Categorie archief: Informatiebronnen

Brief aan den Gouverneurs van Overijssel: Opgave voor een provinciale kaart

    Den 22 juli 1841

Opgave voor een provinciale kaart

   Aan den Gouverneurs van Overijssel

  Ter voldoening aan Uw Hoog dd gestrenges besluit van den 25 juni l.l. nr. 85 heb ik de eer te berigten

  1. dat zich in deze gemeente 12 buurtschappen bevinden, als de buurtschap, belend aan de zuidelijke kant aan de gemeente Hellendoorn en aan de noordzijde de buurtschap Archem.
    De buurtschap Archem, belend aan de zuidkant de buurtschap Lemele en de noordzijde gelegen aan rivier De Regge
    Besthemen, liggende ten noorden van de buurtschap Archem en ten zuiden en zuid-westen van de buurtschap Zeese.
    Zeese, liggende ten noord-westen van de buurtschap Besthemen, belendende ten Noorden aan de Stad Ommen.
    Beerze, hebbende ten oosten de gemeente Ambt-Hardenberg, ten noorden de rivier de Vecht, ten westen de buurtschap Junne en ten zuiden de gemeente Den Ham.
    Junne, gelegen ten westen van de buurtschap Beerze en ten oosten van Zeese.
    Giethemen, gelegen aan de westzijde van de rivier de Regge, hebbende de buurtschap Vilsteren ten westen.
    Vilsteren hebbende ten oosten de buurtschap Giethemen ten westen de gemeente Dalfsen en ten noorden de rivier de Vecht en de Regge.
    Varsen, gelegen aan de noordzijde van de rivier de Vecht, hebbende ten westen de gemeente Dalfsen, ten noorden de gemeente Avereest en ten oosten de Stad Ommen.
    Stegeren, belend aan de westzijde de buurtschap Arriën en aan de oostzijde de gemeente Ambt-Hardenberg en insgelijk gelegen op den noordelijken oever der rivier De Vecht.
    (N.B. Kennelijk heeft de schrijver Dalsmholte vergeten)
  2. de weg van Zwolle op den Hardenberg beginnende in deze Gemeente onder de Buurtschap Vilsteren, lopend door deze gemeente over de Stad Ommen door de buurtschap Arriën langs de herberg de Wolf in de gemeente Ambt-Hardenberg.
    de weg van Ommen naar Raalte beginnende te Zeese in deze gemeente en lopende over de Nieuwe Brug langs de Lemelerberg en Steppenbeld in de gemeente Raalte.
    de weg van Ommen naar Hellendoorn beginnend aan de Nieuwe Brug uit de weg van Ommen op Raalte en lopende langs de Lemelermolen in de gemeente Hellendoorn.
    de weg van Ommen naar Den Ham en vandaar beginnende op het Besthemerveld uit de weg van Ommen op Raalte en lopende door de buurtschap Cooste ? in de gemeente Den Ham.
  3. de weg van Ommen door Zeese Beerze den Mariënberg en klooster Sibculo. In deze weg bevinden zich twee duikers Op het Junnerveld.
    de weg van Ommen naar Stegeren. In deze weg bevinden twee duikers.
    de weg door de buurtschap Varsen naar de Hessenweg. Hier bevindt zich een brug.

Wordt vervolgd…..

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-277/280 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Koninklijk besluit: Verzoekende toegelating tot het inrigten eener Christelijke afgescheidene gemeente

Koninklijk besluit van 28 april 1841, nr. 95

  Wij Willem II, bij de Gratie Gods Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groothertog van Luxemburg, enz. enz. enz.

  Op het rapport van Onzen Minister van Staat, belast met de Generale Directie voor de zaken der Hervormde Kerk enz. van den 15 april 1841, nr 11 omtrent een adres van A.C. van Raalte namens inwoners van Ommen, Stad en Ambt, verzoekende toegelating tot het inrigten eener Christelijke afgescheidene gemeente.
  Gezien het rapport van Onzen Minister van Jusititie van de 22 dezes nr.4.
  Den Raad van State gehoord (advies van den 27 dezes nr. 6).
  Gezien het Koninklijk Besluit van den 5 juli 1836, nr 75, lett.a. tweede lid.
  Gelet op ons nader besluit van den 9 januari 1841, nr 23.
  In aanmerking nemende dat er geene redenen bestaan om hunne toelating te verhinderen als hebben de zij door hen individueel geherkend adres ingediend overeenkomstig de bepalingen des grondwet op het inleveren van verzoekschriften terwijl zij
 a. het reglement op het kerkbestuur en de inrigting der Christelijke Afgescheidene Gemeente de lit recht als het hunne aannemen.
 b. aanwijzing hebben gedaan van het locaal tot uitoefening der Eredienst ten aanzien waarvan is gebleken dat het wat de ligging aangaat daartoe geschikt is en dat uit het verlangde gebruik geen hinder voor andere Godsdienstige gezindheden of stoornis der publieke orde en veiligheid te duchten is.
 c. De verklaring hebben afgelegd dat zij in de kosten van hunne eredienst, mitsgaders in de verzorging van hunne behoeftigen buiten bezwaar van het Rijk zullen voorzien en de gelijke verklaring hebben gedaan dat zij nimmer enige aanspraak zullen maken op de bezittingen, inkomsten en regten van het Hervormde Kerkgenootschap of van enige andere Godsdienstige gezindheid en aan de wetten van den Staat zullen gehoorzamen.

   Hebben besloten en besluiten

    Art. 1
  De verzochte toelating wordt aan de adressanten verleend en mitsdien vergund het bestaan binnen de Stad Ommen van een Christelijke Afgescheidene Gemeente, bestuurd volgens de bepalingen van het reglement der Christelijke afgescheidene gemeente te Utrecht.

    Art. 2
  Deze gemeente zal hare openbare eredienst uitoefenen in het gebouw staand en gelegen aan de Bouwstraat te Ommen.

    Art.3
  De gemeente van afgescheidene Christenen voornoemd is onderworpen aan alle Wettelijke bepalingen en Gouvernementsverordeningen welke met betrekking tot alle andere Kerkgenootschappen of kerkelijke gemeenten in dit rijk, in het algemeen thans bestaan of in het vervolg mogten worden vastgesteld.

  Onze minister van Staat is belast met de uitvoering van dit besluit waarvan afschriften zullen worden gezonden aan onzen minister van justitie en aan den Raad van State tot informatie, gegeven te s’Gravenhage den 28 april 1841 (get) Willem

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-275/276 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Verzoek toelating tot het inrigten eener christelijk afgescheidene gemeente

28 april 1841.
Wij Willem II, bij de gratie Gods, koning der Nederlanden, Prins van Oranje Nassau, Groot Hertog van Luxemburg enz. enz.

Op het rapport van onzen minister van Staat, belast met de generale directie voor de zaken der Hervormde Kerk enz. van den 15 april 1841 nr. 11 omtrent een adres van A.C. van Raalte c.s. inwoners van Ommen Stad en Ambt, verzoekende toelating tot het inrigten eener christelijk afgescheidene gemeente.
Gezien het rapport van onze minister van justitie van den 22 dezer nr. 4.
De raad van State gehoord/advies van den 27 dezer nr. 6.
Gezien het Koninklijk besluit van den 5 juli 1836, nr. 75, litt a, tweede lid, gelezen ons nader besluit van den 9 januari 1841 nr. 23. Lees verder Verzoek toelating tot het inrigten eener christelijk afgescheidene gemeente →

Brief Gedeputeerde Staten: Schouw der Wegen

map1-1281 e Afdeling
  Zwolle, 30 Juni 1834.
Onderwerp:
Schouw der Wegen.

   Aan de heer Burgemeester der
   Gemeente Ambt-Ommen.

  De Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel
  Gelezen het Rapport van de gecommitteerden tot het schouwen van wegen, ten gevolge onze resolutie dd. 14 mei j.l. nr.1190/862 omtrent de op den 30 en 31 dies zelfde maand plaats gehad hebbende schouw in de Gemeente Ambt Ommen in tegenwoordigheid van den Heer Burgemeester.
  Gelet op de het bepaalde bij het Regelement op den aanleg, het onderhoud en het beheer des wegen in Overijssel;
   Hebben goedgevonden:
1o. Den Burgemeester van het Ambt Ommen bij deze de tevredenheid dezes vergadering te kennen te geven wegens het reeds verrigte ter verbetering van bestaande of tot aanleg van nieuwe wegen
2o. den zelven aan te schrijven om zodra doenlijk te laten voorzien in de bemerkingen hiernavolgende, welke op de plaats zelve door de gecommitteerden zijn aangewezen als: Lees verder Brief Gedeputeerde Staten: Schouw der Wegen →

Brief Gedeputeerde Staten: Onderhoud van den Hessenweg

map1-128  Zwolle, 19 February 1834
1e afdeling
nr. 264/282
Onderwerp:
Onderhoud van den Hessenweg

  Aan Heeren Burgemeester en Assessoren
  de Gemeente Ambt Ommen.

 Gelezen eene aan den Heer Gouverneur gerichte en door Z.H. Eg alhier ten tafel gebragte missive van Burgemeester en Wethouders der Stad Zwolle van 13 January j.l. nr. 82, daar bij onder afstand van de beide Tollen, welke thans op de Hessenweg worden geheven en over het loopende jaar voor de som van f. 330,- te samen verpacht zijn, en van het tolhuis en hek aan de straatweg naar Meppel, verzoekende om te worden beschouwd als ontslagen van het verders onderhoud des opgemelden wegs.
 Gelet op het vroeger vertoog door Burgemeester en Wethouders voornoemd ter dezer zake, bij missive van 30 april 1831 gedaan, houdende, in substantie, dat het voorstel tot onderhoud van de Hessenweg vanaf het Schoutambt Zwolle tot aan den Hardenberg , tegen het genot van Tollen bij Resolutien van Ridderschap en Steden van 13 en 18 april 1792 en 1 augustus 1793, slechts voor 25 Jaar is aangenomen, welke het mijn voorlang is verstreken en er als nu voor de Stad geen verplichting bestaat, om zich verder te belasten met eenen weg, die buiten het terrtoir des Stad is gelegen en waar over het toezicht voor het Stedelijk Bestuur moeylijk is.
  Besluiten: Lees verder Brief Gedeputeerde Staten: Onderhoud van den Hessenweg →

1824 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

  • Op 30 maart 1824 komen 1 officier, 1 onderofficier en 10 manschappen te Ommen aan (vanuit Deventer) om nachtkwartier te houden.
  • Van 30 op 31 maart 1824 overnachten een bataillon (mineurs en sappeurs) sterk 1 sergeant en 10 manschappen te Ommen.
  • Bij besluit van ged.staten van Overijssel van 4 mei 1824 wordt aan Hendrik Marten, landbouwer Hannes Makkinga en Roelof Makkinga, timmerlieden, wonende te Ommen, toestemming verleend om even buiten de Stad-Ommen op de daaraan gelegen algemene weide, den Oord genaamd op een door het gemeentebestuur aan te wijzen plaats een wind- en houtzaagmolen op te richten (zie art. 2 van Zijne Majesteitsbesluit van 31-1-1824, Stbl. nr. 19).
  • H. van der Wijck neemt ontslag als ontvanger der gemeente Stad-Ommen en Alexander de Vries wordt alszodanig benoemd.
  • Van 11 op 12 juni 1824 houden 1 onderofficier en 7 manschappen komend uit Koevorden nachtkwartier te Ommen.
  • De school te Ommen is slecht verlicht door 5 ramen en de meubelen verkeren in slechte toestand en zijn slecht geplaatst.
  • Het komt nog herhaaldelijk voor dat Kolonisten uit het bedelaars-gesticht aan de Ommerschans ontsnappen.

Bron: Archief Jan Lucas – Map001-082

1819 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

  • De funktie van schoolonderwijzer te Junne is vacant. Voorziening in de vakature blijkt moeilijk.
  • Bij Keizerlijk Decreet van 18 aug. 1811 wordt bepaald dat ieder ingezetene een vaste geslagtsnaam dient aan te nemen.
  • In Ambt-Ommen bestaan geen gasthuizen of andere fondatien of godshuizen.
  • In Vilsteren bestaat reeds een R.C. Gemeente.
  • H. Smit, heel- en vroedmeester vertrekt 15 okt. 1819 naar Rijssen-Wierden. Hij is vanaf 1817 als zodanig te Ommen werkzaam geweest.
  • De tegenwoordige school is een gewone keuken in een Katershuis, 15 voet in het vierkant. Men wil de school vergroten tot 529 vierkante voeten. De school is eigendom van de Erfgenamen van de buurschap Lemele. G.S.vinden het beter een geheel nieuwe school te bouwen.
  • B. Nabers is castelijn in het Swarte Paerdt te Varsen. Op 29-3-1819 komt bij hem een reiziger die aan natuurlijke pokken lijdt. Deze man moet in een afzonderlijk vertrek worden verpleegd, terwijl hij duidelijk moet aangeven dat er in zijn huis een pokkenlijder aanwezig is voor de reizigers die zijn huis aan doen. Zijn kinderen mogen niet naar school zolang deze man niet genezen is.
  • Van 4-5-1818 – 6-12-1818 is Gerrit Blanken knegt bij A. Warmelink te Gietem.

Bron: Archief Jan Lucas – Map001-033

1817 – Ingekomen stukken gemeente Ommen

    WEGEN

  1. de hoofdwegen in de gemeente Ommen zijn de weg
    1. van Hogeveen op Deventer beginnende aan de Drentsche grensen loopende over Ommen tot aan de gemeente Raalte.
    2. van Meppel op Almelo over Ommen beginnende aan de gemeente Staphorst eindigende aan de gemeente den Ham.
    3. van Koeverden op Deventer komende bij langs den Hardenberg bij den Wolf aan de Hessenweg op de gemeente Ommen eindigende aan de gemeente Raalte.
    4. van Zwolle op den Ham beginnende onder Vilsteren aan de gemeente Dalfsen loopende over het Rekvelt door de buurschap Gietem over de Nieuwe Brug, door de buurschap Eerde (de Lange Allee) en eindigende bij de Groene Jager aan de gemeente den Ham.
    5. van Zwolle op den Hardenberg beginnende aan de gemeente Dalfsen bij het Zwarte Paard en eindigende bij den Wolf aan de gemeente Hardenberg, zijnde de zoogenaamde Hessenweg.
  2. de mindere of buurschapswegen die aan het opzigt van het gemeentebestuur zijn onderworpen zijn de weg van Ommen door de buurschap Zeese, Junne naar Beerse, door Bestem naar Eerde door Bestem naar Archem en Lemele en door Bestem en Gietem naar Vilsteren.- door Arriën naar Stegeren op Varsen en Avereest.
  3. de personen die het onmiddellijk opzigt hebben over ieder der wegen zijn zoo wel van de Algemeene wegen, als die der beizondere buurtschappen zoo verre in ieder der zelve is gelegen de Rotmeestersin de buurtschappen – onder Ommen (Stad) de burgemeester zelve, en de Hessenweg door de Regering der Stad Zwolle.
  4. de wegen worden in deze gemeente, uitgezonderd de Schanserdijk, die op koste van de gemeente wordt gemaakt, tot aan de Barriere van de Schans, door de ingezetenen ieder in Zijne buurschap of district onderhouden, eenige als de weg door de Schanser hoven wordt onderhouden voor zoo verre tegen eens ieders land is gelegen – de Ommer Dijk in het veen lopende tot Witharen is verdeeld in perken op ieder huis in de Stad Ommen, zoo zijn ook de (onder dit bestuur) aangelegde nieuwe dijken in enkelde buurtschappen verdeeld bij vaste perken, of gemerkt met no. palen.
  5. geene dezer wegen zijn in een directen slegten staat, alle zijn goed de eene egter naar den aard der grond beter als de andere uit dien hoofde zijn, voor zoo verre het terrein zulks gedoogd, dijken aangelegd en deze worden van jaar tot jaar vermeerderd doch dit is egter niet doenlijk door zandbelten of stuiven, noch langs en over de bergen. Egter is in dit, jaar een dijk nog verlengd over het Rekvelt, van Ommen op den Ommer Dijk en word een dijk gemaakt over het Arrierveld, deze laatste lang ongeveer 2400 treeden verdeeld over de buurtschop Arrien tusschen 32 boeren en keuters is nog onderhanden om redenen de ingezetenen niet geheel in hun eigen werk te verhinderen moet dezelve tot nr. 16 alwaar de oude weg zeer goed is edog omloopt deze maand, en het overige den laatsten oktober klaar wezen zullende dan in perken naar het getal wooningen verdeeld worden.
  6. Er zijn geene weegen waartoe tot onderhoud hout noodig is.
    WATERLEIDINGEN

  1. in deze gemeente zijn geene uitwaterende sluizen of zijlen.
  2. idem
  3. idem
  4. het grootste gedeelte der geringere waterleidingen ontlasten zich in de Vegt, de Regge en de Reest; de twee eerst genoemden zijn zeer wel bekend, de Reest neemt zijn oorsprong in het Lutterveld alwaar de Lutterbeek hiet en ontlast zich in de Hooge Veensche vaart, loopt door deze gemeente op de scheiding tussen Overijssel en Drente.
  5. de schouwbare mindere waterleidingen zijn die in de Vegt uitwateren, de ïïoogen Graven tusschen Arrien en Stegeren, de zoogenaamde Galgen Graven tusschen Ommen en Arrien, de waterleiding langs den Rotbrink, bij de Kleine Haar komende van den Ommer Dijk de waterleiding tusschen Varsen en Oud Leusen, in de Regge de waterleiding door het Laar, en die aan de Groene Jager tussen Eerde en Noordmeer, en de waterleiding door de lage Lemeler landen. Eene waterleiding heeft zijne waterloozing van den Schanser Dijk langs de Ommer en Tarsener Woeste, moet langs Nieuwleusen afwateren.
  6. Onder Ommen (Stad) zijn dezelve onder het dagelijks toezigt van de Burgemeester en op het Karspel van de Rotmeester.
  7. de waterleidingen boven in de 5de opgave genoemd, zijn alle van behoorlijke diepte en breedte, die van den Schanser Dijk, langs de Ommer en Varsener Woeste wordt geheel ten deele vernieuwd en regt gelegd en ten deele verdiept en verbreed, is deze week geheel klaar, egter verneem ik dat het water door de waterleiding langs de Oud Leusener Stouwe en tussen Nieuw en Oudleusen niet wil voortschieten, uit hoofden die op enkelde plaatsen verstopt zit. Welke of door die van N. Leusen of Oud Leusen moet gemaakt worden, waar over reeds met den Heer Markterigter van Oudleusen gesprooken heb de welke vermeinde zulks aan die van Nieuwleusen te haperen.
  8. Voor zooverre mij bekend is zijn er geene gedempte noch verdonkerde waterleidingen in deze gemeente.
    STOUWEN EN KADEN

  1. Er zijn geene stouwen of kaden in deze gemeenten, tenzij men daarvoor agter de kaden agter het Laar, ter dekking van het Laar en Zeese voor de in looping van het water der Regge, bij hoog water.
  2. idem
  3. idem

Bron: Archief Jan Lucas – Map001-021/022/023

1817 – Gebeurtenissen

  • In 1816 is J. van der Kluin rijksveearts te Ommen op een tractement van f. 400,— per jaar, evenals in 1817.
  • In de periode van 15-12-1813 tot en met 31 januari 1814 wordt door ingezetenen van Ommen vivres en fourages aan de Russische en Pruissische Troepen geleverd van 1-15 december 1813 voor f. 5.700,– -12 st. -14 c. tot een gezamenlijk bedrag van f. 2.492,— 4 stuivers en 13 centen.
  • B.J. Immink is schoolonderwijzer te Lemele. Sedert 10 september 1816 is hij aangesteld als effectief schoolonderwijzer terwijl hij van 5 april – 10-9-1816 dit ambt te Lemele provisioneel heeft waargenomen.
  • In de nacht van 26-27 april 1817 houden een detachement artillerie bestaande uit 1 officier, 2 onder-officieren en 20 manschappen nachtkwartier te Ommen en van 27-28 april 4 officieren en 152 onder-officieren + manschappen.
  • Ook in 1817 is er een geregtsdienaar te Ommen.
  • Ca. 140 roeden van de Schanserdijk wordt gerepareerd, voor 14 stuivers de roede. Aannemer is Albertus Hofstede.
  • De bouw van een nieuwe school te Junne en Avereest wordt aanbesteed.
  • Jan Hendrik Arends is veldwagter.

Bron: Archief Jan Lucas – Map001-020

1816 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

  • Hannes Makkinga is wieldrayer te Ommen (wagenwielen).
  • In 1816 telt Ommen totaal 3058 zielen (gehele gemeente), waarvan:
    • 2231 Gereformeerden te Ommen, waarvan 28 worden bedeeld (12 mannen, 9 vrouwen en 7 kinderen).
    • 500 Gereformeerden (hervormden) te Avereest, waarvan 6 worden bedeeld (3 vrouwen en 3 kinderen).
    • 314 Roomsch Catholieken te Vilsteren, waarvan 6 worden bedeeld (1 man, 2 vrouwen en 3 kinderen).
  • Begin 1814 is W. van den Nieuwenhof aangesteld als dienaar van politie op een vast tractement van f. 1,— per week.
  • In 1816 wordt de tol der Brug, de zgn. Hammer Brugge Rogge en het Erve den Hoff publiek verpacht op 30 mei 1816. De Ommer Bruggetol wordt verpacht voor f. 341,— “Hammer Bruggerogge voor 14 mudden en een schepel rogge en het Erve den Hoff voor 67 mudden rogge.
  • J. van der Klein is rijks-veearts met standplaats Ommen op een tractement van f. 400,— ’s jaars.
  • Arend van den Nieuwenhof is geregtsdienaar te Ommen.
  • J.H. Arens is eveneens geregtsdienaar te Ommen.
  • Berend Jan Immink wordt benoemd tot openbaar schoolonderwijzer te Lemele.
  • Hendrikes Christianus Kerver is Mr. Smid te Ommen beslaat in 1813 paarden van de Kozakken.

Bron: Archief Jan Lucas – Map001-010