1919 – Rapport noodzaak Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen

Bijlage I, RAPPORT.

Om de volgende reden is een Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen noodig, zoo niet noodzakelijk.
De landbouw in het algemeen in oogenschouw genomen mag zich in deze streken als vooruitgaande beschouwen.
De Overijsselsche Zandboer, waartoe het meerendeel der hier woonachiige landbouwers behooren, moet evenwel een zwaren strijd om zijn bestaan voeren, voor het meerendeel te wijten aan zijn onkunde in landbouwaangelegenheden en het ondoelmatig bewerken van den grond.
Zeer vele vooraanstaande landbouw specialiteiten voorspellen een slechten tijd voor den landbouw, zoodat de bestaansstrijd nog moeilijker voor de hier woonachtige landbouwers zou worden.
Een van de voornaamste middelen om dezen strijd te vergemakkelijken is het meer profijt trekken van zijn gronden, door toepassing van wisselbouw en het op doelmatige wijze aanwenden der meststoffen, terwijl ook van het vee meer getrokken kan worden als dit op doelmatige wijze wordt verzorgd, gevoederd en opgekweekt.
Verder dient nauwlettend te worden nagegaan de productiviteit der bemesting en voedering, n1. dat er wordt gezorgd niet over den grens te komen met bemesten en voederen, daar dan de laatste zak kunstmest of de laatste kilo lijnkoek meer kost, dan er van terug wordt gekregen.
Een doelmatige bedrijfscontrole vormt hiervoor een voornaam middel daar dan nagegaan kan worden op welken tak van het bedrijf winst en op welken tak verlies valt te boeken.
Ook meer aaneengesloten optreden der landbouwers, Coöperatief werken, vormt een voorname besparing der uitgaven, hetgeen natuurlijk het bedrijf ten goede komt.
Het Coöperatieve idee dient daarom ook gekweekt te worden, tevens daar dit ook van belang is bij de veeverbetering en varkensfok, door oprichtig van Stierhouderijen en Beerenvereenigingen.
Bij de veeverbetering,vormt het monster nemen der melk wederom een voorname aanwijzing in welke richting gefokt moet worden.
Al de hiervoor genoemde punten worden voor het meerendeel in beginsel geleerd en aangekweekt op de Landbouweursussen, welke zich gelukkig ook hier in meerdere aandacht der landbouwerszoons mogen verheugen evenwel gaat deze inrichting voor Onderwijs bijlange na niet vergenoeg om de toekomstige landbouwers voor den strijd om het bestaan voldoende toe te rusten.
Het bezoeken van een Rijkslandbouwwinterschool is hoogst gewenscht, zoo niet noodzakelijk.
De finantiele toestand van het meerendeel der landbouwers in deze en omliggende gemeenten als den Ham, Hellendoorn, Raalte, Dalfsen, Stad- en Ambt-Hardenberg, Gramsbergen en deelen van Avereest, laat het hen niet toe hun zoons twee winterhalfjaren in een andere plaats in de kost te doen om het onderwijs te volgen aan een Rijkslandbouwwinterschool, ’t zij te Hengelo of wel te Meppel.
Daarbij komt nog dat het leerplan Meppel voornamelijk is gericht op veeteelt, daar zij in een weidestreek licht.
Hengelo zal wat het leerplan betreft meer voor deze streken geschikt zijn.
In het adres aan den Minister van Landbouw d.d. 2 Mei 1919 gericht vanwege de O.L.N. wordt gevraagd het vestigen van een Rijkslandbouwwinterschool in het Westen en een in het Noorden der Prov. Overijssel (thans wordt het Noord Oosten genoemd).
Het Westen zal mogekijk reeds spoedig een school krijgen en hier zal wel tussschen Zwolle en Deventer de beslissing vallen, beide gelegen in de weidestreken van den IJssel, dus hoogstwaarschijnlijk een leerplan gelijk Meppel, daar het leerplan der school zich voornamelijk richt naar de landbouwtoestanden in die streek.
Mocht dus bedoelde school te Zwolle komen dan is zij nog niet dienstig voor deze streken, zelfs niet voor groote deelen van Dalfsen en Raalte, daar ook daar hoofdzakelijk het gemengde zandbedrijf wordt beoefend.
Voor de vestiging van een school in het N.O. treden op den voorgrond: Avereest, Stad- en Ambt-Hardenberg en Stad- en Ambt-Ommen. Het zou mogelijk wezen, dat Hardenberg en Avereest samen spanden, om de school gevestigd te krijgen ongeveer in het midden van beide gemeenten, doch het is ook zeer wel mogelijk dat bedoelde gemeentebesturen de school wenschen gevestigd te zien elk voor zich, in het Centrum hunner gemeente, zoodat ook tusschen Hardenberg en Avereest strijd ontstond.
Ommen dient volgens mijn meening geheel zelfstandig in dezen op te treden, daar Ommen beslist geschikter ligging heeft dan Avereest en Hardenberg. Daarbij komt dat als de school te Avereest wordt gevestigd het Veenkolonialebedrijf in het leerplan vermoedelijk de overhand zal krijgen, waardoor de school alleen van nut zou worden voor Avereest, Ambt- en Stad-Hardenberg, een klein gedeelte van Ambt-Ommen, n1. Driehoek en Beerzerveld, terwijl het nog staat te bezien of Vroomshoop en Beerzerveld wel gebruik van die school zouden kunnen maken wat de afstand treft.
Afgezien van het leerplan heeft Avereest dit tegen, dat het hoogst lastig is te bereiken, slechts een tram-aansluiting met Nieuwleusen, Hardenberg en Coevorden en in de toekomst een verbinding met Ommen, terwijl de harde wegen dezelfde richtingen nemen.
Avereest is geen centrum doch een uithoek. Vestiging te Avereest zou verder ten gevolge kunnen hebben dat de school half voor Drenthe werd; geenszins de bedoeling der O.L.M. Den Ham, Hellendoorn, Raalte, de grootste deelen van Dalfsen en Ommen en zelfs een niet onbelangrijk gedeelte van Ambt-Hardenberg zal een aldaar te vestigen school met weinig bezoek kunnen vereeren, daar de afstand het niet toelaat.
Voorop staat natuurlijk dat de leerlingen wegens den financieele draagkracht der ouders niet in de kost bedaan kunnen worden.
Ook op vestiging te ‘Hardenberg valt nog al wat af te dingen, ofschoon die ligging toch doelmatiger is dan Avereest, nl. tramaansluiting op Avereest, spoorwegverbinding met Gramsbergen, Ommen en den Ham/Vroomshoop en harde wegen in dezelfde richtingen.
Hellendoorn, Kaalte en groote deelen van den Ham en Dalfsen zullen evenwel ook van een aldaar te vestigen school moeilijk gebruik kunnen maken.
De meest centrale ligging heeft Ommen nl. directe spoorverbinding met Hardenberg, Gramsbergen, Raalte en Dalfsen, indirecte aansluiting met Den Ham/Vroomshoop en Hellendoorn,en in de toekomst directe spoorwegverbinding met Avereest.
Verder harde wegen op Avereest 2, Hardenberg 2, Gramsberngen, Den Ham, Raalte, Hellendoorn, Dalfsen en Nieuwleusen.
Om een en ander, kort samen te vatten het volgende: vestiging te Avereest zou kunnen strekken tot oplboei van: Avereest, Stad- en Ambt-Hardenberg, Gramsbergen, Nieuwleusen en een gedeelte van Stad- en Ambt-Ommen, terwijl Den Ham, Hellendoorn, Raalte en het grootste gedeelte van Dalfsen en Ommen weinig of geen nut van de vestiging zouden hebben, evenals een niet onbelangrijk gedeelte van Ambt-Hardenberg.
Vestiging te Hardenberg tot opleving van Stad- en Ambt-Hardenberg, Gramsbergen, Ommen, Avereest, Nieuwleusen en Vroomshoop (gem. Den Ham).
Uitgesloten worden alsdan nog: Hellendoorn, Raalte, Dalfsen en groote deelen van Ambt-Ommen en den Ham.
Vestiging te Ommen, tot vooruitgang van Stad- en Ambt-Ommen Avereest, Stad- en Ambt-Hardenberg, Gramsbergen, Den Ham, Hellendoorn, groote deelen van Raalte en Dalfsen, verder Nieuwleusen.
Ik geef toe dat wij dan eenigzins buiten het Noord Oosten der provincie komen, doch meen dat een op te richten school zoo geplaatst moet worden, dat de profijten zijn voor de provincie Overijssel en geen school zal meer invloed doen gelden dan een welke van alle kanten is te bereiken.
Te Ommen zou een stroom van Overijsselsche leerlingen komen, zoowel van gemengde zand als veenkoloniale bedrijven, waarom een school zou moeten gesticht met een overheerschend leerplan voor het gemengde bedrijf van den van oudsher Overijsselschen boer, terwijl het veenkoloniale bouwbedrijf niet uit het oog verloren, behoefde te worden.
Om de school in Ommen gevestigd te krijgen moet door het Gemeentebestuur van Stad- en Ambt-Ommen flink worden aangepakt en dient men met een flinke aanbieding te komen van een gebouw met tuin.
Mogelijk zou zijn dat Stad-Ommen een gebouw afstond en Ambt-Ommen voor een flink proefveld zorgde met jaarlijksch gratis meststoffen, voor Ambt-Ommen toch zullen de voordeelen altoos het grootst wezen.
Gerekend mag ook nog wel worden, dat zich een 5 of 6 tal leeraren bij de school zullen vestigen.
Op het in kost gaan der leerlingen moet erenwel niet worden gerekend, daar het juist de bedoeling is de plaatsing zoo te doen geschieden dat zulks niet behoeft plaats te vinden.
Indien meerdere inlichtingen werden gewenscht, zal ik deze zoo mogelijk verstrekken.

Met hoogachting
Uw Edeldienstwillige,

(get.) A.B.R. Grootenhuis.

Bron: uit het archief van Jan Lucas – Map 010, blz. 010 t/m 013

Plaats een reactie