Categorie archief: Artikelen

Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Ommen staat in 1950 op z’n kop met 7000 padvinders uit binnen- en buitenland tijdens het 10-daagse Jeugdkamp, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nederlandse Padvinders Vereniging.

 1958 – Wolfskuil – Oubaas Pomes (links) was een levenlang bij de padvinderij betrokken.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Wolfskuil – Kampeerterrein Padvinderij”, “Nationaal Kamp” en “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve”.

Koningin Juliana brengt een bezoek aan Ommen en een dag later is het prins Bernhard die de padvinderskampen in Ommen aandoet. De padvindersactiviteiten zijn over Ommen verspreid. De kuil van De Wolfskuil doet dienst als plek voor kampvuren en opvoeringen.

De Blokhut
Bert Zonneveld was in 1950 met zijn ouders en zus Corrie tijdelijk bewoner van De Blokhut. “Ik herinner me het jaar 1950 heel goed. Er waren heel wat tenten in de Wolfskuil vol met padvinders, ook veel uit het buitenland. Een Franse groep vroeg mijn vader of ik met hun wilde gaan zwemmen en waar zou dat kunnen? Nou, in die tijd was de Regge niet erg schoon en er was geen zwembad. We vertelden hun dus van “het strandje” bij het “Bleekie”, naast de Vechtbrug waar we dikwijls gingen voetballen na school. Ik kon niet zwemmen en zat op een ogenblik in erge nood in te diep water. Alhoewel ik toen niet Frans kon spreken liet ik die padvinders wel weten dat ik aan het verdrinken was. Ineens waren er hulp biedende handen die mij in veiligheid brachten. Ook kan ik me nog herinneren dat we ineens een paar kippen hadden verloren. De dichts bijstaande tentbewoners hadden namelijk een kuiltje gegraven, toen een doek er over met wat takjes en wat broodkruimels. Arme kippen! Ook werden wij uitgenodigd om naar uitvoeringen in het amfitheater bij te wonen, dat we graag deden”.

Wolfskuilbewoners
Gedurende de tijd dat de Zonneveld’s in Ommen woonden was er genoeg te beleven volgens Bert Zonneveld. “Mijn zus Corrie en ik speelden dikwijls in en rondom het amfitheater met vrienden die ook in de Wolfskuil woonden tussen 1946 en 1953. Frans de Vries, de van der Klippies, Hilda de Otter, de kinderen van Siegman, Henk Meyer, Jopie Struikman en anderen. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Als jonkheer Repelaer via familieverbanden zich op Ommen richt, komt hij uit in de Wolfskuil. Baron van Pallandt verkoopt hem 28 hectare bosterrein. Hier wordt in 1940 onder auspiciën van Het Leger des Heils een kinderhuis geopend.

 Voor het Nationaal Padvinderskamp in augustus 1950 wordt in de (Wolfs-)kuil een amfitheater gemaakt met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Na een fatale brand in 1947 werd op de plek van het kinderhuis een nieuw kampeerhuis gebouwd met de naam Sint Jorishoeve. Vanaf de zestiger jaren gaat Repelaar de Wolfskuil ook beschikbaar stellen aan andere groepen dan de padvinderij. Aan het kampeerhuis wordt dan nog een kleiner logeerhuis toegevoegd: de Mowglihut.

Filantroop
Behalve zijn inspanningen voor de padvinderij had Repelaer ook oog voor andere noden in de samenleving. Een filantroop waar anderen ook wel eens misbruik van maakten. Eigengereid maar ook een sociaal zeer bewogen man, zo kenmerkt de jonker zich. Door zijn hoed, witte handschoenen en rood jasje was Repelaer een opvallende verschijning en met zijn grote Amerikaanse auto, waarmee hij eerst zelf reed en later door een chauffeur liet rondrijden, ook een bezienswaardigheid. Ocker Repelaer werd geboren op 16 januari 1888 in Den Haag. Zijn vader was mr. dr. Ocker Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf en zijn moeder Cecile Marie barones van Lynden. Ocker groeide op met een zusje en twee broers in Den Haag. Hier bewoonde het gezin een statig pand aan de Lange Voorhout 16. De vader van Ocker was jarenlang lid van de gemeenteraad en wethouder. De familie Repelaer was vermogend. In 1925 richtte Repelaer in Den Haag een padvindersgroep op onder de naam W.I.K. (Willen is Kunnen). Hiervoor kocht hij in 1934 in Wassenaar het landgoed Herco aan de Eikenlaan. Daar kwamen drie padvindershuizen en een woning. Met financiële steun van de jonkheer wordt dit gebouw in 1952 geschikt gemaakt als polikliniek voor de behandeling van spastische jongeren.

Wolfskuil
Wie terug gaat in de geschiedenis over het ontstaan van de naam Wolfskuil komt niet verder dan legendes. De Wolfskuil is nog steeds een uit wit zand bestaande verhoging op de rand van het bos en de overloop van de rivier de Regge. Ooit zou hier een wolf gesignaleerd zijn en het lot van iemand in het ongewisse hebben laten geraken. Op de verhoging staat De Blokhut. Na een brand in 1957 is het nieuw opgebouwd echter zonder de oorspronkelijk rietendakbedekking. Voor en na de oorlog was de Blokhut een onderkomen voor de padvinderij. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Arme kinderen uit de stad vakantie bieden in de bosrijke omgeving van Ommen. Dat was 75 jaar geleden de doelstelling van het kinder- en vakantiehuis Wolfskuil.

 Het nieuwe kinderhuis Wolfskuil geopend in 1940.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en de albums “Kinderhuis De Wolfskuil”, “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve” en “De Blokhut Wolfskuil”.

In de bosschen van “Wolfskuil” te Ommen is een vacantiehuis gebouwd, dat binnenkort in gebruik genomen zal worden. De inrichting, een geschenk van jhr. Repelaer te Den Haag, aan het Leger des Heils in Nederland, zal als eerste gasten een aantal kinderen uit Rotterdam herbergen”, aldus een bericht in tal van kranten begin september 1940. Het ging om het nieuwe vakantiehuis voor kinderen “Wolfskuil”, gebouwd in opdracht van jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf (1888-1975) uit Den Haag. In 1939 heeft de rijke jonker het uit dennenbos en heide bestaand gebied tussen de spoorlijn en de Regge, ter grootte van ongeveer 28 hectare gekocht van zijn neef Philip Dirk Baron van Pallandt van Eerde. Op het zuidelijk deel van het terrein werd vervolgens het kinderhuis gebouwd. De bedoeling van jonkheer Repelaer daarbij was om kinderen uit de achterstandswijken uit de Randstad naar de Wolfskuil te laten komen en ze hier weer aan te sterken.

Bosrijk
Aanvankelijk waren natuurvrienden uit Ommen weinig enthousiast over de bouwplannen in de bossen van de Wolfskuil. Toen zij echter door de heer Ruissing, opzichter en tekenaar van het gebouw uitgenodigd werden om de met rode en paarse stenen gebouwde vakantiehuis met rieten dak met eigen ogen te komen bekijken waren de tegenstanders om. Het kinderhuis met een prachtig gezicht op de Lemelerberg past voortreffelijk in deze bosrijke omgeving, luidde de conclusie van de oorspronkelijke tegenstanders. Het gebouw van 34 bij 8 meter in de Wolfskuil omvatte op de benedenverdieping kantoor, spreekkamer, twee officierskamers, eetzaal, keuken, washuis, slaapkamer en een dagverblijf voor kleuters, terwijl voor jonkheer Repelaer in de rechtervleugel een logeerkamer was ingericht. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Helaas ontkwam Het Boshuis op Landgoed Eerde niet aan de slopershamer. Tot voor dertig jaar geleden was het wit gepleisterde pand er nog.

 ‘Het Boshuis’ ça. 1988, vlak voor de afbraak.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Het Boshuis”.

De laatste jaren van zijn bestaan diende het als onderkomen voor de Internationale School Eerde. Oorspronkelijk heeft het als koetshuis dienst gedaan voor de bewoners van het landgoed. Aan de Hammerweg was weliswaar ook een koetshuis gelegen en daar waren ook de paardenstallen, maar op kortere afstand van het kasteel verrees later een nieuw gebouw voor de stalling van de koetsen. Het koetshuis kwam aan de toen zogeheten Boslaan, vandaar ook de benaming “Boshuis”. Het pand had twee afzonderlijke daken met een tussenruimte. Er was veel stallingsruimte met grote openslaande deuren. De houten topgevels waren sierlijk bewerkt en de hoofdtoegangsdeur had de kleuren van het landgoed. De dienstruimte bood tevens woonmogelijkheden.

Logeergelegenheid
Toen paard en koets als vervoermiddel voor de kasteelbewoners plaats moesten maken voor de automobiel werden koetshuizen verbouwd tot garage. Zo ook zal het ook op Landgoed Eerde gegaan zijn. De Quakerschool die voor de Tweede Wereldoorlog op Eerde was gevestigd krijgt op 26 maart 1936 een bouwvergunning om de garage geschikt te maken tot logeergelegenheid voor personeel en kinderen van de school. De verbouw wordt uitgevoerd door het aannemersbedrijf Timmerman & Jansen en F. Schuurman. Tijdens de oorlog kwam een einde aan de school.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam in Eerde het onderwijs weer op gang. De leerlingen van de toen Internationale School Eerde zorgden er voor dat het kasteel, de bouwhuizen, het Boshuis en de Eerder Esch weer werden bewoond. De grote kamers van het kasteel en de Oranjerie deden dienst als leslokaal. Door de uitbreiding van het leeraanbod moest er op het kasteel meer ruimte komen. In 1949 werd het Boshuis verbouwd om meer jongens te kunnen huisvesten. Ook werd achter het Boshuis een leslokaal gebouwd dat het “Glashuis” werd genoemd, terwijl het Boshuis ook wel “Vogelkooi” werd genoemd. Omdat het aantal leerlingen op Eerde toenam en er wegens ruimtegebrek zelfs leerlingen moesten worden afgewezen, werd de lagere school van Eerde in 1950 verhuisd naar Huis Vilsteren. Daar hield de school het vol tot 1971. Lees verder Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Oude kadasterkaarten weer te kijk: Wie Bezat Wat?

 Er leek een einde gekomen te zijn aan gedigitaliseerde historische kadasterkaarten met het stoppen van de website watwaswaar.

De Beeldbank van het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met de publicatie van kadasterkaarten, zie Kadasterkaarten van Ommen.

Maar de publicatie van de zogeheten kadastrale minuutplans is inmiddels overgenomen door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze publiceert nu sinds 1 januari 2016 zo’n 17.000 kaarten uit de negentiende eeuw op zijn Beeldbank. De Vereniging voor de Documentaire Informatievoorziening en het Archiefwezen scande de kaarten uit regionale historische centra voor watwaswaar.nl.

De kaarten zijn kosteloos te raadplegen. Het gaat om kaarten tussen 1811 en 1832. Toen zijn alle percelen grond in Nederland opgemeten en in kaart gebracht. Er is een register van ruim 250.000 pagina’s aan gekoppeld met informatie over eigenaar, oppervlakte, waarde en gebruik. De minuutplans waren toen onderdeel van een nieuw systeem voor belastingheffing. Ze brengen eigendomsgrenzen in beeld en zijn goed bruikbaar voor nieuwe plattegronden van stad en land aan het begin van de negentiende eeuw. Door de tamelijk fijne schaal kun je zelfs de toenmalige plattegrondvorm van de gebouwen op hoofdlijnen aflezen. De opmetingen waren zo consistent en eenduidig dat ze in 1850 de basis konden vormen voor de eerste topografische kaart van Nederland.

Bron: Harry Woertink – 11 januari 2016

Burgemeester Boumans vraagt in Nieuwjaarstoespraak aandacht historie Ommen: “De toekomst ligt in het verleden verscholen”

OMMEN – Als het aan waarnemend burgemeester Mark Boumans ligt maakt Ommen meer werk van de rijke historie van de stad. Volgens Boumans leent de geschiedenis van Ommen zich bij uitstek om er meer uit te halen.

 Burgemeester Mark Boumans
Foto: Harry Woertink

Daarbij wees de burgemeester op de plaatselijke monumenten zoals de molens, de landgoederen, de bossen en de Vecht. “De toekomst ligt in het verleden verscholen. Ommen als bisschoppelijke vesting, een kleine Hanzestad met oeroude stadsrechten. Maar juist in combinatie met de marken, de bossen en de Vecht uniek en veelzijdig. Onze molens en landgoederen met hun eigen historie. Monumenten die verbinden en verhalen vertellen”, aldus Boumans in zijn Nieuwjaarstoespraak. “Ommen heeft al veel van zichzelf.

Dat bewezen in het verleden de eerste ANWB camping van het land in Ommen, Ommen als centrum van de wereld met Krishnamurti, de start van de padvinderij in Nederland, maar ook de internationale school. Als deze ontwikkelingen bewijzen de kracht die verborgen ligt in onze gemeenschap. Het is aan ons, inwoners en ondernemers, om die kansen te pakken en te verzilveren. En waarom zouden we dat niet doen. Het burgerschap zit zo sterk in de Ommers en ook Ommenaren dat je daar vertrouwen aan kunt ontlenen. Laten wij de weg bewandelen van de vooruitgang”, aldus Boumans.

Ommer Bissingh
Ook de Ommer Bissingh kreeg in de speech van de burgemeester aandacht. “Sommige tradities blijven in een modern jasje ons aanspreken. Een voorbeeld daarvan is de Ommer Bissingh. Dit jaar wederom fris en optimistisch. Met een vernieuwd Ommer lied heb ik begrepen en landelijke exposure. Prima, maar denk ook aan ons krachtige verleden. Ommen heeft voor hete vuren gestaan door de jaren heen. Problemen dienden zich aan en werden overwonnen. Sterker nog. Er kwamen prachtige dingen uit voort. Denk aan het nieuwe werelderfgoed in onze gemeente. De Ommerschans staat nu op de lijst tussen de Niagara watervallen en de Grand Canyon”, aldus Boumans in zijn Nieuwjaarsspeech. Lees verder Burgemeester Boumans vraagt in Nieuwjaarstoespraak aandacht historie Ommen: “De toekomst ligt in het verleden verscholen”

De start van een nieuw jaar met een gedicht van de Ommer stadsdichter Jannes Kuik

Stadsdichter Jannes Kuik droeg een door hemzelf geschreven gedicht voor op de Nieuwjaarsreceptie. Ook bewoners van het tijdelijke AZC Besthmenerberg waren aanwezig en zorgden voor eten en hapjes uit Eritrea, Syrië en Irak, waarvan de bezoekers konden genieten.

De nieuwjaarsreceptie werd georganiseerd door de gemeente Ommen, de Handelsvereniging Ommen (HVO), de horeca Ommen, de LTO Noord afdeling Ommen, de Ondernemersvereniging Ommen (OVO) en het Vechtdal College.

Als ik aan Ommen denk.

Als ik aan Ommen denk, zie ik traag slingerende blikken op vier wielen
over de Ommer markt schuiven, bumper aan bumper, kijken ze gemeen en nogal aangebrand
naar de argeloze toerist die zich zal moeten schikken, onderwijl afvragend, hoe? haal ik hier de overkant.
Dan is de redding heel nabij. Mark Boumans als oud- gedeputeerde van het Groninger verkeer
zich ontpopt als een heer, en gewapend en terstond met een hesje en een fluitje in
de mond, om met weidse armgebaren het circus van het trekkend volk
wat van alle kanten aan komt rijden, veilig voort te laten schrijden.

Als ik aan Ommen denk, zie ik de Rotbrink, nogal desolaat liggend in het groen.
Het grote lege doel is niet beschoten, wat rest is een Kerkstraatvisioen.

Als ik aan Ommen denk, zag ik de oppositie, die zat te knarren en te kniezen
er was iets wat hun niet beviel, met de komst van Hans oet Riessen.
Het ging achter hun rug, hij kwam te vlug van gene zijde van de heuvelrug.
Ze werden niet gekend, hun inspraak was nihil.

Als ik aan Ommen denk, zag ik hier geen volle zalen
met stompzinnige verhalen, geen opgeheven vuisten en
schreeuwerig gebral van…laat je er niet in luizen
ze pikken onze huizen. Ommen zei slechts een ding .
Voel je thuis…welkom ..echte vluchteling.

Als ik aan Ommen denk, moeten we niet teveel staan zeiken
Dat is naar wat ik hoor,.. al gebeurd in de wereld draait door.

Maar,.. toch is Ommen mij lief, bruisend en bindend als het water
uit de Vecht, is het pleit ten goede beslecht.
De markt verbonden met de kade,.. een oude Ommer sloeg dit alles gade.
En zuchtte toen heel diep, het is jammer van die weg
Maar Ommen is een trotse broedse kip, en weer volledig aan de leg.

Als ik aan Ommen denk, wil ik dit nog gaarne kwijt.
Baron van Pallandt schonk met gulle hand
“Het Laar” als erfenis aan het Ommer land.
Koester deze parel, laat dit zo blijven
tot in Ommer eeuwigheid.

Jannes Kuik.

Bron: Jannes Kuik – 6 januari 2016

Koninklijke onderscheiding voor Dina Poortier

OMMEN – Dina Poortier uit Ommen is voor haar vrijwilligerswerk koninklijk onderscheiden. Zij kreeg woensdagmorgen 6 januari 2016 in het Streekmuseum van burgemeester Mark Boumans de versierselen opgespeld, die horen bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

 Dina Poortier kreeg woensdagmorgen 6 januari 2016 in het Streekmuseum van burgemeester Mark Boumans de versierselen opgespeld, die horen bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Foto’s: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel het album “Koninklijke onderscheidingen – Dina-Poortier

De koninklijke onderscheiding kreeg Poortier (77) omdat ze zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor onder andere de Hervormde kerk, het Streekmuseum, de Historische Kring Ommen en het Hervormd Zangkoor.

Hobby
Het is een grote hobby van Dina Poortier om met naald en draad kunstwerken te maken. Die variëren van kleden en kussens tot kleden. Dina verkoopt ze op verschillende markten voor goede doelen. In het Streekmuseum houdt Poortier zich vooral bezig met klederdrachten. Als mutsenmaker en naaldkunstenares verstaat Dina Poortier haar vak. Het herstellen van oude klederdrachten en knip- en plooimutsen is dan ook bij haar in goede handen. Bij de Historische Kring is Poortier verantwoordelijk voor de modeshows van historische kleding, onder andere op de Ommer Bissingh. Zij kleedt de levende paspoppen en voorziet het publiek bij de modeshows van deskundig commentaar. Voor alle kerken in Ommen maakte Poortier de voorhangsels van de preekstoelen en ook de collectezakken. Ze heeft meer dan 25 jaar lang de zondagsschool voor de hervormde kerk verzorgd en dat de bloemen bij de kerkdiensten na afloop bij zieken bezorgd worden. De ongetrouwde Dina Poortier is bijna 40 jaar lid van het Hervormd Zangkoor. Ze zorgt bovendien dat de koorleden er tiptop bijlopen.

Naailessen
Als jong meisjes kreeg Dina het werken met naald en draad met de paplepel ingegoten. Ze maakte al vroeg haar eigen jurken en poppenkleertjes. Na de lagere school ging Dina naar de huishoudschool in Ommen. Daarna behaalde ze haar diploma’s aan de modevakschool in Kampen. Ze geeft dan ook al naailessen. Het echte vakwerk leert ze bij Jenny Kampman aan de Bermerstraat. Na het overlijden van Kampman nam Dina in 1960 haar naailessenpraktijk over. Lees verder Koninklijke onderscheiding voor Dina Poortier

Melkzakjes op inbrengochtend museum Palthehof

Nee, het zijn geen zakjes waarin de melk naar de fabriek ging, maar papieren zakjes waar de boeren het geld voor de melk in ontvingen.

Die zakjes werden door de melkrijder onder het deksel van een lege melkbus geklemd die weer leeg van de fabriek bij de boer aan de weg werd gezet en daar soms wel een halve dag bleef staan zonder dat er iemand aankwam. Ook werd een rek ingebracht waarin de melkzakjes in de fabriek werden klaargezet voor de melkrijders. De zakjes en het rek behoren tot het unieke materiaal dat op oudjaarsmorgen is ingebracht op de gehouden inbrengochtend voor de tentoonstelling “Met het gat in de boter”, die in 2016 in het Nieuwleusense museum wordt gehouden. Enkele tientallen personen brachten behoorlijk wat materiaal in of stelden grotere voorwerpen ter beschikking die in de komende weken worden bekeken en zo mogelijk voor een jaar naar het museum verhuizen.

Een opsomming van alles is niet te doen, maar nog enkele bijzondere zaken willen we hier noemen: een compleet stamboekboek van koeien, diverse laboratoriumapparatuur van een melkfabriek, een soort operatieschaartje voor verstopte spenen, diploma’s, zowel van een melkerscursus als van koeien die een grote prestatie hadden geleverd, met de daarbij behorende prijzen, unieke schoolplaten over de verwerking van melk in een fabriek en een eveneens unieke briefkaart met het logo van de melkfabriek in Den Hulst, een van de twee melkfabrieken die Nieuwleusen ooit rijk was. Komende periode gaat het museum bezig om de expositie, die Nieuwleusen en omgeving als uitgangspunt heeft, vorm te geven. Op 25 maart wordt de tentoonstelling “Met het gat in de boter” in museum Palthehof geopend, die daarna te zien is tot en met oktober.
Bron: Museum Palthehof – 31 december 2015

Landgoed Het Laar wordt verkocht: gemeente Ommen koper

“Landgoed Het Laar wordt verkocht”. “Bezittingen vallen uiteen”. Zo schreven de kranten in 1932 toen Het Laar in Ommen via advertenties te koop werd aangeboden.

 Huize Het Laar met Orangerie. Geheel rechts de woning van de beheerder Tokvoort. Ansichtkaart verzonden op 3 juni 1904 aan Clara van Pienbroek, Den Haag (getrouwd met baron Mulert).
Afb.: OudOmen

Verschillende gegadigden hadden al een bod uitgebracht. De Ommer burgemeester Nering Bögel wist echter met baron van Pallandt als eigenaar tot een akkoord te komen om het landgoed door de gemeente Ommen aan te laten kopen om zo het landgoed als één geheel voor Ommen te behouden. Baron van Pallandt werkte graag aan mee toen hij wist dat de gemeente het goed met Het Laar voor had en niet in handen kwam van speculanten.

Advertentie
De verkoopadvertentie in verschillende kranten luidde als volgt: “De Notarissen M. MEPPELINK te Zwolle en H. HOSPERS te Ommen zullen op Donderdag 21 Juli 1932 bij toeslag, in het Hotel STEGEMAN te Ommen, vcorm. 10 uur, publiek verkoopen: Het Landgoed „HET LAAR” zeer geschikt voor rusthuis, hotel, enz. met waterpartijen en zwaar opgaand geboomte, 3 boerderijen en uitmuntende landerijen, schitterend gelegen tusschen de rivieren de Vecht en de Regge, in de onmiddellijke nabijheid van het Station OMMEN (0v.)., alles te zamen groot ruim 103 H.A., in diverse perceelen en massa’s, in totaal ingezet op ƒ 69.909.—. De boomen zijn provisioneel verkocht voor ƒ 16.240.— met recht van benadering door de koopers van den ondergrond. Nadere informaties ten kantore van genoemde Notarissen, alwaar veilingsboekjes ad ƒ 0.50 en lijsten der boomen ad ƒ 0.10 verkrijgbaar zijn

Natuurbehoud
Behoud van de natuur was het belangrijkste argument voor de gemeente om in 1932 landgoed Het Laar aan te kopen. De gemeente Ommen was één van de eerste gemeenten in Overijssel die grond aankocht met het oog op natuurbehoud. Met name burgemeester Nering Bögel heeft zich ingezet om het landgoed niet in verschillende handen te laten komen. Het Laar was in 1930 weer in het bezit gekomen van Philip Dirk Baron van Pallandt van Eerde nadat hij het eerder (evenals landgoed Eerde) had geschonken aan de Eerdestichting waaronder de activiteiten vielen van Orde van de Ster van het Oosten met Krishnamurti. Lees verder Landgoed Het Laar wordt verkocht: gemeente Ommen koper