Zeldzame vondst bevestigt plek van de veldslag bij Ane (1227)

VECHTDAL – Het gaat om een zeldzame vondst: een bronzen pommel gevonden op het voormalig slagveld van de Slag bij Ane van 28 juli 1227.

Rechts de in Ane gevonden pommel. Links een voorbeeld van een dolk met pommel.

Unieke vondst
Niet groter dan een flinke knikker maar historisch van grote waarde en nu al pronkstuk van de Slag bij Ane genoemd. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed en het Rijkserfgoedlaboratorium bogen zich over de unieke vondst. Zij kwamen al snel tot de conclusie dat de met een metaaldetector opgegraven pommel uit 1195 stamt. Het gaat om een klein koperen bolletje, dat vaak aan het uiteinde van een middeleeuws dolk of zwaard zit.

Elite ridder Heinrich van Bernsau
Tijdens de jaarlijkse herdenking van de Slag bij Ane in het museum Gramsbergen vertelde Klaas Padberg Evenboer, die als heraldisch wetenschapper wapens onderzoekt uit de middeleeuwen: “Het maakt onderdeel uit van de wapenuitrusting van de elite ridder Heinrich van Bernsau. Hij was echt een vechtersbaas die gewoon werd opgeroepen om ten strijde te trekken”.
Van Bernsau, zoon van Graaf Adolf III van Berg, was ten tijde van de Slag bij Ane vazal van de Keulse aartsbisschop. De bisschop van Utrecht heeft toen verschillende graven, hertogen en aartsbisschoppen opgeroepen om in 1227 mee te doen aan deze slag.

De pommel is gedateerd 1195. Wat betekent dat? “Als deze datering met zekerheid kan worden vastgesteld, kan dit erop wijzen dat een eerder lid van de familie Bernsau aan een kruistocht heeft deelgenomen. Mogelijk betrof het Adolf I van Bernsau de Oudere, de vader van de broers Adolf II en Heinrich. Hoewel hij slechts eenmaal, in 1218, in de bronnen wordt vermeld, is het denkbaar dat hij tijdens de Derde Kruistocht (1189–1191) in het gevolg van graaf Engelbert van Berg heeft meegestreden.
Een ander lid van de familie, een verre neef, genaamd Ferdinand von Bernsau zat op de havezate Katenhorst te Hellendoorn aan de Regge. In de Collectie Overijssel, in het Archief Almelo bevindt zich een brief van hem, gedateerd 1 november 1709, gericht aan de graaf van Rechteren met felicitaties voor de geboorte van hun zoon. Ferdinand van Bernsau was kamerheer van de aartsbisschop van Keulen, en generaal gouverneur te Kaiserswerth. De familie bezat het collatierecht van Hellendoorn. Wat dichter bij huis woonde Engelbert Rijckwijn van Ense op Havezate De Grote Scheer in Holthone, gemeente Gramsbergen Hij was in tweede echt verbonden met Maria Elisabeth van Bernsau, een zuster van de Ferdinand. En daarmee is de cirkel rond van 1277 naar 1677 – 450 jaar Van Bernsau in dit gebied, zowel vijandig als een goede noaber”, aldus Padberg Evenboer.

Toeval
Nu de drager van de pommel bekend is, blijkt de historische waarde van het pronkstuk nóg groter dan eerder gedacht. De ontrafeling van die geschiedenis is razendsnel gedaan, omdat het object tot twee jaar terug nog in een leeg bakje Chinees lag te verstoffen. Het bronzen object werd 35 jaar geleden per toeval gevonden met een metaaldetector in Hardenberg, vlak bij de Vecht. Toen Jurrien Toenhake uit Hardenberg, de vinder, een nieuwe metaaldetector kocht sprong het object bij de verkoper in het oog. “Hij zei: ‘Weet je wel wat je hier hebt? Dit kan weleens een onderdeel zijn dat gebruikt is bij de Slag bij Ane. Toen is het balletje gaan rollen, met allerlei onderzoeken.” In dit geval is die rijk versierd: op de ene zijde een rood kruis met witte druppelvormige vlakken, op de andere kant een wit wapenschild met blauw bovenvlak. “De meeste pommels hebben die versieringen niet, dus dat betekent wel dat ie van een adellijke of ridderlijke familie is”, aldus Toenhake.

Uniek voor Nederland
De versieringen op de pommel verraden dat zijn drager Heinrich van Bernsau nog meerdere veldslagen dan die in Ane heeft meegemaakt. Het kruis op het koperen bolletje werd vaak als herkenningsteken aangebracht door rijkere ridders die meevochten in een kruistocht. “Van Bernsau was dan ook in 1213 met zijn broer en neef in Egypte, om mee te doen aan de vijfde kruistocht. In Nederland is verder geen pommel gevonden van dit formaat. Behalve de rijke geschiedenis, is het object ook uniek in zijn soort, zeker uniek voor Nederland”, stelt Padberg Evenboer.

De Slag bij Ane was een grote veldslag op 28 juli 1227, waarbij Rudolf van Coevorden met een Drents leger de bisschop van Utrecht versloeg. De met zware harnassen en wapens uitgeruste ridders van de bisschop hadden geen rekening gehouden met de drassige ondergrond en zakten weg. Volgend jaar wordt uitgebreid stilgestaan bij 800 jaar Slag bij Ane.

Bloemlegging
Na interessante lezingen in het overvolle museum in Gramsbergen werd bij het steentjesmonumenent in Ane bloemen gelegd. Tot slot werd het gedicht “Ballade van de slag bij Ane 1227” van de bekende Drentse dichter Roel Reijntjes (1923-2003) voorgedragen:

As de zunne begunde te schienen
op de morgen van die dag
in de sponzige Mommeriete
doar leverde Drenthe slag.

Bi’j Aone staot de soldaten
De bisschop zien leger is groot;
wi’j hebt onze haerdstee verlaoten,
want oenze volk is in nood

Met haanden, verkraampt van het vechten,
Nog rood van het warme bloed
bevochten wij oeze rechten,
want vrijheid is meer as de dood.

As de zunne begunde te doven
op de aovend van de dag,
dan kunden wi’j Gode loven,
want Drenthe, dat wun de slag.

Overvolle museumzaal met rechts staand spreker Jurrien Toenhake.

Tekst en foto’s: Harry Woertink

Plaats een reactie