Categorie archief: Harry Woertink

Oproep familie oorlogsslachtoffers voor vermelding op gedenkmonument in de gemeente Ommen

Tijdens de Nationale Herdenking op 4 mei worden allen – burgers en militairen – herdacht die, in het Koninkrijk der Nederlanden, of waar ook ter wereld, zijn omgekomen of vermoord sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

Oorlogsmonumenten 007(1000)wr.jpgHerdenkingsmonument aan de muur van het gemeentehuis aan de Chevalleraustraat.
Foto: Harry Woertink

In Ommen worden de gevallenen jaarlijks herdacht bij het gebeeldhouwd herdenkingsmonument aan de muur van het gemeentehuis. Vanuit de Ommer bevolking is het initiatief voortgekomen voor een blijvend gedenkpunt met daarop vermeld alle namen van oorlogsslachtoffers die ten tijde van overlijden inwoner van de gemeente Ommen waren en ten dienste van Nederland zich hebben ingezet voor vrede en veiligheid. Daarbij gaat het niet alleen om slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog maar ook om slachtoffers van oorlogsgeweld nadien. Dit om de geschiedenis compleet te maken en om tijdens de dodenherdenking ook met de naam stil te staan bij de slachtoffers. Een dergelijk monument met namen van slachtoffers is er niet in de gemeente Ommen. De Historische Kring Ommen (HKO) heeft dit initiatief opgepakt. Het zou mooi zijn als de realisatie van het gedenkpunt kan plaatsvinden in mei 2015 als herdacht en gevierd wordt dat Nederland 70 jaar geleden werd bevrijd. Als locatie voor het nieuwe gedenkmonument wordt gedacht aan het gemeentehuis bij het bestaande oorlogsmonument 40-45.

Richtlijnen die gehanteerd worden bij het begrip slachtoffer zijn dat de persoon bij zijn of haar overlijden inwoner was is in de gemeente Ommen en is omgekomen door oorlogsgeweld of oorlogsomstandigheden. Aan de hand van deze criteria is onderstaande lijst opgesteld. De namen zijn gerangschikt op datum van overlijden. Deze publicatie wordt gedaan omdat niet altijd familieleden van deze personen te traceren zijn en ook om familieleden te informeren over dit initiatief. Familieleden die bezwaar hebben tegen vermelding van de naam op het blijvend gedenkpunt en als er namen van personen zijn vergeten of ten onrechte zijn vermeld, worden opgeroepen dit voor 1 juni 2014 schriftelijk kenbaar te maken bij het secretariaat van de HKO: J. Feddema-van Elburg, De Schammelte 27, 7731 BL Ommen of per e-mail: secretaris@hko-ommen.nl Na 1 juni 2014 zal verder gewerkt worden aan de realisatie van het monument. Lees verder Oproep familie oorlogsslachtoffers voor vermelding op gedenkmonument in de gemeente Ommen

Museum ‘t Bakhuis geeft inzicht over het leven en werken van de gebroeders Borger

WITHAREN – Museum ’t Bakhuis in Witharen geeft een kijkje in het leven en werken van de vroegere bewoners, de gebroeders Borger. Met foto’s, oude gereedschappen, oud keukengerei en oude papieren maakt het museum de geschiedenis van de boerderij Witharenweg 24 zichtbaar.

’t Bakhuis nieuw museum in Witharen, Gerri Timmerman (rechts) heeft het museum officieel geopend.
Foto: Harry Woertink

De plek is heel bijzonder: het oude bakhuis, een stenen huisje, iets van de boerderij gelegen, dat vroeger werd gebruikt om de fornuispot te stoken. De familie Borger heeft hier ooit gewoond en geleefd. Na hun overlijden is de boerderij met schaapskooi gerestaureerd en wordt nu bewoond door het gezin van de kunstenaars Louis van Vilsteren en Thea Dijkema. Beiden timmeren al jaren aan de weg met hun atelier en expositieruimte. Er was genoeg te zien in de beeldentuin achter de boerderij, maar volgens Louis en Thea was de geschiedenis van de boerderij nog niet helemaal compleet. Sinds zaterdag 19 april 2014 is dat dan wel het geval met de opening van Museum ’t Bakhuis. De officiële opening werd verricht door Gerri Timmerman. Als buurmeisje kwam Gerri jarenlang over de vloer van de Borgers. Volgens Gerrie liep ze als kind elk dag wel een keer langs de boerderij. De Borgers hebben zelf vast nooit bedacht dat er nog een museum met hun naam en hun spulletjes zou komen. Maar volgens Gerri is het een geweldig idee.

Eerste bewoners
De eerste bewoner van de boerderij was Gerrit Borger samen met zijn vrouw Hilligje Snijder. Ze trouwden in 1875. Hun zoon kreeg ook de naam Gerrit. Deze trouwde in 1898 met Aaltje van Lenthe. Samen kregen ze 5 kinderen: vier jongens en een meisje. De jongens bleven allemaal vrijgezel. Deze broers: Gerrit, Hendrik, Berend en Herman blijven allen wonen aan de Witharenweg 24 en hadden allemaal hun eigen taken. Ze bewerkten samen het land en hielden schapen. Met de schaapskudde werd over de heide getrokken, die in Witharen voldoende aanwezig was. De gebroeders leefden heel sober. De oudste, Gerrit, had na het overlijden van vader in 1945 de leiding, Hij was goed ontwikkeld, in militaire dienst geweest en had dan ook wat van de wereld gezien. Gerrit was jager met een jachtakte en zat nog in het bestuur van het Waterschap. Na het overlijden van Gerrit bleek broer Berend, die altijd wat stil op de achtergrond was, toch veel capaciteiten te hebben. Hij wilde graag moderner boeren en had ook belangstelling voor wat er in de wereld gebeurde, vooral de politiek. En toen ze een televisie in huis namen was er op een avond van de verkiezingen niemand welkom, want Berend wilde de uitslagen volgen, ook al was hij jarig. Hij nam ook de jacht over en had een jachtvergunning. Zo lang Berend mee ging op jacht had hij het jachtgeweer in de hand, maar zoals later zou blijken, de laatste jaren met een geweer zonder patronen.

Hendrik Borger was van jongsaf de schaapherder. Jarenlang trok hij met de schaapskudde er op uit. Hij zag veel in het heideveld, maar vertelde niet alles. Hij had de gewoonte om het voorjaar der bermen van de sloten af te branden. Dat liep niet altijd goed af. De brandweer moest er aan te pas komen om te blussen. Heidebrand veroorzaakt door een brandglas, concludeerde de brandweer. Hendrik overleed begin 1990. Herman, de jongste, was, wat we nu noemen, verstandelijk beperkt maar wist wel wanneer hij jarig was: met de roggebouw, 6 augustus dus. Van zijn moeder had hij een beetje koken geleerd. Rijstepap koken kon hij goed. Berend heeft nog tot juni 1990 hier alleen in zijn boerderijtje gewoond. Toen dat, ondanks alle hulp, niet meer kon, werd hij opgenomen in verzorgcentrum Clara Feyoena Heem in Hardenberg . Daar paste hij zich snel aan. Hij kreeg er elke dag z’n borreltje en als de fles bijna leeg was, kreeg buurman Wermink opdracht voor een nieuwe te zorgen. Kort voor zijn overlijden is hem verteld dat zijn boerderijtje met Louis en Thea nieuwe bewoners zou krijgen, maar niet zou worden afgebroken. Zijn reactie was: “Hei jong, die oale prut, wat wult ze d’r toch met”. Lees verder Museum ‘t Bakhuis geeft inzicht over het leven en werken van de gebroeders Borger

Dodenherdenking op de Besthmenerberg

OMMEN – De Historische Kring Ommen organiseert in samenwerking met enkele oud-gevangenen van Kamp Erika op zondag 4 mei weer een dodenherdenking bij het herinneringsmonument op de Besthmenerberg aan de Hammerweg in Ommen.

 Herinneringsmonument op de Besthmenerberg
Foto: OudOmmen

In verband met de plechtigheden bij het gemeentehuis dezelfde dag is de herdenking op de Besthmenerberg in tijd iets vooruit geschoven. Zodoende heeft de burger van Ommen tevens de gelegenheid om de herdenking later op de avond bij het gemeentehuis bij te wonen.

Het programma voor zondag 4 mei 2014 ziet er als volgt uit:
17.30 uur verzamelen parkeerplaats Steile Oever
17.40 uur vertrek naar het herdenkingsmonument
17.45 uur declamaties/toespraken
17.58 uur The Last Post door Jan Veneman
18.00 uur twee minuten stilte
18.02 uur Zingen Wilhelmus, twee coupletten, gevolgd door defilé en bloemlegging
Vanaf 18.15 uur zijn de deelnemers uitgenodigd om koffie te drinken in het Natuurinformatiecentrum in de Besthmenermolen.

Ter informatie:
De slachtoffers van het kamp worden in herinnering gehouden met een houten kruis. Er is een informatiepaneel met de volgende tekst: ‘Herdenkings-monument Kamp Erika. Het gevangenenkamp Erika was van 1941 – 1945 een plek van ontberingen, pijn, vernedering en heel veel leed.’ In 1940 viel het kamp in Duitse handen en deed het eerst dienst als gevangenenkamp. Kamp Erika werd in 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. De gevangenen waren veelal zwarthandelaren en illegale slachters. De bewakers waren voornamelijk Amsterdamse werklozen, aangevuld met SS’ers die in Ommen een opleiding kregen tot kampbewaker. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan. Dwangarbeid, ziektes, ondervoeding, mishandeling en moord kostten veel levens. Hoeveel slachtoffers het kamp eiste is onbekend. Wel dat dit aantal in combinatie met strafkampen in Duitsland tussen de 170 en 200 ligt. Acht joden kwamen in dit kamp terecht, maar zij hadden het nog zwaarder dan de rest.

Bron: Harry Woertink – 15 april 2014

Fietstocht langs oorlogsmonumenten

 OMMEN – De werkgroep WO 2 van de Historische Kring Ommen houdt op zondag 4 mei een fietstocht langs de oorlogsmonumenten in de gemeente Ommen.

Deelnemers aan een in 2010 georganiseerde fietstocht langs oorlogsmonumenten. Op de achtergrond boerderij De Vosseboer, waar schietgaten in de muur de slag bij de Vosseboer in herinnering houden.
Foto: Hans Steen

Een 14-tal monumenten wordt aangedaan, zoals bijvoorbeeld de gedenksteen van Kamp Erika op de Besthmenerberg. Ook het graf van verzetsstrijder Frits Herbert Jordens wordt opgezocht. Jordens was actief in Eerde met het onderbrengen van Joodse kinderen en hielp bij de ontsnapping van neergekomen piloten. Verder gaat de tocht langs boerderij De Vosseboer, waar schietgaten in de muur de slag bij de Vosseboer in herinnering houden. De graven van de vier Engelse vliegers aan de Hardenbergerweg en de Joodse begraafplaats met een gedenksteen voor de Joodse samenleving in Ommen ontbreken evenmin.

De fietstocht met begeleiding start om acht uur in de ochtend op de parkeerplaats van het gemeentehuis. Onderweg worden zowel in de kom van Ommen als in het buitengebied diverse monumenten aan gedaan die herinneren aan de strijd en verzet in de Tweede Wereldoorlog. De route is ongeveer 25 kilometer lang. Halverwege de ochtend zijn de fietsers weer terug. Opgave vooraf is niet nodig.
Bron: Harry Woertink – 15 april 2014

Wouter Vosjan winnaar van de Palmpasenoptocht in Ommen

OMMEN – Zijn er nog Paastradities in Ommen: Palmpasenoptocht, een Paasei-netje, eiertikken, eierzoeken en Paasvuren? Jazeker! Zaterdag 12 april 2014 werd met een Palmpasen optocht de spits afgebeten van de (eeuwenoude) tradities rondom Pasen.

 Een groepje van deelnemers aan de jaarlijkse Palmpasenoptocht in Ommen
Foto: Harry Woertink

“Palm, palm Pasen, ei koerei. Over ene zondag krijgen wij een ei. Eén ei is geen ei, twee ei is een half ei, drie ei is een paasei”, klonk het uit de mond van de kinderen. De opzet van de jaarlijkse Palmpasenoptocht in Ommen verschilde dit keer van opzet. De kinderen was gevraagd met hun versierde zwaantje op stok naar de oude Julianaschool te komen. Hier konden de versierde Palmpasenstok worden ingeleverd om vervolgens te laten beoordelen door een deskundige jury. Om de jury voldoende tijd te geven mocht het versierde zwaantje op stok een uurtje later weer worden opgehaald. Het is in Ommen gebruikelijk dat de mooist versierde zwaan op stok in aanmerking komt voor een Ereprijs. Een altijd fel begeerde prijs in de vorm van een klokje, beschikbaar gesteld door De Darde Klokke. Bovendien werden nog eens 9 deelnemers in de verschillende categorieën beloond met een geldprijsje. Alle deelnemers kregen als beloning een reep chocola en een sinaasappel. Totaal waren er 50 deelnemers, waarmee de organisatie prima tevreden was.

Door de jury van Oll Ommer werd kritisch gelet op gebruik van traditionele materialen zoals buxus, rozijntjes en kleine paaseitjes. Ook moet gebruikt gemaakt worden van een geschilde stok. Volgens de jury, bestaande uit Frouwke Doezeman, Gerrie Horsman en Aly Pot, lag het niveau van maken van de versierde zwaantjes dit keer erg hoog. Het versieren volgens traditie werd ook toegeschreven aan de informatie die door de organisatie vooraf aan de kinderen en hun ouders was verstrekt. Voordat de uitslag bekend gemaakt werd maakten de deelnemers met hun zwaantje op stok eerst nog een lange ronde door Ommen. Dit onder begeleiding van de muzikanten van Soli Deo Gloria uit Ommen. De kinderen, ondersteund door hun ouders of grootouders, hadden er goed de gang in. De weersomstandigheden met een mager zonnetje waren ook prima.

De Palmpasenoptocht voor de kinderen wordt in ere gehouden door de Gemienschop van Oll Ommer, een vereniging die zich inzet om Ommer tradities overeind te houden. Palmpasen is van oorsprong een christelijk feest, waarbij de palmtak verwijst naar de palmbladeren die de Joden neerlegden bij de intocht van Jezus in Jeruzalem. De palmtak is een kruis van twee dunnen stokken die aan elkaar worden vastgemaakt. Lees verder Wouter Vosjan winnaar van de Palmpasenoptocht in Ommen

Verslag historische wandeling van De Darde Klokke in Kampen

Kampen/Ommen- Medewerkers van De Darde Klokke in Ommen hebben zaterdag 5 april een historische wandeling gemaakt door de stad Kampen.

 De Darde Klokke medewerkers in Kampen.
Foto: Hans Steen (meer foto’s op pagina 2)

In de Oudestraat werd in een oude sigarenfabriek koffie gedronken. Deze zaterdag was tevens een kunstroute uitgezet, zodat in de binnenstad van Kampen ook enkele woningen uit de middeleeuwen bezocht konden worden. Zelfs was er een bewoner die zijn huis open had gesteld, zodat het gezelschap uit Ommen zo in eens gezeten was in de woonkamer van een Kampenaar. Harry Woertink had de route uitgezet en vertelde daar waar nodig ook over de geschiedenis van de bezienswaardigheden. Tussen de middag was er een lunch in een oud pand aan de Plantage. Daarna volgde de wandeling door de stad met onder andere een bezoek aan museum de Stadsboerderij in de Groenestraat, waar te zien was hoe koeboeren zich in de stad stand wist te houden en het beeld van Kampen lange tijd bepaalden.

Tijdens de excursie bleek dat het Hanzeverleden van de cultuurhistorische stad Kampen overal in de stad nog terug is te vinden. Meer dan 500 monumentale panden, bijzondere gevels en drie van de oorspronkelijk 20 stadspoorten zijn de historische overblijfselen uit de gouden tijden van de stad. Geloof is van oudsher zeer aanwezig in Kampen. Tot aan de reformatie was Kampen een rooms katholieke stad. Er waren grote kerken en kloosters in de oude binnenstad. Na de reformatie werd Kampen protestant en er vestigden zich twee theologische universiteiten. Eén daarvan heeft in 2012 Kampen verlaten. In het centrum bevinden zich 11 kerken van de totaal 32 geloofsgemeenschappen die Kampen telt. Bekende jaarlijkse evenementen in Kampen zijn in het Paasweekeind Sail Kampen, in de zomer de Kamper Ui(t)dagen en Kerst in oud Kampen.

1. IJsselbrug
De nieuwe brug over de IJssel, met de gouden wielen, verving in 1998 de oude brug over de IJssel, die versleten was en ook niet langer voldeed aan de eisen van de scheepvaart. Uitgangspunt van de gemeente Kampen was een brug ontwerp met een eigentijdse vorm, die echter rekening diende te houden met het beschermde, monumentale stadsgezicht van de historische binnenstad. Uit oogpunt van veiligheid en stedelijke inpassing is gekozen voor een lage hefbrug met aan weerszijden verlaagde voetgangerspaden. Tussen voet- en fietspad is een glazen windscherm aangebracht. De brug heeft 4 stalen heftorens. De toppen van de heftorens buigen naar elkaar toe en dragen de as van de evenwichtswielen. De wielen zijn bekleed met bladgoud. Lees verder Verslag historische wandeling van De Darde Klokke in Kampen

Nieuw project voor basisscholen in Ommen: Oorlog dichtbij

OMMEN – “Oorlog dichtbij” is een nieuw project voor basisscholen in Ommen.

  Aan de hand van materiaal in het museum vertelde museummedewerker Kees Wolfert ook zijn eigen oorlogservaringen als kind.
Foto’s: Harry Woertink

Een deel van de lessen over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog speelt zich af in het Ommer Streekmuseum. Aan de hand van materiaal in het museum vertelde museummedewerker Kees Wolfert maandagmiddag 31 maart 2014 ook zijn eigen oorlogservaringen als kind. Het leverde hem een aandachtig gehoor op bij de kinderen van groep 6 van de school De Kardoen. Het was tevens de aftrap van het oorlogsproject. De scholieren werd verteld over het verzet in de Ommer buurtschap Stegeren dat als droppingsveld werd gebruikt door de Engelsen.

In het museum hangt een parachute uit de oorlog waarvan een wit zijden trouwjurk is gemaakt. Veel indruk maakte ook de geschiedenis over het Duitse gevangenkamp Erika dat tijdens de WO 2 op de Besthmenerberg was gevestigd. Vier weken lang gaan de kinderen van groep vijf tot en met acht met het thema aan het werk. Het is de bedoeling dat volgend schooljaar een groot aantal basisscholen in Ommen zal volgen. Streekmuseum Ommen en Bibliotheek Ommen zijn participanten in dit project dat met landelijke en provinciale subsidie tot stand is gekomen.

Bron: Harry Woertink – 31 maart 2014

Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 2

Kamp ‘Laarbrug’, genoemd naar de brug met dezelfde naam over rivier de Regge, gelegen tussen het Laarbos en Vilsteren, is in 1942 uit de grond gestampt als werkkamp om in de oorlogsjaren onderdak te bieden aan een afdeling van de Nederlandse Arbeidsdienst (NAD).

 In 1951 veranderde de naam kamp Laarbrug in woonoord Laarbrug om tot 1966 Zuid Molukkers ‘tijdelijk’ te huisvesten.
Foto: Harry Woertink

Van kamp tot camping
Kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog was Laarbrug vijf maanden een interneringskamp. Daarna heeft het ruim een jaar dienst gedaan als sportschool voor militairen. In 1949 bood Laarbrug tijdelijke woonruimte aan dakloze gezinnen. In 1951 veranderde de naam kamp Laarbrug in woonoord Laarbrug om tot 1966 Zuid Molukkers ‘tijdelijk’ te huisvesten. Na hun vertrek kwam Laarbrug leeg te staan. De houten barakken werden verkocht aan Ommenaar A. Vos, die ook het opstalrecht verkreeg. De eigendom van de ondergrond bleef bij Landgoed Vilsteren. Op 23 juni 1969 werd een planologische bestemmingsplanwijziging doorgevoerd: van kamp tot camping. Het terrein met de opstallen werd toen als camping verhuurd, tot dat Henk Langezaal zich aandiende en op 10 oktober 1969 eigenaar werd van de opstallen om samen met zijn vrouw en kinderen camping Laarbrug te beginnen.

NAD-kamp
In 1930 had Nederland ongeveer 100.000 werklozen en in de jaren daarna vervijfvoudigde dit aantal. De Nederlandse regering startte met werkverschaffingsprojecten. Voor de oorlog kwamen er op diverse plaatsen, vooral het noordoosten van ons land, speciale werkkampen. Deze kampen werden opgericht om mannen zonder werk, die veelal uit het westen van het land kwamen toch aan werk te kunnen helpen. Deze kampen werden Rijkswerkkampen genoemd. Ook in Ommen was nuttig werk te doen. Er waren rondom Ommen genoeg heidevelden die ontgonnen moesten worden tot landbouwgronden. De gemeente Ommen maakte dankbaar gebruik van de door de overheid gesubsidieerde werkverschaffingsprojecten. Op de hoek van de Balkerweg/Emslandweg stond tussen 1938 en 1942 het Rijkwerkkamp Alteveer. Werklozen plantten hier nieuwe bossen aan en legden wegen aan. Gelijksoortige werkkampen kwamen er in Arriën, Eerde en Junne. Lees verder Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 2

Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 1

Camping Laarbrug en bungalowparken Uniek en Reggewold, onder de rook van Vilsteren, zijn drie verschillende vakantieparken. Ze zijn alle drie ooit ontstaan vanuit één initiatief van Ommenaar Albert Vos (1907-1991).

  Op de weg Ommen-Vilsteren moest vroeger tol betaald worden.
Links: De oude brug over de Regge met het tolhuisje.
Rechts: Hetzelfde tolhuisje anno 2014. De brug is een tiental meters naar het noorden verplaatst.
Foto’s: links OudOmmen, rechts Harry Woertink

In 1954 had Vos zijn kisten en vatenfabriek Hellethal-Vos aan de Hardenbergerweg in Ommen van de hand gedaan aan het concern Phoenix in Halfwerk. De toen gefortuneerde zakenman stortte zich vervolgens in de onroerend goed handel. Als speculant verkocht en kocht Vos tal van huizen. Vanaf 1939 tot 1970 zat A. Vos namens de Christelijke Historische Unie (CHU) in de gemeenteraad van Ommen en was ook nog een korte periode plaatsvervangend wethouder: van 28 augustus 1946 tot 16 augustus 1948 en van 22 oktober 1962 tot 3 juli 1963. In de gemeenteraad zat ook Esper de Conne, rentmeester van landgoed Vilsteren. In de zestiger jaren wilde het landgoed af van de meest oostelijk gelegen punt, Laarbrug genaamd, waar als laatste het Ambonesenkamp had gestaan. De Conne en Vos kenden elkaar goed en daarom kreeg Vos het aanbod om de ongeveer twintig hectare grond van het landgoed aan te kopen. Voorwaarde was wel dat Vos er iets moois van zou maken. Tegelijk bracht De Conne collega Vos op de hoogte van de verkoopplannen van het aan de overkant van de spoorlijn liggende grond van baron van Voorst tot Voorst, ook ongeveer twintig hectare groot.

Voor het noordelijk deel wist De Conne namens landgoed Vilsteren een erfpachtconstructie af te spreken. De ondergrond bleef daardoor van het landgoed en jaarlijks moet dan voor de (toekomstige) opstallen een erfpacht betaald worden aan het landgoed. Baron van Voorst, die weinig verstand had van grondtransacties, wilde niet dat De Conne met zijn verkoopactiviteiten bemoeide. Van Voorst tot Voorst dacht ook aan een dergelijke lucratieve erfpachtconstructie, maar vergat dit tijdens de onderhandelingen bij Vos op tafel te leggen. Met beide verkopende partijen kwam Vos snel tot een akkoord. De baron wenste op het laatste moment nog het jachtrecht voor te behouden, maar daar wilde Vos niets van weten. Verkocht is verkocht. Een volgende bedachte slimmigheid van de baron om de verkoop ongedaan te kunnen maken was het eisen dat de overeengekomen koopsom binnen twee dagen op zijn rekening zou moeten staan. Dat bleek echter voor koper Vos geen enkel probleem te zijn. Saillant detail is dat later diezelfde baron in de plaatselijke krant zijn gal spuide over het wangedrag van toeristen die zijn naastgelegen grondgebied betraden. Lees verder Geschiedenis van de parken Reggewold en Uniek, en camping Laarbrug – Deel 1

Gerrit Hendrik Woertink (1880-1956) – een eeuwenoude Ommer familienaam

Over de herkomst, de familienaam en de stamboom van de familie G.H. Woertink en over de Gasthuisstraat in Ommen door Harrij Woertink.

 Familie Woertink tijdens een familiereünie op 1 maart 2014 (Vergroting: link, meer foto’s van de reünie aan het eind van dit artikel).

Woertink eeuwenoude familienaam in Ommen
De naam Woertink komt al sinds heugenis voor in de buurtschap Arriën. Woertink is dan ook een van de oudst voorkomende familienamen in Ommen. Over het ontstaan van de naam, de nazaten en over de buurtschap Arriën gaat deze bijdrage. Ooit heeft de familie Woertink – die verderop in dit verhaal wordt besproken – gewoond op erve Ridderink aan de huidige Ridderinkweg 4 in Arrën. Opmerkelijk is dat vier generaties Woertink de voornaam Gerrit Hendrik hebben. In dit verhaal zijn honderden naamgenoten, die hun wortels in Arriën hebben liggen niet genoemd. Dat is aan iemand anders die dit nog eens gaat oppakken in het ontrafelen van de geschiedenis van zijn of haar familie.

“Woert” plus “ink” = Woertink
Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en werd ook wel het Oversticht genoemd. De bisschop was zowel geestelijk als wereldlijk heer. Na 1528 kwam de soevereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de eerste periode van de Tachtigjarige Oorlog (1568 – 1648) kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. Al deze soevereinen traden op als leenheer. In de leenkamer vond de administratie plaats van de overgang van het bezit van de lenen. De archieven van de leenkamers zijn bewaard gebleven in respectievelijk het Utrechts Archief voor de bisschoppelijke periode en in het Rijksarchief in Overijssel voor de periode 1528 – 1805. In de Overstichtse en Overijsselse leenprotocollen (of: leenregisters) staan de overgangen van bezittingen (of: belening) opgetekend, over een periode van meer dan vier eeuwen. Dit alles uit een periode waarin andere bronnen van informatie over onroerend goed en personen relatief schaars zijn. Het register kent de volgende aantekening van een overgang in Arriën, toen aangeduid als Erien of Eryen: “Die Woert tot Erien mit horen toebehoren — in Ummer kerspel gheleghen.” Daarmee is gelijk de familienaam Woertink verklaard: “Woert” van het bezit van de hoeve in Arriën en de toevoeging “ink”, De “ink” en ook “ing” dateert uit vroeg Germaanse tijden en had de hoofdbetekenis “behorende aan”, maar het kan ook uitgelegd worden als “zoon van”. We zien dat terug uit tal van achternamen. Het is niet specifiek Oost-Nederlands, maar kwam in het gehele Germaanse taalgebied voor, vooral in het Oud-Saksische en Angelsaksische deel. De betekenis van de naam “woert” kan uitgelegd worden als een erf wat op een verhoging ligt. Niet toevallig gezien de op korte afstand gelegen rivier de Vecht. Lees verder Gerrit Hendrik Woertink (1880-1956) – een eeuwenoude Ommer familienaam