Karakteristiek pand in Ommen gered van de sloop

De slopershamer. Dat stond het karakteristieke pand aan de Kruisstraat 1 in Ommen zo’n vijftig jaar geleden te wachten.

 Het komplan van maart 1969 waarbij het pand van Van Eerten reeds is verwijderd.
Illustratie: Archief fotojournalist Herman Wigbels

Het (auto)verkeer moest makkelijker door Ommen kunnen rijden. Het pand met daarin een boekhandel stond in de weg en moest daarom worden afgebroken. Maar dankzij protest van de eigenaar/bewoner, Dick van Eerten, is het niet zover gekomen. Het van oorsprong uit 1903 daterende koffiehuis van den Volksbond, boekhandel/drukkerij en nu een modewinkel staat er gelukkig nog steeds.

Handtekeningactie inwoners
Afbraak van het pand zou een betere toegang tot de Kruisstraat mogelijk moeten maken, zo luidde het ontwerp van het nieuwe komplan Ommen in 1969. Van Eerten had van meet af aan bezwaar tegen deze voorgenomen afbraak. Hij vond daarbij steun van een groot deel van de bevolking van Ommen die een handtekeningenactie op touw had gezet waarin ze hun afkeuring uitspraken over alle stadsveranderingen van de laatste jaren.

Komplan
Bredere straten in de kom, wijziging van de Varsenerstraat in winkelbestemming en meer parkeerplekken, daar ging het plan voor. Het nieuwe ontwerpkomplan liet de oude eivorm, steunend op de vroegere wallen om de stad onaangetast. Ook de nieuwe winkelstraten en stegen bleven onaangetast, omdat volgens stedenbouwkundige Ir. Hajema daarin juist het typisch knusse karakter van Ommen zit. Behalve de afbraak van het pand van Van Eerten moesten ook in een aantal straten oude vervallen boerderijen en andere panden worden gesloopt, zoals in de Varsenerstraat, Bermerstraat en Gasthuisstraat.

De gemeenteraad van Ommen gaf in zijn vergadering van 27 september 1969 gehoor aan het besluit van het toenmalige college van burgemeester en wethouders om het karakteristieke winkelpand Kruisstraat 1 af te breken. Verkeerstechnisch zou hier op de hoek Kruisstraat-Varsenerstraat een doorbraak moeten komen. De raad protesteerde nog wel heftig tegen de voorgenomen sloop en onderschreef de bezwaren van Van Eerten en die van de bezwaar makende inwoners. Maar burgemeester Van Reeuwijk wilde het bezwaar van Van Eerten buiten behandeling houden omdat deze te laat was ingediend. Het college was niet op een andere gedachte te brengen. Door alle strubbelingen had de raad uiteindelijk een vergadering van ruim 3 uur nodig om het komplan goed te keuren. Lees verder Karakteristiek pand in Ommen gered van de sloop

Ommen. Lang geleden (6)

Vervolg over oud Ommen. Dit keer over industriële bedrijven. Gesteld kan worden dat vroeger de industrie in Ommen weinig had te betekenen. Eigenlijk kan alleen de agrarische industrie worden genoemd.

 Suikerfabriek met spooremplacement – Lemelerveld.
Zie voor meer foto’s de albums “Beetwortel Suikerfabriek” en “Suikerfabriek – Lemelerveld”.

Volgens de bedrijfstelling 1930 waren er: 2 zuivelfabrieken met 23 arbeidskrachten en 4 graanmalerijen (molens) met 9 arbeidskrachten. De gegevens der beroepstelling wijzen verder uit, dat een aantal in de gemeente Ommen woonachtige arbeidskrachten werkzaam is op buiten de gemeente gevestigde fabrieken. Men kan zich afvragen, waarom zich in de gemeente Ommen praktisch geen industrie ontwikkeld heeft. Speciale gunstige vestigingsfactoren voor industrie hebben in Ommen ontbroken. Aan het einde van de 18e eeuw schijnt de knoopmakerij van enige betekenis te zijn geweest. Al voor de Franse tijd is deze echter in verval geraakt. Eén aardewerkfabriek, 2 blauwververijen, 2 korenmolens, een houtzaag- en pelmolen benevens een pel-oliemolen, alles in Stad-Ommen. Aan de Ommerschans had de Maatschappij voor Weldadigheid in 1836 een koffiebaalweverij opgericht, waarin in 1841 138 valide personen en 345 zwakken en gebrekkigen werkten. Ook was men begonnen met de vervaardiging van boezelaarsbont en halsdoeken. Volgens het Gemeenteverslag werd te Ommen in 1852 opgericht een calicotweverij van G. & H. Salomonsen uit Almelo. Deze fabriek droeg het karakter van een weefschool. In de fabriek werkten een 20-tal arbeiders, terwijl een groter aantal dat het weven in de fabriek had geleerd, thuis werkte.

Beetwortelfabriek Lemelerveld
Inmiddels was in de gemeente Ambt-Ommen, na het graven van het Almelose kanaal (Zwolle-Almelo), een bedrijf gevestigd, dat zeker recht heeft op een nadere beschouwing, temeer daar het een bedrijf betreft, waarvan de vestiging niet samenhangt met de natuurlijke ontwikkeling van de agrarische gemeente Ambt-Ommen, doch beschouwd moet worden als min of meer toevallig. Bedoeld wordt hier de beetwortel suikerfabriek te Lemelerveld. Deze fabriek werd in 1865 in werking gesteld. Op zichzelf was het niet uitzonderlijk, dat in die jaren een beetwortel suikerfabriek werd gesticht. In 1858 werd in Zevenbergen, afgezien van een tijdelijke vestiging in de Franse tijd, de eerste suikerfabriek gesticht. Merkwaardig is alleen dat Lemelerveld als vestigingsplaats werd gekozen. In de gemeente Ambt-Ommen namelijk werden geen suikerbieten verbouwd, evenmin in Dalfsen, Raalte, Heino of Hellendoorn. De fabriek moest haar grondstoffen uit de IJsselstreek laten komen. Lees verder Ommen. Lang geleden (6)

Weer bustochten door omgeving

hko-oll-ommerb.jpgOMMEN – Ook dit jaar zijn er weer een viertal bustochten van de historische verenigingen CCO en Oll Ommer.

Met een luxe touringcar wordt door de omgeving langs mooie plekjes gereden. Gidsen geven onderweg uitleg over vele bezienswaardigheden. De bustochten zijn op de woensdagen 9 mei, 23 mei, 6 juni en 20 juni. Het vertrek is telkens om 18.00 uur vanaf het Streekmuseum aan Den Oordt 7 in Ommen. De terugkomst is om ongeveer 21.30 uur.

Het is dit jaar voor de tiende achtereenvolgend seizoen dat deze bustochten met veel succes worden georganiseerd. De belangstelling is altijd groot. Aan deze bustocht kan iedereen deelnemen, maar vol is vol. Opgave is mogelijk bij Henk Soer, telefoon 0529-455654; email: h.soer3@telfort.nl of bij Aldien Pasman, telefoon 0529-453446. De kosten zijn 12 euro per persoon; niet-leden betalen 14 euro per persoon, inclusief een kop koffie onderweg.
Bron: Harry Woertink – 27 maart 2018

Thema-avond 11 april: ‘De Kracht van Overleven’ – Portretten en verhalen van joodse overlevenden van de tweede wereldoorlog

OMMEN – Op woensdag 11 april – de Bevrijdingsdag van Ommen- organiseert de historische vereniging CCO een thema-avond. Dit keer in de bovenzaal van de bibliotheek aan de Chevalleraustraat 5.

Thema-avond 11 april: ‘De Kracht van Overleven’ – Portretten en verhalen van joodse overlevenden van de tweede wereldoorlog.

Vanaf 20.00 uur vertelt fotograaf Marijke Talen uit Vroomshoop over haar boek “Overleven”. Zij fotografeerde Joodse overlevenden van de Tweede Wereldoorlog en liet hun verhalen vastleggen. Marijke laat zien hoe krachtig de mens is en hoe belangrijk het is om ondanks alles positief te blijven. Ze zal stil staan bij de vele indrukwekkende fragmenten en beelden uit “Overleven”.

Deze lezing is reeds meerdere malen gegeven en wordt door zowel jong als oud goed ontvangen. Na afloop is er gelegenheid om na te praten, dit alles wordt als zeer waardevol ervaren. De lezing in de bovenzaal van de bibliotheek aan de Chevalleraustraat 5 in Ommen begint om 20.00 uur. Iedereen is van harte welkom.

Om de thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via het Streekmuseum in Ommen: email: info@museum-ommen.nl of telefonisch: 0529-453487. Voor CCO-leden is de toegang gratis. Niet leden betalen vier euro entree per persoon.
Bron: Harry Woertink – 23 maart 2018

70 jaar vakantievieren in De Wolfskuil Ommen

OMMEN – Vakantiecentrum “De Wolfskuil” aan de Wolfskuil 15 in Ommen viert haar 70-jarig bestaan. Eerder was deze accommodatie bekend als “Repelaerhoeve”.

 Kinderhuis De Wolfskuil in 1940.
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Kinderhuis De Wolfskuil” en “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve”.

Het was op 15 april 1948 dat jonkheer Ocker Relepaer de “Hopman Repelaerstichting” in het leven riep om te waarborgen dat kinderen die een steuntje in de rug nodig hebben vakantie kunnen vieren. Dit jaar is het dan ook 70 jaar voor kinderen met minder. Jonkheer Ocker Repelaer, geboren in ’s Gravenhage op 16 januari 1888, was iemand die het lot aantrok van minderbedeelden. Hij was zeer welgesteld. Zijn familiebezit was voornamelijk afkomstig van de familie van zijn moeder, de familie Van Lynden. In 1911 komt Ocker Repelaer in aanraking met de padvinderij van Robert Baden Powell, de grote voorloper van de scoutingbeweging in de wereld. Als hij 37 jaar oud is richt Repelaer een padvinderijgroep op met de naam “Willen is Kunnen” oftewel WIK. Uit de eerste opgerichte groep ontstaan meerdere padvinderijgroepen in Den Haag en omstreken. Nadat hij in 1936 Wassenaar voor de padvinderij een landgoed koopt gaat dat ook in Ommen gebeuren. Zijn neef, Baron van Pallandt van Eerde, verkoopt hem in 1938 een groot bosterrein de Wolfskuil.

Kinderhuis
De sociaal bewogen jonkheer Repelaer laat in de Wolfskuil een groot kinderhuis bouwen. Hier begint het Leger des Heils een kindersanatorium voor kinderen uit achterstandswijken van de Randstad, ook wel “bleekneusjes” genoemd. Zij logeren daar voor ongeveer vier weken om weer aan te sterken. Het zijn de crisisjaren van de jaren dertig van de vorige eeuw. Ook zijn geesteskind: de padvinderij WIK uit Den Haag haalt hij naar Ommen om ze in de zomermaanden te laten kamperen. Hij regelt daarvoor tenten, vervoer en foerage en laat een blokhut bouwen voor de padvinderij. Gedurende de oorlogsjaren 1940-45 zijn er geen padvinderij-activiteiten. Na de oorlog worden de activiteiten weer opgepakt.

Brand
Vanaf mei 1945 tot 1947 wordt het kinderhuis op de Wolfskuil beschikbaar gesteld voor kinderen van wie de ouders gedetineerd waren vanwege hun oorlogsverleden. In 1947 brandt door een defect aan de centrale verwarming het kinderhuis van het Leger des Heils tot de grond toe af. Alleen de inventaris kon nog worden gered. Een jaar na de brand staat er weer een nieuw gebouw. Lees verder 70 jaar vakantievieren in De Wolfskuil Ommen

Opening tentoonstelling in Palthehof met Solextoertocht op zaterdag 7 april

Met een Solex toertocht langs de verschillende dorpskernen van de gemeente Dalfsen opent museum Palthehof op 7 april 2018 op ludieke wijze het museumseizoen met de dubbeltentoonstelling “Vaart en Vecht; verbinding, verkeer, vooruitgang” en “De Palthehof zegt het met bloemen”.

voorkantpalthehofb6.jpgOm 10 uur verricht wethouder Jan Uitslag de opening van deze eerste DNA van Dalfsen- tentoonstelling en geeft het startsein voor de Solextoertocht onder leiding van leden van de Solexvereniging ’t Olde Ploffie. Het is een open toertocht, waarvoor B&B Het Klooster van Dalfsen belangeloos een aantal Solexen beschikbaar stelt. Dit is een unieke kans voor wie zelf geen Solex heeft, maar wel aan zo’n tocht door onze mooie gemeente wil deelnemen. De tocht gaat langs De Wiekelaar in Oudleusen naar het Zwembad in Lemelerveld, waar een foto-film expositie is ingericht en de deelnemers een eenvoudige lunch wordt aangeboden. Daarna gaat de tocht naar het Anjerpunt in Hoonhorst, waar een kleine expositie over de belangrijkste verbindingswegen rond Hoonhorst is ingericht en dan naar het Kerkplein in Dalfsen, waar een gevarieerde opstelling van oldtimers en mobiele gebruiksartikelen m.b.t. het DNA van de Gemeente Dalfsen is te bewonderen. Daarna gaat de tocht terug naar de Palthehof in Nieuwleusen. Deelname is gratis, maar het bezit van een rijbewijs is een voorwaarde. Wetgeving: wie een rijbewijs heeft mag op een Solex rijden. Deelname is op eigen risico. Helmen zijn beschikbaar. Opgave via Info@Palthehof.nl zolang er Solexen beschikbaar zijn; op=op.

“Vaart en Vecht; verbinding, verkeer, vooruitgang”
In Museum Palthehof wordt volop gewerkt aan de tentoonstelling die op 7 april 2018 om 10 uur wordt geopend door wethouder Jan Uitslag. De tentoonstelling laat zien hoe groot de betekenis van wegen, rivier en kanalen is geweest voor de economische ontwikkeling in de gemeente Dalfsen. De eerste bewoners vestigden zich langs de Vecht en via deze rivier werd de zware Bentheimer zandsteen vervoerd. Na het graven van de Dedemsvaart werd het moerassige hoogveen afgegraven en werden grote hoeveelheden turf vervoerd naar de steden in Holland. Lees verder Opening tentoonstelling in Palthehof met Solextoertocht op zaterdag 7 april

Ommen. Lang geleden (5)

Een vervolg over Ommen, maar dan lang geleden. Over het ontstaan van de stad, de bewoners en het leven op het platteland. In dit deel de kleding van toen.

 In het Streekmuseum poseert een mevrouw met een baby op de arm in oude klederdracht.
Afb.: Streekmuseum Ommen

Een sociografie van Ommen, zoals vervat in een rapport uit 1949 gemaakt door Groenman en Schreuder in opdracht van de stichting Maatschappelijk werk ten plattelande.

Bij de kleding moet onderscheid gemaakt worden tussen werk- en zondagse kleding en tussen kleding van boeren en burgers. De kwaliteit van de kleren is zeer goed te noemen. Door de week draagt de boer een zwaar en donker manchester, waaronder een zwarte trui en blauwe kiel. Het aantal onderkleren is zeer groot; er worden veel gebreide borstrokken gedragen. ’s Zondags verandert de garderobe. Dan trekt de boer zijn zwarte lakensepak aan, waaronder weer de trui. De pijpen van de broek zijn kort en nauw. Het geheel wordt gecompleteerd door zwarte sokken, de mooie wit geschuurde klompen en zwartzijden pet. De lakense kostuums zijn zeer degelijk en het komt vaak voor, dat de boer zijn gehele leven hetzelfde kostuum gebruikt.

Van de diverse modevoorschriften trekken de boeren zich nagenoeg niets aan. Confectiekostuums zijn nog niet in zwang. Ook niet bij jongeren boeren. De magazijnen voor confectiekleding vinden daarom ook hun klanten voornamelijk in de stad en een enkele keer onder de meer „verburgerlijkte” boeren. Het zondagse kostuum wordt alleen gedragen op zon- en feestdagen, bij visite en andere uitgangsdagen. In de stad wordt als werkkleding de overall gebruikt. De laatste jaren zie je ook meer dat het platteland inburgert en daar vooral gedragen wordt door de jongelui. De overall fungeert ook wel als half “opknappertje” als bijvoorbeeld een tuniek erbij wordt aangetrokken of het manchester jasje of het afgedankte zondagse kostuum. Het gebruik van een winterjas is er bij mannen gaandeweg ingekomen. Dat deze jas werkelijk meer mode- dan nuttigheidsobject is, blijkt duidelijk uit het feit dat men er niet tegen opziet op hete zomerdagen de jas aan te trekken. Regenjassen ziet men vooral bij de jongelui. Lees verder Ommen. Lang geleden (5)

Yad Vashem postuum uitgereikt aan echtpaar Reefhuis uit Lemele voor redden Joodse medeburgers

Aan het echtpaar Reefhuis uit Lemele is postuum de Yad Vashem onderscheiding uitgereikt.

 Annemie van Zuilen in het midden met rechts Henk Reefhuis en links de Ommer burgemeester Hans Vroomen.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen het album “Yad Vashem onderscheiding”.

Dit voor de hulp die Lubbertus Reefhuis en Geertje Reefhuis-Boekel hebben geboden om Joodse kinderen uit handen van de Duitsers te houden tijdens de periode van de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). De uitreiking vond maandag 12 maart 2018 plaats in het gemeentehuis van Beilen, waar namens het gemeentebestuur van Ommen burgemeester Hans Vroomen vertegenwoordigd was. De onderscheiding, certificaat met medaille werd uitgereikt door Aviv Shir-On, ambassadeur van Israël. Henk Reefhuis, zoon van het overleden echtpaar nam de onderscheiding in ontvangst. De in Gouda wonende Henk Reefhuis bedankte in zijn toespraak met name de bewoners van Lemele, die als het ware een ring van bescherming boden aan het verzet. De familie Reefhuis gaf in de oorlog onderdak aan Annemie van Zuilen. Zij was speciaal voor deze plechtigheid uit Canada waar ze nu woont overgekomen. Het weerzien van Annemie en de zoon van de familie Reefhuis was heel emotioneel.

Annemie van Zuiden was 4 jaar toen de oorlog begon. Zij en haar ouders waren Joods en woonden in Beilen. Tijdens de angstige oorlogsjaren moest ook Annemietje onderduiken om uit handen te blijven van de verachte Duitse bezetter. Dat gebeurde op tal van adressen. Het laatste adres waar ze verbleef tot aan de bevrijding was bij de familie Reefhuis aan de Lemelerweg 42 in Lemele. Ze kwam hier aan in 1944 en werd gebracht door Niek Viëtor. De periode in Lemele herinnert Annemie als veilig en liefdevol bij het gastgezin Lubbertus Reefhuis en Geertje Reefhuis-Boekel. Voor de hulp die het echtpaar Reefhuis bood, om zo Joodse kinderen uit handen van de Duitsers te houden, heeft de Ambassade van Israël postuum de Yad Vashem onderscheiding ‘Rechtvaardigen onder de Volkeren’ toekend. Lees verder Yad Vashem postuum uitgereikt aan echtpaar Reefhuis uit Lemele voor redden Joodse medeburgers

Ommen. Lang geleden (4)

In deze streek en vooral in het oosten en zuiden van Ommen ziet men vele boerderijen van het oude Saksische type of het Halle-type waarop overigens vele variaties zijn.

 Erve Volkerink aan de Beerzerweg in de jaren 40, als voorbeeld van een Saksische boerderij met zogeheten onderschoer, een inspringende ruimte in de achtermuur van de deel.
Afbeelding: OudOmmen

De woonruimte, een donker vertrek met slechts een tweetal ramen, is van de deel gescheiden door een muur, waarin een deur zit aan een kant van de haard. Aan de andere kant van het vuur is de vaste zitplaats van de boer. Vaak treft men hier in de muur een raampje, zodat de boer zo nu en dan zijn blik kan laten gaan over de deel en het vee in de stallen. In het vertrek zijn een groot aantal zware eikenhouten kasten en kisten geplaatst, waarin onder andere het linnengoed wordt opgeborgen. Het plafond is van stevige balken gemaakt. In de winter hangt er worst en spek te drogen. De veestallen bevinden zich aan weerskanten van de open deelruimte. Aan de ene kant de koestallen, de kalveren het dichtst bij de woonruimte. Aan de andere kant zijn de varkenshokken gebouwd, terwijl hier tevens plaats is ingeruimd voor de paarden, voorzover deze dan aanwezig zijn. Tussen koestal en woonruimte vindt men in de nieuwere boerderijen een smal gangetje, waarin soms een pomp is, soms een WC. In de oudere boerderijen staat de WC ook wel achter in de stal of buiten het huis en ontbreekt in enkele gevallen geheel. Dan dient de mesthoop als zodanig. In de stad bestaat nog het tonnetjessysteem, waarbij dan een ophaal dienst functioneert. Alleen de moderne huizen en villa’s bezitten toiletten met doorspoeling.

Bedstee
Keren we naar de boerderij terug, dan blijkt dat in enkele gevallen de bedstee nog aanwezig is. Deze bevindt zich aan weerskanten van de woonkamer. Het zijn diepe, donkere hokken met deuren ervoor, ingebouwd in de muren. Vooral door de jongere boeren werden later de nog overgebleven bedsteden vervangen door slaapkamers of opslagruimten. Het aantal mensen, dat in een bedstee slaapt, was afhankelijk van de gezinsgrootte. In grote gezinnen kwam het nog voor, dat er vijf of zes kinderen in een bedstee sliepen, waarvan een paar aan het voeteneind. Lees verder Ommen. Lang geleden (4)

Workshop Palmpasenstok versieren in Streekmuseum Ommen

OMMEN – Op 24 maart, de tweede zaterdag voor Pasen, is het weer zover: de optocht van “Zwaanties op ‘n stökkie”, of te wel de jaarlijkse Palmpasenoptocht in Ommen.

 Enkele deelnemers van de Palmpasenoptocht in 2017.
Foto: Hans Steen

Een oude traditie waar een stoet jongeren met een versierde Palmpasenstok onder begeleiding van muziek door Ommen trekken.

Workshop
De Palmpasenoptocht voor de kinderen wordt in ere gehouden door de Gemienschop van Oll Ommer, een vereniging die zich inzet om Ommer tradities overeind te houden. Palmpasen is van oorsprong een christelijk feest, waarbij de palmtak verwijst naar de palmbladeren die de Joden neerlegden bij de intocht van Jezus in Jeruzalem. De palmtak is een kruis van twee dunnen stokken die aan elkaar worden vastgemaakt. De stokken worden omwikkelt met gekleurd papier, waarna de buxus op de stok wordt vastgebonden. Daarna wordt een koord met snoep of fruit geregen en aan de dwarslat vastgebonden. Tot slot wordt een broodzwaantje op de bovenste punt gezet. De palmstok wordt bekleed met buxustakken. In Ommen spreken ze niet van een haantje op een stok, maar van een zwaantje op een stok. Om de kunst van het versieren van een Palmstok onder de knie te krijgen organiseert Oll Ommer op zaterdag 17 maart om 10.30 uur in het Streekmuseum een workshop “Palmpasenstok versieren”. Voor de deelnemers is er dan een gratis startpakket, bestaande uit een geschilde stok, buxustakjes, voorgeboorde snoepeitjes, krenten, rozijnen en een sinaasappel, juist de “ingrediënten” voor een originele Ommer “Zwaantie op ‘n stökkie”. Opgave voor workshop voor 15 maart bij Gerrit Steen, telefoon 0529-454181.

Palmpasenoptocht
De jaarlijkse Palmpasenoptocht zelf is op zaterdag 24 maart. Die zaterdag kunnen om 14.00 uur de zelf gemaakte creaties gebracht worden naar het Streekmuseum aan Den Oordt 7 in Ommen. Een jury zal dan de versierde stokken beoordelen. Om 14.30 uur gaat hier de optocht van start met het jeugdorkest van Soli. De route is door het centrum en eindigt rond 16.00 uur in de hal van Verzorgingscentrum Oldenhagen aan de Hessel Mulertstraat 22. Lees verder Workshop Palmpasenstok versieren in Streekmuseum Ommen