Dit is de Julianastraat, dezelfde straat waar men nu het grote vracht- en landbouwverkeer trachten te weren omdat dit niet meer te combineren is met het overige drukke verkeer.
Een boer heeft zijn koeien opgehaald en loopt door de Julianastraat om ze in alle rust naar een andere weide te brengen.
In de verte zijn nog de huizen op Den Oord te zien. De boer op de foto heeft zijn koeien opgehaald om ze te ‘verweiden’. In alle rust gaan ze over deze straat naar een andere weide, waar een nieuwe voorraad mals en jong gras wacht. Heel vroeger had men geen afgepaalde weiden waar men koeien liet grazen, maar liet men ze onder de hoede van een koeherder op de gezamenlijke gronden weiden. Tegen de avond kwam dan, hopelijk voldaan, het hele spul terug. Niet overal had men deze herderlijke gewoonte met het gehoornde vee.
Dit las ik in de Oprechte Ommer Courant van 27 februari 1915, met daarbij als extra nog het recept voor een zeer speciale pannenkoek: ‘In Drenthe, onze provincie met de alleroudste overblijfselen, zeden en gewoonten, bestaan nog een drietal boo-en met daarbij behoorende booheeren. Dat zijn koeschuren met koe-herdersverblijven. Naar de boo-en worden de koeien gedreven van Lichtmis (2 februari) tot Kerstmis, en gedurende dien tijd neemt de boo-heer -even over de grens ‘boe-mann’ genoemd- de zorg voor het vee waar. De instelling moet wel zeer oud wezen, want de woordvorm boo (uit te spreken als boe) vindt men in het oud-Hoogduits, oud-Saksisch en Angelsaksch terug als ‘bu’ en in het Sanskriet als ‘bhu’ voor het begrip woning. Lees verder HKO reeks – 100 jaar Ommer Nieuws: Onder de hoede van de koeherder (10)


Afb. links: Ommer Nieuws
afb.: OudOmmen.nl

