“Keetenkamp” heette het zomerkamp in Beerze. “Huisjes van Van Putten”, zo werden de houten huisjes ook wel genoemd die aan de Gemoelaksweg hebben gestaan.
De huisjes op het Keetenkamp in Beerze waren stuk voor stuk kunstwerken.
Foto: Henk Schuurman
Zie voor meer afbeeldingen het album “Keetenkamp”.
Deze huisjes werden gebruikt voor het houden van zomerkampen door mensen die dicht bij de natuur stonden. Ze stonden op korte afstand van de spoorlijn Ommen-Mariënberg. Tot 15 mei 1933 was in Beerze nog een halteplaats van de Nederlandse Spoorwegen. De minder vleierige benaming voor het zomerkamp “Keetenkamp” had te maken dat meer sprake was van keet dan van huisje. Westerlingen vierden hier in de zomermaanden hun vakantie midden in de natuur maar onder echte primitieve omstandigheden. De keten zijn in de twintiger jaren gebouwd met toestemming van Dirk Hendrik (Wallis) de Vries, die tot 1923 eigenaar was van landgoed Beerze en daar ook zelf een zomerhuis bezat.
De huisjes zijn gebouwd van oude houten wachthuisjes afkomstig van de Amsterdamse trammaatschappij. Daar was ing. Theodorus Egbertus van Putten (geboren 1872) van 1918 tot 1932 tramdirecteur. Hij zorgde er voor dat de tramhuisjes in Beerze weer een nieuwe bestemming kregen, vandaar ook de benaming “Huisjes van Van Putten”. Met name verbleef daar ook jaarlijks zijn autistische zoon Jan van Putten. Deze heeft als kunstschilder van de groene tramhuisjes stuk voor stuk ware kunstwerken gemaakt door ze van verschillende dierschilderingen te voorzien. Mevrouw Van Putten sliep tijdens haar verblijf op het zomerkamp in hotel De Zon in Ommen. De matrassen in de huisjes werden in de wintermaanden opgeslagen in de schuur van baron Bentinck, die vanaf 1925 op Huis Beerze woonde. Het verhaal gaat dat ten tijde dat jonkheer Röell op Beerze woonde prinses Juliana wel eens in een van de tramhuisjes verbleef. In de tachtiger jaren zijn de huisjes afgebroken. Lees verder Keetenkamp Beerze: vakantie in geschilderde tramhokjes










