Categorie archief: Informatiebronnen

Garage Ruitenberg lanceert als eerste DAF 600 in Ommen

De eerste Nederlandse personenauto in Ommen.

De Ommenaren hebben een fijne neus voor nieuws, want toen de sierlijke blauwe wagen voor het gemeentehuis stopte, stroomde het publiek van alle kanten toe

Groot nieuws
Dat was groot nieuws op 1 juni 1959, daarom ook dat burgemeester Mr C.P. van Reeuwijk als eerste een proefritje mocht maken met garagehouder Johannes Ruitenberg, die de DAF 600 naar Ommen wist te krijgen. “Vrijdag heeft de firma J. Ruitenberg de eerste personen-DAF gelanceerd. De Ommenaren hebben een fijne neus voor nieuws, want toen de sierlijke blauwe wagen voor het gemeentehuis stopte, stroomde het publiek van alle kanten toe” weet de krant op 1 juni 1959 te melden. Op de foto blijkt dat ook, want iedereen wil toch wel even weten hoe de eerste auto van de door Van Doorne’s  Automobiel Fabriek (DAF) geproduceerde auto er uit ziet. “De bakkers lieten zelfs hun oven even in de steek om een kijkje te nemen bij deze eerste Nederlandse personenauto”, aldus de krant die uit de menigte van belangstellenden ook bakker Wijnand Harmsen wist te onderscheiden om te vervolgen met “Burgemeester Mr. C. P. van Reeuwijk reed persoonlijk de proefrit door Ommen”.

Lees verder Garage Ruitenberg lanceert als eerste DAF 600 in Ommen

In dienst van de stad, de stadsvilder (10)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 10, de stadsvilder.

Zicht op de Oord met de zaagmolen uit 1824.

De stadsvilder zorgde voor het villen van de waardevolle huid van gestorven dieren. De vilder ontfermde zich over zieke beesten die hij doodde en vilde; hij ruimde ook de kadavers op van dieren. Oude paarden werden vroeger voor het vel en de botten verkocht.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsvilder (10)

In dienst van de stad, de gemeentebode (9)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 9, de gemeentebode, eerder ook wel stadsbode genoemd.

1926. Gemeente-bode Zwier Kampman in zijn nieuwe uniform, bij de opening van het verbouwde gemeentehuis.

De gemeentebode in dienst van de stad kan gezien worden als de spin in het web van de gemeentelijke organisatie. De bode regelt de organisatie rondom vergaderingen, ontvangsten en recepties, catering en huishoudelijke zorg. Hij of zij biedt vaak ook een luisterend oor. Het meest opvallend zijn de bodes bij hun taken rond huwelijksplechtigheden op het stadhuis. De bode wordt gezien als het visitekaartje van de gemeente.

Steeds meer werk

In de achttiende eeuw is in Ommen al sprake van een gemeentebode. Hij doet zijn werk op het gemeentehuis, toen nog aan het Vrijthof. In 1828 wordt op de plek van het oude Bruggehuis een nieuw gemeentehuis gebouwd. Het vervallen stadhuis aan het Vrijthof voldeed niet meer aan de eisen van de tijd. In 1926 kan het gemeentehuis uitgebreid worden. Door de bevolkingsgroei en verdere bureaucratisering binnen de overheid, nam de hoeveelheid werk op het stadhuis sterk toe, als gevolg waarvan ook de hoeveelheid ambtenaren op het stadhuis mee groeide. De gemeentebode kreeg dus steeds meer werk aan het verspreiden van documenten onder de ambtenaren.

Daarnaast diende hij als ondersteuning en als beveiliging tijdens vergaderingen van de gemeenteraad, die steeds vaker door “gewone” burgers werden bijgewoond. In die zin droegen ook democratie en democratisering bij aan uitbreiding van het werk voor de gemeentebode.

Lees verder In dienst van de stad, de gemeentebode (9)

In dienst van de stad, de stadsuurwerkmaker (8)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 8, de stadsuurwerkmaker.

2008. Vanaf de eerste helft van de 17e eeuw tot 1969 bevond dit uurwerk zich in de Hervormde kerk in Ommen. Nu heeft dit historische uurwerk een plekje in het museum.

Kerk en toren zijn één. Een kerktoren leent zich bij uitstek voor een uurwerk. In Ommen was dat niet anders. Heel Ommen werd voorzien van de juiste tijd. Het uurwerk werd dagelijks opgewonden door de daarvoor door de gemeente Ommen aangestelde stadsuurwerkmaker. De laatste was Herman Oldeman, die tot 1969 in dienst was als stadsuurwerkmaker.

Kerktoren

De toren van het oudste gebouw in Ommen is eigendom van de kerk, in tegenstelling tot het uurwerk die aan de gemeente Ommen toebehoort. Het naast de kerk staand klokkenhuis is eveneens eigendom van de gemeente Ommen. De kerktoren dateert van 1857. Toen in 1871 de toren door bliksem werd getroffen zijn de 4 zijtorentjes wat lager teruggeplaatst.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsuurwerkmaker (8)

Ommen, stadsrechten sinds 1248

Op 25 augustus 1248 verleende de Utrechtse bisschop Otto III aan de inwoners van Ommen dezelfde vrijheid, die de inwoners van Deventer, Zwolle en Kampen tevoren van hem of zijn voorgangers ontvangen hadden.

25 augustus 2023. Viering 775 jaar stadsrechten. Burgemeester Vroomen ontvangt van  Bisschop Otto de oorkonde.

Kopie
De in het archief berustende oorkonde, die voor deze stadsbrief moet doorgaan, doch in werkelijkheid een slechte zeventiende-eeuwse kopie is, vermeldt weliswaar het jaar 1208, doch van elders is bekend, dat 1248 inderdaad het juiste jaar van de uitvaardiging is. De stadsrechten zijn door latere bisschoppen herhaaldelijk bevestigd en uitgebreid.

Belangrijk militairpunt
De reden die de bisschop van Utrecht ertoe deed besluiten aan Ommen stadrecht te verlenen, zal waarschijnlijk gelegen hebben in het feit, dat de plaats voor hem een belangrijk militair punt was in de strijd tegen Coevorden én de Drentenaren. In 1248 zal Ommen dus al van zekere betekenis zijn geweest. Oorspronkelijk is Ommen een nederzetting nabij een doorwaadbare plaats in de Vecht die eerst als “Umme” wordt aangeduid. Wie de plattegrond van Ommen bestudeerd valt duidelijk de ronde vorm op van het stadje. Vrij nauwkeurig is na te gaan waar de oude stadswallen hebben gelegen en op welke plaatsen de Bruggepoort, de Varsenerpoort en de Arriërpoort hebben gestaan. Buiten Ommen liep de Hessenweg, een eeuwenoude handelsroute, die zijn naam heeft te danken aan de kooplieden uit de Duitse graafschap Hessen. Zij vervoerden met enorme wagens met daarvoor krachtige paarden hun waardevolle goederen door heel Europa. Vrijwel de enige bebouwing langs de Hessenwegweg bestond uit herbergen. Op Ommer grondgebied was De Hongerige Wolf de eerste herberg op de route. Eén van de oudste was herberg De Rooseboomshaar, die op stadsgronden in de Marke Arriën was gelegen. Verder kwam op het kruispunt van de Hessenweg en de weg naar de Ommerschans herberg De Bisschopshaar te staan. Richting Zwolle bevond zich in Varsen nog herberg Het Zwarte Paard.

Landrecht
De verlening van stadrechten aan Ommen bracht voor de magistraat de bevoegdheid mee, stedelijke verordeningen, de zogenaamde “Willekeuren” te maken. Het landrecht was oudtijds niet van toepassing op de kleine steden, uitgezonderd in die enkele gevallen, waarin het uitdrukkelijk toepasselijk was verklaard. In 1644 heeft men getracht hierin verandering te brengen; bij resolutie van Ridderschap en Steden van 26 maart 1644 werd besloten de kleine steden te verzoeken voortaan het landrecht toe te passen ter vermijding van vele onenigheden en geschillen over de administratie der justitie. Verschillende kleine steden hebben zich daartegen verzet, maar de stad Ommen heeft het landrecht— althans later — van toepassing verklaard, daar in de registers van contentieuze gerichtshandelingen herhaaldelijk recht werd gesproken “na landrecht en nadere reglementen”.
Lees verder Ommen, stadsrechten sinds 1248

In dienst van de stad, de stadsdichter (7)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 7, de stadsdichter.

Annie Slots-Brinkhuis (1934-2019) uit Archem de eerste officiële stadsdichteres van Ommen.

De stadsdichter zette de plaatselijke omstandigheden vaak in een kritisch daglicht, maar ook een mede inwoner kon slachtoffer zijn in het gedicht. Het kon gaan over alledaagse dingen of wat er stond te gebeuren en de dichter belangrijk genoeg vond om er een gedicht over te maken.

Spanjers Dieks

Hendrikus Spanjer – bekend als Spanjers Dieks – kreeg eind 1800 als volksdichter vermaardheid in zijn eigen woonplaats. Hij woonde in het zogeheten Bijlenhuis op de hoek Gasthuisstraat/Varsenerpoort. Op allerlei voorvallen, te pas of te onpas, maakte hij zijn gedichten. Inwoners konden bij hem terecht wanneer iets op rijm gezet moest worden. Hij was de man die jarenlang de “Nieuwjaarswensen” maakte, waarmee op nieuwjaarsdag de nachtwacht en de lantaarnopsteker de ronde langs de huizen deed. Van de vele gedichten van Spanjers Dieks is helaas weinig bewaard gebleven. Vóór zijn dood heeft hij alles verbrand in het open haardvuur, dat het woonvertrek verwarmde waar hij met zijn broer Jansen huisde. Op een plank in molen De Lelie stond een een gedicht van Spanjers Dieks: “Als de Heer de wind laat waaien. Over berg en akker zweeft. Dan kan deze molen malen. Het graan dat God het mensdom geeft.” Op 14 april 1984 is deze tekst opnieuw maar dan op een speciaal gedenkbord weer in de molen geplaatst door de “Gemienschop van Oll Ommer”.

Makkinga, Dijk en Seemann

In het rijtje van (stads)dichters horen zeker thuis Dieks Makkinga (1919-1995), Evert Dijk (1914-1995) en Broos Seemann (1934-1998). Ze kregen nooit een officiële benoeming als zodanig maar waren alle drie zeer bedreven in het maken van gedichten, de meesten in het dialect. Hun gedichten werden zeer gewaardeerd en dan ook regelmatig gepubliceerd zoals in De Darde Klokke of in door hen zelf uitgegeven gedichtenbundels.

Titel stadsdichter opnieuw ingevoerd

De gemeente Ommen kent nog steeds het fenomeen stadsdichter. Sinds 2010 is door de  gemeente Ommen de titel van stadsdichter en junior stadsdichter weer ingevoerd. Al vele dichters uit Ommen hebben sindsdien deze erefunctie op zich mogen nemen. In principe wordt elke twee jaar een stadsdichter en een junior stadsdichter gekozen. Zij schrijven gedichten en dragen deze voor tijdens speciale gelegenheden.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsdichter (7)

In dienst van de stad, de lantaarnopsteker (6)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 6, de lantaarnopsteker.

Het laddertje van de Ommer stadslantaarnopsteker nu in het museum.

Gaan straatlantaarns tegenwoordig automatisch aan als het donker is, vroeger was dat anders. De stadslantaarnopsteker kwam er aan te pas, die de op olie brandende lantaarns aan moest steken en ook weer uitblazen, als ze tenminste niet vanzelf door gebrek aan olie of wind uitgegaan waren.

Ladder

Om bij de lantaarns te komen had de opsteker een houten laddertje tot zijn beschikking. De lantaarns waren meestal geplaatst op houten palen, voorzien van een dwarsklampje waartegen het laddertje dan gezet kon worden voor het aanteken of uitblazen van de lantaarn. Later kwam ze ook in een luxer uitvoering met een gietijzeren paal. De lantaarns werden ook alleen maar in de avonden van de wintermaanden aangestoken.

Vroeg naar bed

De lantaarns gaven enige primitieve verlichting aan degenen die de deur nog uit moesten. Bij het licht van de petroleumlampen was het in de straten toch nog vrij donker. Ze dienden louter als baken waar je je op kon richten en oriënteren. Zodra de lantaarnopsteker zijn laatste ronde had gedaan en de lampen gedoofd waren, daalde de nacht over Ommen. De mensen gingen toch vroeg naar bed…

Lees verder In dienst van de stad, de lantaarnopsteker (6)

In dienst van de stad, de stadsomroeper (5)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 5, de stadsomroeper.

1983. Stadsomroeper Hans Visscher laat zien hoe de Panne werkt.

Vroeger werd de kansel in de kerk niet alleen gebruikt als preekstoel, maar ook als plek om wereldlijke zaken door te geven. Met name op het platteland. Er was geen krant, en zou die er wel zijn, dan kon men hem vaak niet lezen. Wilde men het volk bereiken –zeker in die tijd ging men massaal op naar het bedehuis– dan moest de kansel fungeren voor de laatste nieuwsberichten. De predikant kreeg voor deze ”kerkenspraak” ook een kleine vergoeding.

Intrede stadsomroeper

Na de scheiding van kerk en staat ten tijde van Napoleon werden allerlei wereldse afkondigingen vanaf de kansel geweerd. De stadsomroeper deed zijn intrede om te wijzen op aanstaande verkopingen, boelhuizen, een rondreizende wonderdokter, wegschouw, bodediensten en ook wel zaken van politieke aard.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsomroeper (5)

Holocaust Memory Day

In Nederland wordt elke laatste zondag van januari de Holocaust herdacht, de systematische vervolging en uitroeiing van vooral Joodse burgers door de nazi’s voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog.

27 januari 2025. Stille tocht door de straten van Ommen

Indrukwekkende tocht
In Ommen werd vorig jaar een stille tocht gehouden die ging langs de huizen waar ooit 27 Joodse Ommenaren hebben gewoond. Stadgenoten ook die de Tweede Wereldoorlog niet hebben overleefd.
Onderstaand een verslag van de indrukwekkende tocht, zoals die op 27 januari 2025 op deze website werd gepubliceerd.

Synagoge
Begonnen werd op de plek waar ooit de synagoge stond aan de Varsenerpoort. Voordat de stoet in beweging kwam las eerst oud-stadsdichter Jannes Kuik een gedicht voor over de 10-jarige Evelien de Levie, die ook de holocaust niet overleefde.

Lees verder Holocaust Memory Day

In dienst van de stad, de stadsdienaar en de nachtwacht (4)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 4, de stadsdienaar en de nachtwacht.

4 juli 1989. De stenenbank op het Kerkplein als herinnering aan de twee Ommer stadsdienaressen wordt officieel in gebruik genomen door vijf vrouwen uit Ommen. V.l.n.r.: Joke van Aalderen- Potgraven, Bartha Mensink-Broek, Riet Vosjan, Frouwke Doezeman-Makkinga en Annie van der Vegt-Kerkdijk.

De stadsdienaar, later veldwachter genoemd, was verantwoordelijk voor handhaving van de wet en de openbare orde. In de volksmond stond hij beter bekend als “diender”. Hij moest diefstal, oproer en bedelarij tegengaan en desnoods iemand arresteren of een pak slaag geven. De stad voorzag hem van een groen uniform, compleet met hoed en sabel. In de instructie van de diender stond niet dat hij eventueel proces-verbaal moest opmaken. Dat zou ook niet gekund hebben, want diender Hendrik Boldewijn kon aan het begin van de 19de eeuw lezen noch schrijven en ondertekende met een kruisje. Naast ordehandhaver was hij boodschappenjongen van de burgemeester, afslager bij openbare verkopingen, stadsomroeper en markt- en havenmeester.

De nachtwacht voor stil en vredig

’s Avonds nam de nachtwacht de zorg voor de openbare veiligheid van de stadsdienaar over. Voor de nachtelijke kou kon een nachtwacht van stadswege rekenen op een pijen jas. In 1762 stelde het stadsbestuur een reglement op voor het werk van de nachtwacht. De nachtwacht moest zorgen dat het in Ommen des nachts “stil en vredig” was. De wacht bestond uit twee man, een “ratelman” en een “toeter”, die op gezette tijden hun ronde door de stad moesten maken. De toeter gaf met zijn blaassignaal elk heel uur aan; de ratelman moest “duidelijk en behoorlijk hard” elk half uur omroepen. De wacht begon afhankelijk van de maand om 10 of 11 uur en eindigde tussen 3 en 5 uur. Later nam de ratel- of klepperman de gehele wacht waar. Het aangeven van de tijd gebeurde op totaal 16 vaste punten in de stad.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsdienaar en de nachtwacht (4)