Met de HKO terug in de tijd: De Nieuwebrug in de dertiger jaren

De Nieuwebrug in de dertiger jaren. Vanaf het erf van toen de familie Aan ’t Rot (huisnaam ‘Willems’) is de oude Reggebrug te zien. De ophaalbrug is zonder twijfel talloze keren geopend op de Reggeschippers in hun zompen doorgang te verlenen.

Foto HKO
De Nieuwebrug in de dertiger jaren

Albert aan ’t Rot is bezig emmers water te putten. Op de achtergrond is uitspanning Nieuwebrug zichtbaar, sinds 1879 in het bezit van de familie Eggengoor. Reeds in 1387 ligt hier een brug over de Regge. Deze wordt dan al ‘Nye Brugghe’ genoemd. Kort na de Tweede Wereldoorlog zijn tussen Eerde en Archem – een eindje stroomopwaarts van de huidige brug – de zware houten funderingen gevonden van een brug, die daar al vóór 1387 heeft gelegen. Hendrik Jan Warmelink, een schoonzoon van Albert aan ’t Rot, is vanaf 1951 bewoner van de (herbouwde) boerderij ‘Willems’ aan de Lemelerweg 8. Rond de bevrijding van Ommen is niet alleen de boerderij ‘Willems’ gebombardeerd, maar ook de brug op deze foto. Als noodoplossing wordt een Baileybrug over de Regge gelegd. Het is dan hoog water in de rivier. De noodbrug is zelfs geheel overstroomd.

De melk van de boeren ten zuiden van de Regge moet wel naar de zuivelfabriek in Ommen. Geen nood, balancerend over de brede leuning van de Baileybrug brengen de boeren de melkbussen één voor één naar de overkant. Lees verder Met de HKO terug in de tijd: De Nieuwebrug in de dertiger jaren

Met de HKO terug in de tijd: Het gesprek langs de straat

OMMEN – Het gesprek langs de straat. Deze foto van de vrouwtjes met ‘de witte mutse’ uit Ommen is genomen in de Brugstraat en eerder afgedrukt in het blad ‘Eigen Erf van 26 mei 1933. De dames staan voor de winkel van bakker Stevens en wisselen hier het laatste nieuws uit.

Foto Collectie HKO
De twee dames staan voor de winkel van bakker Stevens.

De boodschappen werden met de fiets gedaan. Rechts staan fietsen tegen de gevel van schoenmaker Van Resteren. Beide panden werden in 1969 afgebroken in verband met de verbreding van de Rijksweg en de aanleg van een nieuwe Vechtbrug. Het praatje van de vrouwen wordt gemaakt waar zich nu de ingang van het uitzendbureau bevindt. Wie de dames kent mag dit doorgeven aan Hans Steen van de Historische Kring Ommen.

Bron: Ommer Nieuws – 05 november 1997

Met de HKO terug in de tijd: Het tolhuis bij de Laarbrug

OMMEN – Op deze foto uit 1928 zien we het tolhuis bij de Laarbrug, aan de grintweg van Ommen naar Dalfsen. In de negentiende eeuw worden belangrijke zandwegen verhard en daardoor komt er meer verkeer. Het beheer en onderhoud van de wegen berust bij de gemeente.

971022_tolhuis-laarbrug-b.jpg
Foto Nieuws uit Ommen
Het tolhuis bij de Laarbrug, aan de grintweg van Ommen naar Dalfsen.

In die tijd is de wegenbelasting in haar huidige vorm nog niet ingevoerd. Wegenaanleg is duur en om nu een tegemoetkoming in de kosten binnen te krijgen, bouwt men tolhuizen. Koetsiers en voerlui, maar ook voetgangers en begeleiders van vee, worden uitgenodigd tol te betalen vóór ze hun reis vervolgen. De slagboom óver de weg verhindert deze automobilist verder te rijden, Eerst kan hij nog even kijken naar het reclamebord van Sluis (ochtendvoer?). Zo te zien aan het E-nummerbord komt de chauffeur uit Overijssel. De tolgaarder heeft als neveninkomst waarschijnlijk een paar koeien op stal, getuige de melkbus op de voorgrond.

Egbertus Wolfkamp, ‘Tol-Bats’, is jarenlang tolgaarder bij deze brug over de Regge. Hij geniet bekendheid als imker en functioneert bovendien als voorzitter van de Vereniging van Bijenhouders. Opvolger is zijn zoon Joseph. De laatste tolbaas op deze plek is Gerrit Jan Kelder. Deze houdt ermee op in 1942, omdat in dat jaar de tol wordt opgeheven. Deze foto uit 1928 had ook een bijschrift, dat de gevoelens van menig automobilist weergeeft als voor de zoveelste keer een tolhek opdoemt. Lees verder Met de HKO terug in de tijd: Het tolhuis bij de Laarbrug

Met de HKO terug in de tijd: Opkomend Vechtwater

Een foto van ruim vijftig jaar terug van de Julianastraat in Ommen. Kennelijk was hier meer aan de hand dan alleen een fikse stortbui.

Foto Nieuws uit Ommen
Links, het huis dat nu onderdak biedt aan de Historische Kring en rechts staat nu het Univékantoor

Voor de verharding van deze straat in de dertiger jaren was het niet meer dan een zandweg om de kom van Ommen. De zandweg liep vanaf de Brugstraat, achter de Hervormde pastorie langs en ging daarna over in het gedeelte dat toen ‘Achter de Geuren’ heette en nu Tuinstraat wordt genoemd. De weg liep tussen de landerijen van de Lodderholt (waar nu het Hervormd Centrum staat) en de tuinen (gaarden, goren) aan de westzijde. Verder naar het noorden boog de weg af naar de Bouwstraat en eindigde op de plek waar vroeger de Arriërpoort heeft gestaan. Links op de foto staat het huis dat in 1850 werd gebouwd door schipper Gerrrit Foekert. Voor die tijd stond hier het zogenaamde Snaksenhuis, waarin onder andere Snaksen Berent heeft gewoond. In 1850 lag het huis nog aan de Ommer haven, de Burggraven. Deze plek waar de schepen werden ‘geborgen’ werd in 1901 tijdens de kanalisatie van de Vecht gedicht. Toen woonde hier Jan Bosscher en vanaf 1946 de familie Oldeman.

Nu vindt de Historische Kring Ommen onderdak in dit monumentale pand. Lees verder Met de HKO terug in de tijd: Opkomend Vechtwater

In Hardenberg 46 jaar geleden – Herauten te paard kondigden de geboorte van Beatrix aan

…atrix geboren en om elf uur die morgen gingen de Hardenberger herauten al op pad. De groep van vier herauten werd gesplitst. De heren Makkinga en J.Zweers namen de route Baalder, Stationsweg, Schuitestraat, Bruchterweg, Sallandsestraat en de Lage Doelen. De ander twee namen het gedeelte van Heemse voor hun rekening.

De schitterende oude foto van 46 jaar geleden, gemaakt op de Markt, met rechts de toenmalige muziekkoepel! Van links naar rechts: G.Kremer, Sebel, J.Zweers Azn., Geerts (zadelmaker), H.J.Zweers HJzn., De Ruiter (rijkspolitie) en G.Makkinga.

Hele tijd
‘Hardenberg was toen nog lang zo groot niet, maar toch nam de rondgang een hele tijd in beslag. Om de veertig meter werd er een mars gespeeld alvorens de proclamatie voorgelezen werd. De naam van het pasgeboren kind kon toen nog niet vermeld worden, omdat die nog onbekend was en dat zou ook gedurende drie dagen zo blijven.” Gemakkelijk was deze rit door de stad voor Makkinga niet, want het was voor het eerst, dat hij een paard bereed en dit paard, beschikbaar gesteld door Jan Bruins, bleek ook nog het enige ongezadelde te zijn. De inmiddels 73-jarige Makkinga is de enige nog in leven zijnde van het viertal en hij weet zich alles nog heel goed te herinneren.

Heel de bevolking
’s Avonds werd er feest gehouden op de Markt en heel de bevolking liep uit om dit mee te maken. De heer Lambert Clement sprak de menigte toe en hij verkeerde in een dusdanige staat van opwinding dat hij begon met de woorden: Heden is gisteren de Koningin bevallen van een welgeschapen dochter. Ook de toenmalige burgemeester, de heer Bramer, hield een toespraak. De gehele bevolking van Hardenberg was heel koninklijk gezind. Overal werd de vlag gehesen en het Wilhelmus aangeheven. De klokken werden geluid en de geserveerde drankjes bestonden in hoofdzaak uit oranjebitter.

Wellicht de enige foto die er van dit unieke gebeuren bestaat, behoort toe aan Makkinga. Het tafereel is op de gevoelige plaat vastgelegd door de heer Grieken. “Deze foto is voor mij van onschatbare waarde. Omdat ik destijds de aankondiging verricht heb bij de geboorte van kroonprinses Beatrix, had ik heel graag de kroning bij willen wonen, maar een aanvraag daartoe bij het gemeentebestuur werd resoluut van de hand gewezen, omdat er teveel gegadigden waren. Die weigering is mij toen wel in het verkeerde keelgat geschoten, te meer omdat ik de enige overlevende ben van het herauten viertal.”

Bron: OudOmmen – krantenknipsel ontvangen van Gerard Kwant (KwantCestors)


Noot redactie OudOmmen: Het eerste deel van het artikel is weggevallen

Alle keitjesstoepen nog niet verdwenen

OMMEN – De keitjesstoepen zijn vrijwel verdwenen in Ommen. En de namen die vroeger te lezen waren uit de blauwe steentjes, die in een bed van witte keien waren gelegd, worden ook steeds zeldzamer.

KI003-Bruinsb2(1600)w.jpg fam Martens keitjes Lagen Oordt-straatje.jpg
Afbeeldingen: De heer en mevr. Martens voor hun woning aan Den Lagen Oordt in 1983 (links) en de keitjesstoep voor de woning (rechts).

De heer Johannes Martens, wonende aan de Lage Oord attendeerde ons er op dat de keitjes-stoep voor zijn woning, Lage Oord 11, nog steeds de naam van zijn vader, wijlen Gerrit Martens, in gedachtenis houdt. Eerst iets over de geschiedenis van dat huis, uit de mond van de heer Johannes Martens. Op de plaats waar de heer Martens en zijn vrouw, Hennie Jaspers wonen stond tot aan het eind van de tweede wereldoorlog één van de oudste huizen van de Lage Oordt. De oudst bekende bewoner en eigenaar was Jan Hendrik Timmerman, een broer van Klomp-Jan aan de Gasthuisstraat. Lute Wind, de energieke bakker van het Bouweind – nu heet dat van Raaltestraat – kocht dat huis. Hendrik Jan Beniers en Jansje van Lenthe huurden het huis van Lute Wind. Naderhand, ongeveer in 1911, werd dit pand verkocht aan Gait Martens en Geertje Warner, de ouders van Johannes Martens. Lees verder Alle keitjesstoepen nog niet verdwenen

Nieuws van de oudheidkundige vereniging Ommen

Woensdag 31 maart j.l. werd tijdens een bijeenkomst in het Hervormd Centrum de Oudheidkundige Vereniging Ommen opgericht. Alle aanwezigen gaven zich als lid op, zodat het leden aantal al boven de 30 is gestegen.

De bijeenkomst stond onder leiding van de heer G.J. te Rietstap. Deze zette uiteen hoe men op de gedachte is gekomen een dergelijke vereniging in Ommen in het leven te roepen. Er is in Ommen niet zoveel bekend op het gebied van gebruiken, taal, bestaansmiddelen en natuurlijke gesteldheid, wat terug te vinden is in publicaties. Er is geen vereniging op dit gebied werkzaam, terwijl Ommen toch een zo rijk verleden heeft. Wel was het bekend dat sommige Ommenaren enthousiast op dit terrein bezig zijn. Onder anderen de heer G. Steen, medeauteur van het boek “De geschiedenis van Ommen”, uitgave 1948 en schrijver van het boek, dat dit jaar uitkomt “De geschiedenis van Ommen, rond de 19e eeuw”. De heer H. Breukelman, al jaren bezig met de geschiedenis van de kerken in Hardenberg en Ommen. Voorts is hij bezig met het bezoeken van boerderijen voor het vinden van de Markeboeken. De heren H. van Dorsten en M. Gerrits, vinders van vele interessante archeologische opgravingen en M. Makkinga, publicist van verhalen van vroegere tijden. Genoemde personen hebben allen hun medewerking toegezegd aan de vereniging.

De heren van Dorsten en Gerrits hadden op de bijeenkomst allerlei archeologische vondsten uit het stenen en bronzen tijdperk uitgestald, waarbij ook voorwerpen die gevonden waren in de bouwput van het nieuwe gemeentehuis. Lees verder Nieuws van de oudheidkundige vereniging Ommen

De stadspompen in Ommen kwamen na de waterputten

OMMEN – Pompen en putten zijn de laatste maanden veelvuldig ter sprake gekomen in Nieuws uit Ommen. De opsomming van voormalige stadspompen was blijkbaar volledig. Er kwamen tenminste geen aanvullingen binnen.

1981_Ommen-Lagen-Oordt-11-Waterput-1b(1000).jpgTwee emmertjes water halen, twee emmertjes putten.

Voordat de stadspompen in Ommen kwamen, waren er stad-putten. Ook waren er putten op particuliere terreinen, waar men water uithaalde. De bekendste waterput in Ommen was aan de Lage Oord 11. In totaal kan ik mij drie putten herinneren. Bij de familie Uulders aan de Schurinkstraat (nu Henk van de Meer), bij de familie Timmer-man-Pieltjes aan de Varsener-straat, hoek Nering Bögelstraat (waar nu de parkeerplaats is) en aan de Lage Oord 11. Dat was de bekendste in Ommen.

Toen de heer G. Martens en zijn vrouw Geertje daar woonden werd zij zelfs ‘Geertien van de Putte’ genoemd. De foto die wij hierbij plaatsen werd ons beschikbaar gesteld door de heer Joh. Martens en zijn vrouw, die nu aan de Lage Oord 11 wonen. De foto toont mevrouw Martens-Jaspers en haar schoonmoeder ‘Geertien van de Putte’. Ze is druk bezig met twee emmertjes water halen, twee emmertjes putten. Het codenummer van de foto is 306/12
M.M.

Bron: Krantenknipsel – ontvangen van Doenja Nijhuis

Vragen rondom het stadsrecht van Ommen

“Alzoo het bisschop Otto III behaagde hen op den St. Bartholomeusdag van dat jaar (1248) met Stadsvoorrechten te begunstigen en wel in dezelfde mate en uitgestrektheid als te voren reeds door hem of zijne voorzaten aan de drie grootere steden Deventer, Kampen en Zwolle verleend waren. (sted. Hist. v. Overijssel) Zo staat te lezen in “Beschrijving van Ommen”, 1829, blz. 12.

map07-018-b.jpgafb. OudOmmen

De onbekende schrijver hiervan zegt, dat dit de oudste brief is, die zich in het Stadsarchief bevindt en op perkament is geschreven. Hij laat deze brief voor de oorspronkelijke stadsbrief doorgaan. In de “Geschiedenis van Ommen”, blz. 11 heb ik vermeld, dat wij hier hoogstens met een afschrift te doen hebben en dat het origineel (om welke reden dan ook) niet bewaard is gebleven. Aan de echtheid van dit afschrift wordt echter niet alleen getwijfeld, het wordt algemeen als vervalst erkend. Er komen n.l. verschillende onjuistheden in voor. Als dag van het verlenen van de stadsrechten noemt de onbekende Schrijver St. Bartholomeusdag (24 aug.), en in het stuk staat “daags na” St. Bartholomeusdag (25 aug.). Als jaar van het verlenen van deze rechten wordt aangenomen 1248 en in het afschrift staat 1208. Verder hangt aan het stuk een fragment van een zegel in rode was. Dit zegel is evenwel niet van Otto III, maar van bisschop David van Bourgondië. Verschillende schrijvers delen dezelfde mening. Mr. G.J. ter Kuile zet in het “Oorkondenboek van Overijssel, I”, blz. 210, nr. 133 (1963), na de vermelding van dit stuk er zonder meer achter “vervalst”, en noemt het een “schijnbaar, oorspr. charter”.

K. Heeringa schrijft in het “Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301”, nr. 1180, blz. 509 in een kopnoot: “het schrift dezen oorkonde wijst op de 17e eeuw als dan tijd van ontstaan; het resterende deel van het zegel vertoont geen overeenkomst met dat van bisschop Qtto III. Lees verder Vragen rondom het stadsrecht van Ommen

A.N.W.B.-PADDESTOELEN ZESTIG JAAR OUD

Zestig jaar geleden, in 1919, werd door de A.N.W.B. de eerste proef genomen met het plaatsen van betonnen paddestoe­len waarop de fietsers dui­delijk afstand en richting zouden kunnen aflezen.

Aan deze bewegwijzering werd de voorwaarde ge­steld dat zij geen inbreuk zou mogen doen aan de schoonheid van het land­schap. Het gebruik van lange, gekleurde palen werd daarom afgewezen. Het paddestoelmodel dat tenslotte uit de bus kwam, was een ontwerp van het A.N.W.B.-bestuurslid ir. J. H. W. Leliman. Als proef werden deze paddestoelen in 1919 geplaatst langs pa­den van de Rijwielpaden­vereniging Gooi en Eem-land.

De proef voldeed en in de daarop volgende ja­ren werden ongeveer 200 van deze paddestoelen geplaatst in de provincie Utrecht, op de Veluwe en in de omgeving van Eind­hoven. De paddestoelen zijn er nog steeds en ieder jaar komen er nieuwe bij. Een goede dienst van de A.N.W.B. aan de toeristi­sche fietsers, maar de A.N.W.B. is dan ook als or­ganisatie van fietsers be­gonnen.

Bron: De Toren – 1 maart 1979