Ommen staat in 1950 op z’n kop met 7000 padvinders uit binnen- en buitenland tijdens het 10-daagse Jeugdkamp, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nederlandse Padvinders Vereniging.
1958 – Wolfskuil – Oubaas Pomes (links) was een levenlang bij de padvinderij betrokken.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Wolfskuil – Kampeerterrein Padvinderij”, “Nationaal Kamp” en “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve”.
Koningin Juliana brengt een bezoek aan Ommen en een dag later is het prins Bernhard die de padvinderskampen in Ommen aandoet. De padvindersactiviteiten zijn over Ommen verspreid. De kuil van De Wolfskuil doet dienst als plek voor kampvuren en opvoeringen.
De Blokhut
Bert Zonneveld was in 1950 met zijn ouders en zus Corrie tijdelijk bewoner van De Blokhut. “Ik herinner me het jaar 1950 heel goed. Er waren heel wat tenten in de Wolfskuil vol met padvinders, ook veel uit het buitenland. Een Franse groep vroeg mijn vader of ik met hun wilde gaan zwemmen en waar zou dat kunnen? Nou, in die tijd was de Regge niet erg schoon en er was geen zwembad. We vertelden hun dus van “het strandje” bij het “Bleekie”, naast de Vechtbrug waar we dikwijls gingen voetballen na school. Ik kon niet zwemmen en zat op een ogenblik in erge nood in te diep water. Alhoewel ik toen niet Frans kon spreken liet ik die padvinders wel weten dat ik aan het verdrinken was. Ineens waren er hulp biedende handen die mij in veiligheid brachten. Ook kan ik me nog herinneren dat we ineens een paar kippen hadden verloren. De dichts bijstaande tentbewoners hadden namelijk een kuiltje gegraven, toen een doek er over met wat takjes en wat broodkruimels. Arme kippen! Ook werden wij uitgenodigd om naar uitvoeringen in het amfitheater bij te wonen, dat we graag deden”.
Wolfskuilbewoners
Gedurende de tijd dat de Zonneveld’s in Ommen woonden was er genoeg te beleven volgens Bert Zonneveld. “Mijn zus Corrie en ik speelden dikwijls in en rondom het amfitheater met vrienden die ook in de Wolfskuil woonden tussen 1946 en 1953. Frans de Vries, de van der Klippies, Hilda de Otter, de kinderen van Siegman, Henk Meyer, Jopie Struikman en anderen. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)






Die zakjes werden door de melkrijder onder het deksel van een lege melkbus geklemd die weer leeg van de fabriek bij de boer aan de weg werd gezet en daar soms wel een halve dag bleef staan zonder dat er iemand aankwam. Ook werd een rek ingebracht waarin de melkzakjes in de fabriek werden klaargezet voor de melkrijders. De zakjes en het rek behoren tot het unieke materiaal dat op oudjaarsmorgen is ingebracht op de gehouden inbrengochtend voor de tentoonstelling “Met het gat in de boter”, die in 2016 in het Nieuwleusense museum wordt gehouden. Enkele tientallen personen brachten behoorlijk wat materiaal in of stelden grotere voorwerpen ter beschikking die in de komende weken worden bekeken en zo mogelijk voor een jaar naar het museum verhuizen. 