Categorie archief: Informatiebronnen

Zuidkant van Ommen: station en koffiehuizen (2)

Ommen moet tot 1903 wachten als het met de stoomtrein vanuit Zwolle bereikbaar wordt. De eerste trein is nog niet in Ommen gearriveerd of ondernemend Ommen ziet al handel.

 1903. Het station te Ommen bij de openstelling van de spoorlijn naar Zwolle. De trein werd getrokken door een stoomlocomotief.

Immers, de treinreizigers moeten gevoed en gelaafd worden. En waar kan dat beter dan in een café. Mr. G.W. graaf van Rechteren van Appeltern uit Archem richt zich op 27 augustus 1890 tot het gemeentebestuur van Ommen met het verzoek zijn dochter S.G.A. gravin van Rechteren van Appeltern een vergunning te verlenen voor een stations-koffiehuis in de omgeving van het dan nog te bouwen station van de lokale spoorweg. De dochter is in het bezit van de woning, kadastraal bekend sectie H nummer 2920, in huur bij de arbeider Kerkdijk, aan de Hellendoornschen grindweg, onder “Het Laar”. Als argumenten worden aangevoerd: “1. dat het dan van belang zal zijn aldaar eene uitspanning te hebben, met het oog op den handel in de gemeente en de levering van koopwaren en beesten op den spoortrein; 2. dat eene vergunning aldaar verstrekt uit haren aard geen aanleiding geeft tot ongeregelde drinkgelaten, maar meer de natuur krijgt van een station-koffiehuis; 3. dat hij daarom de eer heeft b. en w. uit te nodigen voor het voornoemd gebouw, thans in het bezit zijner dochter de eerste vergunning te verschaffen die na afloop van de verlagingsjaren beschikbaar zal zijn hetwelk dan, naar de eischen der omstandigheid zal worden ingericht en vergroot indien dat noodig mocht blijken.

Vervolgens blijft het stil tot er 3 (stations-) koffiehuizen in de omgeving van het station worden gebouwd. In 1903 laat Hendrik Plasman eerst aan de zuidkant van het spoor een (stations-)koffiehuis bouwen. In 1908 vervolgens aan de noordkant van het spoor met H. Guichelaar als uitbater. Er naast vestigt zich het stations-koffiehuis van G.J. van Aalderen. In 1911 verkoopt Plasman zijn beide panden. Guichelaar switcht dan naar de Hammerweg en Steven Kuijt neemt het station koffiehuis aan de Stationsweg over. In 1923 neemt de uit Dedemsvaart afkomstige Regnerus Ignatius (Reinier) Paping het café van Guichelaar aan de Hammerweg over. Het is van korte duur want expansiedrift doet Paping verhuizen naar de noordkant van het spoor, waar hij in 1925 café van Van Aalderen overneemt en verder gaat onder eigen naam. Het is de start van het huidige hotel-restaurant Paping aan de Stationsweg. Lees verder Zuidkant van Ommen: station en koffiehuizen (2)

Zuidkant van Ommen: Hei en dennen (1)

Hei en dennen en verder niks. Zo ongeveer kan het gebied omschreven worden aan de zuidkant van Ommen in de periode tot 1900.

 1905. Burgemeester jhr J.L. van Nahuijs (rechts) en in het midden zijn echtgenote H.J. van Nahuijs-Ampt voor villa Hei en Dennen aan de grindweg naar Hellendoorn in Besthmen; tegenwoordig Hammerweg 14, Ommen.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Hei en Dennen”.

Toen ook werd de omgeving voorbij Landgoed Het Laar aangeduid als Besthmen. Van bebouwing was nog weinig sprake. Die kwam pas opgang toen de spoorlijn werd geopend. De eerste grote villa die er verrees kreeg de toepasselijk naam “Hei en Dennen”. Vanaf de brug in Ommen lag een grindweg, met de naam grindweg naar Hellendoorn. Eerder ging het om de weg naar Raalte, een zandweg die via de Nieuwebrug over de Regge liep en onderlangs de Archemerberg naar Raalte. Na de komst van het spoorstation kreeg het eerste gedeelte van de weg de naam Stationsweg en de weg over het spoor Hammerweg.

Spoorlijn
Het is een hele gebeurtenis als Ommen bereikbaar wordt met de trein. Op 15 januari 1903 wordt het baanvak Zwolle – Ommen geopend en op 1 februari 1905 Ommen – Mariënberg. Als station en spoorlijn zijn geopend door de Noordoosterlocaalspoorweg-Maatschappij maakt een verslaggever een ritje met de stoomlocomotief: “Vlug gaat hij niet, die locaaltrein, doch voor den reiziger als geknipt om van uit zijn coupé het landschap kalmpjes te kunnen opnemen. De malsche weiden om Zwolle worden afgewisseld door uitgestrekte bosschen, waar ge den houthakker aan den arbeid ziet of hem toeknikt, terwijl hij van zijn dagwerk even opkijkt naar den voorbijrollenden trein. Plotseling verandert dan weer het landschap en stort de trein u uit het donker woud in een open zandvlakte waar de wind het mulle zand van tijd tot tijd doet verstuiven. Dan weer nadert ge de Vecht, aan wier boorden op een smalle maar vruchtbare kleilaag goede weilanden worden aangetroffen, gewoonlijk met boomen beplant of omzoomd. De talrijke hazen zijn hier aan den trein reeds gewoon. De langooren, die op of aan den spoorweg zitten, huppelen wel eenige meters het land in, doch laten dan kalm den trein voorbijglijden. Lees verder Zuidkant van Ommen: Hei en dennen (1)

75 jaar Molukkers in Nederland (3)

Dit jaar is het precies 75 jaar geleden dat in Rotterdam de eerste groep Molukkers voet aan wal zette. Er volgden nog elf schepen met zo’n 12.500 Molukkers.

 1959. Met dans en muziek werd gevierd dat op Laarbrug de Zuidoost Molukse Protestantse Kerk officieel was aangenomen als zusterkerk van de Generale Synode van de Nederlandse Hervormde Kerk.
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Werkkamp – Woonoord Eerde” en “Kamp – Woonoord Laarbrug”.

Ommen
De opvarenden hadden als militairen in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) gediend. Vanuit de haven van Rotterdam reed men in bussen naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daarna vond de verspreiding plaats door heel Nederland. Ook in Ommen werden gezinnen gehuisvest: op kamp Laarbrug en kamp Eerde. Voor 1970 werden de Molukkers met “Ambonezen” aangeduid. Dit is deel 3 over de geschiedenis van de toenmalige kampbewoners.

Laarbrug
Op 12 mei 1951 kreeg de Ommer burgemeester mr. C.P. van Reeuwijk bericht dat binnen enkele dagen de aankomst van het schip de Asturias in de haven van Rotterdam werd verwacht. Intussen was al bedacht dat de (Zuidoost) Molukse passagiers van dit schip onder meer in het voormalige werkverschaffingskamp Laarbrug aan de Vilsterseweg in Ommen ondergebracht moesten worden. Het opvangkamp Laarbrug, later woonoord Laarbrug genoemd, bestond uit houten, tochtige en vochtige barakken. Een jaar later werd ook nog een groep Molukkers in het afgelegen barakkenkamp op landgoed Eerde ondergebracht. Door de slechte staat van de barakken werd Eerde later opgeheven en werd een deel van de bewoners overgebracht naar de Laarbrug. De Zuidoost-Molukse mensen werden bewust op afstand gehouden van de wooncentra; de bedoeling hiervan was de integratie van de mensen in de Nederlandse samenleving te voorkomen. Hierdoor zou de terugkeer naar Indonesië niet al te veel problemen opleveren, was de gedachte, ze zijn hier toch maar voor drie maanden. Ondanks de barre leefomstandigheden in de barakkenkampen hebben zij op eigen kracht hun draai in de Nederlandse samenleving gevonden. Lees verder 75 jaar Molukkers in Nederland (3)

75 jaar Molukkers in Nederland (2)

Dit jaar is het precies 75 jaar geleden dat in Rotterdam de eerste groep Molukkers voet aan wal zette. Er volgden nog elf schepen met zo’n 12.500 Molukkers.

 Archieffoto 2015. Onthulling monument kamp Eerde op 12 september 2015. Johannes Balubun bij het zojuist onthuld monument.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Werkkamp – Woonoord Eerde

 

Vanuit de haven van Rotterdam reed men in bussen naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daarna vond de verspreiding plaats door heel Nederland. Ook in Ommen werden gezinnen gehuisvest: op kamp Laarbrug en kamp Eerde. Voor 1970 werden de Molukkers met “Ambonezen” aangeduid. Dit is deel 2 over de geschiedenis van de toenmalige kampbewoners.

Kamp Eerde
Van 1951 tot 1961 verbleven een aantal KNIL-militairen met hun gezinnen op kamp Eerde op het gelijknamige landgoed tussen Ommen en Den Ham. In eigen land waren ze niet meer veilig. Ze werden gezien als landverraders doordat ze samenwerkten met de Nederlanders, de bezetter van de kolonie. In eerste instantie zou het om tijdelijke opvang gaan, maar uiteindelijk hebben ze er zo’n tien jaar gewoond. Als grondeigenaar heeft Natuurmonumenten samen met de Molukse oud-bewoners van Kamp Eerde ervoor gezorgd dat op het voormalig kamp Eerde een plek van bezinning is gekomen. Het gaat om een dat monument dat herinnert aan de woelige periode dat de Molukse militairen die in het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) hebben gediend met hun gezinnen op Eerde verbleven. Het monument is een voet van een oude vlaggenmast die jarenlang midden in het kamp heeft gestaan. Deze vlaggenmast stond symbool voor de gedisciplineerde wereld op het kamp. De tekst op de staander geeft veel weer: “De herinnering is het enige paradijs waaruit we niet verdreven kunnen worden”.

Monument als blijvende herinnering aan woelige periode
Op 12 september 2015 is het monument onder grote belangstelling en met Molukse muziek officieel onthuld. Als oud kampbewoner mocht Johannes Balubun dit doen samen met de dames Erin Oudshoorn-van Palland en Irthe André de la Porte-van Pallandt en een vertegenwoordiger van Natuurmonumenten. Voor Johannes Balubun was de onthulling een emotionele maar ook een bijzondere dag. “Ik kwam hier als klein jongetje van zeven jaar. We moesten hiernaartoe omdat mijn vader had op de Molukken gediend voor de Nederlandse staat. Met dit monument geven we de liefde weer voor onze ouders die hier hebben gewoond en ons hebben opgevoed onder primitieve omstandigheden. Ik ben heel blij dat die mast bewaard is gebleven en de geschiedenis van het kamp vertelt”, aldus Balubun. Het monument is te bereiken vanaf de Meertjesweg en voert met een trappetje over een heuvel. Lees verder 75 jaar Molukkers in Nederland (2)

75 jaar Molukkers in Nederland (1)

Het is dit jaar 75 jaar geleden dat KNIL-militairen met hun gezinnen naar Nederland kwamen. Ook in Ommen werden Molukse gezinnen gehuisvest.

Archieffoto 2012: Het herinneringsmonument op Laarbrug met Hermiena Janwarin-Sedoesboen.
Zie voor meer afbeeldingen het album “Kamp – Woonoord Laarbrug

Houten barakken
Zo’n 12.500 Molukkers zette voet aan wal in Rotterdam. Vanuit de haven van Rotterdam reed men in bussen naar het demobilisatiecentrum in Amersfoort. Daarna vond de verspreiding plaats door heel Nederland. Ook in Ommen werden gezinnen gehuisvest. Voor 1970 werden de Molukkers met “Ambonezen” aangeduid. Dit is deel 1 over de geschiedenis van de toenmalige bewoners.
Tussen 1951 en 1966 verbleven de “repatrianten” uit het voormalige Nederlands-Indië die in Ommen aankwamen in de bestaande kampen in Eerde en Laarbrug. Beide locaties waren in de dertiger jaren in gebruik geweest als rijkswerkkampen voor werklozen. Het overgrote deel van de Zuidoost Molukse bevolkingsgroep die zich hier vestigde kwam van de eilanden Kei, Tanibar en Kisar (Dobo). Ze kwamen hier te wonen in houten barakken waar ze leefden onder zeer primitieve omstandigheden. Het onderhoud van de houten barakken liet te wensen over en de hygiënische omstandigheden waren slecht.

“Tijdelijk verblijf”
De voornamelijk 12.500 KNIL-militairen met hun gezinnen kwamen in 1951 met de boot voor een ‘tijdelijk verblijf’ naar het koude Nederland. Nederland was voor bijna iedereen een onbekend land. Bij aankomst wachtte geheel onverwacht een collectief ontslag voor deze aan Nederland trouwe soldaten. Een klap die generaties lang nog zou doordenderen. Met het ontslag verloren zij ook hun rechten als militair, soldij en pensioenen. De kampen Laarbrug en Eerde in Ommen en andere locaties in Nederland, moesten tijdelijk onderdak bieden. Zij leefden lange tijd geïsoleerd van de buitenwereld. Ze hadden geen inkomsten, mochten geen arbeid verrichten. Als vroegere bewoners van de eilanden in de gordel van de smaragd dachten de Zuid-Molukkers tijdelijk naar Nederland te kunnen. Maar het verliep allemaal anders: het bleek voor goed te zijn. De palmboom in de Molukken werd een slagboom in Nederland. Na drie jaar voer de regering ook nog een verandering in voor de Molukkers dat ze ineens in hun eigen levensonderhoud moesten voorzien.

School
Op de kampen Laarbrug en Eerde zijn veel kinderen geboren. Ze gingen naar school in Ommen (Koningin Julianaschool) en Vilsteren (Sint Willibrordusschool). Het aantal bewoners schommelde telkens tussen de 250 en 350 personen met hoogtepunt op 1 juli 1963 toen 357 bewoners geteld worden. In 1953 was het aantal bewoners 231 (52 gezinnen met 210 gezinsleden en 21 alleenstaanden). Op Eerde waren dat er toen 120 (26 gezinnen met 117 gezinsleden en drie alleenstaanden). In 1958 lag het bewonersaantal op 297. Begin 1960 waren er op Laarbrug 317 bewoners en in 1962 kwam het bewonersaantal op totaal 350. De kleuters in het woonoord gingen eerst naar de Edith-school aan de Koesteeg. Later kon een kleuterschooltje in het kamp worden gebouwd; de jongste kinderen konden dan op kamp naar school en hoefden niet meer met de bus naar school in Ommen. Lees verder 75 jaar Molukkers in Nederland (1)

Ommerbos groener: leerlingen planten bijna 1.000 bomen op Boomfeestdag

Het was feest in Ommen vanwege het planten van bomen op de Boomfeestdag.

Leerlingen van basisscholen OBS Het Palet en OBS Nieuwebrug steken hun handen uit de mouwen op de Boomfeestdag.

Eerste boom, een linde
Met veel enthousiasme staken de leerlingen van basisscholen OBS Het Palet en OBS Nieuwebrug deze dag hun handen uit de mouwen. Samen met gemeente Ommen, ROVA, Staatsbosbeheer en vrijwilligers van NME De Vechtstreek plantten ze bijna 1.000 nieuwe bomen in het Ommerbos aan de kant van Ommerkanaal Oost. Daarmee kreeg het gebied een flinke groene aanvulling. Als eerste plantte wethouder Bert Boerman symbolisch de eerste boom, een linde. Daarmee gaf hij het officiële startsein voor de ochtend.

Lees verder Ommerbos groener: leerlingen planten bijna 1.000 bomen op Boomfeestdag

Oude karakter van Ommer binnenstad door sloop verloren (2)

Waar was het historisch besef van Ommen in de zestiger jaren?

1968. Afbraak van de panden tussen Walstraat en Kerkplein.
Klik op deze link voor foto’s van de sloop van de Ommer binnenstad

Sloop
Van waar die sloopwoede om tal van karakteristieke panden in Ommen te laten verdwijnen? Aan de Voorbrug, aan de kop van de Zeesserweg en Brugstraat zorgde de slopershamer dat alles tegen de vlakte ging. Ook de Markt en het Kerkplein werden niet ontzien. Het oude karakter van de Ommer binnenstad ging verloren.

Lees verder Oude karakter van Ommer binnenstad door sloop verloren (2)

Oude karakter van Ommer binnenstad door sloop verloren (1)

In 1968 was het dat het Kerkplein in Ommen drastisch van aanzicht veranderde.

Kerkplein vóór 1968

Eiland
Het oude karakter van de binnenstad ging door sloop totaal verloren. Er moesten moderne zakenpanden komen achter de hervormde kerk, deels ook als vervanging van de drie winkelpanden die aan het begin van de Brugstraat gesloopt moesten worden voor verlegging en verbreding van de weg. De weg kwam van de zuidkant van het gemeentehuis aan de noordkant te liggen en zette het gemeentehuis als het ware op een eiland. De winkels die toen verhuisden naar het Kerkplein waren slagerij van Lohuizen en schoenhandel Van Kesteren. Horlogerie Van der Kolk trok naar een woonwijk en Dijks en Steen (later Hema) kon op de plek blijven zitten na bouwkundige aanpassingen van het winkelpand.

De bewoners rond de afbraak
Wat nu fietsmuseum is (en eerder van Kesteren) woonde in 1968 de familie Timmerman en daarnaast tijdschriftenbezorger Martend Makkinga. Voordat de steeg begint had je nog de woning van de familie Van Elburg-Meijerink. In de tuin was de woning van de familie Gort-Steen gebouwd, die via de Walstraat bereikbaar was.

Lees verder Oude karakter van Ommer binnenstad door sloop verloren (1)

Stadsuitbreiding Ommen op de Hamsgoren

Met een steeds toenemend inwonertal zoekt de gemeente Ommen in de dertiger jaren van de vorige eeuw naar uitbreidingsmogelijkheden voor de bouw van woningen.

 1950. De Hamsgoren voordat er in 1952 wordt gebouwd aan de Friesendorpstraat, links is molen De Lelie te zien en rechts een tipje van de eerste huurwoningen aan de Hamsgoren.
Foto: OudOmmen
Zie ook het album “Hamsgoren

Deze wordt dan gevonden op de Hamsgoren ten noorden van de bebouwde kom van Ommen. De Hamsgoren is het grondgebied gelegen tussen de Gasthuisstraat, Varsenerstraat, het oostelijk deel van de Nering Bögelstraat, Smitstraat en het westelijk deel van de Schurinkstraat. Het gebied met enkele kleine boerderijtjes en tuinen sluit aan de westkant aan op de Laarakkers. Eind dertiger jaren verrijzen dan op de Hamsgoren de eerste (huur)woningen. Aannemer Takman bouwde toen twee dubbele woningen. Er was weinig werk en om zijn mensen aan de slag te houden werden deze als huurwoningen gebouwd. Ook aan de Hardenbergerweg werden toen door dezelfde aannemer twee dubbele huurwoningen gebouwd.

Uitbreidingsplan van 1939
Hoewel de plannen voor een stadsuitbreiding al voor de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt, komen deze pas na de oorlog tot uitvoer. Het uitbreidingsplan van 1939 omschrijft de voorgenomen stadsuitbreiding op de Hamsgoren als volgt:
De straten zijn zo opgesteld, dat de ligging ons herinnert aan het beloop der straten in de kom, d.w.z. cirkelvormig, met straalsgewijze verbindingswegen naar de oude kom. Een gedeelte wordt bestemd voor z.g. dorpsbebouwing, terwijl daar met toestemming van het gemeentebestuur winkels mogen worden gebouwd op de hoeken der straten. Aansluitende aan de dorpsbebouwing heeft de halfopen bebouwing plaats. De bebouwing van de Hamsgoren zal een vriendelijke aanblik geven. De huizen krijgen een kleinen voortuin, zodat de indruk ruim zal zijn en de natuur niet wordt buitengesloten”.
In 1949 komen er aan de Wethouder Paarhuisstraat 5 blokken van vier woningen (waarvan 10 duplex), 4 woningen van twee onder een dak en een blok met een dubbele woning, totaal 40 woningen. De duplexwoningen waren eengezinswoningen die tijdelijk werden opgesplitst in een beneden- en bovenwoning. Later is de opdeling weer ongedaan gemaakt. De straat waaraan de nieuwgebouwde woningen staan is vernoemd naar wethouder Paarhuis, die 28 jaar het wethouderschap in de gemeente Ommen waarnam. Lees verder Stadsuitbreiding Ommen op de Hamsgoren

O het is zo fijn, om een Ommenaar te zijn

In de Karnemelkstraat wordt tegenwoordig niet meer gewoond zoals vroeger.

1979. De Karnemelkstraat, links en rechts stonden kleine huisjes die ook bewoond zijn geweest. In de zestiger jaren van de vorige eeuw kwam een eind aan de bewoning.

Herman Bril
De Karnemelkstraat dient tegenwoordig als uitgang voor de panden aan de Kruisstraat. Als Karnemelksteege wordt het straatje beschreven in ’t Ommerlied. Dit lied is in de zeventiger jaren op grammafoonplaat gezet door radioamateur Herman Bril (1944-1987), ook bekend als de Zingende Amateur en als zendamateur bekend als “Pa Pinkelman. Als de “Zingende Buschauffeur” wist ook zijn broer Johan Bril een nummer op de plaat uit te brengen met als titel : “Nou nou wat doe je in de kou”. Het liedje gaat over het lange wachten bij de overweg bij het Ommer treinstation. (Luister op deze link Nou nou)

Het Ommerlied is in 2022 opnieuw op CD gezet, en gezongen door Jan Kortman. Overigens kent Zwolle het zelfde lied waar Ommenaar vervangen is door Zwollenaar.

’t Ommerlied

Toen ik eens op een dag,

het Ommer levenslicht zag

stond mijn wieg in de Karnemelksteege

En mijn moeder zei ‘Zwier’, die jongen heeft nou al plezier

En m’n vader die vroeg: Zeg, wat weegt eh

’t Jochie groeide als kool, ging met 6 jaar naar school

en speelde bijna altijd op straat, ’t werd de schrik in de buurt

‘k ben van school afgestuurd en werd loopjongen, zoals dat gaat.

Refrein:

O wat is het reuze fijn, om een Ommenaar te zijn,

Want in Ommen daar heb je een zorgeloos bestaan

Wie er eenmaal geweest is, wil er nooit meer vandaan.

Ommen met zijn mooie laa’n, waar mijn huisje heeft gestaan

Want het leven is er als een spiegel zo glad,

in die mooie Sallandstad.

Schoen zonder hak

Met de ballen op zak, en een schoen zonder hak,

gingen wij op de Bleeke “metsen”.

En ‘s-avonds laat in de Grotestraat, stonden we uren te kletsen

was het weer lekker zocht, gingen we vissen in Jopies gracht

dan vingen we een hele hoop.

En aan het eind van de week, met de centen opstreek,

ging ‘k met het magie naar de bioscoop.

Modderige steeg

Lees verder O het is zo fijn, om een Ommenaar te zijn