voor kinderen “Wolfskuil”, gebouwd in opdracht van jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf (1888-1975) uit Den Haag. In 1939 heeft de rijke jonker het uit dennenbos en heide bestaand gebied tussen de spoorlijn en de Regge, ter grootte van ongeveer 28 hectare gekocht van zijn neef Philip Dirk Baron van Pallandt van Eerde. Op het zuidelijk deel van het terrein werd vervolgens het kinderhuis gebouwd. De bedoeling van jonkheer Repelaer daarbij was om kinderen uit de achterstandswijken uit de Randstad naar de Wolfskuil te laten komen en ze hier weer aan te sterken.

Bosrijk
Aanvankelijk waren natuurvrienden uit Ommen weinig enthousiast over de bouwplannen in de bossen van de Wolfskuil. Toen zij echter door de heer Ruissing, opzichter en tekenaar van het gebouw uitgenodigd werden om de met rode en paarse stenen gebouwde vakantiehuis met rieten dak met eigen ogen te komen bekijken waren de tegenstanders om. Het kinderhuis met een prachtig gezicht op de Lemelerberg past voortreffelijk in deze bosrijke omgeving, luidde de conclusie van de oorspronkelijke tegenstanders. Het gebouw van 34 bij 8 meter in de Wolfskuil omvatte op de benedenverdieping kantoor, spreekkamer, twee officierskamers, eetzaal, keuken, washuis, slaapkamer en een dagverblijf voor kleuters, terwijl voor jonkheer Repelaer in de rechtervleugel een logeerkamer was ingericht. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Helaas ontkwam Het Boshuis op Landgoed Eerde niet aan de slopershamer. Tot voor dertig jaar geleden was het wit gepleisterde pand er nog.

 ‘Het Boshuis’ ça. 1988, vlak voor de afbraak.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Het Boshuis”.

De laatste jaren van zijn bestaan diende het als onderkomen voor de Internationale School Eerde. Oorspronkelijk heeft het als koetshuis dienst gedaan voor de bewoners van het landgoed. Aan de Hammerweg was weliswaar ook een koetshuis gelegen en daar waren ook de paardenstallen, maar op kortere afstand van het kasteel verrees later een nieuw gebouw voor de stalling van de koetsen. Het koetshuis kwam aan de toen zogeheten Boslaan, vandaar ook de benaming “Boshuis”. Het pand had twee afzonderlijke daken met een tussenruimte. Er was veel stallingsruimte met grote openslaande deuren. De houten topgevels waren sierlijk bewerkt en de hoofdtoegangsdeur had de kleuren van het landgoed. De dienstruimte bood tevens woonmogelijkheden.

Logeergelegenheid
Toen paard en koets als vervoermiddel voor de kasteelbewoners plaats moesten maken voor de automobiel werden koetshuizen verbouwd tot garage. Zo ook zal het ook op Landgoed Eerde gegaan zijn. De Quakerschool die voor de Tweede Wereldoorlog op Eerde was gevestigd krijgt op 26 maart 1936 een bouwvergunning om de garage geschikt te maken tot logeergelegenheid voor personeel en kinderen van de school. De verbouw wordt uitgevoerd door het aannemersbedrijf Timmerman & Jansen en F. Schuurman. Tijdens de oorlog kwam een einde aan de school.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam in Eerde het onderwijs weer op gang. De leerlingen van de toen Internationale School Eerde zorgden er voor dat het kasteel, de bouwhuizen, het Boshuis en de Eerder Esch weer werden bewoond. De grote kamers van het kasteel en de Oranjerie deden dienst als leslokaal. Door de uitbreiding van het leeraanbod moest er op het kasteel meer ruimte komen. In 1949 werd het Boshuis verbouwd om meer jongens te kunnen huisvesten. Ook werd achter het Boshuis een leslokaal gebouwd dat het “Glashuis” werd genoemd, terwijl het Boshuis ook wel “Vogelkooi” werd genoemd. Omdat het aantal leerlingen op Eerde toenam en er wegens ruimtegebrek zelfs leerlingen moesten worden afgewezen, werd de lagere school van Eerde in 1950 verhuisd naar Huis Vilsteren. Daar hield de school het vol tot 1971. Lees verder Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Oude kadasterkaarten weer te kijk: Wie Bezat Wat?

 Er leek een einde gekomen te zijn aan gedigitaliseerde historische kadasterkaarten met het stoppen van de website watwaswaar.

De Beeldbank van het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met de publicatie van kadasterkaarten, zie Kadasterkaarten van Ommen.

Maar de publicatie van de zogeheten kadastrale minuutplans is inmiddels overgenomen door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze publiceert nu sinds 1 januari 2016 zo’n 17.000 kaarten uit de negentiende eeuw op zijn Beeldbank. De Vereniging voor de Documentaire Informatievoorziening en het Archiefwezen scande de kaarten uit regionale historische centra voor watwaswaar.nl.

De kaarten zijn kosteloos te raadplegen. Het gaat om kaarten tussen 1811 en 1832. Toen zijn alle percelen grond in Nederland opgemeten en in kaart gebracht. Er is een register van ruim 250.000 pagina’s aan gekoppeld met informatie over eigenaar, oppervlakte, waarde en gebruik. De minuutplans waren toen onderdeel van een nieuw systeem voor belastingheffing. Ze brengen eigendomsgrenzen in beeld en zijn goed bruikbaar voor nieuwe plattegronden van stad en land aan het begin van de negentiende eeuw. Door de tamelijk fijne schaal kun je zelfs de toenmalige plattegrondvorm van de gebouwen op hoofdlijnen aflezen. De opmetingen waren zo consistent en eenduidig dat ze in 1850 de basis konden vormen voor de eerste topografische kaart van Nederland.

Bron: Harry Woertink – 11 januari 2016

Burgemeester Boumans vraagt in Nieuwjaarstoespraak aandacht historie Ommen: “De toekomst ligt in het verleden verscholen”

OMMEN – Als het aan waarnemend burgemeester Mark Boumans ligt maakt Ommen meer werk van de rijke historie van de stad. Volgens Boumans leent de geschiedenis van Ommen zich bij uitstek om er meer uit te halen.

 Burgemeester Mark Boumans
Foto: Harry Woertink

Daarbij wees de burgemeester op de plaatselijke monumenten zoals de molens, de landgoederen, de bossen en de Vecht. “De toekomst ligt in het verleden verscholen. Ommen als bisschoppelijke vesting, een kleine Hanzestad met oeroude stadsrechten. Maar juist in combinatie met de marken, de bossen en de Vecht uniek en veelzijdig. Onze molens en landgoederen met hun eigen historie. Monumenten die verbinden en verhalen vertellen”, aldus Boumans in zijn Nieuwjaarstoespraak. “Ommen heeft al veel van zichzelf.

Dat bewezen in het verleden de eerste ANWB camping van het land in Ommen, Ommen als centrum van de wereld met Krishnamurti, de start van de padvinderij in Nederland, maar ook de internationale school. Als deze ontwikkelingen bewijzen de kracht die verborgen ligt in onze gemeenschap. Het is aan ons, inwoners en ondernemers, om die kansen te pakken en te verzilveren. En waarom zouden we dat niet doen. Het burgerschap zit zo sterk in de Ommers en ook Ommenaren dat je daar vertrouwen aan kunt ontlenen. Laten wij de weg bewandelen van de vooruitgang”, aldus Boumans.

Ommer Bissingh
Ook de Ommer Bissingh kreeg in de speech van de burgemeester aandacht. “Sommige tradities blijven in een modern jasje ons aanspreken. Een voorbeeld daarvan is de Ommer Bissingh. Dit jaar wederom fris en optimistisch. Met een vernieuwd Ommer lied heb ik begrepen en landelijke exposure. Prima, maar denk ook aan ons krachtige verleden. Ommen heeft voor hete vuren gestaan door de jaren heen. Problemen dienden zich aan en werden overwonnen. Sterker nog. Er kwamen prachtige dingen uit voort. Denk aan het nieuwe werelderfgoed in onze gemeente. De Ommerschans staat nu op de lijst tussen de Niagara watervallen en de Grand Canyon”, aldus Boumans in zijn Nieuwjaarsspeech. Lees verder Burgemeester Boumans vraagt in Nieuwjaarstoespraak aandacht historie Ommen: “De toekomst ligt in het verleden verscholen”

De start van een nieuw jaar met een gedicht van de Ommer stadsdichter Jannes Kuik

Stadsdichter Jannes Kuik droeg een door hemzelf geschreven gedicht voor op de Nieuwjaarsreceptie. Ook bewoners van het tijdelijke AZC Besthmenerberg waren aanwezig en zorgden voor eten en hapjes uit Eritrea, Syrië en Irak, waarvan de bezoekers konden genieten.

De nieuwjaarsreceptie werd georganiseerd door de gemeente Ommen, de Handelsvereniging Ommen (HVO), de horeca Ommen, de LTO Noord afdeling Ommen, de Ondernemersvereniging Ommen (OVO) en het Vechtdal College.

Als ik aan Ommen denk.

Als ik aan Ommen denk, zie ik traag slingerende blikken op vier wielen
over de Ommer markt schuiven, bumper aan bumper, kijken ze gemeen en nogal aangebrand
naar de argeloze toerist die zich zal moeten schikken, onderwijl afvragend, hoe? haal ik hier de overkant.
Dan is de redding heel nabij. Mark Boumans als oud- gedeputeerde van het Groninger verkeer
zich ontpopt als een heer, en gewapend en terstond met een hesje en een fluitje in
de mond, om met weidse armgebaren het circus van het trekkend volk
wat van alle kanten aan komt rijden, veilig voort te laten schrijden.

Als ik aan Ommen denk, zie ik de Rotbrink, nogal desolaat liggend in het groen.
Het grote lege doel is niet beschoten, wat rest is een Kerkstraatvisioen.

Als ik aan Ommen denk, zag ik de oppositie, die zat te knarren en te kniezen
er was iets wat hun niet beviel, met de komst van Hans oet Riessen.
Het ging achter hun rug, hij kwam te vlug van gene zijde van de heuvelrug.
Ze werden niet gekend, hun inspraak was nihil.

Als ik aan Ommen denk, zag ik hier geen volle zalen
met stompzinnige verhalen, geen opgeheven vuisten en
schreeuwerig gebral van…laat je er niet in luizen
ze pikken onze huizen. Ommen zei slechts een ding .
Voel je thuis…welkom ..echte vluchteling.

Als ik aan Ommen denk, moeten we niet teveel staan zeiken
Dat is naar wat ik hoor,.. al gebeurd in de wereld draait door.

Maar,.. toch is Ommen mij lief, bruisend en bindend als het water
uit de Vecht, is het pleit ten goede beslecht.
De markt verbonden met de kade,.. een oude Ommer sloeg dit alles gade.
En zuchtte toen heel diep, het is jammer van die weg
Maar Ommen is een trotse broedse kip, en weer volledig aan de leg.

Als ik aan Ommen denk, wil ik dit nog gaarne kwijt.
Baron van Pallandt schonk met gulle hand
“Het Laar” als erfenis aan het Ommer land.
Koester deze parel, laat dit zo blijven
tot in Ommer eeuwigheid.

Jannes Kuik.

Bron: Jannes Kuik – 6 januari 2016

Koninklijke onderscheiding voor Dina Poortier

OMMEN – Dina Poortier uit Ommen is voor haar vrijwilligerswerk koninklijk onderscheiden. Zij kreeg woensdagmorgen 6 januari 2016 in het Streekmuseum van burgemeester Mark Boumans de versierselen opgespeld, die horen bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

 Dina Poortier kreeg woensdagmorgen 6 januari 2016 in het Streekmuseum van burgemeester Mark Boumans de versierselen opgespeld, die horen bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Foto’s: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel het album “Koninklijke onderscheidingen – Dina-Poortier

De koninklijke onderscheiding kreeg Poortier (77) omdat ze zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor onder andere de Hervormde kerk, het Streekmuseum, de Historische Kring Ommen en het Hervormd Zangkoor.

Hobby
Het is een grote hobby van Dina Poortier om met naald en draad kunstwerken te maken. Die variëren van kleden en kussens tot kleden. Dina verkoopt ze op verschillende markten voor goede doelen. In het Streekmuseum houdt Poortier zich vooral bezig met klederdrachten. Als mutsenmaker en naaldkunstenares verstaat Dina Poortier haar vak. Het herstellen van oude klederdrachten en knip- en plooimutsen is dan ook bij haar in goede handen. Bij de Historische Kring is Poortier verantwoordelijk voor de modeshows van historische kleding, onder andere op de Ommer Bissingh. Zij kleedt de levende paspoppen en voorziet het publiek bij de modeshows van deskundig commentaar. Voor alle kerken in Ommen maakte Poortier de voorhangsels van de preekstoelen en ook de collectezakken. Ze heeft meer dan 25 jaar lang de zondagsschool voor de hervormde kerk verzorgd en dat de bloemen bij de kerkdiensten na afloop bij zieken bezorgd worden. De ongetrouwde Dina Poortier is bijna 40 jaar lid van het Hervormd Zangkoor. Ze zorgt bovendien dat de koorleden er tiptop bijlopen.

Naailessen
Als jong meisjes kreeg Dina het werken met naald en draad met de paplepel ingegoten. Ze maakte al vroeg haar eigen jurken en poppenkleertjes. Na de lagere school ging Dina naar de huishoudschool in Ommen. Daarna behaalde ze haar diploma’s aan de modevakschool in Kampen. Ze geeft dan ook al naailessen. Het echte vakwerk leert ze bij Jenny Kampman aan de Bermerstraat. Na het overlijden van Kampman nam Dina in 1960 haar naailessenpraktijk over. Lees verder Koninklijke onderscheiding voor Dina Poortier