Junior Dictee in Ommen: wie wordt spellingkampioen 2014?

Donderdag 13 maart wordt in de Bibliotheek aan de Chevalleraustraat het Junior Dictee Ommen gehouden.

 Dertien leerlingen van zeven basisscholen uit de gemeente Ommen strijden dan om de titel ‘Kampioen Junior Dictee Ommen’. Het Junior Dictee is te vergelijken met ‘Het groot dictee der Nederlandse Taal’. Er wordt een dictee voorgelezen, de kinderen schrijven de zinnen op en degene die de minste fouten maakt mag zich kampioen noemen. Het dictee is geschreven en wordt voorgelezen door Marleen Heikens, docente Nederlands aan het VechtdalCollege in Ommen. Een deskundige jury ziet erop toe dat alles volgens de regels verloopt. Matthijs van der Bent van de Guido de Bresschool, winnaar van de editie van 2013, kan zijn titel nog een keer verdedigen, hij zit nu in groep acht. Het is de eerste keer dat een kampioen voor de tweede keer mee kan doen.

De nummer één en twee gaan door naar het Junior Dictee Overijssel dat op maandag 7 april in Nijverdal plaats zal vinden. De volgende kandidaten doen mee aan het Junior Dictee: Sandra van Spil en Oliwia Nadolny van OBS Dennenkamp, Matthijs van der Bent en Jade Brinkhuis van de Guido de Bresschool, Eryn Kodden en Silvester Honer van de RKBS St. Bernardus, Daan Wilts en Sterre Gort van CBS Ichthus uit Lemele, Ingeboer Boer en Bart Bakker van CBS Het Kardoen, Leslie Wolbink en Sylvana Knol van CBS De Hoekstee Beerzerveld en Thomas Webbink van CBS Het Koloriet. De wedstrijd begint om 19.00 uur en vindt plaats op de bovenverdieping van de Bibliotheek. Voor de winnende school is er een wisselbokaal. Het Junior Dictee Ommen is een activiteit van Bibliotheek Ommen.

Bron: Bibliotheek Ommen – 8 maart 2014

Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 1

Camping Laarbrug en bungalowparken Uniek en Reggewold, onder de rook van Vilsteren, zijn drie verschillende vakantieparken. Ze zijn alle drie ooit ontstaan vanuit één initiatief van Ommenaar Albert Vos (1907-1991).

  Op de weg Ommen-Vilsteren moest vroeger tol betaald worden.
Links: De oude brug over de Regge met het tolhuisje.
Rechts: Hetzelfde tolhuisje anno 2014. De brug is een tiental meters naar het noorden verplaatst.
Foto’s: links OudOmmen, rechts Harry Woertink

In 1954 had Vos zijn kisten en vatenfabriek Hellethal-Vos aan de Hardenbergerweg in Ommen van de hand gedaan aan het concern Phoenix in Halfwerk. De toen gefortuneerde zakenman stortte zich vervolgens in de onroerend goed handel. Als speculant verkocht en kocht Vos tal van huizen. Vanaf 1939 tot 1970 zat A. Vos namens de Christelijke Historische Unie (CHU) in de gemeenteraad van Ommen en was ook nog een korte periode plaatsvervangend wethouder: van 28 augustus 1946 tot 16 augustus 1948 en van 22 oktober 1962 tot 3 juli 1963. In de gemeenteraad zat ook Esper de Conne, rentmeester van landgoed Vilsteren. In de zestiger jaren wilde het landgoed af van de meest oostelijk gelegen punt, Laarbrug genaamd, waar als laatste het Ambonesenkamp had gestaan. De Conne en Vos kenden elkaar goed en daarom kreeg Vos het aanbod om de ongeveer twintig hectare grond van het landgoed aan te kopen. Voorwaarde was wel dat Vos er iets moois van zou maken. Tegelijk bracht De Conne collega Vos op de hoogte van de verkoopplannen van het aan de overkant van de spoorlijn liggende grond van baron van Voorst tot Voorst, ook ongeveer twintig hectare groot.

Voor het noordelijk deel wist De Conne namens landgoed Vilsteren een erfpachtconstructie af te spreken. De ondergrond bleef daardoor van het landgoed en jaarlijks moet dan voor de (toekomstige) opstallen een erfpacht betaald worden aan het landgoed. Baron van Voorst, die weinig verstand had van grondtransacties, wilde niet dat De Conne met zijn verkoopactiviteiten bemoeide. Van Voorst tot Voorst dacht ook aan een dergelijke lucratieve erfpachtconstructie, maar vergat dit tijdens de onderhandelingen bij Vos op tafel te leggen. Met beide verkopende partijen kwam Vos snel tot een akkoord. De baron wenste op het laatste moment nog het jachtrecht voor te behouden, maar daar wilde Vos niets van weten. Verkocht is verkocht. Een volgende bedachte slimmigheid van de baron om de verkoop ongedaan te kunnen maken was het eisen dat de overeengekomen koopsom binnen twee dagen op zijn rekening zou moeten staan. Dat bleek echter voor koper Vos geen enkel probleem te zijn. Saillant detail is dat later diezelfde baron in de plaatselijke krant zijn gal spuide over het wangedrag van toeristen die zijn naastgelegen grondgebied betraden. Lees verder Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 1

Oorlogsverhalen in Ni’jluusn van vrogger

Het maartnummer van het kwartaalblad Ni’jluusn van vrogger ven de gelijknamige historische vereniging in Nieuwleusen is voor een grot deel gevuld met een tweetal oorlogsverhalen.

voorkantpalthehofb6.jpgDe naar Australië geëmigreerde Otto Broug heeft de hongertocht beschreven die hij en ongeveer 35 andere kinderen vanuit Rijswijk naar Overijssel maakten. Op 29 maart 1945 kregen ze in Nieuwleusen een bord pap waarvoor hij vandaag de dag nog steeds dankbaar is. De kinderen in leeftijd tussen 7 en 15 jaar kregen de havermoutpap, brood met boter en kaas en melk voorgeschoteld na een tocht van een week. Ze waren vanuit Rijswijk vertrokken, waar nog nauwelijks iets te eten was. Per schip waren ze naar Zwolle gereisd. In Nieuwleusen kwamen ze doodmoe en verhongert aan. Alleen voor de jongsten was er vanuit Zwolle een boerenwagen beschikbaar geweest, de oudste jongens hadden er de hele weg achteraan moeten gelopen. De kinderen waren op weg naar een nog onbekend gastgezin in Overijssel. Voor het vervolg van de tocht hadden de Nieuwleusenaren gezorgd voor een drietal boerenwagen zodat niemand naar de volgende halteplaats Balkbrug behoefde te lopen. De dank en waardering waren groot en zijn dat zelfs nu na bijna 70 jaar nog.

Onderduiken
In het tweede verhaalt beschrijft David Aalbregt zijn onderduikperiode in Nieuwleusen. Alsof ze naar Duitsland zouden gaan waren ze vanuit Den Haag vertrokken. Maar onderweg de stiekem gemaakte plannen uitgevoerd en kwam men aan het Westeinde in Nieuwleusen terecht op een onderduikadres. Na een razzia belandden hij en Albert Kleen, die hem onderdak had geboden, in kamp Amersfoort. Nadat die periode voorbij was moet Aalbregt snel weer onderduiken en vond weer onderdak bij Kleen. Later kwam hij bij Van Duren aan de Evenboersweg. Zijn tijd bracht hij door met boerenwerk. Na de oorlog werd hij nog enige tijd aangesteld als bewaker van kamp Conrad in Staphorst. Ook Aalbregt is nog steeds dankbaar dat hij zijn onderduikerperiode in Nieuwleusen en omgeving heeft mogen doorbrengen. De contacten zijn dan ook altijd gebleven, alleen de laatste jaren moet de 90-jarige het tot zijn verdriet af laten weten. Lees verder Oorlogsverhalen in Ni’jluusn van vrogger

Gerrit Hendrik Woertink (1880-1956) – een eeuwenoude Ommer familienaam

Over de herkomst, de familienaam en de stamboom van de familie G.H. Woertink en over de Gasthuisstraat in Ommen door Harrij Woertink.

 Familie Woertink tijdens een familiereünie op 1 maart 2014 (Vergroting: link, meer foto’s van de reünie aan het eind van dit artikel).

Woertink eeuwenoude familienaam in Ommen
De naam Woertink komt al sinds heugenis voor in de buurtschap Arriën. Woertink is dan ook een van de oudst voorkomende familienamen in Ommen. Over het ontstaan van de naam, de nazaten en over de buurtschap Arriën gaat deze bijdrage. Ooit heeft de familie Woertink – die verderop in dit verhaal wordt besproken – gewoond op erve Ridderink aan de huidige Ridderinkweg 4 in Arrën. Opmerkelijk is dat vier generaties Woertink de voornaam Gerrit Hendrik hebben. In dit verhaal zijn honderden naamgenoten, die hun wortels in Arriën hebben liggen niet genoemd. Dat is aan iemand anders die dit nog eens gaat oppakken in het ontrafelen van de geschiedenis van zijn of haar familie.

“Woert” plus “ink” = Woertink
Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en werd ook wel het Oversticht genoemd. De bisschop was zowel geestelijk als wereldlijk heer. Na 1528 kwam de soevereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de eerste periode van de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. Al deze soevereinen traden op als leenheer. In de leenkamer vond de administratie plaats van de overgang van het bezit van de lenen. De archieven van de leenkamers zijn bewaard gebleven in respectievelijk het Utrechts Archief voor de bisschoppelijke periode en in het Rijksarchief in Overijssel voor de periode 1528 – 1805. In de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen (of: leenregisters) staan de overgangen van bezittingen (of: belening) opgetekend, over een periode van meer dan vier eeuwen. Dit alles uit een periode waarin andere bronnen van informatie over onroerend goed en personen relatief schaars zijn. Het register kent de volgende aantekening van een overgang in Arriën, toen aangeduid als Erien of Eryen: “Die Woert tot Erien mit horen toebehoren — in Ummer kerspel gheleghen.” Daarmee is gelijk de familienaam Woertink verklaard: “Woert” van het bezit van de hoeve in Arriën en de toevoeging “ink”, De “ink” en ook “ing” dateert uit vroeg Germaanse tijden en had de hoofdbetekenis “behorende aan”, maar het kan ook uitgelegd worden als “zoon van”. We zien dat terug uit tal van achternamen. Het is niet specifiek Oost-Nederlands, maar kwam in het gehele Germaanse taalgebied voor, vooral in het Oud-Saksische en Angelsaksische deel. De betekenis van de naam “woert” kan uitgelegd worden als een erf wat op een verhoging ligt. Niet toevallig gezien de op korte afstand gelegen rivier de Vecht. Lees verder Gerrit Hendrik Woertink (1880-1956) – een eeuwenoude Ommer familienaam

Ccoba presenteert: Paasgebruiken met Jan Bark

Ccoba, de culturele commissie bibliotheek activiteiten, organiseert op dinsdag 11 maart in de bibliotheek aan de Chevalleraustraat een avond over Palmpaas- en Paasgebruiken.

 1962 – Eiertikken op Paasmaandag, met v.l.n.r.: A.J. van Aalderen, G.J. Makkinga, Joh. Stegeman en H. Martens.
Foto: OudOmmen

Jan Bark, conservator van het museum ‘In de zevende hemel’ in Apeldoorn, een museum dat zich bezig houdt met oude curiosa van Nederlandse gebruiken, komt vertellen over de verschillende paasgebruiken in den lande, tradities die op sommige plaatsen strak in ere gehouden worden maar elders langzaam maar zeker vervagen.

Palmpasenoptochten, witte donderdag en goede vrijdag, paaseieren, paasvuren en paashazen, alles komt aan bod. Mogelijk kent Jan Bark het Ommer eiertikken, een traditie die al sinds mensenheugenis in Ommen beoefend wordt, zo niet dan is het hoog tijd hem daarvan op de hoogte te stellen.

De avond begint om 20.00 uur en de entree bedraagt € 7,00. Vrienden van Ccoba betalen € 3,00, bibliotheekleden € 5,00. Dat is inclusief koffie/thee. Kaarten zijn tijdens de openingsuren verkrijgbaar bij de klantenservice van de Bibliotheek Ommen. Ook op de avond zelf is er kaartverkoop. Openingstijden van de klantenservice: maandag 14.00-20.00 uur, dinsdag en donderdag 14.00 – 18.00 uur, woensdag en vrijdag: 14.00 – 20.00 uur en zaterdag 10.00 – 12.00 uur. Tel. 0529-452158. Reserveren kan via de website van de Bibliotheek http://www.bibliotheekommen.nl.
Bron: Bibliotheek Ommen – 26 februari 2014

Wandeling met historie voor kinderen

OMMEN – Kinderen van de buitenschoolse opvang Landstede konden maandag een middagje cultuur snuiven.

 Kinderen onder de indruk van de prestaties van Reinier Paping.
Foto: Harry Woertink

Aan de hand van HKO-gids Harry Woertink werd de voormalige stadsmuur bewandeld die Ommen ooit heeft gehad. Stil werd gestaan bij de nog zichtbare steen waarin de Arriërpoort ooit heeft gedraaid. Ook werden enkele historische punten opgezocht, zoals de stadspomp, de Stadsdienaressenbank, het klokkenhuis en de kerk, het standbeeld van bisschop Otto III, die herinnert dat Ommen in 1248 stadsrechten kreeg en het schippershuis bij de voormalige haven van Ommen.

Aan de hand van oude foto’s werd telkens de huidige situatie bekeken. Verder werd het standbeeld van Elfstedentochtrijder Reinier Paping opgezocht. Bij sommige Stolpersteintjes in de straten werd verteld over de geschiedenis van de Joden. Veel indruk maakte de tralies die nog zichtbaar zijn in een oude gevangenis. Als laatste werd een bezoek gebracht aan het Streekmuseum. Alle kinderen lieten weten dat ze niet wisten dat een wandeling door Ommen zo interessant kan zijn. Lees verder Wandeling met historie voor kinderen

Herontdekking kiekebelt Ommerschans

In 1850 was Overijssel nog een tamelijk geïsoleerde provincie achter de IJssel. Zo was er slechts één vaste oeververbinding, de brug bij Kampen.

 In de Ommerschans, ten zuiden van de noordelijke schansgracht en ten oosten van de weg, zijn de contouren nog zichtbaar van een kiekebelt.
Afb.: Willem Bemboom

Deze oeververbinding lag buiten de voornaamste verkeersstromen over land. De steden Zwolle en Deventer moesten het met veren en schipbruggen stellen. Opvallend bij bestudering van oude kaarten van Salland is het enorme aantal “Heeren huysen”. De daarop wonende landadel heeft haar invloed langer behouden dan in andere delen van Nederland. In Salland onderscheidt men twee categorieën landhuizen: de op feodale traditie berustende kastelen (in Overijssel ook havezaten¹) geheten) en de patricische landhuizen²). De kaart uit 1675 over “Transiselania” (Overijssel) van Marco Vincenzio Cornelli geeft een uitgebreid en nauwkeurig beeld van de omvang en de ligging van de adellijke landhuizen. Deze landhuizen hebben sinds de twaalfde eeuw hun stempel gedrukt op het Sallandse landschap.

De macht van de adel berustte economisch op het grootgrond bezit en kon toenemen, doordat de boeren ten gevolge van oorlog en plundering hun bezit afstonden aan een machtige heer in ruil voor bescherming. Het gros van de adel in Salland wist zich op deze wijze te handhaven tot aan de Franse revolutie. Er waren rijke en minder rijke edelen. De rijke adel gaf in de regel enige fleur aan het eentonige leven binnen de marken en buurtschappen. Onder hen bevonden zich heren, zoals die van Eerde en Rechteren, die in hun gebied met hun talrijke erven leefden als kleine vorsten. Er waren echter ook kleine potentaten, waarvan het bezit zich beperkte tot slechts enkele bunders grond.

Opvalland is de grote concentratie van adellijke landhuizen in Salland, in het stroomgebied van de IJssel, Vecht en Regge. Hier was namelijk de meeste grond in cultuur gebracht. Het bezit van een havezate hield ook in dat de eigenaar aan de Overijsselse landdag deel mocht nemen. Deze riddermatigheden, ook wel dienstadel genaamd, staan vermeld in de Sallandse schattingsregisters van de dertiende en veertiende eeuw. Lees verder Herontdekking kiekebelt Ommerschans

Veel positieve reacties over behoud voormalige barak Kamp Erika

 OMMEN/LEMELE – Bij de werkgroep WO 2 van de Historische Kring Ommen (HKO) zijn veel positieve reacties binnen gekomen op de plannen om de voormalige barak van Kamp Erika, die in Lemele is ontdekt, te behouden.

Links een foto van de barakken in Kamp Erika in oorlogstijd, rechts een fragment van de voormalige barak in de huidige staat.
Foto: OudOmmen/Harry Woertink

Uit vergelijking met oude foto’s van kamp Erika, zoals deze op de site http://www.OudOmmen.nl staan, blijkt ook dat er van de originele barak veel meer over is dan oorspronkelijk werd gedacht. De hele houtconstructie met in de nok verticale plankjes in een punt lijken op het eerste gezicht origineel. Voor de initiatiefnemers goed nieuws en extra redenen om alles in het werk te stellen om de barak te behouden en te reconstrueren. Over de plek waar de barak moet komen is nog geen duidelijkheid. Als het aan de HKO ligt is het Streekmuseum de meest aangewezen plek, vooral ook omdat in het streekmuseum een maquette is van het beruchte kamp Erika.
Bron: Harry Woertink – 19 februari 2014

De Besthmenerberg in historisch perspectief

Als de Besthmenerberg wordt genoemd dan denk je aan Vakantievreugd, aan bossen, meertjes, de brandtoren en aan het bostheater.

 Pinkster ’48 met 5000 bezoekers
Foto: OudOmmen.nl

Maar de Sterkampen van de Indische wijsgeer Krishnamurti met duizenden bezoekers afkomstig uit de hele wereld op de Besthmenerberg of kamp Erika uit de WO2 zijn minder bekend. Krishnamurti’s Sterkampen zijn ooit naar Nederland gehaald door Philip baron van Pallandt. Uit de tijd van de Sterkampen stamt het kleine Amfitheater. Ook de Jeugdkampen en de bijeenkomsten van Scouting met duizenden deelnemers maken deel uit van de geschiedenis van de Besthmenerberg. Het grote openluchttheater werd voor het eerst gebruikt in 1948 toen er een zogeheten Pinkster ’48 werd georganiseerd met maar liefst 5000 deelnemers.

Sallandse Heuvelrug
In de oude buurtschap Besthmen grenst de 34 meter hoge Besthmenerberg aan de zuidelijke bebouwing van Ommen. De Besthmenerberg is een stuwwal die is ontstaan in de laatste ijstijd. Door het uit het noorden oprukkende landijs is de Sallandse heuvelrug gevormd met de Archemerberg, de Lemelerberg, de Luttenberg, de Hellendoornseberg en de Holterberg. De buurtschap Besthmen bestaat uit een aantal hallenhuisboerderijen en een fraaie glooiende es op de flank van de Besthmenerberg. Ook staat er de voormalige korenmolen De Besthmenermolen uit 1862, waarin thans het Natuurinformatiecentrum Ommen in is ondergebracht.

Eerde
Voor de geschiedenis van de Besthmenerberg, de komst van Krishnamurti en de padvinderij naar Ommen komen we bij de Van Pallandt’s: Philip Dirk van Pallandt, die opgegroeid was op het landgoed Duinrell in Wassenaar erfde in 1913 het bezit van zijn oom Rudolf Theodorus van Pallandt, lid van de Provinciale Staten van Overijssel en van de Eerste Kamer der Staten Generaal, die ongehuwd en kinderloos overleed. Tot de nalatenschap behoorden diverse landgoederen. Bijna driekwart van de gronden gelegen tussen de Regge en de Vecht behoorde tot Van Pallandt. Onder andere ook de huidige boswachterij Ommen en het landgoed Het Laar. Vanaf het begin stond bij van Pallandt vast om zijn landgoed een andere bestemming te geven. Lees verder De Besthmenerberg in historisch perspectief

Plannen om voormalig barak Kamp Erika te behouden

OMMEN – Een van de houten barakken van Kamp Erika is teruggevonden in Lemele. Er zijn plannen om de barak op te knappen en weer terug te brengen in de oorspronkelijke staat om er een historisch centrum van te maken.

 De achterkant van de barak.
Foto: Harry Woertink

Waar dit centrum zal moeten komen is nog niet bekend. Hiervoor zijn contacten gelegd met onder andere het Ommer streekmuseum en de Historische Kring Ommen (HKO). Na de oorlog zijn diverse houten barakken van kamp Erika te koop aangeboden. Omdat hun woning in 1947 in vlammen was opgegaan werd een jaar later door de familie A.J. Kleinlugtebeld uit Lemele een van deze houten barakken gekocht voor tijdelijke bewoning aan de Korteveldsweg 14. Er volgden enkele bouwkundige aanpassingen en het ‘tijdelijke’ duurde tot eind 2011 toen de barak werd verkocht.

De nieuwe eigenaren die er nu wonen hebben plannen de barak te slopen om plaats te maken voor een nieuwe woning, maar zijn graag bereid aan de plannen van conservering van de houten barak mee te werken. De werkgroep WO 2 van de HKO werkt aan plannen om de barak of overblijfselen daarvan te behouden. Niet alleen om de geschiedenis van het beruchte kamp te bewaren maar ook omdat er niets tastbaars meer is van het voormalig kamp Erika.

Erika 1940-1945 WO 2
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het als Sterkamp bekende terrein op de Besthmenerberg door de Duitsers ingenomen. Het kamp met huisjes, barakken, keukens en magazijnen midden in de bossen werd compleet overgedragen aan kampcommandant Werner Schwier. Kamp Erika deed vanaf 1941 dienst als gevangenenkamp voor gearresteerde Nederlanders. De gevangenen waren veelal zwarthandelaren en illegale slachters. De bewakers waren voornamelijk Amsterdamse werklozen, aangevuld met SS’ers die in Ommen een opleiding kregen tot kampbewaker. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan. Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en moord kostten veel levens. Lees verder Plannen om voormalig barak Kamp Erika te behouden