Uitnodiging aandeelhouders Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij

De Raad van Commissarissen der Noordooster-locaalspoorweg-Maatschappij heeft de eer aandeelhouders van die Maatschappij uit te noodigen tot bijwoning van de Algemeene Vergadering van Aandeelhouders, bedoeld in art. 21 (2e lid) der Statuten, welke zal worden gehouden op Vrijdag 30 Juni 1911, des namiddags ten 1½ ure, in een der localen van de Buitensocieteit (tegenover het station) te Zwolle.
(Toegang uitsluitend in de Westerallée).
De te behandelen onderwerpen zijn:

      1. Notulen der vorige Algemeene Vergadering.
      2. Verslag van den Wd. Directeur.
      3. Balans en Winst- en Verliesrekening over het boekjaar 1910.
      4. Benoeming van een Directeur.
      5. Bepaling van de bezoldiging en de vergoedingen wegens reis- en verblijfkosten voor den Directeur.

Ingevolge art. 19 (3de lid) der Statuten ligt de balans met de bijbehoorende bescheiden voor de Aandeelhouders ter visie ten kantore der Vennootschap (Badhuiswal ‘8) te Zwolle.
Overeenkomstig art. 21 is ieder Aandeelhouder gerechtigd tot het bijwonen van de Algemeene Vergadering op vertoon van zijne aandeelen, of van een bewijs, dat hij deze tenminste vijf dagen vóór de vergadering heeft gedeponeerd ten kantore der Vennootschap of ten kantore van de Twentsche Bankvereeniging (B. W. BLIJDENSTEIN & Co.) te Amsterdam.
Op gemelde plaatsen liggen tevens de voorstellen van den Raad van Commissarissen ter lezing.
Zwolle, 9 Juni 1911.
De Raad van Commissarissen voornoemd, Mr. C. C. GEERTSEMA, Voorzitter. H. LÖHNIS, Secretaris.

1911 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

  • C.J. Warnsinck is arts, S. Ekkel-Ruiter vroedvrouw. S. Jengedijk is vroedvrouw te Lemelerveld.
  • H. van Elburg is gemeente-ontvanger van Stad-Ommen.
  • De ver. “Het Groene Kruis” te Ommen verzoekt om een jaarlijks subsidie om een verpleegster te kunnen aanstellen.
  • De schoolpomp te Ommerschans is in maart 1911 kapot.
  • Ingaande 1-5-1911 wordt mej. K.C. Korteling uit Oldenzaal benoemd tot onderwijzeres aan de o.l.s. te Stad-Ommen.
  • Er wordt in 1910 door ingezetenen geklaagd over de slechte afwatering in de kom, met name in het z.g. “Jerusalem”.
  • M. Kingma is boterfabrikant te Lemelerveld. De fabriek is primitief ingericht. In de fabriek zijn geregeld drie volwassen personen werkzaam. Het afvoerwater (eiwithoudend) loopt van de fabriek door een open goot naar een nabij gelegen weiland en moet daar verteren.
  • De bijz. school te Ommen herdenkt op woensdag a.s. (na 6-2-1911) het feit dat de school 60 jaar bestaat. Hoofd der school is Munneke.
  • Lucretia Kramer, onderwijzeres o.l.s. Stad-Ommen, verlaat op 1-5-1911 de school.
  • De gemengde zangvereniging “Tonevido” geeft op dinsdag 16 januari 1911 een uitvoering in het koetshuis van hotel Gerrits.
  • Op 12-1-1911 schrijft burgemeester Bentinck dat men van plan is op de Vechtbrug een leuning te plaatsen van staaldraad, zoals die is aangebracht aan de brug over de Regge. De Vechtbrug is 52 m. lang.
  • De zangvereniging houdt haar wekelijkse repetitie in het grote lokaal van de o.l.s. Stad-Ommen. Voorzitter der vereniging is R. van Aalderen, W. Seinen is sekretaris, F. Bos, penningmeester en G.J. Makkinga en H. Luttekes commissarissen.
  • Op maandag 24 juli 1911 brengt Z.K.H. den Prins der Nederlanden een bezoek aan het Rijksopvoedingsgesticht “Veldzicht” te Balkbrug. Kinderen van de o.l.s. Ommerschans zingen in tegenwoordigheid van de Prins een paar liedjes.
  • Ingaande 1-9-1911 verlaat A.C. Frackers, onderwijzeres o.l.s. Stad Ommen de school.
  • In 1910 zijn de laatste baanvakken (Zuidbroek-Delfzijl en Stadskanaal-Zuidbroek) gereed gekomen. Sedert 1-8-1910 is de Noordooster locaal-spoorweg in zijn geheel in exploitatie. Geleidelijk werden sedert 15-1-1903 de verschillende andere baanvakken voor het publiekverkeer geopend (zie kaartje). Het initiatief voor deze spoorweg werd genomen door Jan Willink (overleden jan. 1896). Bij de oprichting van de maatschappij trad als direkteur op de heer H.J.E. Wenckbach onder wiens leiding sedert 1-6-1898 de voorbereiding voor de oprichting der maatschappij was geschied. Onder zijn directie werd o.m. de gehele spoorweg uitgebakend en gewaterpast, de onteigening voorbereid, grondboringen werden verricht voor enkele baanvakken de gronden aangekocht, verschillende bestekken ontworpen, en kwam het eerste baanvak, Zwolle-Ommen, bijna gereed. De heer Wenckebach werd op 1 mei 1902, wegens zijn benoeming tot Directeur-Generaal der Staatsmijnen, opgevolgd door de heer M.E.H. Breuning, onder wiens directie de gehele aanleg verder werd voltooid. Bij het opmaken der verschillende technische bescheiden, de bestekker en onteigeningsbescheiden, alsmede bij de uitvoering der werken, werden de direkteuren ter zijde gestaan door de sectie-ingenieurs en verdere ingenieurs der maatschappij. De stations- en haltegebouwen en stopplaatsen voor het gedeelte Zwolle-Ommen zijn uitgevoerd naar de ontwerpen van de heer Ed. Cuypers, architect te Amsterdam. In hoofdzaak zijn dezelfde types ook voor de overige gebouwen, enz., met enige afwijking, aangehouden.

Bron: Archief Jan Lucas – Map 02-081+082

1910 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (2)

Bij raadsbesluit van 15 augustus 1910 wordt besloten van de heidegrond, kad. bekend sectie A, nr. 1253 (stad-Ommen) ten westen van de grintweg Ommen-Balkbrug te verkopen aan:
1. Gerrit Jan Olthuis, landbouwer, Emsland – 6 are
2. Jannes Volkerink, Emsland – 12 are en 48 ca
3. Gerrit Jan van der Linde, Emsland – 11 are en 4 ca
4. Jan Beniers, Emsland – 31 are en 20 ca
5. Carel Johan Warnsinck, arts, Ambt-Ommen – 5 are en 52 ca

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-214 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1910 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (1)

Bij raadsbesluit van 3 januari 1910, nr. 1/I verkoopt de gemeente heidegronden aan het Ommerkanaal. De percelen zijn elk groot 5 ha, 63 are en 80 ca. en worden verkocht aan:
1. Gezinus Hendrik van der Veen, zonder beroep, sectie A, nr. 1301
2. Hendrik van Apeldoorn, landbouwer, sectie A, nr. 1301
3. Pieter Oldenziel, sectie A, nr. 1301
4. Derk Stokris de Besthmen, 18 are heidegrond, sectie A, nr. 1301
5. Hermina Schurink, wed. van Gerrit Steen, landbouwer, sectie A, nr. 1301
6. Arend Winters, landbouwer, sectie A, nr. 1301
7. Bernardus Juurlink, landbouwer, sectie A, nr. 1301
8. Salomon de Haas en Meijer Hartog de Haas – slagers, sectie A, nr. 1301

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-213 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Het 100-jarig bestaan van de Dedemsvaart

Op 9 Juli a.s. zal men het 100-jarig bestaan van de Dedemsvaart herdenken, of ten minste den 100sten verjaardag van het oogenblik, dat de eerste spade in den grond werd gestoken.

Dat was toen, naar Aarde en haar Volken mededeelt, een groote triomf voor mr. Willem Jan baron van Dedem, naar wien het kanaal zijn naam draagt, en die eigenlijk zijn gansche leven en zijn fortuin aan de verwezenlijking heeft gewijd van het grootsche plan, door zijn schoonvader, Gerrit Willem van Marle, ontworpen en op touw gezet.

Van Marie had groote bezittingen in de Avereester venen, waar de woeste, ongerepte veengronden zich uren ver ook buiten zijn eigendom uitstrekten en waar de uiterst armoedige streek tot welvaart en ontwikkeling zou kunnen komen, als men de schatten van den bodem maar zou kunnen ontginnen. Maar daartoe was het volstrekt noodig, dat er een afvoerkanaal kwam, waarlangs men de turf kon verschepen, een kanaal, dat in verbinding stond met een bevaarbaar water. Van Marie nu hield zich in de tweede helft der 18e eeuw ernstig met dat vraagstuk bezig. Hem zweefde als ideaal voor een vaarwater, dat ten Oosten van Hasselt de uitgestrekte venen in zou gaan en tot aan de Vecht zou worden voortgezet.

In 1791 had hij een plan gereed, maar het vond geen genade bij de autoriteiten in de provinciale hoofdstad, die voor den transitohandel van hun stad nadeel vreesden van het geprojecteerde kanaal en die, inziende wat er goeds was in het idee, om aldus een groot deel van Overijssel uit zijn isolement op te heffen, met een ander ontwerp kwamen, dat van Zwolle uit met een groote bocht naar Hardenberg liep. Kampen en Deventer steunden zusterlijk dit veel kostbaarder plan. In 1799 stierf van Marie zonder dat men iets verder was gekomen. Lees verder Het 100-jarig bestaan van de Dedemsvaart →

1909 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

In 1909 wordt van 1-9-1909 tot 31-8-1915 het jachtrecht
1) van de Woeste, Koeweide en verdere aldaar gelegen percelen van Stad-Ommen groot ±160 ha en van
2) het zgn. Ommerbosch met daarbij liggende stadsgrond, groot ±100ha, openbaar verpacht. (de Woeste ligt nabij de Ommerschans)
Het eerste perceel krijgt de heer J.C. Duburg te Avereest voor f 55,- en het Ommerbosch de heer W.A. Salm te Ambt-Ommen voor f 49,75.
Als borgen voor de heer Duburg treden op:
D.H. de Loos te Avereest en Jhr. F.Th. Van der Wijck te Archem. Voor W.A. Salm: de heren A. van der Veen te Stad-Ommen en J.H. Schräder te Ambt-Ommen.

In 1903 het 1e perceel door Mr. P. Wildervanck de Blécourt te Stad-Ommen voor f 37,- per jaar, borgen zijn G.H. van der Veen en A. van der Veen te Stad-Ommen. Het 2ᵉ perceel door A. van der Veen te Stad-Ommen voor f 43,35 per jaar; borgen zijn de heren G.H. van der Veen en Mr. P. Wildervanck de Blécourt.

In 1876 voor drie jaar: het 1ᵉ perceel door Roelof Brink vervener te Dedemsvaart voor f 30,- per jaar. Het 2ᵉ perceel eveneens door Roelof Brink voor f 17,- per jaar. Borgen zijn: Jan Kramer, winkelier en Samuel de Haas, slager, te Stad-Ommen.

In 1873 voor 3 jaar:
1ᵉ perceel Wilhelmus Brink f 31,- (grondeigenaar aan de D’vaart)
2ᵉ perceel Wilhelmus Brink f 21,-
Als borgen treden op: Jan Kramer, winkelier en Willem Noordink, landbouwer te Stad-Ommen.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-221+222 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1908 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Van 1-5-1908 tot 1-5-1909 wordt het beneden gedeelte van een gebouw, waarin vroeger het Post en Telegraaf kantoor gevestigd was en wel een zodanig gedeelte van dit gebouw als voor de dienst der Postrijen en Telegrafie in gebruik is geweest, verhuurd aan J.H.L. Stassen, ontvanger der Registratie en Domeinen te Ommen.
In het gebouw wordt nu het kantoor der Registratie en Domeinen gevestigd. De huurprijs bedraagt f100,-.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-215 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1907-1913 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (2)

Sectie B. nr. 1765 groot 0.43.05 ha is in 1907 het zuidelijk gedachte van het “Knollenstuk”.
De Noordelijke helft van dit Knollenstuk loopt door tot aan de Hofsteden weg.
Het oostelijke gedeelte der Zuidelijke helft van de Holsbrink tot aan het Smallepad is kad. bekend sectie B, nr. 1769 groot 0.50.05 ha.
De noordelijke helft van de Holsbrink vanaf het Smallepad tot aan de Hofstedenweg is kad. bekend sectie B, nr. 1769 (Stad-Ommen).
De Hofmeijers weide is kad. bekend sectie B, nr. 3156 en grenst aan de Kamphuisweide.
Een stuk land genaamd de Molenbree (1913-1916) is sectie B, nr. 679.
Een stuk land het Molenstuk genaamd aan de noordzijde der oude molenplaats, sectie B, nr. 1755.
De Breestrange, sectie B, nr. 524.
De Scherpe Strange, sectie B, nr. 518.
Het Mansiersstuk, sectie B, nr. 1820.
Op ’t Rot, sectie B, nrs. 231, 222 en 216.
De Hooge Esch, sectie B, nr. 562.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-215+216 # Vertaling: Lenka Barteczkova