Donderdag 13 maart wordt in de Bibliotheek aan de Chevalleraustraat het Junior Dictee Ommen gehouden.
Dertien leerlingen van zeven basisscholen uit de gemeente Ommen strijden dan om de titel ‘Kampioen Junior Dictee Ommen’. Het Junior Dictee is te vergelijken met ‘Het groot dictee der Nederlandse Taal’. Er wordt een dictee voorgelezen, de kinderen schrijven de zinnen op en degene die de minste fouten maakt mag zich kampioen noemen. Het dictee is geschreven en wordt voorgelezen door Marleen Heikens, docente Nederlands aan het VechtdalCollege in Ommen. Een deskundige jury ziet erop toe dat alles volgens de regels verloopt. Matthijs van der Bent van de Guido de Bresschool, winnaar van de editie van 2013, kan zijn titel nog een keer verdedigen, hij zit nu in groep acht. Het is de eerste keer dat een kampioen voor de tweede keer mee kan doen.
De nummer één en twee gaan door naar het Junior Dictee Overijssel dat op maandag 7 april in Nijverdal plaats zal vinden. De volgende kandidaten doen mee aan het Junior Dictee: Sandra van Spil en Oliwia Nadolny van OBS Dennenkamp, Matthijs van der Bent en Jade Brinkhuis van de Guido de Bresschool, Eryn Kodden en Silvester Honer van de RKBS St. Bernardus, Daan Wilts en Sterre Gort van CBS Ichthus uit Lemele, Ingeboer Boer en Bart Bakker van CBS Het Kardoen, Leslie Wolbink en Sylvana Knol van CBS De Hoekstee Beerzerveld en Thomas Webbink van CBS Het Koloriet. De wedstrijd begint om 19.00 uur en vindt plaats op de bovenverdieping van de Bibliotheek. Voor de winnende school is er een wisselbokaal. Het Junior Dictee Ommen is een activiteit van Bibliotheek Ommen.
Bron: Bibliotheek Ommen – 8 maart 2014


De naar Australië geëmigreerde Otto Broug heeft de hongertocht beschreven die hij en ongeveer 35 andere kinderen vanuit Rijswijk naar Overijssel maakten. Op 29 maart 1945 kregen ze in Nieuwleusen een bord pap waarvoor hij vandaag de dag nog steeds dankbaar is. De kinderen in leeftijd tussen 7 en 15 jaar kregen de havermoutpap, brood met boter en kaas en melk voorgeschoteld na een tocht van een week. Ze waren vanuit Rijswijk vertrokken, waar nog nauwelijks iets te eten was. Per schip waren ze naar Zwolle gereisd. In Nieuwleusen kwamen ze doodmoe en verhongert aan. Alleen voor de jongsten was er vanuit Zwolle een boerenwagen beschikbaar geweest, de oudste jongens hadden er de hele weg achteraan moeten gelopen. De kinderen waren op weg naar een nog onbekend gastgezin in Overijssel. Voor het vervolg van de tocht hadden de Nieuwleusenaren gezorgd voor een drietal boerenwagen zodat niemand naar de volgende halteplaats Balkbrug behoefde te lopen. De dank en waardering waren groot en zijn dat zelfs nu na bijna 70 jaar nog.




