Categorie archief: Informatiebronnen

Herdenking en viering 800 jaar Slag bij Ane

Volgend jaar is het 800 jaar geleden dat de Slag bij Ane plaatsvond.

Een diorama van de ‘Slag bij Ane, 28 juli 1227’, aanwezig in het Nationaal Tinnenfigurenmuseum in Ommen.

Jubeljaar
Op 28 juli 1227 versloegen de Drenten (onder leider Rudolf II van Coevorden) het leger van bisschop Otto II van Utrecht. De herdenking en viering van de Slag bij Ane – op de grens van Overijssel en Drenthe – zal in 2027 zal niet ongemerkt voorbijgaan. De gemeenten Coevorden en Hardenberg werken samen met de Overijsselacademie, inwoners, culturele instellingen, musea, ondernemers en het onderwijs. In het jubeljaar worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals theater op locatie, wandel- en fietsroutes, en lesprogramma’s.

Lees verder Herdenking en viering 800 jaar Slag bij Ane

Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (2)

Den Hof, een grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht.

 Kadastrale kaart van Stad Ommen in 1832 met de grote boerenplaats erve “Den Hof” (rood omlijnd).
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer MIN04041B02

Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Tijdens de eerste Munsterse oorlog in 1665 genoot Ommen de twijfelachtige eer om de bisschop van Munster van 25 september tot begin oktober 1665 onderdak te verlenen. Hij resideerde op Den Hof.

Den Hof was een van de leengoederen die waarschijnlijk in de 11de-14de eeuw door de bisschop van Utrecht uitgegeven zijn aan tot hem in een onderhorigheids- of horigheidsverhouding staande dienstmannen. Velen van deze dienstmannen hadden – evenzeer waarschijnlijk – oorspronkelijk horig goed bezeten, dat omgezet was in leengoed. De leenheer gaf de lenen uit aan de leenman. Oorspronkelijk verleende de leenman aan de leenheer bepaalde diensten, bijvoorbeeld militaire hulp. Bovendien was de belening tijdelijk. Na overlijden van de leenman verviel het leen weer aan de leenheer. Geleidelijk aan – zeker na de middeleeuwen – werden de lenen erfelijk in de familie van de leenman, die ze zelfs kon verkopen. Toch bleef er een door het leenrecht geregelde verhouding tussen leenman en leenheer. Dit leenrecht bepaalde onder andere op welke wijze lenen van de ene op de andere leenman konden worden overgedragen; hetzij door vererving hetzij door verkoop.

Mans voor vrouwen zullen het leen behouden
Bij het leenstelsel gold: ‘De oudste op straat, naasten in graat, mans voor vrouwen zullen het leen behouden’. Enige vorm van kadastrale vastlegging van ligging, omvang en aard van de leengoederen en tiendrechten bestond in het algemeen niet, wat in de praktijk goede voorwaarden inhield voor het in vergetelheid raken van de leenplicht en voor verduistering van leengoederen. Daarbij speelde onder andere de veel voorkomende verandering van naam van leengoederen of gedeelten daarvan een rol. We kunnen er dan ook op rekenen, dat langs dergelijke wegen vele leengoederen en -rechten uit het zicht zijn verdwenen. Lees verder Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (2)

Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (1)

Eerder bekend als “Huis ten Hage” en ook “Huijs den Hagen” en later als “Erve Den Hof’ bezat Ommen in vroegere eeuwen een bisschoppelijk hof.

 Kadastrale kaart van Stad Ommen in 1832 met de grote boerenplaats erve “Den Hof” (rood omlijnd). Het stond ongeveer op de plek van het huidige Zorgcentrum Oldenhaghen.
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer MIN04041B02

Deze grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht. Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Verhalen uit de overlevering vertellen dat de deel van het huis zo groot was dat een met twee paarden bespannen wagen op de deel kon omkeren. In 1665 genoot Bisschop van Munster er zelfs onderdak.

Oversticht
Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en het noordelijke gebied van het land genaamd Oversticht. De bisschop had zowel geestelijk als wereldlijk de macht. Na 1528 kwam de soevereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de Opstand in de Nederlanden (1566-1576) kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. Toen de Marken werden ingevoerd betekende dat ook de Bisschop aandelen verkreeg in de Marken, zogeheten ‘hoven’. Bekend is dat in de Marken van Ommen, Stegeren, Arriën, Varsen, Vilsteren en Archem dergelijke hoven bestonden. De hofbewoners moesten de Bisschop bijstaan met “hof- en krijgsdiensten”. Ze moesten dan ook in het bezit zijn van paard, harnas, speer of wapen. Bij het verminderen van de macht van de Bisschop werkte de hofbewoners zich steeds meer op. Hun huizen werden later havezaten. De geschiedenis van het bisschoppelijk hof is even oud als de geschiedenis van Ommen zelf. In het Oversticht, later de provincie Overijssel, waren meerdere soortgelijke bezittingen met een eigen rechtsgebied en wijze van rechtspraak.

Burgerschap
Voor het beheer van “Den Hof” was een Hofmeijer aangesteld die er ook woonde. De Hofmeijer was een geziene persoon als het ging om bestuurszaken. Met zijn mening in kwesties werd danig rekening gehouden. De personen verbonden aan een bisschoppelijk hof waren niet vrij. In oude stadsstukken werden ze Hovelieden genoemd. Om het burgerschap (of borgerschap) van de stad te krijgen moest de stad een gunst verlenen of moest de Hofheer zich vrijkopen. Lees verder Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (1)

Nieuw aan te leggen rolstoelpad meerwaarde voor natuurbeleving, recreatie en educatie

Het nieuw aan te leggen rolstoelpad betekent een meerwaarde voor natuurbeleving, recreatie en educatie. Dat is de conclusie van het onderzoek op initiatief van de wijkvereniging Zeeheldenbuurt om in het gebied De Bollenmaat, gelegen tussen de Coevorderweg en de Vecht een rolstoelpad aan te leggen.

Winter 1962/1963. Op de foto de Bollenmaat, het gebied tussen de Vecht en de Coevorderweg. Foto genomen vanaf de bovenste etage van de Oldenhaghen.

Vechtzomp
In overleg met de initiatiefnemers, de provincie Overijssel en waterschap Vechtstromen is gekeken naar de beste inpassing. Daaruit blijkt dat de aanleg mogelijk is ten noorden van de te verleggen Galgengraven. Daarnaast zijn er kansen voor een vlonderpad met een wild- en kijkscherm als korte aftakking. Het rolstoelpad kan bijdragen aan een nieuwe en aantrekkelijke wandelronde vanaf het centrum langs de Vecht en richting Vlierlanden (fase 3). Dit in combinatie met het geven van educatie over natuur en geschiedenis van het gebied. Het heeft relatie met het recente initiatief van de Stichting Vechtzomp voor een botenhuis en uithaalplek.

Lees verder Nieuw aan te leggen rolstoelpad meerwaarde voor natuurbeleving, recreatie en educatie

Garage Ruitenberg lanceert als eerste DAF 600 in Ommen

De eerste Nederlandse personenauto in Ommen.

De Ommenaren hebben een fijne neus voor nieuws, want toen de sierlijke blauwe wagen voor het gemeentehuis stopte, stroomde het publiek van alle kanten toe

Groot nieuws
Dat was groot nieuws op 1 juni 1959, daarom ook dat burgemeester Mr C.P. van Reeuwijk als eerste een proefritje mocht maken met garagehouder Johannes Ruitenberg, die de DAF 600 naar Ommen wist te krijgen. “Vrijdag heeft de firma J. Ruitenberg de eerste personen-DAF gelanceerd. De Ommenaren hebben een fijne neus voor nieuws, want toen de sierlijke blauwe wagen voor het gemeentehuis stopte, stroomde het publiek van alle kanten toe” weet de krant op 1 juni 1959 te melden. Op de foto blijkt dat ook, want iedereen wil toch wel even weten hoe de eerste auto van de door Van Doorne’s  Automobiel Fabriek (DAF) geproduceerde auto er uit ziet. “De bakkers lieten zelfs hun oven even in de steek om een kijkje te nemen bij deze eerste Nederlandse personenauto”, aldus de krant die uit de menigte van belangstellenden ook bakker Wijnand Harmsen wist te onderscheiden om te vervolgen met “Burgemeester Mr. C. P. van Reeuwijk reed persoonlijk de proefrit door Ommen”.

Lees verder Garage Ruitenberg lanceert als eerste DAF 600 in Ommen

In dienst van de stad, de stadsvilder (10)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 10, de stadsvilder.

Zicht op de Oord met de zaagmolen uit 1824.

De stadsvilder zorgde voor het villen van de waardevolle huid van gestorven dieren. De vilder ontfermde zich over zieke beesten die hij doodde en vilde; hij ruimde ook de kadavers op van dieren. Oude paarden werden vroeger voor het vel en de botten verkocht.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsvilder (10)

In dienst van de stad, de gemeentebode (9)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 9, de gemeentebode, eerder ook wel stadsbode genoemd.

1926. Gemeente-bode Zwier Kampman in zijn nieuwe uniform, bij de opening van het verbouwde gemeentehuis.

De gemeentebode in dienst van de stad kan gezien worden als de spin in het web van de gemeentelijke organisatie. De bode regelt de organisatie rondom vergaderingen, ontvangsten en recepties, catering en huishoudelijke zorg. Hij of zij biedt vaak ook een luisterend oor. Het meest opvallend zijn de bodes bij hun taken rond huwelijksplechtigheden op het stadhuis. De bode wordt gezien als het visitekaartje van de gemeente.

Steeds meer werk

In de achttiende eeuw is in Ommen al sprake van een gemeentebode. Hij doet zijn werk op het gemeentehuis, toen nog aan het Vrijthof. In 1828 wordt op de plek van het oude Bruggehuis een nieuw gemeentehuis gebouwd. Het vervallen stadhuis aan het Vrijthof voldeed niet meer aan de eisen van de tijd. In 1926 kan het gemeentehuis uitgebreid worden. Door de bevolkingsgroei en verdere bureaucratisering binnen de overheid, nam de hoeveelheid werk op het stadhuis sterk toe, als gevolg waarvan ook de hoeveelheid ambtenaren op het stadhuis mee groeide. De gemeentebode kreeg dus steeds meer werk aan het verspreiden van documenten onder de ambtenaren.

Daarnaast diende hij als ondersteuning en als beveiliging tijdens vergaderingen van de gemeenteraad, die steeds vaker door “gewone” burgers werden bijgewoond. In die zin droegen ook democratie en democratisering bij aan uitbreiding van het werk voor de gemeentebode.

Lees verder In dienst van de stad, de gemeentebode (9)

In dienst van de stad, de stadsuurwerkmaker (8)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 8, de stadsuurwerkmaker.

2008. Vanaf de eerste helft van de 17e eeuw tot 1969 bevond dit uurwerk zich in de Hervormde kerk in Ommen. Nu heeft dit historische uurwerk een plekje in het museum.

Kerk en toren zijn één. Een kerktoren leent zich bij uitstek voor een uurwerk. In Ommen was dat niet anders. Heel Ommen werd voorzien van de juiste tijd. Het uurwerk werd dagelijks opgewonden door de daarvoor door de gemeente Ommen aangestelde stadsuurwerkmaker. De laatste was Herman Oldeman, die tot 1969 in dienst was als stadsuurwerkmaker.

Kerktoren

De toren van het oudste gebouw in Ommen is eigendom van de kerk, in tegenstelling tot het uurwerk die aan de gemeente Ommen toebehoort. Het naast de kerk staand klokkenhuis is eveneens eigendom van de gemeente Ommen. De kerktoren dateert van 1857. Toen in 1871 de toren door bliksem werd getroffen zijn de 4 zijtorentjes wat lager teruggeplaatst.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsuurwerkmaker (8)

Ommen, stadsrechten sinds 1248

Op 25 augustus 1248 verleende de Utrechtse bisschop Otto III aan de inwoners van Ommen dezelfde vrijheid, die de inwoners van Deventer, Zwolle en Kampen tevoren van hem of zijn voorgangers ontvangen hadden.

25 augustus 2023. Viering 775 jaar stadsrechten. Burgemeester Vroomen ontvangt van  Bisschop Otto de oorkonde.

Kopie
De in het archief berustende oorkonde, die voor deze stadsbrief moet doorgaan, doch in werkelijkheid een slechte zeventiende-eeuwse kopie is, vermeldt weliswaar het jaar 1208, doch van elders is bekend, dat 1248 inderdaad het juiste jaar van de uitvaardiging is. De stadsrechten zijn door latere bisschoppen herhaaldelijk bevestigd en uitgebreid.

Belangrijk militairpunt
De reden die de bisschop van Utrecht ertoe deed besluiten aan Ommen stadrecht te verlenen, zal waarschijnlijk gelegen hebben in het feit, dat de plaats voor hem een belangrijk militair punt was in de strijd tegen Coevorden én de Drentenaren. In 1248 zal Ommen dus al van zekere betekenis zijn geweest. Oorspronkelijk is Ommen een nederzetting nabij een doorwaadbare plaats in de Vecht die eerst als “Umme” wordt aangeduid. Wie de plattegrond van Ommen bestudeerd valt duidelijk de ronde vorm op van het stadje. Vrij nauwkeurig is na te gaan waar de oude stadswallen hebben gelegen en op welke plaatsen de Bruggepoort, de Varsenerpoort en de Arriërpoort hebben gestaan. Buiten Ommen liep de Hessenweg, een eeuwenoude handelsroute, die zijn naam heeft te danken aan de kooplieden uit de Duitse graafschap Hessen. Zij vervoerden met enorme wagens met daarvoor krachtige paarden hun waardevolle goederen door heel Europa. Vrijwel de enige bebouwing langs de Hessenwegweg bestond uit herbergen. Op Ommer grondgebied was De Hongerige Wolf de eerste herberg op de route. Eén van de oudste was herberg De Rooseboomshaar, die op stadsgronden in de Marke Arriën was gelegen. Verder kwam op het kruispunt van de Hessenweg en de weg naar de Ommerschans herberg De Bisschopshaar te staan. Richting Zwolle bevond zich in Varsen nog herberg Het Zwarte Paard.

Landrecht
De verlening van stadrechten aan Ommen bracht voor de magistraat de bevoegdheid mee, stedelijke verordeningen, de zogenaamde “Willekeuren” te maken. Het landrecht was oudtijds niet van toepassing op de kleine steden, uitgezonderd in die enkele gevallen, waarin het uitdrukkelijk toepasselijk was verklaard. In 1644 heeft men getracht hierin verandering te brengen; bij resolutie van Ridderschap en Steden van 26 maart 1644 werd besloten de kleine steden te verzoeken voortaan het landrecht toe te passen ter vermijding van vele onenigheden en geschillen over de administratie der justitie. Verschillende kleine steden hebben zich daartegen verzet, maar de stad Ommen heeft het landrecht— althans later — van toepassing verklaard, daar in de registers van contentieuze gerichtshandelingen herhaaldelijk recht werd gesproken “na landrecht en nadere reglementen”.
Lees verder Ommen, stadsrechten sinds 1248

In dienst van de stad, de stadsdichter (7)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 7, de stadsdichter.

Annie Slots-Brinkhuis (1934-2019) uit Archem de eerste officiële stadsdichteres van Ommen.

De stadsdichter zette de plaatselijke omstandigheden vaak in een kritisch daglicht, maar ook een mede inwoner kon slachtoffer zijn in het gedicht. Het kon gaan over alledaagse dingen of wat er stond te gebeuren en de dichter belangrijk genoeg vond om er een gedicht over te maken.

Spanjers Dieks

Hendrikus Spanjer – bekend als Spanjers Dieks – kreeg eind 1800 als volksdichter vermaardheid in zijn eigen woonplaats. Hij woonde in het zogeheten Bijlenhuis op de hoek Gasthuisstraat/Varsenerpoort. Op allerlei voorvallen, te pas of te onpas, maakte hij zijn gedichten. Inwoners konden bij hem terecht wanneer iets op rijm gezet moest worden. Hij was de man die jarenlang de “Nieuwjaarswensen” maakte, waarmee op nieuwjaarsdag de nachtwacht en de lantaarnopsteker de ronde langs de huizen deed. Van de vele gedichten van Spanjers Dieks is helaas weinig bewaard gebleven. Vóór zijn dood heeft hij alles verbrand in het open haardvuur, dat het woonvertrek verwarmde waar hij met zijn broer Jansen huisde. Op een plank in molen De Lelie stond een een gedicht van Spanjers Dieks: “Als de Heer de wind laat waaien. Over berg en akker zweeft. Dan kan deze molen malen. Het graan dat God het mensdom geeft.” Op 14 april 1984 is deze tekst opnieuw maar dan op een speciaal gedenkbord weer in de molen geplaatst door de “Gemienschop van Oll Ommer”.

Makkinga, Dijk en Seemann

In het rijtje van (stads)dichters horen zeker thuis Dieks Makkinga (1919-1995), Evert Dijk (1914-1995) en Broos Seemann (1934-1998). Ze kregen nooit een officiële benoeming als zodanig maar waren alle drie zeer bedreven in het maken van gedichten, de meesten in het dialect. Hun gedichten werden zeer gewaardeerd en dan ook regelmatig gepubliceerd zoals in De Darde Klokke of in door hen zelf uitgegeven gedichtenbundels.

Titel stadsdichter opnieuw ingevoerd

De gemeente Ommen kent nog steeds het fenomeen stadsdichter. Sinds 2010 is door de  gemeente Ommen de titel van stadsdichter en junior stadsdichter weer ingevoerd. Al vele dichters uit Ommen hebben sindsdien deze erefunctie op zich mogen nemen. In principe wordt elke twee jaar een stadsdichter en een junior stadsdichter gekozen. Zij schrijven gedichten en dragen deze voor tijdens speciale gelegenheden.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsdichter (7)