De straatnaam Burggraven is afgeleid van een daaraan gelegen oud gedeelte van de rivier de Vecht.

1916. Burggraven met zicht op de zaagmolen.
Haventje
In de loop der jaren heeft de Vecht deze nogal eens een andere bedding gehad waarvan de vele kolken en gaten en dus ook de Burggraven restanten zijn. De Burggraven stond in openverbinding met de Vecht en diende tot ligplaats van de schepen en zompen die de Vecht bevoeren en wel in het bijzonder van de Ommer Vechtschippers. De schepen werden daar dus ‘geborgen’ vandaar dat de naam ook wel als “Borggraven” werd geschreven.
De Burggraven was dus een haventje en dat is geweest tot 1901, toen Rijkswaterstaat besloot tot verbetering van de Vecht bij Ommen. Aan het haventje stonden meerdere (schippers)huisjes. Twee schippershuisjes herinneren nog aan de tijd van toen: het Foekerthuus en het witte huisje, gescheiden door een steeg naar de Walstraat.
Makkingas’s bruggetje
In 1824 maakten de overige schipperhuisjes op de Oord plaats voor de bouw van een zaagmolen, de huidige Makkinga’s Mölle. De benodigde kolk voor het wateren van de bomen was er toen al. Toegang tot de Oord had men via een bruggetje over de Burggraven: Makkinga’s brugje. Molenaar Makkinga had dit namelijk aangebracht om daardoor de toegang tot zijn molen mogelijk te maken.

1901. Gezicht op de hervormde kerk en de oude pastorie vanaf de juist gedempte Burggraven.
Tekst: Harry Woertink – Foto’s: collectie OudOmmen.nl