-
Buurtvisite Junne en Stegeren
De Historische Kring Ommen organiseert een gezellige avond voor alle bewoners van Junne en Stegeren. De werkgroepen hebben uit de collecties materiaal verzameld om het verhaal van Junne
en Stegeren te vertellen en te laten zien.
1978 – Boerderij ‘De Stolte’ Junnerweg 7.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums ‘Junne‘ en ‘Stegeren‘.Een aantal boerderijen uit de buurtschappen worden eruit gelicht; de bewoners bleken nog allerlei mooie oude spullen te hebben, die ze voor deze avond te leen geven. De avond is bedoeld voor alle inwoners en vroegere inwoners van de buurtschappen Junne en Stegeren. Na een kop koffie of thee laten we eerst oude foto’s zien uit de buurtschappen, gevolgd door een presentatie over Calsum in Stegeren. Daarna kunt u de tentoonstelling bekijken over de historie van Junne en Stegeren met interessante informatie en oude beelden uit vroeger tijd.
We hopen op een feest van herkenning en ophalen van oude verhalen over de buurtschap. Misschien heeft u of weet u ook wel dingen die interessant zijn voor de HKO om vast te leggen. We houden ons aanbevolen. Natuurlijk hebben we ook oude foto’s waar mensen op staan, die wij niet kennen maar u misschien wel. Dat zouden we graag willen weten. Misschien bent u ook wel geïnteresseerd in uw stamboom. U kunt uw stamboom opvragen en laten afdrukken, dit wel voor zover de voorouders in Ommen woonden.
De HKO houdt de buurtvisite op woensdag 30 maart 2016 in het Streekmuseum, Den Oordt 7, Ommen om 20:00 uur. Inloop en kop koffie/thee vanaf 19:30 uur. In geval van grote opkomst, houden we een 2e avond op donderdag 31 maart 2016. U kunt zich uiterlijk dinsdag 15 maart 2016 voor de avond opgeven bij Aldien Pasman: telefoon 0529–453446 of e-mail egbert.pasman@hetnet.nl.
Hopelijk tot ziens. Historische Kring Ommen.Bron: Historische Kring Ommen – 17 februari 2016
-
Geschiedenis van de 170-jarige molen De Lelie (2)
In 1844 verleende de Minister van Financiën toestemming aan mevrouw Johanna van Loo, weduwe van Jan Veldhuis Mansier, om een koren- en pelmolen te stad Ommen op te mogen richten.
Molen De Lelie in 1975. Rechts op de voorgrond is nog zichtbaar het gebouwtje van de noodslachting.
Foto: OudOmmen.nl
Zie voor meer foto’s het album “2016 – Feestweek 170-jarige molen De Lelie”.Eerder in dat jaar, op 3 februari 1844, moest de weduwe afscheid nemen van zijn geliefde echtgenoot Jan Velthuis Mansier die op 55-jarig leeftijd overleed. Hij was logementhouder van het bekende Zwarte Paard in het centrum van Ommen. De zoon Jan Mansier is het die op grond van zijn eigen familie de molen laat bouwen. In 1846 is de molen gereed. In een gevelsteen van de molen wordt de naam van de bouwer en het bouwjaar vermeld.
Ongeluk
De jonge molenaar is nog onervaren. Dat nekt hem in de zomer van 1846. De molen draait nog proef. Mansier wil de wieken stoppen doormiddel van de vang, maar die weigert dienst. Het gevolg is dat hij een tik van de molenwiek krijgt en hetzelfde moment over de stelling wordt geslagen en naar beneden stort. Hij overleeft de val wonderwel, maar zijn toestand is bezorgd. De krant maakt op 24 juni 1846 melding over dit voorval: “OMMEN, 24 junij. Op den middag van den 22sten dezer, had alhier een ongeluk plaats, dat niet alleen de betrekkingen van het slagtoffer in de diepste neerslagtigheid doen verkeeren, maar ook de algemeene belangstelling, omtrent den afloop van hetzelve, bezig houdt. De jeugdige molenaar Jan Mansier, den gang, van den door zijne moeder, voor hem gebouwden koorn- en pelmolen, beproefd hebbende, en vervolgens weer willende afzeilen, had het ongeluk, dat hij, bij het niet voldoende werken van den zogenaamde vang, door een der wieken, die hij wilde tegenhouden, terug gedrongen werd, het evenwigt verloor, en over de borstwering der zwikstelling, van eene hoogte van circa 25 voeten, naar beneden stortte. Bewusteloos werd hij bij zijne diep bedroefde moeder te huis gebragt, alwaar hij zich nog in eenen toestand bevindt, die, hoewel niet hopeloos, echter zeer veel bezorgdheid baart.” De geschiedenis leert dat Mansier ondanks dit ongeluk de werkzaamheden weer kan hervatten. In 1855 krijgt hij de grond en de molen op naam. (meer…) -
Molen De Lelie viert 170 jaar bestaan – Cultureel erfgoed van ondergang gered
OMMEN – Molen De Lelie aan het Molenpad 7 in Ommen viert dit jaar (2016) haar 170-jarig bestaan. Het is dankzij Hendrik Oldeman, een telg uit een oud Ommer molenaarsfamilie, dat deze windmolen is gered van de ondergang.
Een moment van de officiële overdracht van het gedenkbord voor molen De Lelie op 14 april 1984. V.l.n.r.: Bakker Ten Brinke, Lex Hollak, Dieks Makkinga, Jennie Weelink-Woertink, Gerrit Jan Jaspers (wethouder), Wiechert Stegeman, Gerrit van der Kolk, Tiene Pepping-Smit, Carel Knoppers (burgemeester), Martend Makkinga, molenaar Anton Wolters, Gerard Oldeman, Margchien Oldeman-Schoemaker, Jennie de Lange-Steen, Bats Makkinga, Jo Kampman-Warmelink en Jan Keizer.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de albums “2016 – Feestweek 170-jarige molen De Lelie” en “Molen de Lelie”.Ruim 45 jaar geleden was er grote belangstelling vanuit Amerika om molen De Lelie aan te kopen en in Holland-Michigan weer op te bouwen. De molen was toen weliswaar in sterk verval geraakt zonder wieken, maar het binnenwerk was nog wel aanwezig. Als eigenaar van de molen heeft Hendrik Oldeman de molen voor de toekomst weten te behouden door De Lelie aan de gemeente te verkopen. Wel onder strikte voorwaarde dat de gemeente verplicht werd om de molen te restaureren en weer draai- en maalvaardig te maken. Dat Oldeman vijfduizend gulden op de koop moest laten vallen had hij er graag voor over. Zo kon voor Ommen cultureel erfgoed behouden blijven.
Lange geschiedenis
De Lelie heeft een lange geschiedenis achter de rug. In 1846 werd de molen door een zekere Jan Mansier gebouwd. Hij is een zoon van de toenmalige herbergier van Het Zwarte Paard in Ommen. Het zat de molenaar niet mee in zijn leven. Op 20 juni 1849 trouwde hij met een dochter van de plaatselijke geneesheer, te weten met Johanna Geertruida Lindenhovius. Als zij kort na dit huwelijk overlijdt hertrouwd Jan Mansier op 3 november 1852 met Alberta Christina van Raalte, weduwe van geneesheer Hendrik Jan van Dijk uit Amsterdam. Zijn tweede vrouw is een zuster van predikant Ds. Albertus Christiaan van Raalte, die in 1846 naar Amerika emigreerde en daar de staat Michigan heeft gesticht. Helaas bleek de molen geen winstgevende investering. De zaken gingen slecht en in 1859 moest Mansier op één dag twee hypotheken op zijn molen nemen. De hele familie sprong bij met giften en leningen om de zaak in stand te houden, maar het mocht niet baten. (meer…) -
Thema-avonden Streekmuseum Ommen: 1 maart, 11 april, 23 mei en 30 mei
OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen houdt een viertal interessante thema-avonden. De eerste is op dinsdag 1 maart met een presentatie over Landgoed Eerde en de Besthmenerberg.
De ijskelder van de Ommerschans in 2015.
Foto: OudOmmenOp maandag 11 april staat Kamp Erika centraal en op maandag 23 mei de ijskelders in de gemeente Ommen. De thema-avonden worden afgesloten op maandag 30 mei met het thema de Ommerschans. De avonden beginnen om 20.00 uur. De entree is vier euro persoon inclusief koffie in de pauze.
Landgoed Eerde en de baronnen van Pallandt van Eerde kennen een rijke historie die lang niet bij iedereen bekend is. Ook de geschiedenis van de Besthmenerberg en wat zich in de loop der jaren er heeft afgespeeld met onder andere Krishnamurti worden op 1 maart, de eerste thema- avond belicht.
Op 11 april – de Bevrijdingsdag van Ommen – gaat het over kamp Erika tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Kamp Erika werd op 22 juni 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan met het beestachtig mishandelen van de gevangenen. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp en in het laatste jaar van de oorlog weer een strafkamp. Na de oorlog deed het kamp dienst als interneringskamp tot het op 31 december 1946 werd gesloten.
Maandag 23 mei zijn de vier unieke ijskelders in de gemeente Ommen aan de beurt. Een fenomeen die geworden is van cultuur naar natuur. De betekenis van de nominatie Unesco Werelderfgoed voor de Ommerschans en haar geschiedenis van dit oorspronkelijke bastion zijn onderwerp op maandag 30 mei.
Om een thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via email: info@museum-ommen of telefonisch: 0529-453487.
Bron: Harry Woertink – 2 februari 2016
-
Ccoba presenteert: Vier broers, één liefde: natuurfoto’s door de Gebroeders Reitsma
Ccoba, de culturele commissie bibliotheek activiteiten, organiseert op dinsdag 9 februari in de Bibliotheek aan de Chevalleraustraat een avond met de gebroeders Reitsma uit Zwolle.
De liefde voor de natuur kregen ze van huis uit mee, met vader, moeder en de negen kinderen het veld in om kievitseieren te zoeken of een lange zomervakantie in de natuur. Zo leerden ze al die vogels en vlinders kennen die ze nu zo prachtig op de gevoelige plaat vastleggen. Vanuit hun woonplaats Zwolle fotograferen Jan-Pieter, Douwe, Anne en Gerrit Reitsma vaak in Dalfsen en Ommen maar ze zijn ook veel te vinden in het Park de Hoge Veluwe waar ze in 2014 in het informatiecentrum exposeerden. In het programma ‘Man bijt hond’ kregen we al een voorproefje, bij Ccoba kunnen we live genieten van de prachtige foto’s en verhalen van deze unieke broers.
De avond begint om 20.00 uur en de entree bedraagt € 7,00. Vrienden van Ccoba betalen € 3,00, bibliotheekleden € 5,00. Dat is inclusief koffie/thee. Kaarten zijn tijdens de openingsuren verkrijgbaar bij de klantenservice van de Bibliotheek Ommen. Ook op de avond zelf is er kaartverkoop. Openingstijden van de klantenservice: maandag 14.00-20.00 uur, dinsdag en donderdag 14.00 – 18.00 uur, woensdag en vrijdag: 14.00 – 20.00 uur en zaterdag 10.00 – 12.00 uur. Tel. 0529-452158. Reserveren kan via de website van de Bibliotheek http://www.bibliotheekommen.nl. Deze informatie is ook te vinden op de website http://www.ccobavanommen.blogspot.com.
Bron: Bibliotheek Ommen – 29 januari 2016
-
Antonie Gerrit Bloem, notaris in Ommen van 1895 tot 1928
Antonie Gerrit Bloem, geboren op 31 december 1859 in Valburg, werkt na zijn studie als kandidaat-notaris in Uitgeest. In 1895 wordt hij tot notaris in Ommen benoemd, als opvolger van notaris F.W.N. baron Mulert.
Notaris Bloem op de fiets bij de Steile Oever.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Familie Bloem” en “Fotoalbum familie Bloem”.In hetzelfde jaar van zijn benoeming trouwt Bloem met Elisabeth Petronella Cornelia van Hunsel uit Den Haag. Ze vestigen zich in Ommen. In 1900 koopt Bloem het woonhuis van burgemeester A.C. Bouwmeester aan de Markt 20, om vandaaruit zijn notarispraktijk uit te oefenen. Bloem laat het huis verbouwen met een serre. In 1914 komt er een plat dak op de woning. Met de aankoop van een naastliggend pand kan de tuin in 1927 uitgebreid worden. Behalve notaris is Bloem ook een aantal jaren plaatsvervangend kantonrechter in Ommen. Uit het huwelijk Bloem en van Hunsel worden twee kinderen geboren: in 1900 zoon Gerardus Johannes Antonie (Gerrit) Bloem en in 1901 dochter Elisabeth Maria Alida (Elisabeth) Bloem. Op 26 oktober 1918 overlijdt dochter Elisabeth Bloem. Ze is dan nog maar 17 jaar. In 1920 haalt de jonge Gerrit Bloem de krant als zoon van de notaris als hij met zijn motor uitwijkt voor een fietser en tegen een boom knalt in Ermelo. “De rijwieler hield zich aan een vrachtauto vast en maakte zich plotseling los. Met een ernstige beenwond en andere kwetsuren is Bloem onmiddellijk per automobiel overgebracht naar Ommen. Het motorrijwiel werd zwaar beschadigd”.
Dienstmeisje -> zie album “Dienstmeisje Jennigje Hellwich”
Dienstmeisje in 1903 is de 23-jarige Jennigje Hellwich uit Besthmen; zij is dochter van Alexander Magnus Hellwich, molenaar op de Besthmenermolen. Jennigje trouwt in dat jaar met de 22-jarige Albert Stegeman. Het gezin Bloem wandelt regelmatig op zaterdagmiddag door de laantjes van het Laarbos. Notaris Bloem is een van de weinigen die dan al in het bezit is van een fotocamera en legt veel op foto vast. Ook heeft de notaris zitting in het bestuur van de Boerenleenbank. In Ommen heeft hij een drukke notarispraktijk met veel verkopingen. Notaris Bloem koopt ook zelf in de loop van de jaren verschillende bezittingen: boerderijen, landhuisjes, grond en ook de dikke steen op de Lemelerberg. (meer…) -
Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde
Natuurmonumenten begint volgende maand met het herstel van een bijzonder onderdeel van het parkbos op landgoed Eerde. Het gaat om het zogenaamde ‘quinconcevak’, een speciaal ontwerp uit de Frans Classicistische stijl, die in 1715 in de mode was.
1956 – Landgoed Eerde met Kasteel vanuit de lucht.
Foto: OudOmmenVanaf de Hammerweg gezien ligt het parkbosvak waar het om gaat rechts voor kasteel Eerde. Het bureau SB4, gespecialiseerd in onderzoek van historische tuinen, parken en landschappen, concludeerde in 2010 dat landgoed Eerde uniek is in Nederland. “Eerde is een soort museum van tuinstijlen; een cultuurhistorische parel!”, aldus Eric Blok van SB4. De eiken in dit parkbosvak zijn destijds aangeplant in een strak vierhoeksverband. Deze stijl heet quinconce, omdat het oorspronkelijk ging om een patroon van 5 bomen, in de vorm van de vijf op een dobbelsteen. Bij latere toepassingen, zoals ook hier op Eerde, werd de middelste boom weggelaten, maar de naam quinconce bleef in gebruik. Van de oorspronkelijke eiken is nu nog een klein aantal over. Deze oude bomen zijn aan het eind van hun leven en takelen snel af. Met het oog op de veiligheid van bezoekers, moet er op niet te lange termijn worden ingegrepen. Dit biedt Natuurmonumenten de kans om het ontwerp uit 1715, een unieke cultuurhistorische parel, in ere te herstellen.
Nationaal belang
Het ensemble Eerde moet gezien worden als een totaalcompositie volgens het Frans Classicisme dat van oorsprong reeds zeldzaam en van hoge kwaliteit was en in de huidige tijd door haar gaafheid en nog aanwezige kwaliteiten een zeldzaam geworden voorbeeld. Daarbij is Eerde niet alleen van regionaal belang, maar zeker ook van nationale betekenis en mogelijk nog meer. (uit het rapport van SB4). Natuurmonumenten kiest er bij het herstel voor om alle bomen in het vak in één keer te kappen. Een pijnlijke ingreep in het parkbos, maar alleen op die manier kan het strakke karakter van de oorspronkelijke aanleg teruggebracht worden. (meer…) -
Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)
Ommen staat in 1950 op z’n kop met 7000 padvinders uit binnen- en buitenland tijdens het 10-daagse Jeugdkamp, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nederlandse Padvinders Vereniging.
1958 – Wolfskuil – Oubaas Pomes (links) was een levenlang bij de padvinderij betrokken.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Wolfskuil – Kampeerterrein Padvinderij”, “Nationaal Kamp” en “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve”.Koningin Juliana brengt een bezoek aan Ommen en een dag later is het prins Bernhard die de padvinderskampen in Ommen aandoet. De padvindersactiviteiten zijn over Ommen verspreid. De kuil van De Wolfskuil doet dienst als plek voor kampvuren en opvoeringen.
De Blokhut
Bert Zonneveld was in 1950 met zijn ouders en zus Corrie tijdelijk bewoner van De Blokhut. “Ik herinner me het jaar 1950 heel goed. Er waren heel wat tenten in de Wolfskuil vol met padvinders, ook veel uit het buitenland. Een Franse groep vroeg mijn vader of ik met hun wilde gaan zwemmen en waar zou dat kunnen? Nou, in die tijd was de Regge niet erg schoon en er was geen zwembad. We vertelden hun dus van “het strandje” bij het “Bleekie”, naast de Vechtbrug waar we dikwijls gingen voetballen na school. Ik kon niet zwemmen en zat op een ogenblik in erge nood in te diep water. Alhoewel ik toen niet Frans kon spreken liet ik die padvinders wel weten dat ik aan het verdrinken was. Ineens waren er hulp biedende handen die mij in veiligheid brachten. Ook kan ik me nog herinneren dat we ineens een paar kippen hadden verloren. De dichts bijstaande tentbewoners hadden namelijk een kuiltje gegraven, toen een doek er over met wat takjes en wat broodkruimels. Arme kippen! Ook werden wij uitgenodigd om naar uitvoeringen in het amfitheater bij te wonen, dat we graag deden”.Wolfskuilbewoners
Gedurende de tijd dat de Zonneveld’s in Ommen woonden was er genoeg te beleven volgens Bert Zonneveld. “Mijn zus Corrie en ik speelden dikwijls in en rondom het amfitheater met vrienden die ook in de Wolfskuil woonden tussen 1946 en 1953. Frans de Vries, de van der Klippies, Hilda de Otter, de kinderen van Siegman, Henk Meyer, Jopie Struikman en anderen. (meer…) -
Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)
Als jonkheer Repelaer via familieverbanden zich op Ommen richt, komt hij uit in de Wolfskuil. Baron van Pallandt verkoopt hem 28 hectare bosterrein. Hier wordt in 1940 onder auspiciën van Het Leger des Heils een kinderhuis geopend.
Voor het Nationaal Padvinderskamp in augustus 1950 wordt in de (Wolfs-)kuil een amfitheater gemaakt met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.Na een fatale brand in 1947 werd op de plek van het kinderhuis een nieuw kampeerhuis gebouwd met de naam Sint Jorishoeve. Vanaf de zestiger jaren gaat Repelaar de Wolfskuil ook beschikbaar stellen aan andere groepen dan de padvinderij. Aan het kampeerhuis wordt dan nog een kleiner logeerhuis toegevoegd: de Mowglihut.
Filantroop
Behalve zijn inspanningen voor de padvinderij had Repelaer ook oog voor andere noden in de samenleving. Een filantroop waar anderen ook wel eens misbruik van maakten. Eigengereid maar ook een sociaal zeer bewogen man, zo kenmerkt de jonker zich. Door zijn hoed, witte handschoenen en rood jasje was Repelaer een opvallende verschijning en met zijn grote Amerikaanse auto, waarmee hij eerst zelf reed en later door een chauffeur liet rondrijden, ook een bezienswaardigheid. Ocker Repelaer werd geboren op 16 januari 1888 in Den Haag. Zijn vader was mr. dr. Ocker Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf en zijn moeder Cecile Marie barones van Lynden. Ocker groeide op met een zusje en twee broers in Den Haag. Hier bewoonde het gezin een statig pand aan de Lange Voorhout 16. De vader van Ocker was jarenlang lid van de gemeenteraad en wethouder. De familie Repelaer was vermogend. In 1925 richtte Repelaer in Den Haag een padvindersgroep op onder de naam W.I.K. (Willen is Kunnen). Hiervoor kocht hij in 1934 in Wassenaar het landgoed Herco aan de Eikenlaan. Daar kwamen drie padvindershuizen en een woning. Met financiële steun van de jonkheer wordt dit gebouw in 1952 geschikt gemaakt als polikliniek voor de behandeling van spastische jongeren.Wolfskuil
Wie terug gaat in de geschiedenis over het ontstaan van de naam Wolfskuil komt niet verder dan legendes. De Wolfskuil is nog steeds een uit wit zand bestaande verhoging op de rand van het bos en de overloop van de rivier de Regge. Ooit zou hier een wolf gesignaleerd zijn en het lot van iemand in het ongewisse hebben laten geraken. Op de verhoging staat De Blokhut. Na een brand in 1957 is het nieuw opgebouwd echter zonder de oorspronkelijk rietendakbedekking. Voor en na de oorlog was de Blokhut een onderkomen voor de padvinderij. (meer…) -
Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)
Arme kinderen uit de stad vakantie bieden in de bosrijke omgeving van Ommen. Dat was 75 jaar geleden de doelstelling van het kinder- en vakantiehuis Wolfskuil.
Het nieuwe kinderhuis Wolfskuil geopend in 1940.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en de albums “Kinderhuis De Wolfskuil”, “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve” en “De Blokhut Wolfskuil”.“In de bosschen van “Wolfskuil” te Ommen is een vacantiehuis gebouwd, dat binnenkort in gebruik genomen zal worden. De inrichting, een geschenk van jhr. Repelaer te Den Haag, aan het Leger des Heils in Nederland, zal als eerste gasten een aantal kinderen uit Rotterdam herbergen”, aldus een bericht in tal van kranten begin september 1940. Het ging om het nieuwe vakantiehuis voor kinderen “Wolfskuil”, gebouwd in opdracht van jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf (1888-1975) uit Den Haag. In 1939 heeft de rijke jonker het uit dennenbos en heide bestaand gebied tussen de spoorlijn en de Regge, ter grootte van ongeveer 28 hectare gekocht van zijn neef Philip Dirk Baron van Pallandt van Eerde. Op het zuidelijk deel van het terrein werd vervolgens het kinderhuis gebouwd. De bedoeling van jonkheer Repelaer daarbij was om kinderen uit de achterstandswijken uit de Randstad naar de Wolfskuil te laten komen en ze hier weer aan te sterken.
Bosrijk
Aanvankelijk waren natuurvrienden uit Ommen weinig enthousiast over de bouwplannen in de bossen van de Wolfskuil. Toen zij echter door de heer Ruissing, opzichter en tekenaar van het gebouw uitgenodigd werden om de met rode en paarse stenen gebouwde vakantiehuis met rieten dak met eigen ogen te komen bekijken waren de tegenstanders om. Het kinderhuis met een prachtig gezicht op de Lemelerberg past voortreffelijk in deze bosrijke omgeving, luidde de conclusie van de oorspronkelijke tegenstanders. Het gebouw van 34 bij 8 meter in de Wolfskuil omvatte op de benedenverdieping kantoor, spreekkamer, twee officierskamers, eetzaal, keuken, washuis, slaapkamer en een dagverblijf voor kleuters, terwijl voor jonkheer Repelaer in de rechtervleugel een logeerkamer was ingericht. (meer…)





