Antonie Gerrit Bloem, notaris in Ommen van 1895 tot 1928

Antonie Gerrit Bloem, geboren op 31 december 1859 in Valburg, werkt na zijn studie als kandidaat-notaris in Uitgeest. In 1895 wordt hij tot notaris in Ommen benoemd, als opvolger van notaris F.W.N. baron Mulert.

 Notaris Bloem op de fiets bij de Steile Oever.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Familie Bloem” en “Fotoalbum familie Bloem”.

In hetzelfde jaar van zijn benoeming trouwt Bloem met Elisabeth Petronella Cornelia van Hunsel uit Den Haag. Ze vestigen zich in Ommen. In 1900 koopt Bloem het woonhuis van burgemeester A.C. Bouwmeester aan de Markt 20, om vandaaruit zijn notarispraktijk uit te oefenen. Bloem laat het huis verbouwen met een serre. In 1914 komt er een plat dak op de woning. Met de aankoop van een naastliggend pand kan de tuin in 1927 uitgebreid worden. Behalve notaris is Bloem ook een aantal jaren plaatsvervangend kantonrechter in Ommen. Uit het huwelijk Bloem en van Hunsel worden twee kinderen geboren: in 1900 zoon Gerardus Johannes Antonie (Gerrit) Bloem en in 1901 dochter Elisabeth Maria Alida (Elisabeth) Bloem. Op 26 oktober 1918 overlijdt dochter Elisabeth Bloem. Ze is dan nog maar 17 jaar. In 1920 haalt de jonge Gerrit Bloem de krant als zoon van de notaris als hij met zijn motor uitwijkt voor een fietser en tegen een boom knalt in Ermelo. “De rijwieler hield zich aan een vrachtauto vast en maakte zich plotseling los. Met een ernstige beenwond en andere kwetsuren is Bloem onmiddellijk per automobiel overgebracht naar Ommen. Het motorrijwiel werd zwaar beschadigd”.

Dienstmeisje -> zie album “Dienstmeisje Jennigje Hellwich
Dienstmeisje in 1903 is de 23-jarige Jennigje Hellwich uit Besthmen; zij is dochter van Alexander Magnus Hellwich, molenaar op de Besthmenermolen. Jennigje trouwt in dat jaar met de 22-jarige Albert Stegeman. Het gezin Bloem wandelt regelmatig op zaterdagmiddag door de laantjes van het Laarbos. Notaris Bloem is een van de weinigen die dan al in het bezit is van een fotocamera en legt veel op foto vast. Ook heeft de notaris zitting in het bestuur van de Boerenleenbank. In Ommen heeft hij een drukke notarispraktijk met veel verkopingen. Notaris Bloem koopt ook zelf in de loop van de jaren verschillende bezittingen: boerderijen, landhuisjes, grond en ook de dikke steen op de Lemelerberg.

Overlijden
Op 6 september 1928 – als Bloem bijna 69 jaar is en als notaris nog in functie – overlijdt hij plotseling. Hij laat achter zijn echtgenote en zoon Gerrit. De krant bericht over de begrafenis van notaris Bloem: “Tal van auto’s en rijtuigen, waarbij zich vele ingezetenen hadden aangesloten, volgden de lijkbaar. Aan het graf werd het eerst het woord gevoerd door den heer dr. van Hunsel, een neef van den overledene, die zijn oom dank bracht voor de aangename wijze en warme belangstelling die hij steeds in familiezaken had betoond. Hierna sprak de heer C. E. W. Nering Bögel, die als burgemeester namens het gemeentebestuur en als voorzitter van den raad van toezicht op de Boerenleenbank memoreerde hij dat de samenwerking met den heer Bloem van den meest vriendschappelijken aard was. Zoowel in zijn ambt als notaris als in zijn functie als bestuurslid van de Boerenleenbank. De heer Bloem, aldus spreker, zal door de ingezetenen zeer gemist worden, omdat hij voor velen altijd een trouw raadsman was geweest, wiens adviezen op hoogen prijs werden gesteld. Spreker sprak daarna eenige woorden van troost tot de weduwe en den zoon van den overledene. De heer Windemuller. als bestuurslid van de Broederschap van Notarissen in den kring Zwolle, waarvan de heer Bloem lid was, herinnerde aan de nauwgezette plichtsbetrachting van den overleden collega, wiens eerlijkheid en onpartijdigheid op hoogen prijs werd gesteld. Daarna trad naar voren het lid der Tweede Kamer, de heer mr. P. J. Oud, die in de eerste plaats als vriend dank bracht voor de aangename wijze waarop hij door de familie Bloem werd ontvangen. Ook in zijn vorige betrekking als ontvanger der registratie te Ommen had hij den heer Bloem leeren kennen als een notaris, die op de meest eervolle wijze de belangen van allen die met hem in aanraking kwamen, met nauwgezetheid en onpartijdigheid had behartigd en wiens zorg het steeds was zijn ambt zoo goed mogelijk te vervullen. Moge dit een troost zijn voor de weduwe en een spoorslag voor den zoon om het voorbeeld van zijn vader te volgen. De zoon de heer G. J. A. Bloem, dankte daarna allen voor de groote belangstelling zijn onvergetelijken vader bewezen”, aldus de krant in 1928. Notaris J.H. Schrader uit Den Ham neemt als notaris in Ommen tijdelijk de honneurs waar, tot op 1 januari 1929 de benoeming van Hendrikus Hospers als opvolgend notaris volgt.

Pand van Bloem -> zie album “Markt 20 – Woning Bouwmeester / Bloem
Op 4 mei 1936 overlijdt ook mevrouw Bloem-van Hunsel. De enigste zoon Gerrit blijft alleen achter in het grote pand aan de Markt en trouwt vervolgens met de op 27 juli 1907 geboren Catharina Sara (Toos) Graadt van Roggen, dochter van de bekende kunstschilder J.M.(Job) Graadt van Roggen (1867-1959) uit Bergen. Ze blijven kinderloos. Gerrit renteniert en boert gedurende zijn leven op enkele landerijen, onder andere in het Arrierveld en Lemelerveld waar hij ook regelmatig jaagt. Hij zet in het Arrierveld in 1940 een ruilverkaveling in gang en wordt voorzitter van de Onderlinge Paardenfonds. Mevrouw Toos Bloem maakt zich verdienstelijk met handwerken en als voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Plattelandsvrouwen Ommen. Ze is onafscheidelijk met haar trouwe hond, die bij het boodschappen doen de rieten boodschappenmand in de bek voor haar draagt. In de loop van de tijd verkoopt Gerrit Bloem de meeste van zijn geërfde bezittingen. In 1978 wordt het rietgedekt landhuisje “Simmernocht” aan de Bergweg 12 in Ommen verkocht. Het huisje is dan in gebruik als dierenasiel bij mevrouw J. C. van Welderen Rengers. De dikke steen op de Lemelerberg, die de grens markeerde tussen Dalmsholte en Lemele blijft eigendom van de familie Bloem.

In het pand aan de Markt wordt na notaris Bloem vervolgens tot 1970 kantoor gehouden door de notarissen Hospers en Geerlings. De overige ruimten blijven bewoond door de heer en mevrouw Bloem-Graadt van Roggen. In de zestiger- en zeventigjaren worden de bovenruimten van het pand verhuurd. In alle hoeken en gaten huizen drie tot vier schooljuffen. Toos Bloem kookt ook voor de kostgangers en er wordt door hen gezamenlijk gegeten in de grootste kamer van het huis. Als Gerrit Bloem in 1979 overlijdt blijft de weduwe Toos Graadt van Roggen nog tot in 1987 aan de Markt wonen. Dan verkoopt ze het grote pand en gaat zelf kleiner wonen in een rijtjeswoning aan de Wilhelminastraat in Ommen. Koper van het “pand van Bloem” wordt projectontwikkelaar Martin Eibrink uit Zwolle. Het pand met grote tuin valt ten prooi aan de slopershamer voor een tweetal winkelpanden met woonappartementen. De tuin wordt een parkeerplaats en gaat verder als het 11-Aprilplein. Als Catharina Sara Bloem-Graadt van Roggen in 1996 overlijdt gaan de kunstwerken van haar vader die ze nog in bezit heeft naar het Drents Museum in Assen. Dit museum beschikt daardoor over de complete collectie van schildergraficus Job Graadt van Roggen. De Stichting Overijssels Landschap wordt als erfgename eigenaar van de dikke steen op de Lemelerberg. Enkele jaren eerder was het Overijssels Landschap al eigenaar geworden van het hele natuurreservaat op de Lemelerberg. Als dankbare herinnering aan de notarisfamilie Bloem heeft het Overijssels Landschap in 1997 een gedenkboom geplant op de Markt.

Bron: Harry Woertink – 24 januari 2016

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s