Categorie archief: Informatiebronnen

1873 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

  • Ing. 1-2-1874 vertrekt A. van Buren als hoofdonderwijzer de o.l.s. Hoogengraven.
  • Door de Rotterdamsche Bank c.s. wordt een Concessie aangevraagd voor een reeds lang gewenste verbinding Meppel-Ommen naar Almelo en van Ommen naar Zwolle.
  • De gemeente Ambt-Ommen betaalt voortaan jaarlijks een vergoeding van f. 40,- voor het gebruik van het stadhuis van de gemeente Stad-Ommen (dit is een vergoeding voor het gebruik der gemeentesecretarie, raadkamer, kadastrale kamer, enz. waarvoor tot dan f. 15,- per jaar werd betaald).
  • In Lemelerveld wordt de vereniging tot bevordering van de volksweerbaarheid opgericht.
  • De heer O.O. van den Berg te Lemele neemt ontslag als lid van het bestuur der bijz. school te Lemelerveld. De heren H.H.G. Isebree Moens en M. Kingma nemen verder alleen de bestuurstaak op zich.
  • In 1872 levert tol nr. 1 van de weg Ommen-Hardenberg f. 543,16 op en tol nr. 2 f. 375,74.
  • Wegens herstelwerkzaamheden van de zgn. Nieuwebrug over de Regge is m.i.v. 1 juli 1873 de doorvaart van schepen met staande mast door die brug tot nader order gestremd. De passage voor voetgangers, rij- en voertuigen geschiedt via een noodbrug.
  • De school te Beerzerveld aan het Overijssels Kanaal is in 1872 gereed gekomen.
  • Antony van Buren wordt aan de school te Hoogengraven benoemd als hoofd der school in de vakature L. Bras.
  • Tol nr. 1 op de weg Ommen-Goor, 1e sectie levert in 1872 op f. 320,87.
  • Aan de wed. Jan Snel te Mariënberg wordt op 10-4-1873 toestemming verleend tot het oprigten van een windkoren- en pelmolen in de buurtschap Beerse op het perceel kad. bekend sectie E, nr. 463.
  • In 1873 is J. Greeven vroedvrouw en zijn A.A.H. Kramer en A.A. Middendorp arts te Stad-Ommen, woonachtig.
  • G. Wollevenne is postbode te Ambt-Ommen.

Bron: Archief Jan Lucas – Map006-221

1873 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

  • 08-09-1873 – Ambtenaar van het Openbaar Ministier ten Kantongerechte Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door de onbezoldigde rijksveldwachter H. Buddenberg, tegen Jan Brandt, wonende in het Beerzerveld, gemeente Ambt Ommen, wegens het doen weiden van schapen op gronden toebehorende aan de Overijsselse Kanaalmaatschappij.
  • 02-07-1873 – Militiecommissaris in Overijssel
    Heden vervoegde zich bij mij de persoon Jacobus Hubertus Hendriks, milicien verlofganger der lichting 1870, uit de gemeente Bergeijk, provincie Noord-Brabant, onder vertoon van bijgaande brief. Genoemde verlofganger is den 16 april jl. naar deze gemeente vertrokken uit de gemeente Zuid-Schrawoude en heeft zich op den 14 mei jl. alhier aangemeld en is op dien dag in het register van verlofgangers alhier ingeschreven, waarvan onmiddellijk aan de burgemeester van gemelde gemeente, bij brief van 14 mei jl. nr. 189 is kennis gegeven. Daar gemelde verlofganger het onderzoek op den 7 juni jl. te Ommen heeft bijgewoond, neem ik de vrijheid U in zijn belang beleefd te verzoeken, daarvan een bewijs aan mij te willen doen toekomen of den heer militiecommissaris in Noord-Brabant er van in kennis te willen stellen.
  • 19-06-1873 – Officier van Justitie te Deventer
    Het mij toegezonden bevel om zich in hechtenis te begeven, heb ik den betrekkelijke Kars Bruins gisteren uitgereikt. Hedenmorgen vervoegde hij zich ter secretarie met het verzoek of ik bij U pogingen wilde aanwenden ten eersten dat hem tot het ondergaan der straf uitstel werd gegeven tot in het laatst der volgende week, en ten tweeden dat hem vergund worde de straf te Ommen te ondergaan. Bruins heeft nog kleine kinderen en zoude hij gaarne maatregelen nemen opdat die gedurende zijne afwezigheid verzorgd werden. Hij is weduwnaar. Mag ik U beleefd verzoeken mij te willen inlichten of het verzoek van Bruins voor inwilliging vatbaar is.
  • 03-02-1873 – B&W van Ambt Ommen
    In antwoord op Uw missive d.d. 29 januari jl. nr. 19, hebben wij de eer mede te delen dat ook wij van gevoelen zijn dat er tussen de gemeenten Ambt Ommen en Ambt Hardenberg behoorlijke aansluiting van grenzen bestaat.

1872 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

  • 24-07-1872 – Burgemeester te Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen 4 stuks kennisgevingen tot opkomst onder de wapenen van de navolgende miliciens – verlofgangers uit deze gemeente, verblijf houdende in uwwe gemeente als
    C. Bouwhuis te Stad Ommen,
    J. Eggink te Ambt Ommen,
    J.H, Kampman te Ambt Ommen,
    P. Bosch te Ambt Ommen,
    met verzoek dezelve aan den belanghebbende te willen doen uitreiken.
  • 15-07-1872 – Ambtenaar van het Openbaar Ministerie te Ommen
    Hiernevens heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal opgemaakt door den tolgaarder Engbert Rutger van Faassen, tegen Hendrik Peters te Emlenkamp of Emlichheim (Pruissen), wegens ontduiking van tolgelden op den weg van Hardenbergh naar Ommen.
  • 15-07-1872 – Burgemeester van Avereest
    Ik geef U bij deze kennis dat de verlofganger uit Uwe gemeente, Berend de Hoop, der ligting 1870, op den 9e maart jl. mij heeft kenbaar gemaakt dat hij de gemeente wilde verlaten, met het voornemen zich in de gemeente Ambt Ommen te vestigen, alwaar hij zich, volgens ontvangen berigt op den 28e maart 1872 heeft gevestigd.
  • 14-06-1872 – Ambtenaar van het Openbaar Ministerie ten Kantongerechte Ommen
    Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen een proces-verbaal door mij opgemaakt ten verzoeke van de weduwe H. Hamhuis Azn, pachtster van de bruggentol gelegen in den weg van Ommen naar Hardenbergh, wegens weigering van het betalen der tol door Seije de Jager, wonende te Meppel, van beroep stukadoor.
  • 23-05-1872 – Commissaris des Konings
    Militie.
    In voldoening aan Uw besluit d.d. 13 april jl., 4e afd., nr. 1176/989 heb ik de eer mede te deelen:
    a. dat de verzameling der manschappen plaats heeft voor het gemeentehuis alhier en vervolgens met die van Stad Hardenberg en Gramsbergen worden overgebragt naar Ommen onder geleide van den burgemeester van Stad Hardenbergh;
    b. dat in de gemeente Stad Ommen huisvesting met voeding wordt genoten van waar zij den volgenden dag onder geleide van den burgemeester aldaar naar Zwolle worden overgebragt;
    c. dat het verzamelen, geleiden en overbrengen steeds op voormelde wijze is geschied;
    d. dat naar mijne meening het verzamelen, overbrengen en geleiden ook voortaan niet doelmatiger kan plaats hebben, aangezien de gemeente te ver van de spoorwegen verwijderd is.
  • 10-01-1872 – Procureur-generaal bij het provinciaal geregtshof te Zwolle
    Zekere Gerritdina van Tebberen, huisvrouw van Klaas Vredeveld, wonende in deze gemeente, in den loop des vorigen jaars door het provinciaal geregtshof veroordeeld tot eene gevangenisstraf van 14 dagen, deed ik voor eenige dagen door tusschenkomst van den rijksveldwachter Schut alhier een bevel uitreiken om zich te Ommen in hechtenis te begeven ten einde hare straf te ondergaan.
    Volgens het rapport van den gezegden rijksveldwachter Schut was G. van Tebberen uit hoofde van zware ziekte buiten staat om aan het bevel gevolg te geven en heb ik de eer U zulks te berigten met het verzoek haar uitstel te willen verleenen tot het ondergaan harer straf.

1871 – Uitgaande stukken Ambt Hardenberg

  • 13-07-1871 – Kolonel Militie Commissaris in Overijssel.
    In voldoening aan Uw missive d.d. 10 dezer nr. 126, heb ik de eer hierbij in te zenden een certificaat van onvermogen van Bernardus Zeeman, die geheel buiten staat is de kosten van verpleging en voeding in het Huis van Bewaring te Ommen aan hem verstrekt, te kunnen voldoen.
  • 26-06-1871 – Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij het Kantongeregt te Ommen.
    Hierbij heb ik de eer U te doen geworden een proces-verbaal opgemaakt door den onbezoldigde Rijksveldwachter E.R. van Faassen alhier, tegen Hendrik Jan Lammerink, landbouwer wonende te Stegeren, gemeente Ambt Ommen, wegens het laten loopen en weiden van een kudde schapen op in de oogst staand gras in de bermen der kunstweg van Ommen naar Hardenberg.
  • 20-06-1871 – Kolonel militie commissaris van Overijssel te Zwolle.
    Nationale militie. De order tot provoost arrest, mij geworden bij Uwe missive d.d. 13 juni jl., nr. 105, is van mijnentwege aan den vader van den betrokkenen milicien Bernardus Zeeman uitgereikt, maar heb ik tot dus verre niet vernomen of hij zich in arrest heeft begeven. Eenige dagen voor de te Ommen gehoudene inspectie vervoegde zich gemelde Zeeman ter secretarie, alwaar hij verzocht om een certificaat van goed gedrag, willende hij vrijwillig dienst nemen bij het Nederlandsch Indische leger. Dat certificaat konde ik niet afgeven daar Zeeman ten vorigen jare, door de Regtbank te Assen wegens diefstal tot gevangenisstraf is veroordeeld. Niettegenstaande Zeeman niet voorzien was van een bewijs van goed gedrag, begaf hij zich toch naar Zwolle en ontving ik dien ten gevolge een schrijven van den heer kapitein commandant van het garnizoen aldaar, waarbij mij op nieuw het gezegde bewijs werd gevraagd. In antwoord op dat schrijven melde ik den heer kapitein commandant voornoemd, de redenen die mij noopten het bewijs van goed gedrag niet uit te reiken en heb ik verder van die zaak noch van Bernardus zeeman niets vernomen. Het is mij onbekend waar Zeeman zich thans ophoudt. Hij is een zwerver en naar hij zegt heeft hij geene zijner kleederen of equipementsstukken in zijn bezit. Hij geeft voor dat hem die zijn ontstolen. De eer hebbende dit een en ander aan U te melden neem ik de vrijheid te verzoeken dat ik worden ingelicht hoe te handelen, zoo Zeeman zich hier weder mogt vertooonen.
  • 09-05-1871 – Officier van Justitie te Deventer.
    Door deze heb ik de eer U mede te deelen dat de persoon gesignaleerd in het Algemeen Politieblad onder nr. 428, genaamd Lambertus Tormijn op heden op mijn last is gearresteerd en door mij naar Ommen is opgezonden.
  • 15-02-1871 – Brigadier Majoor des Rijksveldwacht te Ommen.
    Tussen zondag en maandag nacht is de hond van Bolks weggelopen of gestolen uit een gesloten tuin te Zwolle toebehorende aan mr. S.J. van Royen aldaar. Die hond heeft een jaar gejaagd met den heer Van Pallant te Eerde en presumeer ik dat de hond weder naar Eerde is gelopen. Zekere jager Buddink te Ommen heeft ook met de hond gejaagd en kent hem. De hond is wit en bruin, langharig, goed behangen, heeft een lederen halsband om enz. Hebt de goedheid in Uwe buurt te informeren of daar ook een hond is komen aanlopen, en in dat geval hem door gezegde Buddink te doen herkennen. Natuurlijk worden de kosten van voeding enz. vergoed.

1871 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

  • 28 juni:
    Door enige beambten van de Overijsselse Beetwortelsuikerfabriek te Lemele is opgericht een vereniging tot oefening in den wapenhandel en in het schieten naar den schijf.
    Daartoe is op het terrein van de boerderij Eersteling een schietbaan afgebakend en aan het einde daarvan een kogelvanger opgeworpen van minstens gelijke afmetingen, als vanwege het Min. van Oorlog bij reglement zijn voorgeschreven.
    De vereniging is voornemens om de oefeningen in het schijfschieten onder nadere goedkeuring gedurende de zomermaanden te doen plaats vinden op zondags voor de middag van 10-12 uur en des woensdagsnamiddags van 6-8 uur.
    Tot het voorkomen van ongelukken zal door één der commissarissen van onze vereniging de surveillance op het schijfschieten zelve worden uitgeoefend, terwijl aan een der onbezoldigde rijksveldwachters in dienst der Overijsselse Beetwortelsuikerfabriek zal worden opgedragen te zorgen, dat niemand van ter zijde de schietbaan nadert. Ten teken dat er schijf wordt geschoten zal in de nabijheid van de kogelvanger een grote rode vlag worden gehesen. Achter de kogelvanger in de richting van de schietbaan bevinden zicht geen woningen en strekt zich daar een weinig bezocht heideveld uit.
    Deze brief is ondertekend door J. Isebree Moens. (Dir. Ov. Beetw. fabriek)
  • 5 september:
    De vergunning voor het schijfschieten wordt verleend onder voorwaarde dat:
    a. een der commissarissen van orde der vereniging de surveillance op het schijfschieten zelve uitoefend;
    b. de onbezoldigd Rijksveldwachter in dienst der Overijsselse Beetwortelsuikerfabriek zal worden opgedragen te zorgen dat niemand van ter zijde de schietbaan nadert;
    c. telkens wanneer en ten teken waarvan er schijf wordt geschoten in de nabijheid van de kogelvanger een van verre goed zichtbare rode vlag zal worden gehesen.

1868 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

  • De tol op de weg Ommen-Hardenberg levert in 1867 op: tol nr. 1 f. 660,285 en tol nr. 2 f. 520,385.
    De tol nr. 1 op de weg Ommen-Goor, 1e sectie, brengt in 1867 f. 272,53″ op.
    Wed. A.H. Veldhuis is tolgaarder op een beloning van f. 109,20.
  • Het kerkhof der Kerkelijke gemeente te Lemele is gereed.
    Op donderdag na 10 mei 1868 vindt de eerste begraving te Lemele plaats (Alferinks vrouw).
  • De R.K. Parochie Den Ham is erkend bij K.B. van 25 januari 1868, no. 58 met toekenning van een rijkssubsidie voor de bouw van een kerk en pastorij en vaststelling van een rijksjaarwedde voor de pastoor.

1866 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

  • Er bestaat te Lemele tengevolge van oprichting der beetwortelsuikerfabriek grote behoefte aan een school.
    In 1866 is het kantoor van de Overijsselse Beetwortel Suiker-Fabriek tijdelijk gevestigd in het Huis “de Gunne” te Heino.

    1866_isao.jpg

    Bij K.B. van 21 juni 1866, no. 60 wordt aan 0.0. van den Berg, direkteur der Overijsselse beetwortelsuikerfabriek te Lemele vergunning verleend tot het maken van een gasinrichting tot verlichting van de fabriek en de daartoe behorende gebouwen.

  • H. Rientjes is pastoor te Vilsteren.
  • H.G. de Wilde, aannemer van publieke werken te Meppel, heeft op 6-6-1866 vergunning gekregen tot het gebruik van een locomotief tot vervoer van zand en grint uit de Lemelerberg naar het Almelose kanaal.
    De publieke weg, lopende door het Lemelerveld aan de voet van de berg dwars over het spoor, welke door deze locomotief elk ogenblik moet worden gepasseerd moet door sluit-of slagbomen worden afgesloten, terwijl een wachter hierbij moet worden geplaatst om bij het passeren van rij- voertuigen of vee de bomen te openen en te sluiten.
  • De tol nr. 1 op de weg Ommen-Hardenberg brengt f. 736,165 en tol nr.2 f. 557,16 op.
    B. Brunink en E.R. van Faassen zijn tolgaarders (1865).
    De tol nr. 1 van de weg Ommen-Goor (1e sectie) brengt in 1865 f.261,685 op.
  • Met de bouw van de onderwijzerswoning te Nieuwebrug is reeds een aanvang gemaakt.
  • De fa. Gebrs. van Hasselt bevaart met zijn schroefstoomboot “Nijver-heid” het Overijsselse Kanaal van Zwolle op Almelo.
    Wanneer het water 5 duim of meer boven het peil staat mag bij 120 el per minuut varen.
    Bij een waterstand van 5 duim boven tot 10 duim beneden het peil per minuut.
    Bij een waterstand van 10-20 duim beneden het peil 95 el per minuut.
    Beneden de hoogte van 20 duim onder het peil 80 el per minuut.
  • Op 21-3-1866 wordt aan 0.0. van den Berg, direkteur der Overijsselse beetwortel-suikerfabriek te Lemele vergunning verleend om een stoomtuig in een wortelmolen te gebruiken.
  • In jan. 1866 worden de balans-priemen der ophaalbrug nr. 7 in de zandweg van Ommen naar Raalte gerepareerd.

Brief over keistenen op de Lemelerberg (2)

map1-291Ambt-Ommen, 21-6-1842
Aan G. Rikkers te Hattem
Onderwerp: Keistenen

Ten gevolge uwer Ed. missise van den 18 Juny l.l. breng ik ter uwer kennis dat ik volgens afspraak van den Lemelerberg van de steenen voor uwer rekening in vroegere uren gegraven en bij een gezocht twee en twintig en een halve last heb doen weg halen of 90.000 stenen. Ik heb volgens afspraak met U Ed. aan de markte van Lemele daar voor betaald, de som door U Ed. aan de martkte verschuldigd van f 13 = 50 zijnde 60 cent per last. Ik heb aan K. Veldman een som van f 20,- en G. Boeseman of Bergman een som van 2 = 50 betaald, zijnde voor het graven en zoeken des keistenen à eene gulden de last welke som nog voor het arbeiden verschuldigd was terwijl K. Veldman nu nog aan U Ed. voorstelt ongeveer 15 gulden van verscheidene lasten keistenen welke zich nog aan den berg bevonden aan de markte van Lemele te voldoen. Ik was voor nemens eene groote hoeveeleid keistenen gelegen aan de oever van de Regge bij den landbouwerd Belt Ared met schuiten te doen weghalen toen mij werd aangezegd dat U deze keistenen aan den schoolmeester van den Ham had verkocht. Mocht U Ed. mij nader iets aangaande deze keistenen mede te delen hebben als dan verzoek ik U Ed. uwen brief aan den Heer Burgemeester Uwer gemeente te bezorgen met verzoek deze mij te willen opzenden.

De burgemeester

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-291 – 21 juni 1842

Berigt op het verzoek om op de Lemelermolen te mogen pellen

    Ommen, den 8 november 1841

No.462
Berigt op het verzoek om op de Lemelermolen te mogen pellen.

  Ter voldoening aan uw Rd.Gest afsostelle ? dd. 8 dezes, onder welker geleide mij ter fine? van berigt en consideratie gewiest? een rekwest van Berend Jan Immink, Teunis Hallink, schoolmeester en landbouwers in de buurtschap Lemele Gemeente Ambt-Ommen. Daarbij verzoekend om aangevoerde redenen hunne granen op de Lemeler Molen gepeld te kunnen krijgen.
  Zo heb ik de eer u met terugzending te dienen dat er behalve de Lemeler Molen nog twee Pelmolens in de gemeente Ambt-Ommen bestaan, welke voor het gerijf? der ingezetenen meer dan voldoende kunnen geacht worden, als zijnde in de kom der gemeente gelegen, terwijl er buitendien nog drie Pelmolens onmiddellijk grenzend aan de gemeente Ambt-Ommen zijn gelegen als te Hellendoorn (zijnde slechts een uur van de buurtschap Lemele verwijderd) alsmede de gemeente Den Ham en het Ambt Hardenbergh. Dat de verbouw van garst in de gemeente Ambt Ommen van weinig belang is en grotendeels gemalen wordt, om te dienen tot mesting en voeding van het vee, maar zeer weinig voor huiselijk gebruik.
  Dat de gedachte Lemeler Molen gelegen in een open vlak terrein, verwijderd van het toezigt der ambtenaren zich tot op heden de gunstige gelegenheid tot sluiten maar al te goed ten nutte heeft gemaakt, waarvoor geen verdere bewijzen zullen zijn aan te halen en men deze schandelijke verkrachting van Rijkswetten zouden faciliteren door de vergunning tot pellen te verlenen, welke het reeds zoo mogelijk toezicht op die molen zoude vermeerderen, door art. 14 der Wet op het Gemaal dd. 29-8- 1833 (Stbl. Nr 3) niet verbiedt om na zonsondergang te mogen pellen. Met aanmerking van de aangevoerde redenen vinde ik mij in het belang van Rijks Schatkist verpligt te moeten adviseren en het verzoek worden gedifficulleerd?
    Les controleurs der divisie Ommen gestrends ?

Aan den Heer Burgemeester der Gemeente het Ambt- Ommen

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-283/284 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Brief aan gouverneur Overijssel: werklieden en werkzaamheden in fabrieken

   24 juli 1841
  Aan de gouverneur van Overijssel

Ter voldoening aan Uw exc. Besluit dd 17 juli l.l. no. 2836/2366 Provinciaal Blad nr.59 betreffende de werklieden en werkzaamheden welke in de fabrieken werkzaam zijn in deze gemeente, zend ik hiernemens eene staat met de opgave dienaangaande.
   De Burgemeester Gemeente Ambt Ommen

  1. Fabriek van steenen pannen en tegelen gelegen in de buurtschap Lemele alwaar een dertigtal werklieden arbeiden.
  2. 21 mannen
    2 vrouwen
    4 jongens
    3 meisjes
    Op deze fabriek is één kind beneden de 10 jaren, de overigen allen boven de 14 jaren en behorenden allen tot den boerenstand.
  3. Van april tot oktober wordt bij goed weder elke dag, uitgenomen de zondag, gewerkt van s’morgens 5 uren tot des avonds 6 uren. Van oktober tot april worden slechts enkele manspersonen gebruikt tot kleigraven.
  4. De overige uren van rust zijn des morgens tussen 8 en 9 uren, des namiddags tussen 12 en 1 uren, des avonds van 4 uur tot half 5.
  5. De mannen vormen steen of kruien leem aan. Anderen bewerken de klei, anderen zetten de gevormde steen op, anderen brengen de gevormde stenen in den oven, de vrouwen besnijden de steen, de kinderen zetten de steenen op een verdrager dezelve naar de lagen in den oven.
  6. In deze fabriek zijn geen buitengewone werktuigen.
  7. In deze fabriek zijn geen buitengewone werktuigen
  8. Het gemiddelde bedrag der werklonen is voor groten ruim 68 cents per dag, een vrouw verdient met 6000 stenen vormende
    Daags £ 1, 20, een kleibereider £1, 20, een kleikruier £ 0,84, een schabulder? £0, 72, een hagenzetter £ 0, 60, een besnijdster £ 0,90, de afdragers per dag werk £ 0,45, de kruiers per dag £ 0,50.
    Betalingen in natura worden op de fabriek niet gedaan.
  9. In de buurtschap Lemele is een school voor de kinderen. Op de fabriek arbeidenden kunnen echter alleenlijk des winters gebruik van maken.

De eigenaren dezer fabriek behooren tot de zogenaamde afgescheidenen godsdienst dragen zoveel zorg wat aangaat het godsdienstige der werklieden op hunne fabriek.

  Aldus opgemaakt door mij, Burgemeester der Gemeente Ambt Ommen.

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-281/282 # Vertaling: Miny Vroegindewey