1918 – Ingekomen stukken Stad-Ommen

Ingekomen stukken Stad-Ommen 1918.

  • Ing. 1-5-1918 verlaat W.H. Horseling, onderwijzer o.1.s. kom Ommen de school.
  • Jan Willem Nijhuis is nachtwachtlantaarnopsteker en straatreiniger.
  • A. Nieuwland is telefoonkantoorhouder te Lemelerveld.
  • Mr. P.J. Oud te Ommen, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, verzoekt toestemming om op zaterdag 15 juni 1918 ’s avonds half acht in het café “Het Zwarte Paard” van Gerrits te Ommen een rede te houden over: “De vrijzinnig-democraten en de stembusstrijd op 3 juli”.
  • De bouw van 4 arbeiderswoningen wordt gegund aan de fa. van Aalderen en Moddejonge te Ommen voor f. 17.066,–.
  • Bij besl. van g.s. Overijssel van 24 december 1918 wordt aan Stad-Ommen toestemming verleend voor de oprichting van een elektrische centrale op het perceel kad. bekend sektie B, nr. 2977.
  • Sieka Strobosch is vroedvrouw te Ommen.

Bron: uit het archief van Jan Lucas – Map10-002

1913 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Op 15 April 1912 en 31 maart 1913 worden 115 weiden in de Ommerkoeweide ten noorden van het Ommerkanaal, onder Stad-Ommen gelegen, openbaar verhuurd.
Op de gehuurde percelen mogen weiden:
Koeien, pinken, kalveren en ossen.
De tijd van in weiding (dag en nacht) loopt van 2 mei tot 1 november 1913, resp. 1-5-1912 tot 1-11-1912. Indien nodig mag na het verwijderen van het hooi van de eerste snede ook de Woeste worden bereid. Het vee moet voor de in weiding worden gebrandmerkt. Het vee mag door de huurder vervangen worden nadat op- en afbranding heeft plaatsgehad. De algemene opbranding geschiedt vanwege het gemeentebestuur kosteloos. Voor het laten op- en afbranden is 10 cent voor het op- en 10 cent voor het afbranden verschuldigd; te betalen aan de opzichter in casu de koeherder.
Het betreft hier een gemeenschappelijke beweiding.
De opbrengst is in 1912 f 1610,-
De opbrengst is in 1913 f 1631,75
Ook in 1911 (1-5-1911 tot 1-11-1911) 70 weiden totaal met een opbrengst van f 981,75.
In 1910 is de opbrengst van 115 weiden f 1760,50
In 1909 is de opbrengst van 115 weiden f 1862,-
In 1908 is de opbrengst van 115 weiden f 1659,50

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218+219 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1912 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (3)

In mei 1912 wordt de woning, waarin eerst Riekelt Wandscheer heeft gewoond, staande aan het Vrijthof te Ommen, kad. bekend gem. St. O. sectie B, nr. 761, voor de tijd van 3 jaren ingaande 1 mei 1912 voor resp. f150,-, f140,- en f130,- per jaar verhuurd aan Johannes Scheltinga, Klerk des Posterijen en Telegrafie.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-215 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1912 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (2)

Verhuur 11 zitplaatsen voor de zgn. regeringsbanken in de Hervormde Kerk te Ommen.
Ingaande 1-1-1912 tot 31-12-1917 worden de plaatsen als volgt verhuurd:
De 1e plaats aan Willem Warmelink te Archem f 6,75,-
De 2e plaats aan Albertus Makkinga te Stad-Ommen f 7,-
De 3e plaats aan Pieter Anthony van der Beek te Stad-Ommen f 6,50,-
De 4e plaats aan Fennigje Wandschur te Stad-Ommen f 6,-
De 5e plaats aan Hendrik Mooyers te Stegeren f 5,-
De 6e plaats aan Christina Schutten te Varsen f 6,-
De 7e plaats aan Egbert Egberts te Stad-Ommen f 4,-
De 8e plaats aan Roelof Timmer te Zeesse f 3,50,-
De 9e plaats aan Gerrit Schuurman te Stad-Ommen f 3,-
De 10e plaats aan Albert Jan van der Vegt te Giethmen f 1,-
De 11e plaats aan Albert Jan van der Vegt te Giethmen f 1,-

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1912 – Verpachtingen gemeente-eigendommen (1)

Eigendommen Stad-Ommen
“De Holtmaat”, grasland, kad. bekend sectie B, nr. 202, groot 0.60.20 ha (verhuur van 11-11-1906 tot 11-11-1912).
Van de Voormars wordt gesproken ten zuiden en ten noorden van de Varsenerdijk.

Gedeelte van de gedempte Burggraven (in 1911 grasland) sectie B, nr. 3159.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg

Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg (grootendeels ontleend aan de jaarverslagen 1899/1909).

a. Voorbereidingsperiode 1888/1898.

1888. 5 Mei.
Schrijven van den heer J. Willink te Winterswijk aan den Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, aankondigende het voornemen om concessie te vragen voor den aanleg van een locaalspoorweg van Zwolle naar Groningen, met zijtak van Ommen naar Neede, en verzoekende hem voor die concessie de voorkeur te verleenen.

1888. December.
Formeele concessie-aanvraag met toezending van de vereischte bescheiden. In deze concessie-aanvraag was de richting van den spoorweg als volgt aangegeven:
Hoofdlijn: Zwolle, Dalfsen, Ommen, Hardenberg, Coe-vorden, Dalen, Emmen, Borger, Gasselte, Gieten, Wilder-vank, Veendam, Muntendam, Zuidbroek, Slochteren, Groningen.
Zijtak: Ommen, Hellendoorn, Mjverdal, Kijssen, Goor, Neede.

1889. 5 Februari.
Beschikking van den Minister van Waterstaat, H. en N., waarbij den aanvrager de voorwaarden werden medegedeeld, waaronder voor den aanleg van zoodanigen Spoorweg voorloopige concessie werd verleend.

1890. 6 Februari. Lees verder Kort overzicht van de geschiedenis van den Noordoosterlocaalspoorweg →