Categorie archief: Informatiebronnen

1919 – Rapport noodzaak Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen

Bijlage I, RAPPORT.

Om de volgende reden is een Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen noodig, zoo niet noodzakelijk.
De landbouw in het algemeen in oogenschouw genomen mag zich in deze streken als vooruitgaande beschouwen.
De Overijsselsche Zandboer, waartoe het meerendeel der hier woonachiige landbouwers behooren, moet evenwel een zwaren strijd om zijn bestaan voeren, voor het meerendeel te wijten aan zijn onkunde in landbouwaangelegenheden en het ondoelmatig bewerken van den grond.
Zeer vele vooraanstaande landbouw specialiteiten voorspellen een slechten tijd voor den landbouw, zoodat de bestaansstrijd nog moeilijker voor de hier woonachtige landbouwers zou worden.
Een van de voornaamste middelen om dezen strijd te vergemakkelijken is het meer profijt trekken van zijn gronden, door toepassing van wisselbouw en het op doelmatige wijze aanwenden der meststoffen, terwijl ook van het vee meer getrokken kan worden als dit op doelmatige wijze wordt verzorgd, gevoederd en opgekweekt.
Verder dient nauwlettend te worden nagegaan de productiviteit der bemesting en voedering, n1. dat er wordt gezorgd niet over den grens te komen met bemesten en voederen, daar dan de laatste zak kunstmest of de laatste kilo lijnkoek meer kost, dan er van terug wordt gekregen. Lees verder 1919 – Rapport noodzaak Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen →

1918 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

Ingekomen stukken Stad-Ommen 1918.

  • Ing. 1-5-1918 verlaat W.H. Horseling, onderwijzer o.1.s. kom Ommen de school.
  • Jan Willem Nijhuis is nachtwachtlantaarnopsteker en straatreiniger.
  • A. Nieuwland is telefoonkantoorhouder te Lemelerveld.
  • Mr. P.J. Oud te Ommen, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, verzoekt toestemming om op zaterdag 15 juni 1918 ’s avonds half acht in het café “Het Zwarte Paard” van Gerrits te Ommen een rede te houden over: “De vrijzinnig-democraten en de stembusstrijd op 3 juli”.
  • De bouw van 4 arbeiderswoningen wordt gegund aan de fa. van Aalderen en Moddejonge te Ommen voor f. 17.066,–.
  • Bij besl. van g.s. Overijssel van 24 december 1918 wordt aan Stad-Ommen toestemming verleend voor de oprichting van een elektrische centrale op het perceel kad. bekend sektie B, nr. 2977.
  • Sieka Strobosch is vroedvrouw te Ommen.

Bron: uit het archief van Jan Lucas – Map10-002

1913 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Op 15 April 1912 en 31 maart 1913 worden 115 weiden in de Ommerkoeweide ten noorden van het Ommerkanaal, onder Stad-Ommen gelegen, openbaar verhuurd.
Op de gehuurde percelen mogen weiden:
Koeien, pinken, kalveren en ossen.
De tijd van in weiding (dag en nacht) loopt van 2 mei tot 1 november 1913, resp. 1-5-1912 tot 1-11-1912. Indien nodig mag na het verwijderen van het hooi van de eerste snede ook de Woeste worden bereid. Het vee moet voor de in weiding worden gebrandmerkt. Het vee mag door de huurder vervangen worden nadat op- en afbranding heeft plaatsgehad. De algemene opbranding geschiedt vanwege het gemeentebestuur kosteloos. Voor het laten op- en afbranden is 10 cent voor het op- en 10 cent voor het afbranden verschuldigd; te betalen aan de opzichter in casu de koeherder.
Het betreft hier een gemeenschappelijke beweiding.
De opbrengst is in 1912 f 1610,-
De opbrengst is in 1913 f 1631,75
Ook in 1911 (1-5-1911 tot 1-11-1911) 70 weiden totaal met een opbrengst van f 981,75.
In 1910 is de opbrengst van 115 weiden f 1760,50
In 1909 is de opbrengst van 115 weiden f 1862,-
In 1908 is de opbrengst van 115 weiden f 1659,50

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218+219 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1912 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (2)

Verhuur 11 zitplaatsen voor de zgn. regeringsbanken in de Hervormde Kerk te Ommen.
Ingaande 1-1-1912 tot 31-12-1917 worden de plaatsen als volgt verhuurd:
De 1e plaats aan Willem Warmelink te Archem f 6,75,-
De 2e plaats aan Albertus Makkinga te Stad-Ommen f 7,-
De 3e plaats aan Pieter Anthony van der Beek te Stad-Ommen f 6,50,-
De 4e plaats aan Fennigje Wandschur te Stad-Ommen f 6,-
De 5e plaats aan Hendrik Mooyers te Stegeren f 5,-
De 6e plaats aan Christina Schutten te Varsen f 6,-
De 7e plaats aan Egbert Egberts te Stad-Ommen f 4,-
De 8e plaats aan Roelof Timmer te Zeesse f 3,50,-
De 9e plaats aan Gerrit Schuurman te Stad-Ommen f 3,-
De 10e plaats aan Albert Jan van der Vegt te Giethmen f 1,-
De 11e plaats aan Albert Jan van der Vegt te Giethmen f 1,-

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1912 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (1)

Eigendommen Stad-Ommen
“De Holtmaat”, grasland, kad. bekend sectie B, nr. 202, groot 0.60.20 ha (verhuur van 11-11-1906 tot 11-11-1912).
Van de Voormars wordt gesproken ten zuiden en ten noorden van de Varsenerdijk.

Gedeelte van de gedempte Burggraven (in 1911 grasland) sectie B, nr. 3159.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg

Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg (grootendeels ontleend aan de jaarverslagen 1899/1909).

a. Voorbereidingsperiode 1888/1898.

1888. 5 Mei.
Schrijven van den heer J. Willink te Winterswijk aan den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, aankondigende het voornemen om concessie te vragen voor den aanleg van een locaalspoorweg van Zwolle naar Groningen, met zijtak van Ommen naar Neede, en verzoekende hem voor die concessie de voorkeur te verleenen.

1888. December.
Formeele concessie-aanvraag met toezending van de vereischte bescheiden. In deze concessie-aanvraag was de richting van den spoorweg als volgt aangegeven:
Hoofdlijn: Zwolle, Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Coe-vorden, Dalen, Emmen, Borger, Gasselte, Gieten, Wilder-vank, Veendam, Muntendam, Zuidbroek, Slochteren, Groningen.
Zijtak: Ommen, Hellendoorn, Mjverdal, Kijssen, Goor, Neede.

1889. 5 Februari.
Beschikking van den Minister van Waterstaat, H. en N., waarbij den aanvrager de voorwaarden werden medegedeeld, waaronder voor den aanleg van zoodanigen Spoorweg voorloopige concessie werd verleend.

1890. 6 Februari. Lees verder Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg →

Uitnodiging aandeelhouders Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij

De Raad van Commissarissen der Noordooster-locaalspoorweg-Maatschappij heeft de eer aandeelhouders van die Maatschappij uit te noodigen tot bijwoning van de Algemeene Vergadering van Aandeelhouders, bedoeld in art. 21 (2e lid) der Statuten, welke zal worden gehouden op Vrijdag 30 Juni 1911, des namiddags ten 1½ ure, in een der localen van de Buitensocieteit (tegenover het station) te Zwolle.
(Toegang uitsluitend in de Westerallée).
De te behandelen onderwerpen zijn:

      1. Notulen der vorige Algemeene Vergadering.
      2. Verslag van den Wd. Directeur.
      3. Balans en Winst- en Verliesrekening over het boekjaar 1910.
      4. Benoeming van een Directeur.
      5. Bepaling van de bezoldiging en de vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten voor den Directeur.

Ingevolge art. 19 (3de lid) der Statuten ligt de balans met de bijbehoorende bescheiden voor de Aandeelhouders ter visie ten kantore der Vennootschap (Badhuiswal ‘8) te Zwolle.
Overeenkomstig art. 21 is ieder Aandeelhouder gerechtigd tot het bijwonen van de Algemeene Vergadering op vertoon van zijne aandeelen, of van een bewijs, dat hij deze tenminste vijf dagen vóór de vergadering heeft gedeponeerd ten kantore der Vennootschap of ten kantore van de Twentsche Bankvereeniging (B. W. BLIJDENSTEIN & Co.) te Amsterdam.
Op gemelde plaatsen liggen tevens de voorstellen van den Raad van Commissarissen ter lezing.
Zwolle, 9 Juni 1911.
De Raad van Commissarissen voornoemd, Mr. C. C. GEERTSEMA, Voorzitter. H. LÖHNIS, Secretaris.

1911 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

  • C.J. Warnsinck is arts, S. Ekkel-Ruiter vroedvrouw. S. Jengedijk is vroedvrouw te Lemelerveld.
  • H. van Elburg is gemeente-ontvanger van Stad-Ommen.
  • De ver. “Het Groene Kruis” te Ommen verzoekt om een jaarlijks subsidie om een verpleegster te kunnen aanstellen.
  • De schoolpomp te Ommerschans is in maart 1911 kapot.
  • Ingaande 1-5-1911 wordt mej. K.C. Korteling uit Oldenzaal benoemd tot onderwijzeres aan de o.l.s. te Stad-Ommen.
  • Er wordt in 1910 door ingezetenen geklaagd over de slechte afwatering in de kom, met name in het z.g. “Jerusalem”.
  • M. Kingma is boterfabrikant te Lemelerveld. De fabriek is primitief ingericht. In de fabriek zijn geregeld drie volwassen personen werkzaam. Het afvoerwater (eiwithoudend) loopt van de fabriek door een open goot naar een nabij gelegen weiland en moet daar verteren.
  • De bijz. school te Ommen herdenkt op woensdag a.s. (na 6-2-1911) het feit dat de school 60 jaar bestaat. Hoofd der school is Munneke.
  • Lucretia Kramer, onderwijzeres o.l.s. Stad-Ommen, verlaat op 1-5-1911 de school.
  • De gemengde zangvereniging “Tonevido” geeft op dinsdag 16 januari 1911 een uitvoering in het koetshuis van hotel Gerrits.
  • Op 12-1-1911 schrijft burgemeester Bentinck dat men van plan is op de Vechtbrug een leuning te plaatsen van staaldraad, zoals die is aangebracht aan de brug over de Regge. De Vechtbrug is 52 m. lang.
  • De zangvereniging houdt haar wekelijkse repetitie in het grote lokaal van de o.l.s. Stad-Ommen. Voorzitter der vereniging is R. van Aalderen, W. Seinen is sekretaris, F. Bos, penningmeester en G.J. Makkinga en H. Luttekes commissarissen.
  • Op maandag 24 juli 1911 brengt Z.K.H. den Prins der Nederlanden een bezoek aan het Rijksopvoedingsgesticht “Veldzicht” te Balkbrug. Kinderen van de o.l.s. Ommerschans zingen in tegenwoordigheid van de Prins een paar liedjes.
  • Ingaande 1-9-1911 verlaat A.C. Frackers, onderwijzeres o.l.s. Stad Ommen de school.
  • In 1910 zijn de laatste baanvakken (Zuidbroek-Delfzijl en Stadskanaal-Zuidbroek) gereed gekomen. Sedert 1-8-1910 is de Noordooster locaal-spoorweg in zijn geheel in exploitatie. Geleidelijk werden sedert 15-1-1903 de verschillende andere baanvakken voor het publiekverkeer geopend (zie kaartje). Het initiatief voor deze spoorweg werd genomen door Jan Willink (overleden jan. 1896). Bij de oprichting van de maatschappij trad als direkteur op de heer H.J.E. Wenckbach onder wiens leiding sedert 1-6-1898 de voorbereiding voor de oprichting der maatschappij was geschied. Onder zijn directie werd o.m. de gehele spoorweg uitgebakend en gewaterpast, de onteigening voorbereid, grondboringen werden verricht voor enkele baanvakken de gronden aangekocht, verschillende bestekken ontworpen, en kwam het eerste baanvak, Zwolle-Ommen, bijna gereed. De heer Wenckebach werd op 1 mei 1902, wegens zijn benoeming tot Directeur-Generaal der Staatsmijnen, opgevolgd door de heer M.E.H. Breuning, onder wiens directie de gehele aanleg verder werd voltooid. Bij het opmaken der verschillende technische bescheiden, de bestekker en onteigeningsbescheiden, alsmede bij de uitvoering der werken, werden de direkteuren ter zijde gestaan door de sectie-ingenieurs en verdere ingenieurs der maatschappij. De stations- en haltegebouwen en stopplaatsen voor het gedeelte Zwolle-Ommen zijn uitgevoerd naar de ontwerpen van de heer Ed. Cuypers, architect te Amsterdam. In hoofdzaak zijn dezelfde types ook voor de overige gebouwen, enz., met enige afwijking, aangehouden.

Bron: Archief Jan Lucas – Map 02-081+082

1909 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

In 1909 wordt van 1-9-1909 tot 31-8-1915 het jachtrecht
1) van de Woeste, Koeweide en verdere aldaar gelegen percelen van Stad-Ommen groot ±160 ha en van
2) het zgn. Ommerbosch met daarbij liggende stadsgrond, groot ±100ha, openbaar verpacht. (de Woeste ligt nabij de Ommerschans)
Het eerste perceel krijgt de heer J.C. Duburg te Avereest voor f 55,- en het Ommerbosch de heer W.A. Salm te Ambt-Ommen voor f 49,75.
Als borgen voor de heer Duburg treden op:
D.H. de Loos te Avereest en Jhr. F.Th. Van der Wijck te Archem. Voor W.A. Salm: de heren A. van der Veen te Stad-Ommen en J.H. Schräder te Ambt-Ommen.

In 1903 het 1e perceel door Mr. P. Wildervanck de Blécourt te Stad-Ommen voor f 37,- per jaar, borgen zijn G.H. van der Veen en A. van der Veen te Stad-Ommen. Het 2ᵉ perceel door A. van der Veen te Stad-Ommen voor f 43,35 per jaar; borgen zijn de heren G.H. van der Veen en Mr. P. Wildervanck de Blécourt.

In 1876 voor drie jaar: het 1ᵉ perceel door Roelof Brink vervener te Dedemsvaart voor f 30,- per jaar. Het 2ᵉ perceel eveneens door Roelof Brink voor f 17,- per jaar. Borgen zijn: Jan Kramer, winkelier en Samuel de Haas, slager, te Stad-Ommen.

In 1873 voor 3 jaar:
1ᵉ perceel Wilhelmus Brink f 31,- (grondeigenaar aan de D’vaart)
2ᵉ perceel Wilhelmus Brink f 21,-
Als borgen treden op: Jan Kramer, winkelier en Willem Noordink, landbouwer te Stad-Ommen.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-221+222 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1907 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

Ingekomen stukken Stad-Ommen 1907.

  • Tegen het huis van de Erven Gerrits, aan het Bouweind, wijk A 312A zal een brievenbus worden geplaatst.
  • Ingaande 19-11-1907 wordt het Post- en Telegraafkantoor te Ommen mede voor de Rijkstelefoondienst opengesteld.
  • Tol 1 en 2 op de weg Ommen-Hardenberg (verpacht) levert in 1906 resp. op f. 328,70 en f. 218,—.
  • Wegwerkers B. de Lange en A.J. van den Berg.
  • A. de Haas, slager te Ommen voert wekelijks 400 kg. rund- en schapenvet in uit België, afkomstig van Gebrs. Smilde te Brussel, Zuid 107, Hertstraat en de “Samenwerkende Maatschappij der Belgische Beenhouwers” te Mechelen.
  • Hendrikus van der Veen is nachtpolitie te Ommen.
  • Binnen niet te lange tijd zal een verhoogde los- en laadplaats op het station te Ommen gemaakt worden.
  • Op dinsdag 10-9-1907 vindt de aanbesteding plaats van het maken van een vaste overdekking der boter- en eiermarkt.
  • R. Brinkhuis is de laagste inschrijver voor f. 559,80. Borgen zijn P.A. van der Beek en W. Terra.
  • Klaas Stoel is lantaarnopsteker te Ommerschans.
  • G.J. Lubbers, gemeenteveldwachter, beschikt over een rijwiel en krijgt een onderhoudstoelage hiervoor van f. 10,—.
  • Bij de Staatsspoorwegen zijn t.b.v. leerlingen, die onderwijsinrichtingen in naburige gemeenten bezoeken zgn. scholierkaarten ingevoerd, in de leeftijdsgroep van 10-23 jaar.
  • De prijs van een scholierkaart voor het trajekt Vilsteren-Ommen bedraagt f. 3,— per maand (3e klasse).
  • De raad van Stad-Ommen gaat een lening aan groot f. 5.000,— als deelneming in het aandelenkapitaal van de Overijsselse Lokaal spoorweg Deventer-Raalte-Ommen.
  • Tol 1 op de weg Ommen-Dalfsen (1e sektie) levert in 1906 op f. 656,115.
  • Tol 1 op de weg Ommen-Goor (1e sektie) levert in 1906 op f. 473,30.
  • De Voorbrug is bestraat met veldkeien.
  • Tot hoofd der o.l.s. te Lemele, ingaande 1-8-1907, wordt benoemd C.A. Huese.
  • Op het perceel kad. bekend Stad-Ommen, sektie B, nr. 3330, groot 4 are 40 ca, staat de Chr. Geref. Gemeente te Stad-Ommen.
  • Per schip worden op 18 april 1907 vanuit Hasselt 140 m2 Quenartslag naar Ommen vervoerd, afkomstig van de fa. J. Weener Azn.
  • C.J. Warnsinck is arts en S. Ekkel-Ruiter vroedvrouw.
  • J.F. de Jong, benoemd tot adj. dir. Rijksopvoedingsgesticht te Avereest bewoond de Hoevewoning no. 5.
  • D. Groenendal is kastelein in het Volkskoffiehuis te Ommen.
  • Op dinsdagavond 9 april 1907 treedt P.H. Lambers uit Amsterdam op met voordrachten.
  • H. van der Veen moet de stadspompen loshouden.
  • A. de Haas voert wekelijks 800 kg. rund- en schapenvet in vanuit België (Gebrs. Smilde te Brussel).
  • 32 jongens en 30 meisjes bezoeken de school te Ommerschans. Hoofd D. Bruijn.
  • O.l.s. Lemelerveld, hoofd J.H. Starink: 47 jongens, 63 meisjes.
  • O.l.s. Hoogengraven, hoofd A.Koldeweij: 34 jongens, 15 meisjes.
  • O.l.s. Lemele, hoofd H.L. Immink : 75 leerlingen.
  • O.l.s. Beerzerveld, J. de Jonge Pzn. : 40 jongens, 32 meisjes. Aanwezig zijn 38 jongens en 26 meisjes.
  • O.l.s. Stad-Ommen, C. Ennes: 111 jongens, 90 meisjes (6 jaar en ouder).
  • Ingaande 1-3-1907 treedt onderwijzer aan de o.l.s. te Stad-Ommen in dienst.
  • Ingaande 1-4-1907 treedt H. Vissinga in dienst als onderwijzer o.l.s. Ommen-Stad, in de vakature J.H. van Dale.
  • G. Woertink en W.G. Dunnewind zijn marktmeesters.
  • G. Klomp heeft een smederij in het pand wijk A nr. 69.
  • Mej. Aafke Doornbos wordt ingaande 1-1-1907 benoemd tot onderwijzeres aan de o.l.s. Ommerschans wegens vertrek van mej. A. Meijer Drees.

Bron: uit het archief van Jan Lucas – Map02-045+46